Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 220 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2014 x Rubriek Article x
Artikel

De inhoud van het biedingsbericht: enkele beschouwingen naar aanleiding van CBb 12 september 2014 (Hestya Energy/H.E.S. Beheer)

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2014
Trefwoorden biedingsbericht, openbaar bod, goedkeuringsbesluit, H.E.S. Beheer, informatieverstrekking
Auteurs Mr. M.F. Noome
SamenvattingAuteursinformatie

    Noot bij CBb 12 september 2014 inzake het openbaar bod op H.E.S. Beheer waarin de mogelijkheid besproken wordt voor een belanghebbende om beroep in te stellen tegen het goedkeuringsbesluit van de AFM met betrekking tot het biedingsbericht en de informatie die een biedingsbericht dient te bevatten.


Mr. M.F. Noome
Mr. M.F. Noome is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Nachgründung, financial assistance en uitkeringen aan aandeelhouders: het overgangsrecht en de relevante jurisprudentie

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2014
Trefwoorden nachgründung, financiële steunverlening, overgangsrecht, statutaire verwijzingen, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. P. Hofsteenge
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het overgangsrecht met betrekking tot de Wet Flex-BV dat op grond van de wet, parlementaire geschiedenis en jurisprudentie geldt ten aanzien van nachgründung, financial assistance en uitkeringen aan aandeelhouders. In de jurisprudentie is dit overgangsrecht meerdere malen aan de orde gekomen en duidelijk is gebleken dat de normen uit de ‘oude’ artikelen nog steeds van betekenis zijn.


Mr. P. Hofsteenge
Mr. P. Hofsteenge is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De executeur in een nalatenschap met bitcoins en andere ‘digitale bezittingen’

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden digitale nalatenschap, executeur, zorgplicht, quasiopdracht
Auteurs Mr. L.A.G.M. van der Geld
Samenvatting

    In deze bijdrage gaat de auteur op zoek naar wat de verplichtingen zijn die de executeur heeft ten aanzien van de onlinenalatenschap. Moet een executeur actief op zoek naar bitcoins en andere digitale bezittingen? Hoever gaat zijn onderzoeksplicht in een onlinenalatenschap? Ook gaat de auteur kort in op de erfbelasting en digitale bezittingen: de executeur moet ook hier aangifte van doen.


Mr. L.A.G.M. van der Geld
Artikel

Problemen in verband met de beperkte erfrechtelijke rechtskeuzemogelijkheid in Nederlands-Duitse verhoudingen: nu en vanaf 17 augustus 2015

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden grensoverschrijdende erfopvolging, Duitsland, rechtskeuze, vererving, afwikkeling, internationaal erfrecht, Europese Erfrechtverordening
Auteurs W. Eule en Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk wordt regelmatig geconfronteerd met nalatenschappen die raakvlakken hebben met zowel Duitsland als Nederland. De afwikkeling hiervan verloopt niet altijd even soepel, onder meer als gevolg van de afwijkende regels van internationaal erfrecht in Duitsland en Nederland. De rechtskeuzemogelijkheid van de erflater biedt meestal ook slechts beperkt uitkomst. In deze bijdrage worden de huidige problemen rondom toepasselijk erfrecht en rechtskeuze in Duits-Nederlandse verhoudingen in kaart gebracht en, waar mogelijk, van een (praktische) oplossing voorzien. Bovendien wordt onderzocht welke van deze problemen onder de Erfrechtverordening (vanaf 17 augustus 2015) zullen zijn opgelost en hoe met oude en nieuwe rechtskeuzes moet worden omgegaan in de Duits-Nederlandse boedelpraktijk.


W. Eule
W. Eule is advocaat en notaris in Neuenhaus, Duitsland.

Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade advocaten en notarissen te Groningen.
Artikel

Toezichthouders op straat

Een internationaal vergelijkende benadering

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden politie, boa’s, handhaving in de openbare ruimte, plural policing, fragmentatie
Auteurs Prof. dr. ir. Jan Terpstra en Dr. Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    De zorg voor veiligheid wordt niet meer gezien als exclusieve taak van de politie. Naast de politie zijn andere, zowel publieke als private toezichthouders en handhavers werkzaam in de (semi)publieke ruimte. Dit gebeurt niet alleen in Nederland, maar ook in veel andere landen, zowel binnen als buiten Europa. Vaak leidt dat tot een gefragmentariseerd stelsel van handhaving. Het internationale vergelijkende onderzoek dat in dit artikel wordt gepresenteerd, biedt aanknopingspunten om te leren van ervaringen die in andere landen zijn opgedaan. Tevens worden twee opties besproken waarin wordt aangegeven hoe de coördinatie kan worden verbeterd.


Prof. dr. ir. Jan Terpstra
Prof. dr. ir. J.B. Terpstra is als hoogleraar Criminologie verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Dr. Bas van Stokkom
Dr. B.A.M. van Stokkom is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

De niet-financiële impact van schadetoebrenging en hoe daaraan tegemoet te komen

Over excuses, actieve schadeafwikkeling en procedurele rechtvaardigheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden afwikkelingsproces, impact van schadetoebrenging, beleving van slachtoffer, emotionele bankrekening, communicatie, immateriële behoeften, excuses, procedurele rechtvaardigheid, actieve schadeafwikkeling
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans en L. Hulst MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek dat in opdracht van het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) is verricht naar de baten, effectiviteit en methode van het bevorderen door verzekeraars van het aanbieden van excuses aan verkeersslachtoffers. Ingegaan wordt op de niet-financiële impact van schadetoebrenging en wat er voor mogelijkheden zijn om daaraan tegemoet te komen. Daarbij is niet alleen gekeken naar excuses door de veroorzaker van het verkeersongeval, maar ook naar wat verzekeraars zelf kunnen doen aan de omstandigheid dat verkeersslachtoffers door het ongeval en zijn gevolgen ook ‘rood staan op hun emotionele bankrekening’. In een volgende bijdrage zal verslag worden gedaan van door verzekeringsmaatschappijen in het kader van dit onderzoek uitgevoerde pilots.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.

L. Hulst MSc
Mw. mr. L. Hulst MSc is jurist en psycholoog bij de afdeling privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.
Artikel

Het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade: een beschrijving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, affectieschade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. Deze bijdrage geeft een beschrijving van het voorstel en vormt een inleiding op de bijdragen van Van, Blok en Van Schoonhoven (commissie Wetgeving van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade) en van Kremer (directeur Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars) in dit nummer.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Causaal verband in whiplashzaken: een beschouwing vanuit juridisch en medisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden whiplash, causaal verband, schade, letselschadeclaim, juridisch perspectief, medisch perspectief
Auteurs Mr. P. Oskam en Drs. A.M. Reitsma
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de recente rechtspraak in whiplashzaken besproken. De huidige lijn in de rechtspraak wordt vervolgens zowel vanuit juridisch als vanuit medisch perspectief belicht, waarbij onder meer aandacht wordt besteed aan de richtlijnen van de NVN en de behandelbaarheid van subjectieve gezondheidsklachten. De auteurs gaan onder meer in op de vragen of de huidige lijn in de rechtspraak wel een gewenste ontwikkeling is en of de rechter niet te veel zijn eigen (niet medische onderbouwde) weg gaat in whiplashzaken. De auteurs pleiten voor het aannemen van een beperkte looptijd in whiplashzaken.


Mr. P. Oskam
Mevr. mr. P. Oskam is advocaat bij Kennedy Van der Laan Advocaten te Amsterdam.

Drs. A.M. Reitsma
Mevr. drs. A.M. Reitsma MD, Master of Biomedical Ethics, is medisch adviseur van ASR Schadeverzekering N.V.
Artikel

Affectieschade en zorgschade; een (on)mogelijk duo?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, immateriële schade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade, affectieschade
Auteurs Mr. F.Th. Kremer
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. In deze bijdrage geeft de auteur een reactie op het conceptwetsvoorstel vanuit de kant van verzekeraars.


Mr. F.Th. Kremer
Mr. F.Th. Kremer is directeur van de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV).
Artikel

Het geheim van de smid

De Wbp en het recht op inzage in en afschrift van stukken tijdens het medisch beoordelingstraject bij personenschades: waar staan we inmiddels?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wbp, medisch beoordelingstraject, recht op inzage, persoonsgegevens, personenschade
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Al geruime tijd staat binnen de letselschadebranche ter discussie in hoeverre benadeelden met een beroep op artikel 35 Wbp inzage in en afschrift van documenten kunnen krijgen van (de verzekeraar van) de aansprakelijke partij, wanneer daarin persoonsgegevens zijn verwerkt. In het bijzonder speelt daarbij de vraag of benadeelden tevens recht hebben op inzage in en afschrift van (1) interne notities die in het kader van de afwikkeling van personenschades door medewerkers van verzekeraars en andere aan de zijde van verzekeraars bij de afwikkeling betrokken personen zijn opgesteld en (2) adviezen van de medisch adviseur(s) van verzekeraars. Hoewel hierover inmiddels de nodige jurisprudentie is verschenen, bestaat er op dit gebied nog steeds onduidelijkheid en vormen deze vragen nog regelmatig voer voor discussie.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz te Rotterdam.
Artikel

Peacemaking circles

Een onderzoek naar de mogelijke implementatie in Europa

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Peacemaking circles, implementation in Europe, community, inclusion, equality
Auteurs Davy Dhondt en Ivo Aertsen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this short paper, a summarising report is presented on a two years action-research project (2011-2013) co-funded by the European Union on how to conceive and implement peacemaking circles in a European legal and cultural environment. In a first part of the paper, the background and reasons for implementing peacemaking circles are explained, and attention is given to their added value as compared to the models of victim-offender mediation and conferencing. After a short presentation of the action-research set-up in three countries (Belgium, Germany and Hungary), a selective list of critical issues is discussed as they have been experienced during the project: the selection of files and the preparatory phase of a peacemaking circle, the running of the circle meeting and the meaning of some of its operational principles (the role of the circle keeper, the function of rituals, the talking piece, the decision making process, …). Also the involvement of the community at its different levels - from the community of care to the macro-community - is discussed, as well as how the direct conflict parties experience the presence of these communities. A general conclusion is that a model of peacemaking circles can be implemented in a European context effectively, but developing a methodology on how to involve members of the wider community remains a challenge.


Davy Dhondt
Davy Dhondt is bemiddelaar bij Suggnome, Forum voor herstelrecht en bemiddeling, www.suggnome.be.

Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is hoogleraar Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Katholieke Universiteit Leuven en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Restorative Transformative Learning en Partnergeweld

Van ‘herstellen’ naar ‘herstellend transformeren’

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden intimate partner violence, restorative justice, transformative learning, meaning perspectives, restorative transformative learning
Auteurs Dana Weistra en Anthony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    Many articles have dealt with the question why restorative justice in cases of intimate partner violence (IPV) may or may not be appropriate. Seeing however as a punitive approach towards IPV is rapidly losing popularity as an effective way of dealing with this complex type of violence, as well as the outcomes of a recent study by the European Agency for Fundamental Rights (2014) – where 25% of the Dutch women that were surveyed indicated they had experienced violence by an intimate partner – restorative justice may be a promising alternative after all.
    Instead of adding to the debate, the current article focuses on how restorative justice can be constructed to be appropriate for IPV cases, and is explorative in nature. In order to do so, the theory behind transformative learning is combined with restorative justice practices, shifting the focus from ‘restoration’ to ‘restorative transformation’. Such a restorative transformative learning approach focuses on transforming violent meaning perspectives that dictate the use or toleration of violence. Instead of trying to restore the individual back to the state they were in before the violence took place – as ‘restoration’ traditionally implies – the goal of restorative transformative learning is to restore the individual back to a state before a violent meaning perspective was acquired. The transformation of violent meaning perspectives is therefore the prerequisite for restoration.
    The method that is introduced in this article offers a practical framework and guidelines to achieve such a transformation. It answers to the complexity of IPV cases by focusing on the entire family system, while leaving room for individual restoration. In doing so, restorative transformative learning may possibly open the way to the acceptance of restorative justice in the field of IPV.


Dana Weistra
Dana Weistra studeerde in 2014 af aan de Universiteit van Tilburg op het onderwerp restorative justice and intimate partner violence en heeft stage gelopen bij het International Victimology Institute Tilburg op het project Mediation naast strafrecht. Momenteel is zij werkzaam als junior onderzoeker en beleidsmedewerker bij Slachtofferhulp Nederland.

Anthony Pemberton
Antony Pemberton is hoogleraar Victimologie bij Intervict in Tilburg. Hij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Prevalentie van ernstige misdrijven bij slachtoffer-daderbemiddeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden seriousness, offenses, mediation, range of cases, outcome
Auteurs Wendy Schreurs, Sven Zebel en Elze Ufkes
SamenvattingAuteursinformatie

    A debate exists in the literature about the question whether (different forms of) mediated contact between victims and offenders occur and are appropriate only after minor offenses. This contribution therefore examines whether a relationship exists between the seriousness of offenses and the degree to which in practice cases result in mediated contact, in the Dutch context. More specifically, we report the first findings of a study aimed to (a) examine the seriousness of cases that were registered at the foundation Slachtoffer in Beeld (Victim in Focus; responsible for the execution of mediated contacts between victims and offenders in the Netherlands), and (b) compare the seriousness of cases at this foundation that resulted in different forms of mediated contact (including cases in which no contact emerged). To this end, we sampled 200 cases from the data system of Victim in Focus in a random manner; consequently, the seriousness of each of these cases was coded. The mean duration of incarceration sentenced for specific offenses in the Netherlands was used as an (as objective as possible) indication of the seriousness of the offenses in these cases. The results indicated that the cases registered at Victim in Focus do not consist exclusively of minor offenses. A substantial part consists of more serious offenses, especially when this is compared to the prevalence of all (minor and serious) offenses in the Netherlands. In addition, we observed no relationship between the seriousness of cases and the form of mediated contact (or no contact) that emerged at Victim in Focus; mediated contact arose to the same degree for serious compared to minor offenses. The implications of these results for the debate mentioned above are discussed, taking into account the manner in which victim-offender mediation is organized in the Netherlands.


Wendy Schreurs
Wendy Schreurs is afgestudeerd aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente, op onderzoek naar de ontwikkeling van een ernstmonitor in de context van slachtoffer-daderbemiddeling. Ze werkt nu als PhD student op een project over de inzet van burgers bij politiewerk en interventies om die inzet te verbeteren.

Sven Zebel
Sven Zebel is universitair docent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid van de Universiteit Twente. Hij houdt zich bezig met de psychologische reacties op wangedrag, conflicten en misdrijven, en de impact van interventies die trachten te herstellen en de kans op recidive te verkleinen (e.g. bemiddeling, reclasseringstoezicht, toekomstverbeelding).

Elze Ufkes
Elze Ufkes is universitair docent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente. Hij richt zich in zijn onderzoek op hoe groepsprocessen zoals groepslidmaatschap en stereotypering conflictgedrag van mensen beïnvloedt.
Artikel

Waar zijn toch al die ondeugende kinderen gebleven?

Diagnose en behandeling van ADHD ter voorkoming van ernstig en gewelddadig crimineel gedrag

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Auteurs Prof. dr. Willem de Haan
Auteursinformatie

Prof. dr. Willem de Haan
Prof. dr. W.J.M. de Haan is senior research fellow bij de Afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Over pragmatisme en strategie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden corporate security, private investigations, private settlements, forum shopping
Auteurs Clarissa Meerts MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article data derived from observations and interviews are used to examine private methods of investigation as used by corporate security providers in the Netherlands, and the private settlement options which follow those investigations. It is argued that, rather than leadership being exercised by public actors and institutions (police, prosecutors, criminal courts and also civil courts), those actors are selectively and strategically mobilised by corporate security, on behalf of their private sector clients. Corporate security and its clients have a ‘pick and choose’ approach when searching for an optimal solution for the incident at hand (forum shopping).


Clarissa Meerts MSc
C.A. Meerts, MSc is promovenda en wetenschappelijk docent bij de Sectie Criminologie aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De diagnostische waarde van bewijs

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Bayesian analysis, Diagnostic value, Evidence evaluation, Alternative scenarios
Auteurs Prof. mr. dr. Eric Rassin
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditionally, the Dutch penal judge needs to determine whether the suspect has committed the crime for which he is being prosecuted. This is generally done by accumulating incriminating evidence. Recently, it has been argued that this accumulation fosters the risk of a miscarriage of justice. Alternatively, the judge may want to rely on a Bayesians analysis of the evidence. Particularly, diagnostic values for each piece of evidence must be established. Therefore, it must be investigated how well the evidence fits in the primary and in alternative scenarios. This approach is discussed in this contribution.


Prof. mr. dr. Eric Rassin
Prof. mr. dr. Eric Rassin is werkzaam bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Kinderpornorechercheurs en hun mentale weerbaarheid

Hoe rechercheurs de impact van kinderpornografiezaken ervaren en daarmee omgaan

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Auteurs Drs. Henk Sollie, Dr. Nicolien Kop en Prof. dr. Martin Euwema
SamenvattingAuteursinformatie

    Eleven Teams against Child Abuse Images and Transnational Child Sex Offences (TBKKs) are operating within the Dutch National Police Force. This study provides an in-depth analysis of the resilience of criminal investigators working in these teams and how they perceive and cope with daily work stressors. Observational studies within five TBKKs and 35 semi-structured interviews with child pornography investigators revealed that managing their heavy caseloads, classifying abusive images, dealing with suspects and conducting home searches can sometimes be (very) challenging. Despite these demanding work aspects, investigators experience low levels of stress. By employing emotional detachment, self-reflection, workload regulation, social support and meaningfulness, they overcome the stress of investigating internet child exploitation. However, successful implementation of these resilience-enhancing strategies depends on the availability of several individual and organizational resources. To reduce the risk of health problems and to stimulate positive functioning, these resources require permanent investment from police management and investigators themselves.


Drs. Henk Sollie
Drs. H. Sollie is promovendus ‘Mentale Weerbaarheid binnen de Opsporing’ bij de Nederlandse Politieacademie.

Dr. Nicolien Kop
Dr. N. Kop is lector Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde bij de Nederlandse Politieacademie.

Prof. dr. Martin Euwema
Prof. dr. M.C. Euwema is hoogleraar Organisatiepsychologie, KU Leuven.
Artikel

Mediëren verhoortechnieken de verandering in verklaringsbereidheid van verdachten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden effectiveness of interrogations, interrogation tactics, suspects’ statement, Structural Equation Modeling
Auteurs Dr. Willem-Jan Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    This study aims to provide more knowledge on the extent to which criminal investigators are able to influence suspects’ statement. For this purpose, 166 observed interrogations covering the whole interrogation were analyzed. Based on these longitudinal data Structural Equation Modeling was used to examine the extent to which interrogation tactics mediate the changing statement between the start and the end of the interrogation. The results show that particularly suspects who give a statement on personal affairs at the beginning of the interrogation change their statement. Manipulating techniques are used more often when suspects are silent and confrontational techniques are used more often when suspects declare about the crime. Only confrontational techniques seem to contribute to changes in suspects’ statement. Accusatory interrogation tactics do not mediate the relationship between the statement given at the beginning of the interrogation and the change in statement. It can be concluded that suspects who are silent at the beginning of the interrogation or who declare about the crime in most cases don’t change their statement and that with using accusatory interrogation techniques criminal investigators seem to be unable to influence their statement.


Dr. Willem-Jan Verhoeven
Dr. W.J. Verhoeven is universitair docent criminologie bij de sectie Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De brug tussen wetenschap en opsporingspraktijk

Onderzoek naar de toepassing van sociale netwerkanalyse in de opsporing

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden social network analysis (SNA), big data, criminal investigation, intelligence
Auteurs Drs. Paul Duijn en Dr. Peter Klerks
SamenvattingAuteursinformatie

    Social network analysis (SNA) has taken its place in the field of criminology, although among Dutch criminologists the emphasis remains on conceptual contributions. Meanwhile, the world of criminal investigation and intelligence has witnessed the development of a blossoming SNA-practice. The emergence of big data makes SNA an indispensable tool to exploit the oceans of data in a meaningful way. Unfortunately, when it comes to employing SNA, academia and the investigations and intelligence domains remain separated. While Dutch analysts adopt scientific ideas and concepts, they rarely contribute to the body of literature; confidential SNA reports remain inaccessible. Shedding light on over forty SNA related internal police studies, this article bridges the gap between Dutch academic criminologists and ‘pracademics’ in law enforcement.


Drs. Paul Duijn
Drs. P.A.C. Duijn is als strategisch analist werkzaam binnen de eenheid Den Haag van de Nationale Politie en is als docent verbonden aan de Politieacademie.

Dr. Peter Klerks
Dr. P.P.H.M. Klerks werkt als raadadviseur bij het Parket-Generaal van het Openbaar Ministerie en is als docent verbonden aan de Politieacademie.
Artikel

Acute dreigingen, vage geruchten

Opsporing van terroristische misdrijven en de handelingsruimte van politie- en justitiefunctionarissen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden criminal investigation, terrorism, discretionary authority, street-level bureaucrats
Auteurs Dr. Barbra van Gestel en Dr. Christianne de Poot
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2007 the police and the public prosecution service in the Netherlands can apply special investigative powers in case of ‘indications’ of a terrorist offense. To investigate signs of terrorism, a suspicion is no longer needed. The underlying assumption behind this extension is that the ‘old’ legislation offers insufficient opportunities to investigate signs of terrorism in an early phase. In this article we examine this assumption about the action space of investigating officers. For the period 2007-2011, we examined how investigating officers responded to signs of terrorism in practice, what investigative powers they used, and how they – as street level bureaucrats – handled their discretionary authority. The research shows that police and judiciary officials are very well able to investigate signs of terrorism with the already existing powers, and that they have made little use of the new ‘indications’ criterion


Dr. Barbra van Gestel
Dr. B. van Gestel is socioloog en is als onderzoeker werkzaam voor het WODC.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is senior onderzoeker bij het WODC en tevens lector Forensisch Onderzoek bij de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie.
Toont 1 - 20 van 220 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.