Zoekresultaat: 71 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2019 x Rubriek Article x
Institutioneel recht

Anomalie of de aankondiging van een omwenteling?

Het EU-stelsel van rechtsbescherming na Rimšēvičs

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden EMU, onafhankelijkheid, rechterlijke bevoegdheden, rechtsstaat, direct beroep
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Rimšēvičs vernietigde het Hof van Justitie voor het eerst een besluit van een nationaal overheidsorgaan. Het ging om het ontslag van de president van de Letse centrale bank. De vernietiging doorbreekt de klassieke bevoegdheidsverdeling tussen het Hof van Justitie en nationale rechters, maar is gebaseerd op een bijzondere bepaling uit het EMU-recht. Betreft het om die reden een geïsoleerd geval, of kan de uitspraak bredere implicaties krijgen?
    HvJ 26 februari 2019, gevoegde zaken C-202/18 (Rimšēvičs/Letland) en C-238/18 (ECB/Letland), ECLI:EU:C:2019:139.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. (Ton) van den Brink is Jean Monnet professor EU-wetgevingsleer en is als universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement in Europe – RENFORCE van de Universiteit Utrecht.
Verslag

Experimenteerwet rechtspleging

Verslag van de najaarsvergadering 2018 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2019
Auteurs Jacobus Dammingh en Marijn van den Berg
Auteursinformatie

Jacobus Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marijn van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland.
Article

Access_open Text and Data Mining in the EU ‘Acquis Communautaire’ Tinkering with TDM & Digital Legal Deposit

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Web harvesting, data analysis, text & data mining, TDM, computational text
Auteurs Maria Bottis, Marinos Papadopoulos, Christos Zampakolas e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Text and Data Mining (hereinafter, TDM) issue for the purpose of scientific research or for any other purpose which is included in the provisions of the new EU Directive on Copyright in the Digital Single Market (hereinafter, DSM). TDM is a term that includes Web harvesting and Web Archiving activities. Web harvesting and archiving pertains to the processes of collecting from the web and archiving of works that reside on the Web. In the following analysis we will elaborate briefly upon provisions in EU Copyright law which were discussed during the proposal for a new Directive on Copyright in the DSM as well as provisions which are included in the text of art.3 and art.4 of the new Directive 2019/790/EU per TDM. In addition, the following analysis presents legislation in very few EU Member States which pertains to TDM and preceded the rulings of Directive 2019/790/EU. Digital legal deposit remarkable examples from EU Member States are also presented in this paper. The example of Australia is also presented below hereto because it is one of the oldest and most successful worldwide. The National Library of Australia’s digital legal deposit is state-of-the-art.


Maria Bottis
Associate Professor, Department of Archives, Library Science and Museology, Ionian University, Corfu, Greece.

Marinos Papadopoulos
Attorney-at-Law, PhD, MSc, JD, Independent Researcher, Athens, Greece.

Christos Zampakolas
Archivist/Librarian, PhD, MA, BA, Independent Researcher, Ioannina, Greece.

Paraskevi Ganatsiou
Educator, MA, BA, Coordinator of Educational Projects in the Prefecture of Ionian Islands, Corfu, Greece.
Artikel

Een goed begin is het halve werk

Hoe kunnen we de behandeling en afwikkeling van kindschades samen verder verbeteren

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Kindschades, Zorgschade, Aansprakelijkheid, Klachtenfunctionaris, Schaderegeling
Auteurs Mr. J.G. Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    Als schaderegelaar word je regelmatig geconfronteerd met complexe schades van jonge kinderen. Gedurende een lange looptijd werken veel partijen met, naast maar ook langs elkaar. Met dit artikel hoop ik enkele praktische tips te geven voor een betere aanpak van deze schades, voor alle betrokken partijen.


Mr. J.G. Vos
Mevr. mr. J.G. Vos is personenschade- en aansprakelijkheidsdeskundige bij Andriessen Expertise.
Artikel

Niet-aangeboren hersenletsel bij kinderen en jongeren, de gevolgen voor het onderwijs

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden NAH, niet aangeboren hersenletsel, kinderen en jongeren, onderwijs
Auteurs C.M.C.M. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Langetermijngevolgen van niet-aangeboren hersenletsel (NAH) op de kinderleeftijd zijn divers en complex. Vroege signalering en tijdige interventie kunnen de nadelige gevolgen voor het onderwijs aan deze kinderen en jongeren beperken.


C.M.C.M. Hendriks
C.M.C.M. (Carla) Hendriks is GZ-psycholoog en neuropsycholoog en werkzaam in Heliomare, NAH-polikliniek voor kinderen en jongeren en de NAH-observatiegroep in Heemskerk.
Artikel

Access_open Mens durf te reeg’len!

Behandeling en afwikkeling van kindschades in medische aansprakelijkheidsdossiers: zo kan het ook

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Kindschades, Medische aansprakelijkheid, Herstelrecht, Mediation, Geschilbeslechting
Auteurs Mr. C.E. Jeekel
Auteursinformatie

Mr. C.E. Jeekel
Mr. C.E. (Corinne) Jeekel is advocaat bij Ace Letselschade Advocaten in Zwolle.
Artikel

Is het mogelijk om alle woningeigenaren verplicht van het aardgas af te schakelen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden aardgas, energietransitie, wijkgerichte aanpak, verplichten, gemeente
Auteurs Mr. R.A. (Rieneke) Jager
SamenvattingAuteursinformatie

    Alle circa 7 miljoen woningen in Nederland moeten in 2050 aardgasvrij zijn. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de gemeente. Onduidelijk is echter of, en zo ja hoe, de gemeente woningeigenaren met het (toekomstig) publiekrechtelijk instrumentarium tot afschakeling van het aardgas kan verplichten. In deze bijdrage wordt deze vraag beantwoord. Waar de gemeente nu nog geen verplichting tot het afschakelen kan opleggen, is dit na de inwerkingtreding van de Omgevingswet naar verwachting wel het geval. Het opleggen van de verplichting moet voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en blijft binnen de grenzen van het eigendomsrecht.


Mr. R.A. (Rieneke) Jager
Mr. R.A. Jager is advocaat bij Pels Rijcken en Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Informatie-uitwisseling en concentraties: standstill-verplichting en/of het kartelverbod?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2019
Trefwoorden informatie-uitwisseling, standstill-verplichting, concentraties, kartelverbod, artikel 101 VWEU
Auteurs Mattijs Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt het onderwerp informatie-uitwisseling in het kader van concentraties. Dergelijke informatie-uitwisseling kan zowel in de due diligence fase, voorafgaande aan de totstandkoming van een overnameovereenkomst, als in de fase tussen signing en closing van de transactie plaatsvinden.


Mattijs Bosch
Mr. M.K.M. Bosch is Senior Legal Counsel – Competition Law & Policy bij A.P. Møller-Mærsk. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De investeringstoets in vitale infrastructuren: laatste redmiddel of reden tot zorg?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2019
Trefwoorden vitale sectoren, investeringstoets, Europees recht, telecommunicatiesector, openbare veiligheid
Auteurs Tessa van Breugel, Saskia Lavrijssen en Leigh Hancher
SamenvattingAuteursinformatie

    In maart 2019 is het wetsvoorstel ongewenste zeggenschap telecommunicatie ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel introduceert een investeringstoets in de telecommunicatiesector. Het is een aanvulling op het bestaande wet- en regelgevend kader dat veelal is ingevoerd ten tijde van de privatisering en liberalisering van vitale infrastructuursectoren. Dit kader biedt volgens de regering niet langer afdoende bescherming tegen nationale veiligheidsrisico’s die in de huidige tijd door buitenlandse overnames en investeringen in de vitale infrastructuur kunnen ontstaan. De investeringstoets behoort tot een nieuw soort instrumentarium (de zogenoemde ‘tweedegeneratie-instrumenten’) met een grotere reikwijdte en breder toepassingsbereik dat in steeds meer EU-lidstaten zijn intrede doet. Hoewel het recent vastgestelde EU-screeningskader aanzienlijke ruimte laat aan EU-lidstaten om screening van investeringen vorm te geven, moet de wijze waarop deze ruimte wordt ingevuld in overeenstemming zijn met de fundamentele Europese vrijverkeerbepalingen. Dit artikel concludeert dat het wetsvoorstel in de huidige vorm een ongerechtvaardigde belemmering van het vrij verkeer vormt en herbezinning behoeft.


Tessa van Breugel
Mr. drs. T.A.B. van Breugel is afgestudeerd masterstudent ondernemingsrecht aan Tilburg University.

Saskia Lavrijssen
Prof. dr. S.A.C.M. Lavrijssen is hoogleraar regulering en toezicht aan Tilburg University.

Leigh Hancher
Prof. dr. L. Hancher is hoogleraar Europees recht aan Tilburg University en Florence School of Regulation.
Onderzoeksnotities

Detentie specifieke normering van de d2 aandacht- en concentratietest

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2019
Trefwoorden attention, concentration, norm scores, detainees, prison
Auteurs Dr. Jochem Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent studies show that neurocognitive functioning of people within the criminal justice system might be relevant for judicial intervention and reintegration programs, but the use of this information is hindered by – among other things – a lack of appropriate norm scores for neuropsychological tests. A total of 272 detainees completed the d2 attention and concentration test. This article shows that for the d2 attention and concentration test, the already available norm scores are not appropriate for the use within the criminal justice system. New norm scores for Dutch detainees are provided, based on outcomes of a regression based norm procedure. These norm scores are made freely available.


Dr. Jochem Jansen
Dr. J.M. Jansen is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Energie

Vergeet de effectbeoordeling niet: het beginsel van energiesolidariteit en leveringszekerheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden energiesolidariteit, solidariteitsbeginsel, artikel 194 VWEU, Nord Stream, Gasrichtlijn
Auteurs Dr. L.S. Reins
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 10 september 2019 heeft het Gerecht van de Europese Unie arrest gewezen in zaak T-883/16, Polen/Commissie. Dit artikel bespreekt de belangrijkste elementen van het arrest, met name in het kader van het energiesolidariteitsbeginsel en de daaruit, aldus het Gerecht, voortvloeiende verplichting om een effectbeoordeling met betrekking tot de energieleveringszekerheid van andere lidstaten uit te voeren in het geval van vrijstellingsbesluiten op grond van de Derde Gasrichtlijn. Hierbij wordt onder meer besproken of het Gerecht met zijn interpretatie van dit beginsel de uitvoerende macht, dat wil zeggen de nationale regelgevende instantie en de Commissie, tot meer concrete actie heeft willen doen bewegen.
    Gerecht 10 september 2019, zaak T-883/16, Polen/Commissie, ECLI:EU:T:2019:567


Dr. L.S. Reins
Dr. L.S. (Leonie) Reins is universitair docent aan het Tilburg Institute for Law, Technology and Society, Tilburg University.
Artikel

Access_open Conservatrix: afwikkeling van verzekeraars in de praktijk

Lessen uit de Conservatrix-uitspraak en de Wet herstel en afwikkeling verzekeraars

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2019
Trefwoorden verzekeraar, noodregeling, DNB, afwikkeling, bail-in
Auteurs Mr. B. Bierman en Mr. P. Kerckhaert
SamenvattingAuteursinformatie

    Bierman en Kerckhaert onderzoeken de Conservatrix-casus en gaan in op de vraag of er, na de introductie van de Wet herstel en afwikkeling verzekeraars, lessen uit deze zaak zijn te trekken. Uiterst actueel, nu een aantal verzekeraars de afgelopen jaren (bijna) in de problemen is gekomen, meest recent Yarden in oktober 2019.


Mr. B. Bierman
Mr. B. Bierman is advocaat bij Finnius te Amsterdam en is daarnaast verbonden als visiting faculty aan het Hazelhoff Centre for Financial Law van de Universiteit Leiden.

Mr. P. Kerckhaert
Mr. P. Kerckhaert is advocaat bij Finnius te Amsterdam.
Artikel

Religie, belangenafweging en neutraliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Religie, Belangenafweging, Neutraliteit, Beperkingen, Proportionaliteit, Staatsrecht
Auteurs Mr. dr. Jos Vleugel
SamenvattingAuteursinformatie

    Restrictions imposed by the state on the exercise of religion are always the result of a weighing of interests by a judge, an administrative body or a legislator. This weighing of interests is strongly influenced by the context within the exercise of religion take place. In this article four different spheres are distinguished: the internal religious sphere, the public sphere, the sphere of private institutions and the government sphere. The particular relationship that these spheres have with neutrality characterizes the balancing of interests. This explains and justifies why wearing religious clothing may be restricted in some situations and not in others.


Mr. dr. Jos Vleugel
Mr. dr. A. Vleugel is als universitair docent werkzaam bij de afdeling Staats-, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Hij promoveerde in 2018 op een proefschrift met de titel Het juridische begrip van godsdienst.
Artikel

Gezinsgericht werken in de gesloten residentiële jeugdhulp

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2019
Trefwoorden residential youth care, family-centered care, parental participation, closed institutions, systemic therapy
Auteurs Drs. Linde Broekhoven, Dr. Inge Simons en Dr. Floor van Santvoort
SamenvattingAuteursinformatie

    The importance of family-centered care in residential youth care is widely recognized in research, as well as in practice and policies. Involving parents in residential treatment is frequently associated with positive outcomes. However, applying a family-centered vision in the practice of residential youth care remains challenging. A program for family-centered care is developed by the Academic Workplace for Risk Youth (AWRJ). The program emphasizes the importance of involving parents from the start of the placement. Parents should be informed about family activities in the institution. Professionals treat parents as ‘experts’ concerning their child and involve them in decisions. Furthermore, parents are asked about their needs and supported for participation. Another important part of the program is the possibility to start systemic therapy during placement and continuing the therapy when the youth returns home. This article also discusses how to overcome barriers in involving parents and how this program can be implemented successfully.


Drs. Linde Broekhoven
Drs. L. Broekhoven is werkzaam als promovenda bij Pluryn en Amsterdam UMC.

Dr. Inge Simons
Dr. I. Simons is als Gz-psycholoog en senior onderzoeker verbonden aan Youz, onderdeel van Parnassia Groep.

Dr. Floor van Santvoort
Dr. F. van Santvoort is werkzaam als senior onderzoeker bij Pluryn.
Vrij verkeer

Nieuwe impulsen voor het vrije goederenverkeer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden interne markt, harmonisatie, markttoezicht, wederzijdse erkenning
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Het functioneren van de interne markt kent een aantal problemen die twee recente verordeningen – nrs. 2019/515 en 2019/1020 – proberen te verhelpen. De eerste verordening schoeit het markttoezicht op de conformiteit van producten die onderwerp zijn van op unieniveau geharmoniseerde normen op een nieuwe leest. De andere verordening introduceert een aantal procedures om de wederzijdse erkenning van niet-geharmoniseerde voorschriften van de lidstaten in de praktijk beter te laten werken. De onderhavige bijdrage geeft een overzicht van de belangrijkste bepalingen van de verordeningen.
    Verordening (EU) 2019/515 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende de wederzijdse erkenning van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 764/2008, PbEU 2019, L 91/1 en Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011, PbEU 2019, L 169/1


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Artikel

Herstel van het morele imago van daders als drijfveer voor bemiddeling

De ervaringen van bemiddelaars

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden mediators, victim-offender mediation, willingness to participate, offender-intentions, moral image
Auteurs Sven Zebel, Leonie Kippers en Elze Ufkes
SamenvattingAuteursinformatie

    Compared to victims, relatively little is known about the role of offenders’ emotions, needs and intentions in their (voluntary) decision to participate in victim-offender mediation (VOM). Insight into this decision process among offenders is important, as it may explain (part of) the positive outcomes participation in VOM can have for them, as well as for victims. Based on the work of Shnabel and Nadler (2008; 2015), we predicted that the need to restore their moral image is an important, underlying explanation for why offenders participate in VOM. To test this, we sampled 91 victim-offender mediation cases from the Dutch mediation agency Perpectief Herstelbemiddeling based on pre-defined characteristics. We approached the mediators who handled these cases and asked them to indicate the emotions, need to restore the moral image and intentions of the offenders in these cases. Consequently, we examined how these variables predicted offenders’ actual willingness to participate (or not) in these cases. Results indicated that the need to restore the moral image is indeed an important underlying factor in offenders’ decision to participate in VOM: according to mediators’ answers, offenders who felt more remorse about their crime, felt a stronger need to restore their moral image, which in turn predicted a stronger intention to apologize and help the victim. This intention to apologize and help emerged as the strongest, direct predictor of offenders’ willingness to participate. The relevance of Shnabel and Nadler’s needs-based model of reconciliation for VOM is discussed as well as important future research questions that remain.


Sven Zebel
Sven Zebel is universitair hoofddocent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid van de Universiteit Twente. In zijn onderzoek richt hij zich op de psychologische reacties op criminaliteit en conflict, en op de impact van interventies die trachten te herstellen en het risico op recidive te verlagen. In het bijzonder is hij geïnteresseerd in de inzet van digitale technologie om herstelrechtelijke (interactie)processen beter te begrijpen en te optimaliseren.

Leonie Kippers
Leonie Kippers is afgestudeerd als psycholoog aan de vakgroep Psychology of Conflict, Risk and Safety (PCRS) van de Universiteit Twente, waar zij zich in haar afstudeeronderzoek richtte op de factoren die deelname aan slachtoffer-dadergesprekken voorspellen voor slachtoffers en daders. Zij werkt momenteel als audiovisueel programmamaker bij Drijver Films. Daarnaast is zij als docent en ontwikkelaar verbonden aan de opleiding Mediaredactie bij opleidingscentrum Aventus.

Elze Ufkes
Elze Ufkes werkte tussen 2012 en 2018 als universitair docent aan de vakgroep Psychology of Conflict, Risk and Safety (PCRS) van de Universiteit Twente. Sinds 2018 is hij als onderzoeker en data-analist werkzaam bij de Algemene Rekenkamer, waar hij zijn interesse in beleidsonderzoek combineert met data-analytics.
Article

Access_open Mercosur: Limits of Regional Integration

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Mercosur, European Union, regionalism, integration, international organisation
Auteurs Ricardo Caichiolo
SamenvattingAuteursinformatie

    This study is focused on the evaluation of successes and failures of the Common Market of the South (Mercosur). This analysis of Mercosur’s integration seeks to identify the reasons why the bloc has stagnated in an incomplete customs union condition, although it was originally created to achieve a common market status. To understand the evolution of Mercosur, the study offers some thoughts about the role of the European Union (EU) as a model for regional integration. Although an EU-style integration has served as a model, it does not necessarily set the standards by which integration can be measured as we analyse other integration efforts. However, the case of Mercosur is emblematic: during its initial years, Mercosur specifically received EU technical assistance to promote integration according to EU-style integration. Its main original goal was to become a common market, but so far, almost thirty years after its creation, it remains an imperfect customs union.
    The article demonstrates the extent to which almost thirty years of integration in South America could be considered a failure, which would be one more in a list of previous attempts of integration in Latin America, since the 1960s. Whether it is a failure or not, it is impossible to envisage EU-style economic and political integration in South America in the foreseeable future. So far, member states, including Brazil, which could supposedly become the engine of economic and political integration in South America, have remained sceptical about the possibility of integrating further politically and economically. As member states suffer political and economic turmoil, they have concentrated on domestic recovery before being able to dedicate sufficient time and energy to being at the forefront of integration.


Ricardo Caichiolo
Ricardo Caichiolo, PhD (Université catholique de Louvain, Belgium) is legal and legislative adviser to the Brazilian Senate and professor and coordinator of the post graduate programs on Public Policy, Government Relations and Law at Ibmec (Instituto Brasileiro de Mercado de Capitais, Brazil).
Article

Access_open Levying VAT in the EU Customs Union: Towards a Single Indirect Tax Area? The Ordeal of Indirect Tax Harmonisation

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2019
Trefwoorden single indirect tax area, VAT action plan, quick fixes, e-commerce package, definitive VAT system
Auteurs Ben Terra
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution deals with the latest proposals regarding levying VAT in the European Union (EU) Customs Union. The present system, which has been in place since 1993 and was supposed to be transitional, splits every cross-border transaction into an exempted cross-border supply and a taxable cross-border acquisition. It is like a customs system, but lacks equivalent controls and is therefore the root of cross-border fraud. After many years of unsuccessful attempts, the Commission abandoned the objective of implementing definitive VAT arrangements based on the principle of taxing all cross-border supplies of goods in the Member State of their origin, under the same conditions that apply to domestic trade including VAT rates. The European Parliament and the Council agreed that the definitive system should be based on the principle of taxation in the Member State of the destination of the goods. After a brief discussion of the VAT Action Plan of 2016 (Section 1), the e-commerce package in the form of Directive (EU) 2017/2455 is dealt with (Section 2), followed by the proposal to harmonise and simplify certain rules in the VAT system and introduce the definitive system, only partially adopted (Section 3). Section 4 deals with the proposal to introduce detailed measures of the definitive VAT system. The proposed harmonisation and simplification of certain rules were meant to become applicable on 1 January 2019, but will become only partially applicable on 2020. It is proposed to make the detailed measures of the definitive VAT system applicable in 2022. It remains to be seen whether the Member States are willing to accept the definitive VAT system at all; hence the subtitle ‘the ordeal of indirect tax harmonisation’.


Ben Terra
Prof. Dr. Dr. h.c. Ben Terra was a professor of tax law at the universities of Amsterdam and Lund and visiting professor at the Universidade Católica in Lisbon.
Article

Access_open The EU Customs Union after Brexit

How from a Customs Perspective the Integrity of the Internal Market Is Protected after the Transitional Phase under the Revised Protocol on Ireland/Northern Ireland

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Brexit, EU Customs Union, Internal Market
Auteurs Walter de Wit
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution the author examines how, from a customs perspective, the integrity of the internal market is protected after the transitional phase under the Revised Protocol on Ireland/Northern Ireland. He briefly discusses the customs aspects of the Withdrawal Agreement and then examines in depth the revised arrangement with regard to the Irish border in light of the protection of the integrity of the internal market. He shows that the revised arrangement cleared the Brexit deal through parliament and paved the UK’s way to leave the EU on 31 January 2020. He concludes, however, that given the complexity of the legislation underlying the revised arrangement, the UK will be paying a high price for getting Brexit done, keeping the Irish border open and protecting the integrity of the internal market of the EU.


Walter de Wit
Walter de Wit is a professor in International and European Customs Law at the Erasmus School of Law and is also affiliated to EY.
Artikel

Stand van zaken van het straf(proces)recht in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en op de BES-eilanden

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Caribische strafvordering, herziening straf(proces)recht, verhoorsbijstand, modernisering
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de status van de invoering van het Wetboek van Strafvordering in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Hij bespreekt tevens de ontvangst van de reeds ingevoerde Wetboeken van Strafrecht en de strafrechtelijke uitvoeringswetgeving en gaat in op het nut en de noodzaak van een nieuw strafprocesrecht. De auteur bespreekt ook enige specifieke voorstellen in het beoogde Wetboek van Strafvordering en staat tot slot stil bij de effecten die het project Modernisering Strafvordering in Europees Nederland op die regelgeving heeft.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt hij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. mr. H. de Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering.
Toont 1 - 20 van 71 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.