Zoekresultaat: 136 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2019 x Rubriek Article x
Mededinging

Access_open Terug van weggeweest: een verkenning van verticale prijsbinding in het Europese en Nederlandse mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden verticale overeenkomsten, verticale prijsbinding, Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers, e-commerce, koersverandering
Auteurs Mr. J.B. van der Blij en Mr. dr. T.D.O. van der Vijver
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de publicatie van de ‘Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers’ onderstreept de ACM de nieuw ingeslagen weg met betrekking tot verticale prijsbinding: er zal meer aandacht bestaan voor en strenger worden opgetreden tegen verticale prijsbinding. Deze actievere handhaving staat duidelijk in contrast met het (prioriterings)beleid dat de ACM slechts vier jaar eerder uiteenzette in het Visiedocument over verticale afspraken. De nieuwe koers is mede ingegeven door de vlucht die internetverkoop heeft genomen en zorgt ervoor dat de ACM weer in pas loopt met de Commissie (en de rest van de EU-lidstaten).
    ACM, ‘Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers’, 26 februari 2019, www.acm.nl/sites/default/files/documents/leidraad-afspraken-tussen-leveranciers-en-afnemers.pdf


Mr. J.B. van der Blij
Mr. J.B. (Bernadette) van der Blij is advocaat bij Allen & Overy LLP in Amsterdam.

Mr. dr. T.D.O. van der Vijver
Mr. dr. T.D.O. (Tjarda) van der Vijver is advocaat bij Allen & Overy LLP in Amsterdam.
Artikel

Aansprakelijkheid dga als verkoper voor het faciliteren van katvangerfraude

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2019
Trefwoorden katvanger, dga, artikel 6:162 BW, verkopen aandelen
Auteurs Mr. S.E. Streng
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel ziet op de aansprakelijkstelling van een dga voor het verkopen van zijn aandelen aan een katvanger. De auteur kiest voor een nieuwe invalshoek waarbij de dga niet als bestuurder of aandeelhouder aansprakelijk kan worden gehouden, maar als verkoper. Ook wordt er stilgestaan bij de wetenschapsvraag en wat er verwacht mag worden van een dga die zijn aandelen in een insolvente vennootschap verkoopt.


Mr. S.E. Streng
Mr. S.E. Streng is advocaat bij RESOR te Amsterdam.
Artikel

De stellige ontkenning van een elektronische ondertekening

Is art. 159 lid 2 Rv toe aan modernisering?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Elektronische handtekening, Stellige ontkenning, Bewijskracht
Auteurs Rob van Esch
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op de toepassing van art. 159 lid 2 Rv en andere juridische aspecten van een stellige ontkenning van een elektronische ondertekening. Hij betoogt dat toepassing van deze bepaling ook bij een stellige ontkenning van een elektronische handtekening tot resultaten kan leiden waarmee de praktijk uit de voeten kan als haar reikwijdte wordt beperkt tot de waarheid van de ondertekende verklaring.


Rob van Esch
Mr. dr. R.E. van Esch is legal counsel bij Banning te Den Bosch.
Artikel

Slapende dienstverbanden

Het bedje is gespreid

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2019
Auteurs Sander Theunissen
Auteursinformatie

Sander Theunissen
Sander Theunissen is sinds 2016 arbeidsrechtadvocaat bij Lexence in Amsterdam.
Artikel

Kroniek Formeel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2019
Auteurs Max den Blanken, Maike Bouwman, Rachel Bruinen e.a.

Max den Blanken

Maike Bouwman

Rachel Bruinen

Chaimae Ihataren

Desiree de Jonge

Rick van Leusden

Patrick van der Meij

Michiel Olthof

Paul van Putten

Ben Polman

Melissa Slaghekke

Aimée Timorason

Paul Verweijen

Robert Malewicz

Linda Marsman
Artikel

Kroniek Materieel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2019
Auteurs Frezia Aarts, Rachel Bruinen, Dirk Dammers e.a.

Frezia Aarts

Rachel Bruinen

Dirk Dammers

Alexandra Emsbroek

Robert Malewicz

Michiel Olthof

Ben Polman

Inge Raterman

Melissa Slaghekke

Paul Verweijen

Linda Marsman
Artikel

Een billijke schadevergoeding als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg: volledig en deels forfaitair

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden schadevergoeding, klachtenprocedure, klachtencommissie, psychiatrische patiënt
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    De komst van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg gaat gepaard met de mogelijkheid om in de klachtenprocedure een verzoek te doen tot toekenning van een schadevergoeding naar billijkheid. Dit artikel beoogt te verduidelijken wat onder een billijke schadevergoeding kan worden verstaan en hoe een verzoek om schadevergoeding zou moeten worden onderbouwd. Ook wordt toegelicht welke rol een forfaitair stelsel daarin zou kunnen spelen.


Mr. dr. R.P. Wijne
Rolinka Wijne is docent Gezondheidsrecht en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast bekleedt zij enkele andere functies op het terrein van het gezondheidsrecht.
Artikel

Access_open Assurance oblige!

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Personenschade, X – Y = Schade, Kinderen, Zorgschade, Herstelgericht schaderegelen
Auteurs Mr. J.M. Tromp
SamenvattingAuteursinformatie

    Als jonge kinderen ernstig en blijvend letsel oplopen, lijdt het hele gezin schade. Herstelgericht schaderegelen is dan aan de orde. Daar ligt een taak voor verzekeraars, met name ten aanzien van de zorgschade. Een voorbeeld zal worden uitgewerkt. Praktische problemen genoeg. Een nieuw dilemma dient zich aan: regelen of openhouden?


Mr. J.M. Tromp
Mr. J.M. (Maarten) Tromp is advocaat en mediator te Rotterdam, rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Noord-Nederland en docent overlijdensschade in de Specialisatieopleiding Personenschade aan de Grotius Academie. Hij publiceert regelmatig over onderwerpen op het terrein van de personenschade.
Artikel

Vereist artikel 7:425 BW menselijke tussenkomst of kan een online platform ook bemiddelen?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Bemiddeling, lastgeving, Duinzigt, Booking.com, Prikbord, Twee heren, 7:417 7:425 7:427 7:428
Auteurs Mr. N. Huppes en Mr. drs. T.L. Wildenbeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Hof Amsterdam oordeelt dat Booking.com niet bemiddelt omdat zij slechts de administratieve afhandeling verzorgt van de overeenkomst die ‘direct’ tussen de gebruikers van haar platform tot stand komt. In deze bijdrage wordt door de auteurs gesignaleerd dat dit oordeel wringt met de huidige rechtspraktijk en voor onduidelijkheid zorgt over de vraag hoe moet worden bepaald of een platform bemiddelt, dan wel als een ‘elektronisch prikbord’ functioneert, en daarmee buiten het wettelijk regime over bemiddeling valt. De rechtszekerheid is gediend met heldere criteria en de auteurs betogen dat het omslagpunt bij de openbaarmakingsfunctie ligt. Een platform dat aanbieders slechts de mogelijkheid biedt om zich te presenteren aan geïnteresseerden om te zoeken, heeft enkel een openbaarmakingsfunctie en bemiddelt niet. Gaat de betrokkenheid van het platform bij de totstandkoming van overeenkomsten verder, dan is het platform in beginsel als tussenpersoon werkzaam bij het tot stand brengen van overeenkomsten en bemiddelt het in de zin van artikel 7:425 BW. Anders dan Hof Amsterdam menen de auteurs daarom dat Booking.com bemiddelt.


Mr. N. Huppes
Mr. N. Huppes is als counsel verbonden aan advocatenkantoor FlexIEbel.

Mr. drs. T.L. Wildenbeest
Mr. drs. T.L. Wildenbeest is als advocaat verbonden aan advocatenkantoor FlexIEbel.
Artikel

Een andere benadering van het right to challenge

De concessie als kern van een algemene regeling?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden uitdaagrecht, right to challenge, concessie, buurtconcessie, verordening
Auteurs Mr. O. Kwast
SamenvattingAuteursinformatie

    Een algemene regeling van het uitdaagrecht lijkt verkeken. Te veel knelpunten. Maar wat als dat geen obstakels zijn voor wettelijke regeling, maar symptomen van het ontbreken daarvan? Deze bijdrage laat zien dat een algemene regeling denkbaar is, door niet het uitdaagrecht zelf te regelen, maar de bevoegdheid om over een uitdaging te beslissen. De concessie is daarvan de kern. En als een algemene regeling van concessies denkbaar is, dan is een regeling voor buurtconcessies als gemeentelijk instrument voor het uitdaagrecht dat ook.


Mr. O. Kwast
Mr. O. (Olaf) Kwast is oprichter van en wetgevingsjurist bij Wetgevingswerken
Artikel

De wettelijke regeling van het right to challenge in de praktijk

Much ado about nothing?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Right to challenge, Burgerinitiatieven, Wmo, Subsidie, artikel 150 Gemeentewet
Auteurs Mr. E.M.M.A. Driessen, Prof. mr. G. Boogaard en Prof. mr. W. den Ouden
SamenvattingAuteursinformatie

    In het regeerakkoord werd een right to challenge-regeling aangekondigd, maar op welke manier deze regeling vorm moest krijgen, was nog de vraag. In hun eerder verrichte onderzoek komen de auteurs tot de conclusie dat zo’n regeling geen begaanbare weg is. Dat neemt niet weg dat er door het hele land verschillende regelingen te vinden zijn die worden gepresenteerd als een vorm van invoering van het right to challenge. In dit artikel onderzoeken de auteurs deze regelingen. Zijn het wel échte right to challenge-regelingen en komen zij tegemoet aan de knelpunten waarmee challengers te maken hebben?


Mr. E.M.M.A. Driessen
Mr. E.M.M.A. (Esmée) Driessen is promovenda op het gebied van right to challenge en burgerinitiatieven en tevens Thorbecke-fellow.

Prof. mr. G. Boogaard
Prof. mr. G. (Geerten) Boogaard is hoogleraar Decentrale Overheden (Thorbeckeleerstoel) aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. W. den Ouden
Prof. mr. drs. W. (Willemien) den Ouden is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de afdeling Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en research fellow van het E.M. Meijers Institute. Zij is tevens werkzaam als wetenschappelijk directeur van het Instituut Publiekrecht.
Artikel

Access_open De vordering van de benadeelde partij in het strafproces: de Hoge Raad geeft college

Bijdrage naar aanleiding van het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden benadeelde partij, schadevergoeding, strafprocedure, shockschade, rechtstreekse schade
Auteurs Mr. A.J.J.G. Schijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel bespreekt naar aanleiding van het overzichtsarrest van de Hoge Raad de belangrijkste aandachtspunten die bij de beoordeling van de vordering van de benadeelde partij een rol kunnen spelen, en gaat in op het belang van de uitspraak. Het arrest draagt bij aan de rechtseenheid tussen strafrechters en hun civiele collega’s, maar biedt ook aanknopingspunten voor creatieve vorderingen en procestactiek. De relevantie van het arrest zit verder in de onderstreping door de Hoge Raad dat een inhoudelijke beoordeling van de vordering in het strafproces voor de benadeelde partij van groot belang is.


Mr. A.J.J.G. Schijns
Mr. A.J.J.G. Schijns is advocaat bij Beer advocaten te Amsterdam en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij doet promotieonderzoek naar de compensatie van misdrijfschade.
Artikel

De BGK-vordering in een deelgeschilprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden deelgeschil, buitengerechtelijke kosten, dubbele redelijkheidstoets, artikel 1019w Rv, artikel 6:96 lid 2 BW
Auteurs Mr. R.D. Leen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de vraag centraal hoe de deelgeschilrechter aankijkt tegen het voorleggen van een BGK-geschil in de recente jurisprudentie. Een BGK-geschil kan worden voorgelegd in een deelgeschilprocedure. Rechters gaan wisselend om met de toepassing van de formele vereisten die gelden voor een deelgeschilprocedure. Een harde grens wordt getrokken indien sprake is van misbruik van procesrecht. Indien het BGK-geschil voldoet aan de formele vereisten, is het aan de rechter om te beoordelen of de BGK inhoudelijk aan de dubbele redelijkheidstoets voldoen. Het feit dat sprake is van een BGK-geschil kan op de dubbele redelijkheidstoets van invloed zijn.


Mr. R.D. Leen
Mr. R.D. Leen is advocaat bij WIJ Advocaten in Amsterdam.
Artikel

Triangulaire arbeidsrelaties in de platformeconomie: een voorstel tot een vermoeden van uitzendbureau

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Platformen, Platformwerk, Arbeidsbemiddeling, Uitzendarbeid, Terbeschikkingstelling
Auteurs Prof. dr. V. De Stefano en Mr. M. Wouters
SamenvattingAuteursinformatie

    De opkomst van de platformeconomie, met als prominente voorbeelden Uber en Deliveroo, deed de discussies omtrent de aard van de arbeidsrelatie heropleven. Zijn deze platformwerkers in werkelijkheid werknemers, en is het arbeidsrecht aan hervorming toe indien ze het wel of niet zijn? Deze bijdrage heeft eveneens tot doel om de werkingssfeer van het arbeidsrecht ter discussie te stellen door de regelgeving omtrent private arbeidsbemiddeling en uitzendarbeid toe te passen op platformen. Dienaangaande bepleit deze bijdrage om ten eerste de regelgeving omtrent private arbeidsbemiddeling aan te wenden om ook de bemiddeling van dienstverleningsovereenkomsten tussen werkzoekenden en opdrachtgevers te omkaderen. Ten tweede wijst de bijdrage op de mogelijke totstandkoming van ‘verdoken’ uitzendarbeid door middel van digitale platformen. Om dit te voorkomen stellen de auteurs een ‘vermoeden van uitzendbureau’ voor.


Prof. dr. V. De Stefano
Prof. dr. V. De Stefano is BOF-ZAP onderzoekprofessor aan de KU Leuven.

Mr. M. Wouters
Mr. M. Wouters is doctoraatsonderzoeker aan de KU Leuven.
Artikel

Afgedwongen informatie van de gefailleerde in strafzaken en de poortwachtersfunctie van de strafrechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Faillissementswet, nemo tenetur-beginsel, startinformatie, art. 359a Sv, fraudebestrijdende rol curator
Auteurs Mr. dr. S. Brinkhoff
SamenvattingAuteursinformatie

    De gefailleerde is op grond van de in de Faillissementswet vastgelegde plichten tot inlichting en medewerking gehouden mee te werken aan het onderzoek van de curator. Dit onderzoek kan leiden tot een strafrechtelijke aangifte.
    In de kern ziet deze bijdrage op de vraag of, en zo ja welke rol de hierboven onder dwang verkregen gegevens in de daaropvolgende strafzaak kunnen spelen. Hebben deze gegevens alleen de status van startinformatie en dienen zij dus enkel om het opsporingsonderzoek een aanvang te doen nemen? Of kan deze informatie ook worden gebruikt voor het bewijs in die strafzaak? Dit alles is op het eerste oog niet onproblematisch als wordt bedacht dat een belangrijk strafvorderlijk uitgangspunt is dat een verdachte niet kan worden gedwongen mee te werken aan zijn eigen veroordeling, oftewel het in artikel 6 EVRM geïncorporeerde nemo tenetur-beginsel.


Mr. dr. S. Brinkhoff
Mr. dr. Sven Brinkhoff is als universitair hoofddocent straf(proces)recht verbonden aan de Open Universiteit. Daarnaast fungeert hij als raadsheer-plaatsvervanger bij het Hof Den Bosch.
Artikel

Sanctieregelgeving en Wwft: same same, but different!

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Sanctiewet 1997, Wwft, compliance, strategische goederen, sancties
Auteurs Mr. T.J. Kodrzycki en Mr. J.G. Geertsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Een deugdelijk complianceprogramma is verplicht onder de Wwft en de Sanctiewet 1977 en draagt bij aan risicobeheersing van strafvervolging. Onder de Sanctiewet 1977 zien we in recente jaren een toename in strafrechtelijke vervolging en veroordeling. Onderzocht wordt een aantal verschillen en overeenkomsten in de eisen die toezichthouders stellen aan complianceprogramma’s ten aanzien van de Wwft en de Sanctiewet 1977. Overlap wordt geconstateerd ten aanzien van geliste landen, meldplichten aan toezichthouders, identificeren van UBO’s, onderzoek naar cliënten/zakelijke relaties/transacties, identificeren van PEP’s. De Wwft en Sanctiewet 1977 gaan uit van verschillende normenkaders: risk based (Wwft) en rule based (Sanctiewet 1977).


Mr. T.J. Kodrzycki
Mr. T.J. Kodrzycki is advocaat bij JahaeRaymakers.

Mr. J.G. Geertsma
Mr. J.G. Geertsma is advocaat-partner bij JahaeRaymakers.
Artikel

Eurocommerce – aanscherping van de strenge verrekeningsregels voor banken

Belang van het peilmoment en de gevolgen voor het betalingsverkeer en de kredietverlening

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2019
Trefwoorden verrekening, bankrekening, insolventie, pandrecht
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Eurocommerce-arrest heeft de Hoge Raad de strenge verrekeningsregels voor banken aangescherpt. Niet alleen mag een bank niet verrekenen met de betalingen die binnenkomen na het peilmoment, verhaal krachtens een pandrecht op deze betalingen is eveneens uitgesloten. Dit heeft gevolgen voor de kredietverlening en het betalingsverkeer. De vraag waar het peilmoment precies ligt, wordt van cruciaal belang.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is juridisch adviseur bij ING te Amsterdam.
Artikel

Digitale data en retentierecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2019
Trefwoorden opschortingsrechten, software, kwalificatie, zaken
Auteurs Mr. M.A. Heilbron
SamenvattingAuteursinformatie

    Een schuldeiser die weigert digitale data aan zijn schuldenaar af te geven totdat hij is betaald, heeft geen retentierecht. Het retentierecht is immers alleen mogelijk op zaken. Deze kwalificatievraag heeft gevolgen voor de rechtspositie van de opschortende schuldeiser en zijn schuldenaar (of diens curator), want de regeling van het retentierecht verschilt van het algemene opschortingsrecht.


Mr. M.A. Heilbron
Mr. M.A. Heilbron is Professional Support Lawyer bij Lydian in Brussel.
Artikel

De accountantsorganisatie en het inzagerecht van art. 843a Rv

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2019
Trefwoorden accountant, beroepsaansprakelijkheid, AFM, interne positiebepaling, controledossier
Auteurs Mr. J.C. van Nass
SamenvattingAuteursinformatie

    In procedures over de beroepsaansprakelijkheid van accountants speelt de administratie van de accountantsorganisatie een belangrijke rol. Het inzagerecht van art. 843a Rv geeft onder omstandigheden toegang tot het controledossier van de accountant, maar niet tot vertrouwelijke informatie die is uitgewisseld met de AFM en evenmin tot informatie die dient ter interne positiebepaling.


Mr. J.C. van Nass
Mr. J.C. van Nass is advocaat bij Ysquare te Amsterdam.
Artikel

Access_open Aansprakelijkheid van curator en bewindvoerder in insolventiezaken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2019
Trefwoorden beroepsaansprakelijkheid, Insolventie, Maclou-norm
Auteurs Mr. E.A.L. van Emden
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel betreft de persoonlijke aansprakelijkheid van de faillissementscurator, de bewindvoerder in surseance en de bewindvoerder in de schuldsaneringsregeling. Het relevante juridische kader wordt besproken, evenals diverse scenario’s waarin persoonlijke aansprakelijkheid aan de orde kan komen. Dit geschiedt aan de hand van gepubliceerde en niet-gepubliceerde rechtspraak. Het artikel beoogt daarmee een algemeen overzicht te geven van de (on)mogelijkheden om persoonlijke aansprakelijkheid te vestigen.


Mr. E.A.L. van Emden
Mr. E.A.L. van Emden is advocaat bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag en buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Toont 1 - 20 van 136 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.