Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 878 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x

    This article engages in a comparison of the regulation of PR in the Netherlands and the UK (specifically England and Wales). The latter is a good comparator as it operates a similar regulatory approach to the Netherlands, that of conditional acceptance of PR, the condition being (prior) consent. Furthermore, the UK boasts a more detailed and mature legal framework that continues to be tested through caselaw, and thus offers insight into how a regulatory approach conditional upon the (prior) consent of the deceased can fare.
    The article starts with a brief exposition of the new Dutch guidelines and the current legislative position in the Netherlands vis-à-vis posthumous reproduction (part II). Likewise, the relevant UK guidelines and legislative position are summarized (part III). This article draws out the similarities and differences between the two regimes, as well as engaging in a critical analysis of the regulations themselves. It then looks at how the UK regime has been challenged in recent years through caselaw in anticipation of the issues that might confront the Netherlands in future (part IV). The article concludes (part V) that the key lesson to be drawn from the UK experience is that clarity and consistency is crucial in navigating this ethically, emotionally, and time sensitive area. Further, that both the UK and the Netherlands can expect demand for more detailed and precise regulatory guidance as requests for the procedure increase, and within evermore novel circumstances.

    ---

    Dit artikel vergelijkt de regulering van postume reproductie (PR) in Nederland en het Verenigd Koninkrijk (in het bijzonder Engeland en Wales). Laatstgenoemde is daarvoor zeer geschikt, aangezien het VK een vergelijkbare reguleringsbenadering heeft als Nederland, namelijk de voorwaardelijke acceptatie van PR, waarbij (voorafgaande) toestemming de voorwaarde is. Bovendien beschikt het VK over een gedetailleerder en volwassener juridisch kader dat continu wordt getoetst door middel van rechtspraak. Dit kader biedt daarmee inzicht in hoe een regulerende benadering met als voorwaarde (voorafgaande) toestemming van de overledene kan verlopen.
    Het artikel vangt aan met een korte uiteenzetting van de nieuwe Nederlandse richtlijnen en de huidige positie van de Nederlandse wetgever ten opzichte van postume reproductie (deel II). De relevante Britse richtlijnen en het wetgevende standpunt worden eveneens samengevat (deel III). Vervolgens worden de overeenkomsten en verschillen tussen de twee regimes naar voren gebracht, met daarbij een kritische analyse van de regelgeving. Hierop volgt een beschrijving van hoe het VK de afgelopen jaren is uitgedaagd in de rechtspraak, daarmee anticiperend op vraagstukken waarmee Nederland in de toekomst te maken kan krijgen (deel IV). Tot slot volgt een conclusie (deel V) waarin wordt aangetoond dat de belangrijkste les die uit de Britse ervaring kan worden getrokken, is dat duidelijkheid en consistentie cruciaal zijn bij het navigeren door dit ethische, emotionele en tijdgevoelige gebied. En daarnaast, at zowel het VK als Nederland een vraag naar meer gedetailleerde en precieze regelgeving kunnen verwachten naarmate verzoeken om deze procedure toenemen, met daarbij steeds weer nieuwe omstandigheden.


Dr. N. Hyder-Rahman
Nishat Hyder-Rahman is a Post-doctoral Researcher at the Utrecht Centre for European Research into Family Law, Molengraaff Institute for Private Law, Utrecht University.
Artikel

Zorgen om zeden

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden artikel 139h Sr, kinderpornografie, grooming, seksuele intimidatie in de openbare ruimte, seks tegen de wil
Auteurs Mr. S.F.J. (Sidney) Smeets
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van de reeds aangekondigde integrale herziening en modernisering van de zedenmisdrijven in het Wetboek van Strafrecht en in relatie tot recente en in voorbereiding zijnde strafbaarstellingen op zedengebied brengt de auteur in deze bijdrage een aantal ‘zorgen om zeden’ voor het voetlicht. De auteur wil de wetgever daarmee handvatten aanreiken om de zedentitel inhoudelijk en systematisch tot een helder en werkbaar geheel om te vormen


Mr. S.F.J. (Sidney) Smeets
Mr. S.F.J. Smeets is advocaat bij Spong Advocaten te Amsterdam.
Mededinging

Concentratietoezicht en industriebeleid: tussen protectionisme en mededingingstoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden mededinging, concentratiecontrole, Industriebeleid, Protectionisme, hervormingsvoorstellen
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. E.M.R.H. Vancraybex
SamenvattingAuteursinformatie

    Het besluit van de Commissie om de fusie tussen Siemens en Alstom te verbieden heeft tot veel kritiek geleid. Het concentratietoezicht zou aan het ontstaan van Europese kampioenen op het mondiale speelveld in de weg staan. Verschillende lidstaten hebben opgeroepen tot een hervorming van het concentratietoezicht om beter rekening te houden met belangen van industriebeleid. Gedacht wordt aan een bevoegdheid voor de Raad om door de Commissie verboden concentraties alsnog goed te keuren op grond van overwegingen van industriebeleid dan wel een versoepeling van de analysekaders van de Commissie. In deze bijdrage gaan wij in op de rol van industriebeleid in het concentratietoezicht en de voor- en nadelen van de hervormingsvoorstellen, mede in het licht van de praktijk in de lidstaten. Wij concluderen dat er betere oplossingen denkbaar zijn. Voor zover industriepolitieke ‘correcties’ op de zuivere mededingingstoets toch in het concentratietoezicht worden ingebouwd, gaat onze voorkeur uit naar een goedkeuringsbevoegdheid voor de Raad waarbij de scheidslijn tussen de objectieve mededingingstoets en meer subjectieve politieke beslissingen helder blijft.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. E.M.R.H. Vancraybex
Mr. E.M.R.H. (Eline) Vancraybex is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Mededinging

Access_open Jurisdictie bij schade als gevolg van een inbreuk op het Europees mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden mededingingsrecht, Rechtsmacht, Kartelschade, Handlungsort, Erfolgsort
Auteurs Mr. drs. T.S. Hoyer en Mr. J.W. Fanoy
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit overzichtsartikel bespreken de auteurs de lijnen die zijn te ontdekken in de arresten CDC/Akzo, flyLAL, Apple en Tibor-Trans van het Hof van Justitie van de Europese Unie, die zien op de toepassing en uitleg van de artikel 7 lid 2, artikel 8 lid 1 en artikel 25 van de EEX-Vo in het geval van een schadevordering wegens een inbreuk op het Europees mededingingsrecht. Voorts gaan zij in op de (praktische) gevolgen van deze jurisprudentie voor een benadeelde die een schadevordering wegens een inbreuk op het Europees mededingingsrecht aanhangig wenst te maken.

    • HvJ EU 21 mei 2015, zaaknr. C-352/13, ECLI:EU:C:2015:335 (CDC/Akzo).

    • HvJ EU 5 juli 2018, zaaknr. C 27/17, ECLI:EU:C:2018:533 (flyLAL).

    • HvJ EU 24 oktober 2018, zaaknr. C 595/17, ECLI:EU:C:2018:854 (Apple).

    • HvJ EU 29 juli 2019, zaaknr. C 451/18, ECLI:EU:C:2019:635 (Tibor-Trans).


Mr. drs. T.S. Hoyer
Mr. drs. T.S. (Tom) Hoyer is advocaat bij BarentsKrans.

Mr. J.W. Fanoy
Mr. J.W. (Joost) Fanoy is advocaat bij BarentsKrans.
Artikel

De nabijheidsrechter en maatschappelijk effectieve rechtspraak

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2020
Trefwoorden vrederechter, toegang tot de rechter, verzoening, rechtsvergelijking, pilots
Auteurs Eddy Bauw, Stefaan Voet, Emanuel van Dongen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De wens om te komen tot maatschappelijk effectieve(re) rechtspraak domineert de agenda voor de (civiele) rechtspleging. Er wordt door de gerechten volop geëxperimenteerd met varianten die hiertoe kunnen bijdragen. In een onderzoek van het Montaigne Centrum van de Universiteit Utrecht en de KU Leuven is de praktijk van de vrederechter in Frankrijk en België in kaart gebracht. In deze bijdrage geven de onderzoekers een samenvatting van het onderzoek en de resultaten. Zij zien mogelijkheden de toegankelijkheid en laagdrempeligheid van de eerstelijnsrechtspraak in Nederland te verbeteren: organiseer rechtspraak dichter bij de burger en laat de kantonrechter de rol van nabijheidsrechter vervullen.


Eddy Bauw
Prof. dr. E. Bauw is hoogleraar Privaatrecht en Rechtspleging aan de Universiteit Utrecht.

Stefaan Voet
Prof. dr. S. Voet is hoofddocent aan de KU Leuven en de UHasselt.

Emanuel van Dongen
Mr. dr. E.G.D. van Dongen is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

Jim van Mourik
Mr. J. van Mourik is promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marc Simon Thomas
Mr. dr. M. Simon Thomas is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Kerkgenootschappen en hun religieuze functionarissen in het recht

Beschouwingen naar aanleiding van HR 4 oktober 2019 (NGK/Gort)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden kerkgenootschap, geestelijk ambtsdrager, arbeidsrecht, dwingend recht, kerkelijk dienstrecht
Auteurs Mr. dr. P.T. Pel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 oktober 2019 wees de Hoge Raad een belangwekkend arrest op het snijvlak van het rechtspersonenrecht, arbeidsrecht en kerkelijk recht. De zaak betreft het ontslag van een predikant die werkzaam was in een kerkgenootschap. De juridische kernvraag in cassatie is: welk recht is van toepassing op de rechtspositie van deze voorganger? Is dat het civiele arbeidsrecht, het kerkelijke dienstrecht of een samenloop van beide? De Hoge Raad biedt duidelijkheid op het grensvlak van kerk en staat.


Mr. dr. P.T. Pel
Mr. dr. P.T. Pel is als advocaat verbonden aan Pel advocaten te Hattem.
Artikel

Access_open Collectieve acties van franchisenemers

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Franchise, Franchiseovereenkomst, Collectieve actie, Franchisenemersvereniging, Franchisenemers
Auteurs Mr. A.W. Dolphijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde komt dat als franchisenemers hun belangen jegens de franchisegever collectief organiseren, zij in beginsel materieel verdergaande bevoegdheden kunnen hebben om te ageren tegen (voorgenomen wijzigingen van) bepalingen in de modelfranchiseovereenkomst.


Mr. A.W. Dolphijn
Mr. A.W. Dolphijn is advocaat te Rotterdam bij Ludwig & Van Dam advocaten.
Artikel

Access_open Het enig erfgenaamschap en het tweetrapslegaat: vermenging?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden legaat, vermenging, afgescheiden vermogen, artikel 6:161 BW, alternatief wettelijke verdeling
Auteurs Mr. dr. G.G.B. Boelens
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of een tweetrapslegaat (als alternatief voor de wettelijke verdeling) aan de langstlevende echtgenoot als enig erfgenaam (en bezwaarde) door vermenging tenietgaat.


Mr. dr. G.G.B. Boelens
Mr. dr. G.G.B. Boelens is medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad, sectie civiel.

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher
Artikel

Misverstanden over trauma: een illustratie aan de hand van ervaringen met geweld uit naam van de familie-eer

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Trauma, eergerelateerd geweld
Auteurs Dr. mr. Elisa van Ee en Prof. dr. Janine Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch police has noticed that in cases of honour-based violence often people are involved that might suffer from some form of trauma. Over the last years the police has dealt with cases from, for example, refugees that have fled from with war infected regions. Next to that, the road to the north of Europe was also involved with serious safety issues. Therefore the police works together with specialists in the treatment of trauma. In this article some frequently encountered misunderstandings about trauma are described, illustrated with cases of honour-based violence. The first misunderstanding is that all trauma is PTSS; the second is that PTSD explains all the mis happenings in an individual’s life; the third misunderstanding is that EMDR is the effective treatment for all sorts of trauma.


Dr. mr. Elisa van Ee
Dr. mr. Elisa van Ee is klinisch psycholoog en onderzoeker bij het Psychotraumacentrum Zuid-Nederland, Reinier van Arkel en Behavioural Science Intitute, Radboud Universiteit. Tevens is zij als extern deskundige op het gebied van trauma verbonden aan het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie.

Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en voorzitter van de redactie van PROCES.

Carolijn Beckers
Carolijn Beckers verzorgt communicatietrainingen, onder meer voor juristen.
Artikel

Access_open Motieven voor naleving van de wettelijke anti-witwasmeldplicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2020
Trefwoorden witwassen, transactiemonitoring, trustsector, banken, accountancy
Auteurs J.T. Rakké MSc en Prof. dr. mr. W. Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Toezichthouders hebben ernstige tekortkomingen geconstateerd bij het melden van ongebruikelijke transacties door meldplichtige instanties. Grootbanken zijn zelfs onderwerp van strafrechtelijk onderzoek. Om meer inzicht te verkrijgen in de motivaties van financiële instellingen om een melding te maken, wordt in dit artikel onderzocht welke factoren een rol spelen bij het naleven van de Wwft-meldplicht bij banken, accountancykantoren en trustkantoren. Deze factoren leiden tot economische, sociale en normatieve motieven die hoofdzakelijk aan het naleven van de meldplicht in de weg staan. Dit onderzoek draagt daarmee bij aan inzicht in de oorzaken van de eerder geconstateerde tekortkoming in de naleving van de anti-witwasmeldplicht.


J.T. Rakké MSc
J.T. Rakké MSc is junior toezichthouder bij De Nederlandsche Bank.

Prof. dr. mr. W. Huisman
Prof. dr. mr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open De WHOA als instrument voor (grensoverschrijdende) groepsherstructureringen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden faillissement, groepen, herstructureren, WHOA, garanties
Auteurs Mr. S.C. Pepels
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) introduceert de wetgever een nieuw instrument in de Faillissementswet: het dwangakkoord buiten surseance en faillissement. De auteur verkent in dit artikel de toepassingsmogelijkheden van de WHOA bij groepsherstructureringen, zowel in nationale als in internationale context.


Mr. S.C. Pepels
Mr. S.C. Pepels is associate Business Restructuring and Reorganization bij Jones Day Amsterdam en verricht als buitenpromovendus onderzoek naar het grensoverschrijdend herstructureren van groepen vennootschappen onder de herziene Insolventieverordening.
Artikel

Access_open Legal and Political Concepts as Contextures

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2020
Trefwoorden Concepts, Contextualism, Essentially Contested Concepts, Legal Theory, Freedom
Auteurs Dora Kostakopoulou
Samenvatting

    Socio-political concepts are not singularities. They are, instead, complex and evolving contextures. An awareness of the latter and of what we need to do when we handle concepts opens up space for the resolution of political disagreements and multiplies opportunities for constructive dialogue and understanding. In this article, I argue that the concepts-as-contextures perspective can unravel conceptual connectivity and interweaving, and I substantiate this by examining the ‘contexture’ of liberty. I show that the different, and seemingly contested, definitions of liberty are the product of mixed articulations and the development of associative discursive links within a contexture.


Dora Kostakopoulou
Artikel

Grensoverschrijdend bankbeslag op geldvorderingen vanuit Nederlands perspectief

Bespreking van het proefschrift van mr. C.A. Oudshoorn

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden beslag, executie, voorlopige en bewarende maatregelen
Auteurs Mr. dr. B.J. van het Kaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit proefschrift gaat Oudshoorn in op het grensoverschrijdend bankbeslag. Zij bespreekt de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter en de reikwijdte, alsmede de rechtsgevolgen van een Nederlands derdenbeslag onder een bank. Daarbij is relevant in hoeverre de bij de bank in het buitenland geadministreerde tegoeden binnen het Nederlandse bankbeslag vallen.


Mr. dr. B.J. van het Kaar
Mr. dr. B.J. van het Kaar is werkzaam als bedrijfsjurist in Amsterdam.
Artikel

Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade

Bespreking van het proefschrift van mr. D.A. van der Kooij

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden verbintenissenrecht, aansprakelijkheidsrecht, schadevergoedingsrecht, leer Smits, leer Demogue-Besier
Auteurs Mr. P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    Van der Kooij ontwikkelt een model om te bepalen wie recht heeft op vergoeding van welke schade. Deze bijdrage gaat met name over de prominente rol voor de relativiteitsleer in dit model, de afschaffing van de correctie-Langemeijer en de inzet van de leren Smits en Demogue-Besier ter nadere begrenzing van aansprakelijkheid.


Mr. P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is advocaat bij Stibbe in Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Institutioneel recht

Anomalie of de aankondiging van een omwenteling?

Het EU-stelsel van rechtsbescherming na Rimšēvičs

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden EMU, onafhankelijkheid, rechterlijke bevoegdheden, rechtsstaat, direct beroep
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Rimšēvičs vernietigde het Hof van Justitie voor het eerst een besluit van een nationaal overheidsorgaan. Het ging om het ontslag van de president van de Letse centrale bank. De vernietiging doorbreekt de klassieke bevoegdheidsverdeling tussen het Hof van Justitie en nationale rechters, maar is gebaseerd op een bijzondere bepaling uit het EMU-recht. Betreft het om die reden een geïsoleerd geval, of kan de uitspraak bredere implicaties krijgen?
    HvJ 26 februari 2019, gevoegde zaken C-202/18 (Rimšēvičs/Letland) en C-238/18 (ECB/Letland), ECLI:EU:C:2019:139.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. (Ton) van den Brink is Jean Monnet professor EU-wetgevingsleer en is als universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement in Europe – RENFORCE van de Universiteit Utrecht.

Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut Tilec aldaar.
Artikel

Een billijke schadevergoeding als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg: volledig en deels forfaitair

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden schadevergoeding, klachtenprocedure, klachtencommissie, psychiatrische patiënt
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    De komst van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg gaat gepaard met de mogelijkheid om in de klachtenprocedure een verzoek te doen tot toekenning van een schadevergoeding naar billijkheid. Dit artikel beoogt te verduidelijken wat onder een billijke schadevergoeding kan worden verstaan en hoe een verzoek om schadevergoeding zou moeten worden onderbouwd. Ook wordt toegelicht welke rol een forfaitair stelsel daarin zou kunnen spelen.


Mr. dr. R.P. Wijne
Rolinka Wijne is docent Gezondheidsrecht en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast bekleedt zij enkele andere functies op het terrein van het gezondheidsrecht.
Article

Access_open The Potential of Public Policy on Open Access Repositories

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2019
Trefwoorden public policy, dissemination, governance, open access, repositories
Auteurs Nikos Koutras
SamenvattingAuteursinformatie

    To address the potential of public policy on the governance of OARs it is necessary to define what is meant by public policy and the importance of public policy in designing an efficient governance framework. Critical components are the subject matter of public policy and its objectives. Hence, it is useful to consider declarations, policies and statements in relation to open access practice and examine the efficiency of these arrangements towards the improvement of stakeholders’ engagement in governance of OARs. Secondly, policies relating to dissemination of scientific information via OARs should be examined. In this regard, it is relevant to consider the public policy basis for Intellectual Property (IP) laws that concerning the utility of OARs. Therefore, economic theories relevant with the role of IP laws should be examined. Such examination depicts to what extend these laws facilitate the utility of OARs. In order to specify justifications for the desirability of OARs the objectives of social theories should be also considered. Thus, there is consternation that without legal protection against copying the incentive to create intellectual property will be undermined. As scholarly communication infrastructure evolves, it is necessary to recognize the efforts of the relationship between Intellectual Property Rights (IPRs) and communication technologies in the context of public policy and after engagement with it. After employing such multilevel approach, the paper argues about a socio-economic framework to enhance the governance of OARs through public policy.


Nikos Koutras
Postdoctoral Researcher, Faculty of Law, University of Antwerp.
Toont 1 - 20 van 878 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 43 44
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.