Zoekresultaat: 22 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2016 x Rubriek Article x
Artikel

Criminaliteit relateren aan verblijfspopulaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden crime rate, ambient population, residential population, commuters, tourists
Auteurs Prof. dr. Wim Bernasco en Dr. Chantal van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Crime victimization risk is usually calculated by dividing the number of crimes by the size of the local population. This procedure does not account for the mobility of the residents. We develop and apply an alternative procedure that divides the number of crimes by the number of people actually present: the ambient population. The ambient population includes commuters, tourists and other visitors. The regular and the alternative crime rate measures of the four largest cities in the Netherlands are compared using data of the ‘AD Misdaadmeter’. We find that ambient populations are larger than residential populations, in particular in Amsterdam. The differences are small however, and the increased effort of calculating ambient populations does not compensate the increased precision in crime measures. For comparisons between annual crimes rates of cities or municipalities, it is sufficient to divide numbers of crimes by populations.


Prof. dr. Wim Bernasco
Prof. dr. W. Bernasco is bijzonder hoogleraar ‘Ruimtelijke analyse van criminaliteit’ bij de afdeling Ruimtelijke Economie van de Vrije Universiteit Amsterdam en senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Chantal van den Berg
Dr. C.J.W. van den Berg is onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Over warmte, gezelligheid en ontspanning: positieve veiligheid in stedelijke uitgaansgebieden

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2016
Trefwoorden positive criminology, experienced safety, assemblage, nightlife areas
Auteurs dr. Jelle Brands
SamenvattingAuteursinformatie

    From a geographical perspective, this article explores positive images of safety in the context of nightlife areas. It also considers the ways by which nightlife visitors’ experienced safety might be nurtured, as an alternative to how experienced lack of safety might be ‘prevented’. From our interviews, we find safety to emerge from interactions between many (im)material elements, and the nightlife consumers themselves. We argue that positive safety can be understood as something that envelopes and at the same time is reworked by individuals, but that does not necessarily require a conscious understanding. From this finding, we offer a different logic and rhetoric regarding safety in nightlife spaces.


dr. Jelle Brands
Dr. Jelle Brands is werkzaam bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, Universiteit Leiden.
Artikel

De DJI en de wetenschap

Over de wijze waarop een uitvoeringsorganisatie samenwerkt met de wetenschap

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Kennismanagement, Kennisontwikkeling, Kennisbenutting, Samenwerking
Auteurs Arie Van den Hurk en Annelies Jorna
SamenvattingAuteursinformatie

    The Custodial Institutions Agency (Dienst Justitiële Inrichtingen - DJI) is responsible for the incarceration of offenders, the restoration of the legal order and reducing the risk of recidivism. DJI thereby provides a unique contribution to the security of society. An individualised approach of offenders and a focus on staff expertise are at the heart of the DJI strategy.
    Knowledge management can make a significant contribution to achieving these objectives. Knowledge management aims at injecting penal policy as well as practice with knowledge.
    To obtain this knowledge DJI has appealed to science for quite some time. This has resulted in various forms of cooperation. This article describes the principles of this cooperation and gives many examples of ongoing cooperation. Knowledge management within DJI has to deal with two bottlenecks in particular: (1) the articulation of the exact need for knowlegde (‘asking the right questions’) and (2) the use of available relevant knowledge on behalf of penal policy and practice.


Arie Van den Hurk
Arie van den Hurk is werkzaam als adviseur kennismanagement bij de Dienst Justitiële Inrichtingen.

Annelies Jorna
Annelies Jorna is werkzaam als adviseur kennismanagement bij de Dienst Justitiële Inrichtingen. Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Jan Bouman, Nol van Gemmert, Julia Siebrecht, Eva Mulder en Maaike Kempes.
Artikel

Het meten van effecten van de handhaving door de Belastingdienst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden effectmeting, handhaving, toezicht, Belastingdienst, compliance
Auteurs Dr. Sjoerd Goslinga, Drs. Maarten Siglé en Prof. dr. mr. Lisette van der Hel
SamenvattingAuteursinformatie

    De maatschappij verwacht in toenemende mate dat toezichthouders de effecten van hun toezicht inzichtelijk maken. Dat geldt ook voor de Belastingdienst. Dit artikel bespreekt de theorie en de praktijk van effectmeting in het fiscale domein en levert zo een bijdrage aan de ontwikkeling van effectmeting van het (overheids)toezicht. Vastgesteld wordt dat in de praktijk een aantal uitdagingen het hoofd moet worden geboden wil de Belastingdienst daadwerkelijk tot een integrale effectmeting van het toezicht komen. Dit zijn: het expliciteren van de beleidstheorie, het vinden van de juiste determinanten van compliance, het meten van effecten van preventieve activiteiten, het opzetten van methodologisch verantwoord onderzoek en de organisatorische inbedding van effectmeting.


Dr. Sjoerd Goslinga
S. Goslinga is werkzaam bij de Belastingdienst en daarnaast als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden.

Drs. Maarten Siglé
M.A. Siglé is werkzaam bij de Belastingdienst en is daarnaast als PhD-student en docent verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit.

Prof. dr. mr. Lisette van der Hel
E.C.J.M. van der Hel is werkzaam bij de Belastingdienst en daarnaast als hoogleraar effectiviteit van overheidstoezicht verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit.
Artikel

Huurachterstand, huisuitzetting en rechterlijke besluitvorming

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Eviction, rent arrears, home interests, systematic content analysis
Auteurs Michel Vols en Nathalie Minkjan
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent developments in the field of housing law have led to a renewed interest in eviction and the legal protection against homelessness. Because of European case law, courts need to apply a contextual approach in which tenants’ home interests and personal circumstances are taken into account more seriously. This paper explores the ways in which home interests and personal circumstances play a role in Dutch litigation concerning eviction because of rent arrears. Based on a quantitative systematic content analysis of nearly 100 written judgments of courts of first instance, it is found that tenants frequently advance various types of proportionality defences and refer to home interests and personal circumstances. Although Dutch courts do take these defences, home interests and personal circumstances into account, the vast majority of landlords’ claims are allowed. In one third of the analysed cases, the court dismisses the landlord’s claim and most of the time minimises the breach of the lease or refers to the disproportional effects of eviction or a tenant’s promise to change his behaviour.


Michel Vols
Michel Vols is adjunct hoogleraar Openbare-orderecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en verbonden aan het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid. Hij doet onder meer onderzoek naar de bescherming van het recht op respect voor de woning en de aanpak van huisjesmelkerij en overlast. Hij is coördinator van de Housing Law Working Group binnen het European Network for Housing Research.

Nathalie Minkjan
Nathalie Minkjan is student aan de Togamaster en het Honours College aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij was tussen 2015 en 2016 als onderzoeksassistent verbonden aan het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid.
Diversen: Artikelen

De Externe Monitor Tbs en de behandelduur van tbs-gestelden: waardevolle kennis vanuit het tbs-traject

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2016
Trefwoorden forensic psychiatry, disposal on behalf of the state (‘tbs-order’), treatment trajectory, length of stay, digital databases
Auteurs Dr. Marleen Nagtegaal, Dr. Ruud van der Horst, Drs. José Buisman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The External Monitor of Forensic Psychiatric Patients (EMT) aims to increase the knowledge of forensic psychiatric patients and the effectiveness of mandatory forensic treatment. In the EMT, five judicial organizations merged their anonymized digital data on (ex-)patients for research purposes. Data originated from the databases of the NIFP, DJI, AVT, 3RO and WODC. By merging this data, a larger part of the trajectory of a forensic psychiatric patient becomes known. Results show that it is possible to combine data from the digital databases of separate organizations for research and analysis purposes. To illustrate the opportunities of the use of merged data, an explorative study was conducted into a current subject. In this study, 218 ‘tbs-patients’ were included and several characteristics of patients of whom the mandatory forensic treatment has ended were compared with those of patients still under mandatory treatment. Suggestions are made for merging data files and for future research.


Dr. Marleen Nagtegaal
Dr. M.H. Nagtegaal is wetenschappelijk onderzoeker bij de afdeling Criminaliteit, Sancties en Rechtshandhaving van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. Ruud van der Horst
Dr. R.P. van der Horst is wetenschappelijk adviseur bij het Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP) te Utrecht.

Drs. José Buisman
Drs. J. Buisman is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP).

Drs. Marleen Spaans
Drs. M. Spaans is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP).
Artikel

Continuïteit en verandering in het Nederlandse gezinsleven

Gezinsvormen, arbeidsmarktparticipatie en tijdsbesteding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2016
Trefwoorden divorce, father involvement, female labor force participation, nuclear family, parent-child time
Auteurs Dr. A. Roeters en Dr. F. Bucx
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyses continuity and change in family life in the Netherlands over the last decades. The authors consider three characteristics of families: (1) family types, (2) maternal employment, and (3) parent-child time. Analyses are based on data from the Central Bureau of Statistics and the Dutch Time Use Study. The results indicate that there is both continuity and change. Although two married individuals giving care to their children is still the most common family type, alternative family forms have become more popular, including unmarried cohabiting parents and single-parent families. Furthermore, the division of labor is still strongly gendered: Dutch mothers’ participation on the labor market is limited and they still hold the main responsibility for children. Moreover, children are still most likely to grow up in a household with both a father and mother. There are also indicators of change. Maternal employment is much more prevalent than in the 1970s and fathers’ involvement with children increases.


Dr. A. Roeters
Dr. Anne Roeters is wetenschappelijk onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Haar expertise ligt op het gebied van tijdsbestedingsonderzoek en de combinatie van arbeid en zorg.

Dr. F. Bucx
Dr. Freek Bucx is wetenschappelijk onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Hij doet daar onderzoek naar jeugd en gezin.
Artikel

Het Commissiepakket ‘betere regelgeving voor betere resultaten’ en het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord beter wetgeven: Too little, too late?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden betere regelgeving, betere wetgeving, interinstitutionele verhoudingen, gedeelde verantwoordelijkheid
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    De EU krijgt nog steeds veelal gestalte via de uitoefening van de wetgevende bevoegdheden die ze in de loop der tijd heeft gekregen. De toenemende kritische houding van de burger tegenover de Unie – niet alleen in het Verenigd Koninkrijk, maar ook elders – heeft druk gezet op zowel de lidstaten als de Europese instellingen om de manier waarop die bevoegdheden worden uitgeoefend opnieuw te doordenken. Als zodanig kan de hernieuwde focus op ‘betere regelgeving’ goed worden begrepen. Het nieuwe Uniebeleid roept echter wel de vraag op, betere regelgeving voor wie? Die vraag heeft na het Britse ‘nee’ tegen het Unielidmaatschap nog meer lading gekregen.
    BR-Mededeling (COM (2015)215 final), BR-richtsnoeren (SWD (2015)111 final), REFIT (SWD (2015)110 final), Interinstitutioneel Akkoord, PbEU2016, L 123.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum. Ook is zij redactielid van NtEr.
Artikel

Van feitgecodeerde naar beleidsgebaseerde bestuurlijke strafbeschikkingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden bestuurlijke strafbeschikking, strafrecht, bestuurlijke boete, Omgevingswet, Openbaar Ministerie
Auteurs Mr. drs. P.W.S. Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    De huidige toepassing van de bestuurlijke strafbeschikking kent knelpunten: te weinig feiten, met rigide feitomschrijvingen en vaste tarieven, zodat onvoldoende rekening kan worden gehouden met specifieke omstandigheden. Voor meer passende bestraffing wordt in het onderzoeksrapport Punitieve handhaving van de Omgevingswet een meer open bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid voorgesteld. In dit artikel wordt dit voorstel gesteund. Door niet meer te werken met de systematiek van feitcodes maar met meer algemene omschrijvingen en bandbreedtes voor boetes, en dus met meer beleidsvrijheid kan het instrument van de bestuurlijke strafbeschikking leiden tot een bredere inzet van de kennis en capaciteit van het bestuur binnen de strafvordering.


Mr. drs. P.W.S. Boer
Mr.drs. P.W.S. Boer is raadadviseur bij de directie wetgeving en juridische zaken van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?

Als gekozen wordt voor de bestuurlijke strafbeschikking, dan moet de behandeling van het verzet kunnen worden toevertrouwd aan het bestuursorgaan

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, sanctierecht, (bestuurlijke) boete, (bestuurlijke strafbeschikking, Omgevingswet
Auteurs Mr. B.M. Kocken
SamenvattingAuteursinformatie

    In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is door de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek verricht naar mogelijke sanctiestelsels voor de Omgevingswet. In het eindrapport De punitieve handhaving van de Omgevingswet gaan de opstellers in op de vraag: moet de bestuurlijke boete brede toepassing in het omgevingsrecht krijgen, of dient te worden gekozen voor verruiming en vernieuwing van de bestuurlijke strafbeschikking? Voorgesteld wordt onder meer de behandeling van het verzet onder omstandigheden toe te vertrouwen aan het bestuursorgaan. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de vraag of dit voorstel in de Omgevingswet zou moeten worden overgenomen. Tevens wordt ingegaan op de sancties in het huidige omgevingsrecht en op de vraag: bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?


Mr. B.M. Kocken
Mr. B.M. Kocken is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Data Protection by Design als argument in het FBI vs. Apple-debat

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2016
Trefwoorden FBI vs. Apple, Data Protection by Design, Data Protection by Default, GDPR, privacy
Auteurs Dr. C. Cuijpers en S. van Schendel LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    Adhering to a strict interpretation, Data Protection by Design (DPbD) can conflict with the needs of law enforcement in their fight against terrorism and criminality. An illustration of this tension can be found in the case of FBI vs. Apple, where the FBI wants Apple to help bypass security on an iPhone in order to gain access to data. The FBI needs the help of Apple – or third parties – to get such access, for which they might need to create new legal mandates. However, private parties like Apple, may want to design their products in such a way that evading and breaking the security of the system is not possible, as consumers demand secure and privacy friendly devices. This article adds to this debate by posing DPbD as an argument in favor of private parties not to cooperate in making their products less secure and less privacy friendly. This argument is especially relevant when a similar case unfolds in the EU under the new regime of the General Data Protection Regulation in which DPbD is explicitly embedded.


Dr. C. Cuijpers
Dr. Colette Cuijpers is als Associate Professor verbonden aan het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT).

S. van Schendel LLB
Sascha van Schendel, LLB is als student-assistent verbonden aan het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT).
Artikel

Predictive policing: politiewerk aan de hand van voorspellingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2016
Trefwoorden predictive policing, prescriptive policing, Big Data, risks, legal safeguards
Auteurs Ir. A. de Vries en Dr. S. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    Law enforcement around the world, including the Netherlands, is currently experimenting with predictive policing: policing based on crime predictions. Big Data on past crimes and the help of sophisticated machine learning enable police to use reliable predictions about when and where the next offense will take place. If the effectiveness of policing actions is stored in the system, it can also predict which intervention is most effective. This is called prescriptive policing. The authors explain how these methods work, how reliable and effective they are and which associated risks can be identified. The authors emphasize that legal, ethical and organizational safeguards are necessary for a responsible implementation.


Ir. A. de Vries
Ir. Arnout de Vries is senior onderzoeker en adviseur op het gebied van social media en veiligheid bij TNO en auteur van het boek Social media: het nieuwe DNA.

Dr. S. Smit
Dr. Selmar Smit is aan de Vrije Universiteit Amsterdam gepromoveerd op het onderwerp machine learning en sindsdien werkzaam als data scientist bij TNO.
Artikel

Slachtoffer van arbeidsuitbuiting?

Een kwalitatieve studie naar ideaaltypische trajecten die leiden tot zelfidentificatie als slachtoffer van mensenhandel

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2016
Trefwoorden self-identification, labour exploitation, human trafficking, victimology, grounded theory
Auteurs Niki Tielbaard MSc., Dr. Masja van Meeteren en Xenia Commandeur MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Although the Netherlands criminalised some forms of labour exploitation as human trafficking, many cases remain undetected. This is probably due to low self-identification among victims. Whereas research revealed factors obstructing self-identification among victims, it remains unclear how some victims do arrive at self-identification. Drawing on in-depth interviews and focus group discussions with victims and professionals, this qualitative study identifies two ideal-typical pathways to self-identification. In the first trajectory self-identification is gradually formed through information gathering and deteriorating working conditions. In the second trajectory self-identification is triggered by a sudden vital event.


Niki Tielbaard MSc.
N.M Tielbaard is masterstudent Opsporingscriminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en was stagiaire bij FairWork te Amsterdam en masterstudent Veiligheidsbeleid en Rechtshandhaving aan de Universiteit Leiden.

Dr. Masja van Meeteren
Dr. M.J. van Meeteren is Universitair Hoofddocent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Xenia Commandeur MA
Drs. X.D. Commandeur is onderzoeker mensenhandel

    It has become evident that the use of performance and image enhancing drugs (PIEDs) is becoming an important societal issue, with ramifications extending beyond elite sport. A particular concern of authorities is that the majority of PIEDs are not legally obtained through a physician, by means of a prescription, but instead are illegally purchased on the illicit market. Currently little research exists on the illegal production and supply of PIEDs. However, understanding illicit PIED markets is important for policy decisions as knowledge on the production and supply of these substances may assist in designing law enforcement efforts, harm reduction initiatives and other measures. This article will, therefore, focus on the production and supply of PIEDs in Belgium and the Netherlands. Specifically, it will examine the general characteristics of PIED suppliers and the ways in which the behaviour of dealers are influenced by cultural factors. In particular the role of the legal profession of PIED suppliers is examined, taking the fitness industry as an example. This research is based on a content analysis of 64 PIED-dealing cases initiated by criminal justice agencies in the Netherlands (N=33) and Belgium (N=31). This article illustrates that the dealing of PIEDs is a rather specialised business and that not everyone has the suitable ties, opportunities and/or knowledge to enter the PIED market. Many PIED dealers are already devoted to a gym, sport, medical, or other subculture before becoming involved in dealing. Importantly, the embeddedness of PIED-related supply-side activities in legitimate professions, roles, and institutional settings form an integral part of the market culture these dealers engage in. We, therefore, need to examine the production, distribution and use of PIEDs, as embedded within a diverse combination of social, economic and cultural processes, in which none is simply reducible to the other.


dr. Katinka van de Ven
Dr. Katinka van de Ven is werkzaam als Lecturer in Criminology aan de Birmingham City University. Zij is daarnaast oprichter en coördinator van het Human Enhancement Drug Network (HEDN) (www.humanenhancementdrugs.com).
Artikel

Roesmiddelen en regulering: oude wijn in nieuwe regels?

Inleiding

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2016
Trefwoorden pleasurable substances, regulation, cannabis, war on drugs
Auteurs Prof. dr. Tom Decorte en Dr. Damián Zaitch
SamenvattingAuteursinformatie

    In contrast with the critical, innovative ideas developed between the 1960s and the 1980s regarding the way we deal with illegal drugs in our societies, the current dominant approaches frame the issue of drugs as a matter of crime, public order, and control. Pleasurable substances have always existed and always will, and so the efforts to cope with them. However, we witness today remarkable developments at local, national and international levels in the fields of drug policies (on cannabis for example), drug trafficking (new routes, new actors) and drug use (new substances, new drug cultures), all of which deserve our attention and push us to think beyond the repressive paradigm. This contribution, which also serves as an introduction for this special issue of ToCC on drugs, aims to present an overview of the main developments taking place, and challenges ahead, within the three above-mentioned fields. There are new markets and trends in the use of legal and illegal pleasurable substances, particularly regarding synthetic drugs (amphetamines, methamphetamines and new psychoactive substances or NPS), tobacco and alcohol. Illegal drugs are supplied from changing countries and through new routes, while retailing increasingly takes place through the so-called cryptomarkets (online). Effective policies are rendered impossible by the fundamental repression paradox: the more intensive and effective the repression, the larger the profits of drug traffickers and the balloon effects (displacement). Despite the harms and negative effects of repressive policies have extensively been documented, a societal debate towards the regulation of illegal drugs is hindered by the use of false dichotomies or presuppositions, by the use of ethical or moral appeals, or by lack of political will. Also the debate in the media is static, superficial and full of clichés. Scientific research on drugs also follows specific agendas and it is focussed on particular aspects of the problem. Changes to end the ‘war on drugs’, certainly regarding cannabis, are however underway in many places at local and national level (Uruguay, Canada, US, Spain, etc.), this despite UN bureaucracies and international conventions that fiercely resist those changes.


Prof. dr. Tom Decorte
Prof. dr. Tom Decorte is antropoloog en hoogleraar criminologie aan de Universiteit Gent, en directeur van het Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek (ISD). Hij publiceert geregeld over drugsbeleid, cannabisteelt en drugsgebruik.

Dr. Damián Zaitch
Dr. Damián Zaitch is universitair docent bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt en publiceert over drugshandel, drugsbeleid en georganiseerde misdaad in Nederland en Latijns-Amerika, en over diverse vormen van transnationale misdaad, globale criminele markten en organisatiecriminaliteit.

    GHB is an anaesthetic that in Netherlands since the 1990s is used as a drug by various groups. Although GHB is often defined as a ‘party drug’, particularly in rural areas it is also used in street cultures. GHB is mainly used recreationally, but a minority uses the drug frequently and/or becomes addicted. GHB use and associated problems are disproportionately spread across the Netherlands and are concentrated in certain rural areas (‘trouble spots’), especially in low SES villages or neighbourhoods. Predominantly based on qualitative research, this article describes supply and use of GHB in rural ‘trouble spots’. The profile of experienced current GHB users in rural areas is characterized by a wide age range, a low level of education, often multiple psychosocial problems and poly drug use. They are almost exclusively ‘white’, in majority male users, of whom a large part has been arrested on several occasions. From a supply perspective, GHB could spread quickly because of the short distribution chain, the limited social distance between dealers and users, as well as the closeness an reticence of user groups. Even though as a drug GHB is very different from methamphetamine, there are striking similarities in set and setting characteristics between rural GHB use in the Netherlands and rural methamphetamine use in the US.


Dr. Ton Nabben
Dr. Ton Nabben is onderzoeker en docent op het Bonger Instituut voor Criminologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is medeauteur van het jaarlijks verschijnende Antenneonderzoek naar trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. In 2010 kwam zijn proefschrift uit over het gebruik van uitgaansdrugs in Amsterdam.

prof. dr. Dirk J. Korf
Prof. dr. Dirk J. Korf is bijzonder hoogleraar criminologie en directeur van het Bonger Instituut, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Triggerfactoren in het radicaliseringsproces

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2016
Trefwoorden radicalization, trigger factors, cognitive opening, personal characteristics, types of motivation
Auteurs Dr. A.R. Feddes, Drs. L. Nickolson en Prof. dr. B. Doosje
SamenvattingAuteursinformatie

    In order to understand why people can turn to violence to achieve political or societal changes, it is important to examine factors that can trigger a process of radicalization. In this article the authors outline such a model of trigger factors. In this model they specify trigger factors at the micro level (individual level), meso level (group level), and macro level (societal level). In addition, the authors argue that it is important to take into account personal characteristics, such as age, gender, and the type of motivation, behind a radicalization process. With respect to these types of motivation, the authors distinguish between sensation seekers, justice seekers, identity seekers, and meaning seekers. This model enables to discern triggers in the radicalization process of specific people in specific contexts.


Dr. A.R. Feddes
Dr. Allard Feddes is als universitair docent verbonden aan de Afdeling Psychologie van de Universiteit van Amsterdam. www.uva.nl/over-de-uva/organisatie/medewerkers/content/f/e/a.r.feddes/a.r.feddes.html.

Drs. L. Nickolson
Drs. Lars Nickolson is als senior adviseur verbonden aan de Expertise-unit Sociale Stabiliteit van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Prof. dr. B. Doosje
Prof. dr. Bertjan Doosje is hoogleraar Radicalisering studies (Frank Buijs-leerstoel vanwege het Verwey-Jonker Instituut) aan de afdelingen Politicologie en Psychologie van de Universiteit van Amsterdam. www.uva.nl/over-de-uva/organisatie/medewerkers/content/d/o/e.j.doosje/e.j.doosje.html.
Artikel

Nederlands burgerschap op basis van een ‘sexuliere’ identiteit

De uitsluitende effecten van Nederlands integratiebeleid

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2016
Trefwoorden burgerschap, Integratiebeleid, religieuze orthodoxie, Identiteit
Auteurs Dr. Renée Wagenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    This article argues that the increasingly negative attitude towards religion in Dutch society correlates with how the government understands the notion of citizenship. While citizenship used to be understood in a broad and liberal sense, the interpretation of the notion has been narrowed down. Nowadays, citizenship is understood in a cultural-nationalist way, with an emphasis on progressive values, especially concerning sexual-ethical themes. The article shows that the focus on a ‘sexular’ identity as characteristic of good citizenship carries important implications for dealing with religion and religious orthodoxy. A multi-dimensional interpretation of citizenship offers alternatives for an inclusive society


Dr. Renée Wagenvoorde
Dr. R.A. Wagenvoorde is postdoctoral research fellow en funding officer bij het Centre for Religion, Conflict and the Public Domain van de Rijksuniversiteit Groningen.

    Van onafhankelijke toezichthouders wordt verwacht dat zij verantwoording afleggen. De gedachte is dat hoe onafhankelijker zij zijn, hoe meer verantwoording ze moeten afleggen om balans te houden in het systeem van checks and balances. Toezichthouders leggen via verschillende partijen verantwoording af, maar ook over een veelheid aan criteria. Is de toezichthouder binnen zijn wettelijke mandaat gebleven? Hoe heeft hij de aan hem ter beschikking staande middelen aangewend? Vooral in het financieel toezicht hebben zich op deze terreinen de laatste jaren ontwikkelingen voorgedaan. Deze ontwikkelingen roepen vragen op ten aanzien van de verantwoording door de toezichthouder. In dit artikel worden deze ontwikkelingen vanuit een juridisch perspectief bekeken en in relatie gezet tot het vertrouwen van het publiek in de toezichthouder.


Prof. mr. dr. Femke de Vries
Prof. mr. dr. F. de Vries is bijzonder hoogleraar Toezicht aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens lid van het bestuur van de AFM.

Mr. dr. Margot Aelen
mr. dr. M. Aelen is toezichthouderspecialist bij DNB.
Artikel

Kanttekeningen bij de Utrechtse kantorenaanpak

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1-2 2016
Trefwoorden kantorenaanpak, leegstand, inpassingsplan, instructieregels, Omgevingswet
Auteurs Dr. mr. F.A.G. (Frank) Groothuijse en Dr. mr. D. (Daan) Korsse
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage plaatsen de auteurs enige kritische kanttekeningen bij de Utrechtse kantorenaanpak, zoals besproken door Henk de Vries in TO 2015, afl. 3 p. 113-132


Dr. mr. F.A.G. (Frank) Groothuijse
Dr. mr. F.A.G. (Frank) Groothuijse is als universitair hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.

Dr. mr. D. (Daan) Korsse
Dr. mr. D. (Daan) Korsse is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.