Zoekresultaat: 9 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Vrijheid en onvrijheid in het vermogensrecht in en na de Tweede Wereldoorlog

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden partijvrijheid, beknotting, bezetting, publiekrecht, gemeenschapsbelangen
Auteurs Prof. mr. C.J.H. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel analyseert de beknotting van privaatrechtelijke vrijheden tijdens de bezetting en na de bevrijding door middel van publiekrechtelijke en dwingendrechtelijke regels. De rechtvaardiging voor dit wetgevende ingrijpen school vaak in een algemeen belang. Er was daarmee sprake van een grote mate van continuïteit in de beperking van private partijen in hun handelingsvrijheid voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.


Prof. mr. C.J.H. Jansen
Prof. mr. C.J.H. Jansen is hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Pye v. United Kingdom: Hoe het constitutionele goederenrecht een kans miste onbillijke verjaringsverkrijgingen tegen te gaan

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden verkrijging door verjaring, adverse possession, Pye, openbare registers, constitutioneel goederenrecht
Auteurs Mr. dr. B. Hoops
SamenvattingAuteursinformatie

    In Pye besliste het EHRM dat het Engelse equivalent van verjaringsverkrijgingen niet in strijd was met art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM. Het EHRM hield hierbij onvoldoende rekening met de verschillen tussen verjaringszaken. Dit artikel toont aan hoe een meer genuanceerde beoordeling onbillijke van billijke verjaringsverkrijgingen had kunnen scheiden.


Mr. dr. B. Hoops
Mr. dr. B. Hoops is universitair docent aan de Vakgroep privaatrecht en notarieel recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Vrij verkeer

De (finale) verordening op het verbod op geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie

Een game changer voor online handel binnen de EU?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden geoblocking, geodiscriminatie, mededinging, Verordening (EU) 2018/302, digital single market
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. M.A.M.L. van de Sanden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 2 maart 2018 is de verordening gepubliceerd waarin geoblocking en andere vormen van discriminatie op grond van nationaliteit, woon- of vestigingsplaats worden verboden. Deze verboden moeten, net als de andere voorstellen die onderdeel uitmaken van de Digital Single Market-strategie, ertoe leiden dat klanten betere toegang krijgen tot goederen en diensten op de interne markt. Dit zou op haar beurt grensoverschrijdende verkoop moeten stimuleren. De verordening is van toepassing met ingang van 3 december 2018. Over de aanleiding voor en de inhoud van het voorstel tot de verordening schreven wij reeds in dit tijdschrift. In dit artikel wordt kort ingegaan op de finale tekst van de verbodsbepalingen. Ook worden de wijzigingen ten opzichte van het op 25 mei 2016 door de Europese Commissie gepresenteerde – en eerder in dit tijdschrift besproken – voorstel belicht.
    Verordening (EU) 2018/302 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aanpak van ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie op basis van nationaliteit, woonplaats of plaats van vestiging binnen de eengemaakte markt en wijziging van verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, PbEU 2018, L 601/1


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. (Pauline) Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag. M.A.M.L.

Mr. M.A.M.L. van de Sanden
(Mariska) van de Sanden is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

Het verbod op geoblocking en geodiscriminatie

Het voorstel voor een verordening betreffende de aanpak van geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie nader bezien

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden geoblocking, geodiscriminatie, mededinging, e-commerce, COM(2016)289
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. M.A.M.L. van de Sanden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 mei 2016 heeft de Europese Commissie als onderdeel van haar Digital Single Market-strategie een voorstel gepubliceerd voor een verordening waarin geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie (dat wil zeggen discriminatie op grond van nationaliteit, woon- of vestigingsplaats) worden verboden. De conceptverordening kent een ruim toepassingsbereik. Het voorstel beoogt met het verbod op geoblocking zowel discriminatie ten aanzien van de leveringsbereidheid en verkoopprijzen als discriminatie in de wijze van verkoop of betalingsmethoden bij online verkoop uit te bannen. Naast een bespreking van dit toepassingsgebied wordt aandacht besteed aan de wisselwerking met het mededingingsrecht, waaronder de e-commerce sector inquiry die de Europese Commissie (DG Concurrentie) momenteel ook uitvoert en ten slotte de gevolgen van de conceptverordening voor de praktijk.
    Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie op basis van nationaliteit, woonplaats of plaats van vestiging binnen de eengemaakte markt en wijziging van verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, COM(2016) 289.


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. (Pauline) Kuipers en M.A.M.L. (Mariska) van de Sanden zijn beiden werkzaam als advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. M.A.M.L. van de Sanden
Artikel

Legal tech made in Holland

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2016
Auteurs Nathalie Gloudemans-Voogd

Nathalie Gloudemans-Voogd
Artikel

Toerekening van kennis van een gevolmachtigde - een verkenning van artikel 3:66 lid 2 BW

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Toerekening, Kennis, Volmacht, actio pauliana
Auteurs Mr. B.M. Katan
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de toepassing van de leer van het grootste aandeel, zoals vervat in artikel 3:66 lid 2 BW, bestaat veel onduidelijkheid. De auteur geeft antwoord op zes vragen over de werking van artikel 3:66 lid 2 BW en signaleert onjuiste toepassingen van deze bepaling in de rechtspraak.


Mr. B.M. Katan
Mr. B.M. Katan is advocaat bij Stibbe en schrijft aan de Radboud Universiteit een proefschrift over de toerekening van kennis aan rechtspersonen. Reacties zijn welkom op.
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Artikel

Het Europees ‘Betaalpakket’ – Gevolgen voor de interne markt en het betalingsverkeer in Nederland

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden markt, Betaaldienstenrichtlijn, IV Verordening, MasterCard, interbancaire vergoedingen
Auteurs J.D. Mathis, LL.M. Mr.
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ‘Betaalpakket’ zal de nodige harmonisatie en rechtszekerheid bieden voor de verwezenlijking van een ware ‘interne betaalmarkt’ voor girale transacties binnen de EU. Door de invoering van ‘caps’ van 0,2 procent en 0,3 procent op interbancaire vergoedingen voor debit- en creditcardtransacties zullen de kosten van acceptatie op Europees niveau dalen. Deze ‘caps’ en aanvullende maatregelen in de herziene Betaaldienstenrichtlijn zullen op Europees niveau onder andere een gelijk speelveld creëren voor betaaldienstaanbieders en de toetreding van nieuwe spelers bevorderen. Naar verwachting zal de efficiëntie van het Europees betalingsverkeer als gevolg daarvan toenemen ten voordele van de consument en de handel.
    Voorstel voor een verordening van de Europese Commissie van 24 juli 2013 betreffende interbancaire vergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties, COM(2013)550 final (2013/0265 COD) (IV Verordening)
    Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 24 juli 2013 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2013/36/EU en 2009/110/EG en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG, COM(2013)547 final (2013/0264 COD) (Betaaldienstenrichtlijn)


J.D. Mathis, LL.M. Mr.
J.D. (Joseph) Mathis, LL.M. is onafhankelijk juridisch consultant. Voorheen werkzaam bij de Europese Commissie, ACM, en Cleary Gottlieb, Steen & Hamilton LLP (Brussel).

    Met de financiële steun van het FWO Vlaanderen werd een doctoraat geschreven over grensoverschrijdend familierecht in de praktijk. Opzet van het onderzoek was om de concrete toepassing van het Belgisch Wetboek IPR grondig door te lichten. De auteur onderzocht of de doelstellingen van de wetgever werden bereikt in de praktijk. Hiertoe steunde zij op drie bronnen: 1) een databank met meer dan 3000 adviesvragen aan het Steunpunt IPR; 2) diepte-interviews met magistraten gespecialiseerd in familiezaken met een internationaal aspect; 3) 659 rechterlijke uitspraken. Dit empirisch bronnenmateriaal gaf de auteur een goed zicht op de wijze waarop rechtbanken en administraties de IPR-regels toepassen. Het artikel gaat uitvoerig in op de empirische onderzoeksmethode en bespreekt enkele onderzoeksbevindingen en beleidsaanbevelingen.
    ---
    Through funding from the Research Foundation Flanders, a doctoral thesis on the actual practices of cross-border family law has been written. The main research question concerned whether or not the Belgian Code of Private International Law adequately deals with 'real-life' international family law matters. It was examined whether the objectives set out by the legislator have been met in practice. Three empirical sources were relied upon: 1) The database of the Centre for Private International Law, which contained more than 3.000 files, ranging from simple questions posed to the helpdesk to more elaborate advice given by the Centre's lawyers; 2) In-depth interviews with judges specialized in cross-border family cases; 3) 656 court decisions. This material allowed the author to obtain a very good understanding of how courts and (local) authorities apply the PIL rules. This paper elaborates on the empirical methodology, several research findings and policy recommendations.


Dr. Jinske Verhellen
Jinske Verhellen is currently a postdoctoral researcher at the Private International Law Institute of Ghent University. Alongside this, she lectures in private international law, nationality law and immigration law at the Oost-Vlaamse Bestuursacademie (East Flanders Management Academy).
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.