Zoekresultaat: 14 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2014 x Rubriek Article x
Artikel

Nachgründung, financial assistance en uitkeringen aan aandeelhouders: het overgangsrecht en de relevante jurisprudentie

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2014
Trefwoorden nachgründung, financiële steunverlening, overgangsrecht, statutaire verwijzingen, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. P. Hofsteenge
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het overgangsrecht met betrekking tot de Wet Flex-BV dat op grond van de wet, parlementaire geschiedenis en jurisprudentie geldt ten aanzien van nachgründung, financial assistance en uitkeringen aan aandeelhouders. In de jurisprudentie is dit overgangsrecht meerdere malen aan de orde gekomen en duidelijk is gebleken dat de normen uit de ‘oude’ artikelen nog steeds van betekenis zijn.


Mr. P. Hofsteenge
Mr. P. Hofsteenge is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De nieuwe erfrechtelijke penshonado-regeling?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2014
Trefwoorden erfrecht, penshonado, legitieme portie, interregionaal, conflictregels
Auteurs Anita C.E. Sewberath Misser LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Een artikel dat is afgeleid van de afstudeerscriptie van de auteur met als titel De invloed van de afschaffing van de legitieme portie op het interregionaal erfrecht binnen het Koninkrijk der Nederlanden.


Anita C.E. Sewberath Misser LLM
A.C.E. Sweberath Misser LLM is lid van de Raad van Toezicht van het St. Elisabeth Hospitaal te Curaçao. Zij heeft in mei 2013 haar LLM-titel behaald aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Dit artikel is afgeleid van haar afstudeerscriptie De invloed van de afschaffing van de legitieme portie op het interregionaal erfrecht binnen het Koninkrijk der Nederlanden.
Artikel

Is er behoefte aan bestendige wetgeving?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingsbeleid, bestendigheid, rechtszekerheid, normenhiërarchie, flexibele regelgeving
Auteurs Mr. G.J.M. Evers
SamenvattingAuteursinformatie

    Klachten over het gebrek aan bestendigheid van wetgeving zijn niet nieuw. De overheid wil steeds opnieuw door wetgeving uitvoering geven aan nieuw beleid. Hierbij wordt de noodzaak van verandering niet altijd onderbouwd en worden de effecten van nieuwe wetgeving niet altijd goed onderzocht. Bestendigheid van wetgeving is belangrijk. Het draagt bij aan de uitvoerbaarheid, de handhaafbaarheid, de eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid en de effectiviteit en efficiëntie van wetgeving. Tegelijkertijd is ook van belang dat de wetgeving een bestendig kader kan bieden zonder te veel aan flexibiliteit in de weg te staan. Het is de uitdaging om een balans te vinden tussen daadkracht en continuïteit, flexibiliteit en rechtszekerheid en snelheid en zorgvuldigheid.


Mr. G.J.M. Evers
Mr. G.J.M. Evers is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Fraudeonderzoek, privacy en onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2014
Trefwoorden bewijsuitsluiting, fraudeonderzoek, verzekeraar, privacy, persoonsgegevens, schending
Auteurs mr. H.H. de Vries en mr. P. Oskam
SamenvattingAuteursinformatie

    Het risico op bewijsuitsluiting vormt voor verzekeraars wellicht de ultieme sanctie op schending van regels ter bescherming van privacy en persoonsgegeven. Deze bijdrage schetst een overzicht van een aantal recente ontwikkelingen op dit gebied. De volgende vragen staan centraal: wanneer is fraudeonderzoek rechtmatig; is het uitsluiten van onrechtmatig verkregen bewijs een trend waarmee verzekeraars in toenemende mate rekening moeten houden bij het verzamelen van persoonsgegevens, of is van een ‘trend’ geen sprake; tegen welke andere sancties zouden verzekeraars aan kunnen lopen bij schending van het recht op privacy van verzekerden en benadeelden; en welke regels en bijbehorende sancties zullen in de toekomst voor verzekeraars gelden onder de komende Algemene verordening gegevensbescherming?


mr. H.H. de Vries
Mr. H.H. de Vries is partner en advocaat bij Kennedy Van der Laan.

mr. P. Oskam
Mr. P. Oskam is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

Simulatie onder slachtoffers van schokkende gebeurtenissen

Een pleidooi voor onafhankelijk onderzoek naar de echtheid van psychische klachten in schadevergoedingsprocedures

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden victims, compensation, malingering, detection
Auteurs Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    High-impact incidents, such as (natural) disasters, severe (traffic) accidents, and exposure to (war) violence, may have severe psychological consequences, both for direct and indirect victims. Such consequences may qualify for financial compensation. However, some victims malinger their psychological status to get compensated for damages they have not suffered. This type of fraudulent behavior costs insurance companies and publicly funded compensation services enormous amounts of money and may eventually make compensation unaffordable. To prevent this from occurring, it is argued that lawyers who need to decide upon victims’ claims for compensation should call in independent experts to evaluate the genuineness of victims’ reported psychological symptoms by administrating a malingering detection test. To enable correct interpretation of the outcome of such a test, the base rate problem is extensively discussed. In short, this problem means that correct test interpretation in individual cases depends on the prevalence of malingering in the population to which a victim belongs. Finally, several counter arguments for the standard assessment of malingering by independent experts are discussed.


Maarten Kunst
Maarten Kunst is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. In 2010 is hij in Tilburg gepromoveerd op de psychosociale gevolgen van slachtofferschap van interpersoonlijk geweld. Daarvoor was hij werkzaam als jurist bezwaar en beroep bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Hij studeerde Nederlands recht en psychologie aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Testamentair bewind, ‘bijstandproof’?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden testamentair bewind, bijstandsuitkering, WWB, vermogensgrens
Auteurs Mr. N.V.C.E. Bauduin
SamenvattingAuteursinformatie

    In tijden van crisis zijn schulden zo gemaakt, waardoor ook een leven op bijstandsniveau realiteit kan worden. In deze bijdrage wordt aan de hand van vier uitspraken bekeken wat de gevolgen zijn van het instellen van een testamentair bewind voor een bijstandsgerechtigde. Geconcludeerd kan worden dat bewind ‘bijstandproof’ kan zijn, maar dat altijd rekening moet worden gehouden met artikel 55 WWB (nadere verplichtingen die strekken tot vermindering of beëindiging van de bijstandsuitkering) en artikel 58 lid 1 aanhef en onder f WWB (terugvorderingsactie).


Mr. N.V.C.E. Bauduin
Mr. N.V.C.E. Bauduin is als promovenda verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Hypothecair krediet: de klant centraal of soms toch niet?

De invloed op de civielrechtelijke verhouding tussen particulier en hypothecair financier van overheidsregulering voor de precontractuele fase

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2014
Trefwoorden Wft, (hypothecair) krediet, zorgplicht, AFM, overkreditering
Auteurs Mr. drs. M. van Eersel
SamenvattingAuteursinformatie

    Publiekrechtelijke regels hebben een significante invloed gekregen op de civielrechtelijke verhouding tussen partijen in de financiële sector. Dit geldt ook voor de relatie tussen banken en consumenten die de aankoop van een eigen woning willen financieren. In deze bijdrage wordt ingegaan op de betekenis hiervan in de precontractuele fase.


Mr. drs. M. van Eersel
Mr. drs. M. van Eersel is advocaat bij Holland Van Gijzen te Amsterdam.
Artikel

De verplichting tot schadevergoeding wegens schending van financieel toezichtrecht in het licht van kapitaalbescherming en het gelijkheidsbeginsel

HvJ EU 19 december 2013, C-174/12, NJ 2014/184 m.nt. Mok, Ondernemingsrecht 2014/71 m.nt. Arons (Hirmann/Immofinanz AG)

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 0708 2014
Trefwoorden kapitaalbescherming, gelijkheidsbeginsel, schadevergoeding, effectenrecht, vennootschapsrecht
Auteurs Mr. J.H.L. Beckers
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 december 2013 heeft het Europese Hof van Justitie uitspraak gedaan in een prejudiciële procedure waarin verschillende vragen waren gesteld omtrent de uitleg van de eerste en tweede richtlijn vennootschapsrecht, de transparantierichtlijn, de prospectusrichtlijn en de richtlijn marktmisbruik.


Mr. J.H.L. Beckers
Mr. J.H.L. Beckers is wetenschappelijk medewerker bij NautaDutilh te Amsterdam en verbonden aan het Van der Heijden Instituut (Radboud Universiteit Nijmegen).
Artikel

Ex-antestudies op de kaart

Onderzoek naar beleidsvoornemens (2005-2011): aard, aantallen en wat ex-postevaluaties erover zeggen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden ex-ante-evaluatie, beleidsvoorbereiding, metastudie, ex-postevaluatie, feedback-onderzoek
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis en Dr. M. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is de toegenomen aandacht voor ex-ante-evaluatie, zowel in beleidskringen als in publicaties, terug te zien in de evaluatiepraktijk? Op basis van de uitkomsten van een recente door het WODC verrichte metastudie gaan we in deze bijdrage in op aard en omvang van 306 in de periode 2005-2011 voor de rijksoverheid verrichte ex-anteanalyses. Daarbij besteden we ook aandacht aan hun voorspellingskracht. We onderscheiden acht typen ex-anteanalyses. Combinaties van studietypen, kosten-batenanalyses en verkennende ( quickscan) studies komen het meest voor. Van de bestudeerde analyses was 15% gevolgd door een latere evaluatie (ex durante of ex post). Redenen waarom latere evaluaties ontbreken, zijn dat het ex ante onderzochte beleid inmiddels van de baan is, of nog in de ontwerpfase verkeert. In sommige gevallen was het waarschijnlijk nog te vroeg voor evaluatie. Lang niet alle latere evaluaties sluiten aan op het ex-anteonderzoek. Wanneer dat wel het geval is, worden voorspellingen soms wel, soms deels en soms niet bevestigd. Aan het belang van zowel ex-ante- als ex-postonderzoek doen deze observaties niet af; bevindingen uit ex-postevaluaties over wat in het verleden of elders gewerkt heeft, zijn een onmisbare bron van kennis voor toekomstig ex-anteonderzoek en daarmee voor beleid en wetgeving.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. M. Smit
Dr. M. Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Enige ontwikkelingen op het terrein van de trust

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden irrevocable trust, Afgezonderd Particulier Vermogen, fixed trust, discretionair, doorkijkbelasting, Haags Trustverdrag
Auteurs Mr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    Het fiscale regime voor afgezonderde particuliere vermogens is in 2010 ingevoerd voor rechtsfiguren zoals de Anglo-Amerikaanse discretionary trust en de Curaçaose Stichting Particulier Fonds. Drie jaar na de invoering van het APV-regime is dit door de Belastingdienst geëvalueerd en heeft een wijziging in de aanmerkelijkbelangregeling plaatsgevonden. Voor het overgangsrecht met betrekking tot het recht van schenking is rechtspraak gewezen. Verwacht wordt dat er de komende jaren nog verdere ontwikkelingen te zien zullen zijn. In buurland België is in 2013 een regeling in werking getreden die een meldingsplicht inhoudt van buitenlandse vermogensstructuren, waaronder de trust.


Mr. K.M.L.L. van de Ven
Mr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht Maastricht University tevens kandidaat-notaris (Athena Advies en Praktijk).
Artikel

Voordeelverrekening na het Verhaeg/Jenniskens-arrest

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Verhaeg/Jenniskens, vergoeding, letselschade, sommenverzekering, Hoge Raad
Auteurs Mr. E.W. Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 28 november 1969 heeft de Hoge Raad als algemeen uitgangspunt bepaald dat uitkeringen uit hoofde van sommenverzekeringen niet verrekend mogen worden bij de vergoeding van letselschades. De Hoge Raad achtte het bestaan van een sommenverzekering een aangelegenheid die de laedens niet aangaat. De praktijk was echter weerbarstiger.
    Met zijn arrest van 1 oktober 2010 inzake Verhaeg/Jenniskens heeft de Hoge Raad genoemd uitgangspunt genuanceerd. Sinds dit arrest zijn er inmiddels drie jaar verstreken en is er een aantal vonnissen en arresten gewezen. In deze bijdrage wordt onderzocht hoe deze uitspraken zich verhouden tot het arrest uit 2010 en welke invulling de lagere rechter geeft aan de gezichtspunten die door de Hoge Raad zijn geformuleerd.


Mr. E.W. Bosch
Mr. E.W. Bosch is advocaat bij Vogelaar Bosch Spijer Advocaten te Honselersdijk.
Artikel

Het bestrijden van uitkeringsfraude: mogelijkheden en moeilijkheden

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2014
Trefwoorden social security fraud, social assistance benefits, detecting fraud, municipalities, local policies
Auteurs M. Fenger en W. Voorberg
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the role of local municipalities in detecting and sanctioning benefit fraud, specifically fraud with social assistance benefits. Since the early 2000's, the government's attention for benefit fraud has been increased, resulting in the strengthening of the tasks and responsibilities of local municipalities in combatting and detecting fraud. There are indications that this has been successful: there is an increase in detection and the number of people that claims to offend the rules is decreasing. However, there is a significant amount of variety between municipalities in their performance with this regard. The authors argue that these differences are related to the design and implementation of local policies concerning the detection of benefit fraud. They offer several recommendations for more effective policies at the local level. These recommendations include a better use of available data and knowledge about the background of offenders and social assistance recipients.


M. Fenger
Dr. Menno Fenger is universitair hoofddocent aan de opleiding Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

W. Voorberg
William Voorberg MSc is promovendus aan de opleiding Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Patronen in de criminele ontwikkeling van fraudeurs

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2014
Trefwoorden white-collar crime, life course, risk taking, adult offending, opportunities
Auteurs J.H.R. van van Onna
SamenvattingAuteursinformatie

    Both white-collar research and law enforcement tend to focus on the circumstances surrounding the white-collar offence and pay less attention to the background of the offender. Research shows that white-collar offenders are a heterogeneous group and that different development pathways and offender profiles can be identified. For many offenders the offence appears to be an isolated occurrence in norm conform lives, for others patterns in offending can be distinguished. For some this is a divers and long criminal career, others display a mix of norm conform and deviant behaviour. After briefly exploring if an underlying tendency for deviant and risk full behaviour may characterise white-collar offenders and how this may interact with opportunities for white-collar crime, the significance of these findings for law enforcement is discussed.


J.H.R. van van Onna
Drs. Joost van Onna werkt als onderzoeker bij het Functioneel Parket (Openbaar Ministerie) en is als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij onderzoek doet naar de criminele ontwikkeling van fraudeurs.
Artikel

Aandelen zonder stemrecht

Is in het Curaçaose recht de positie van de houder van aandelen zonder stemrecht voldoende beschermd? Een vergelijking met het Nederlandse recht

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2014
Auteurs Mr. H.Th.M. Burgers
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden de regelingen van stemrechtloze aandelen van de Nederlandse flex-bv vergeleken met die van de aandelen zonder of met beperkt stemrecht bij de Antilliaanse nv en bv. Aandacht wordt besteed aan de bepalingen in beide wetgevingen ter bescherming van de aandeelhouder zonder of met beperkt stemrecht. De algemene conclusie is dat de aandeelhouder zonder of met beperkt stemrecht in het Curaçaose Boek 2 BW minder beschermd is dan de houder van stemrechtloze aandelen in de Nederlandse flex-bv. De Nederlandse regeling is derhalve geen klakkeloze overneming van de 25 jaar eerder in Curaçao ingevoerde regeling van aandelen zonder of met beperkt stemrecht.


Mr. H.Th.M. Burgers
H.Th.M. Burgers is notaris te Curaçao en lid van de redactie van CJB.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.