Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1687 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Anticiperende rechtspraak

Het draagmoederschap van de toekomst is er al

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 24 2020
Trefwoorden Testament
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens

Mr. dr. G.T.J. Hoff
Artikel

De huurprijsbetalingsverplichting van huurders van middenstandsbedrijfsruimte in coronatijd

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering Online First 2020
Trefwoorden Coronacrisis, Huurprijsvermindering, Opschorting huur
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of en zo ja onder welke condities de huurder van middenstandsbedrijfsruimte bevoegd is zijn verplichting tot betaling van de huurprijs tijdelijk uit te stellen en/of vermindering van de huurprijs te vorderen indien de coronacrisis tot een verminderd gebruik van het gehuurde heeft geleid.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan Tilburg University.
Artikel

Access_open Kan een non disclosure agreement worden ontbonden?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2020
Trefwoorden ontbinding, Non disclosure agreement, Samenhangende overeenkomsten, geheimhoudingsovereenkomst, Wet bescherming bedrijfsgeheimen
Auteurs Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem en Mr. A.J. Rijsterborgh
SamenvattingAuteursinformatie

    Het in handelsrelaties contractueel verankeren van geheimhouding ter zake van bedrijfsgeheimen is als gevolg van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen belangrijk(er) geworden. Partijen kunnen in de regel kiezen voor een NDA of een geheimhoudingsbeding in een meeromvattende overeenkomst. De schending van een geheimhoudingsverplichting zal in rechte veelal moeilijk zijn aan te tonen en ontbinding van de NDA wordt vaak uitgesloten. Toch onderzoeken de auteurs de juridische kwalificatie van de NDA en de gevolgen hiervan met betrekking tot de mogelijkheden tot ontbinding. Zij betogen dat een NDA veelal zal kwalificeren als een obligatoire overeenkomst, maar niet als een wederkerige overeenkomst, waardoor een NDA in geval van een tekortkoming niet kan worden ontbonden. De rechtsgevolgen van ontbinding zouden volgens de auteurs sowieso beperkt zijn geweest. In het geval vertrouwelijkheid is gewaarborgd in de vorm van een geheimhoudingsbeding in een meeromvattende overeenkomst, ligt dit anders. Gezien de verstrekkende rechtsgevolgen die een ontbinding in dat geval kan hebben, betogen auteurs dat het goed is dat de opstellers van contracten zich hier bewust van zijn.


Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counselling aan de Open Universiteit en zelfstandig juridisch adviseur te Amsterdam.

Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is schrijfjurist in het gerechtshof Den Haag en werkt als buitenpromovendus aan de Open Universiteit aan een proefschrift over partiële aantasting van overeenkomsten.
Article

Access_open Giving Children a Voice in Court?

Age Boundaries for Involvement of Children in Civil Proceedings and the Relevance of Neuropsychological Insights

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden age boundaries, right to be heard, child’s autonomy, civil proceedings, neuropsychology
Auteurs Mariëlle Bruning en Jiska Peper
SamenvattingAuteursinformatie

    In the last decade neuropsychological insights have gained influence with regard to age boundaries in legal procedures, however, in Dutch civil law no such influence can be distinguished. Recently, voices have been raised to improve children’s legal position in civil law: to reflect upon the minimum age limit of twelve years for children to be invited to be heard in court and the need for children to have a stronger procedural position.
    In this article, first the current legal position of children in Dutch law and practice will be analysed. Second, development of psychological constructs relevant for family law will be discussed in relation to underlying brain developmental processes and contextual effects. These constructs encompass cognitive capacity, autonomy, stress responsiveness and (peer) pressure.
    From the first part it becomes clear that in Dutch family law, there is a tortuous jungle of age limits, exceptions and limitations regarding children’s procedural rights. Until recently, the Dutch government has been reluctant to improve the child’s procedural position in family law. Over the last two years, however, there has been an inclination towards further reflecting on improvements to the child’s procedural rights, which, from a children’s rights perspective, is an important step forward. Relevant neuropsychological insights support improvements for a better realisation of the child’s right to be heard, such as hearing children younger than twelve years of age in civil court proceedings.


Mariëlle Bruning
Mariëlle Bruning is Professor of Child Law at Leiden Law Faculty, Leiden University.

Jiska Peper
Jiska Peper is Assistant professor in the Developmental and Educational Psychology unit of the Institute of Psychology at Leiden University.
Artikel

Integriteitstoezicht op aanbieders van cryptodiensten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden DNB, cryptodiensten, wisseldiensten, custodian wallets, crypto’s
Auteurs Margot Aelen en Hugo Prince
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland is de herziene vierde anti-witwasrichtlijn (AMLD5) geïmplementeerd in onder andere de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Wwft). De herzieningen zijn per 21 mei 2020 van kracht geworden. Een van de belangrijkste wijzigingen die in de Wwft is doorgevoerd betreft de uitbreiding van de reikwijdte van de wet naar twee typen aanbieders van cryptodiensten, te weten aanbieders van wisseldiensten voor het wisselen tussen crypto’s en fiat geld en aanbieders van custodian wallets. De Nederlandse Bank (DNB) is toezichthouder op deze nieuwe aanbieders en heeft er daarmee een nieuwe taak bij.


Margot Aelen
Mr. dr. M. Aelen is werkzaam bij De Nederlandsche Bank in het toezicht.

Hugo Prince
Drs. D.H. Prince is werkzaam bij De Nederlandsche Bank in het toezicht.
Artikel

De AVG en ontslag: twee jaar na inwerkingtreding AVG

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Algemene Verordening Gegevensbescherming, Privacy, Ontslag, Arbeidsverhouding, Normenkader
Auteurs mr. Karolina Dorenbos
SamenvattingAuteursinformatie

    Twee jaar na inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming zet de auteur in dit artikel een aantal recente ontwikkelingen op het gebied van gegevensverwerking en -bescherming op de werkvloer uiteen. In het eerste deel van het artikel gaat zij in op de meer institutionele aspecten waaronder de evaluatie van de (U)AVG. De auteur ziet ingrijpende ontwikkelingen op het gebied van wetgeving en toezicht zoals de voorgenomen wetgeving over het gebruik van alcohol- en drugstesten op de werkvloer en de ontwikkelingen op het gebied van biometrie waaronder een hoge boete van Autoriteit Persoonsgegevens voor het gebruik van de vingerscan bij toegangscontrole. In deel 2 van dit artikel zal de huidige stand van de rechtspraak worden afgezet tegen de strengere normen uit de AVG.


mr. Karolina Dorenbos
Karolina Dorenbos is data privacy manager bij een Nederlands bouwconcern en gespecialiseerd in dataprivacy, gegevensbescherming en (HR-gerelateerde) privacywetgeving.
Artikel

Ruzie op de werkvloer, over een verstoorde horizontale arbeidsverhouding

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Arbeidsrecht, Ontslag, Verstoorde arbeidsverhouding, Ruzie, Werknemers
Auteurs mr. Alexander Briejer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over een verstoorde horizontale arbeidsverhouding als g-grond. De auteur gaat aan de hand van wetgeving en rechtspraak dieper in op dit onderwerp. Diverse vraagstukken komen uitgebreid aan bod, zoals de vraag in hoeverre van een werkgever mag worden verwacht een dergelijke verstoring te herstellen. Het beoordelingskader van een rechter komt ook ter sprake. Slechts in bijzondere gevallen kan een verstoorde arbeidsrelatie tussen werknemers onderling een verstoorde arbeidsverhouding met de werkgever opleveren. Er dient ten minste sprake te zijn van een verstoorde horizontale arbeidsverhouding die doorwerkt in de verticale arbeidsrelatie. Uit de door de auteur in dit artikel besproken rechtspraak blijkt dat er meer aan de hand is dan een puur horizontale verstoorde arbeidsverhouding, zoals een situatie waarin de werknemer zich weigerachtig opstelt in een mediationtraject. Die verstoring werkt dan door in de verticale arbeidsverhouding waardoor een geslaagd beroep op de g-grond mogelijk is.


mr. Alexander Briejer
Alexander Briejer is advocaat bij Van Doorne.
Artikel

Access_open Kroniek: De g-grond, waar komen wij vandaan, waar zijn wij, waar gaan wij naartoe?

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden g-grond, verstoorde arbeidsverhouding, ontbinding arbeidsovereenkomst, redelijke grond, ontslag
Auteurs mr. Maarten van Kempen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage analyseert de ontwikkeling van bijna vijf jaar literatuur en jurisprudentie met als doel te bezien hoe de rechtspraktijk is omgegaan met de verstoorde arbeidsverhouding als redelijke grond voor ontslag.


mr. Maarten van Kempen
Maarten van Kempen is advocaat bij DVAN advocaten in Utrecht.
Artikel

Conflicten bij pensioenontslag

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden pensioenonstslag, pensioenontslagbeding, doorwerken, pensioenleeftijd, ouderenregeling
Auteurs mr. Cornelien Donner-Broersma
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in dit artikel is tegen welke juridische discussies werkgevers kunnen aanlopen indien zij de leeftijd van de werknemer als reden hanteren voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst dan wel het aftoppen van de vergoeding in een sociaal plan. Voor het beantwoorden van deze vraag worden achtereenvolgens de volgende onderwerpen behandeld: het pensioenontslagbeding, een ouderenregeling in een sociaal plan en een vermeend recht op doorwerken. Vervolgens worden – mede aan de hand van de in dit artikel aangehaalde jurisprudentie – enkele aanbevelingen voor werkgevers geformuleerd.


mr. Cornelien Donner-Broersma
Cornelien Donner-Broersma is advocaat pensioenrecht en legal director bij KWPS Employee Benefits & Risk Management. Zij publiceert regelmatig over pensioengerelateerde onderwerpen.
Artikel

De rol van de kantonrolzitting; meer (van maken) dan een administratieve bijeenkomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden rolzitting, kantonrechtspraak, mondeling antwoord, regievoering, toegankelijkheid
Auteurs Kim van der Kraats
SamenvattingAuteursinformatie

    Op de rolzitting in kantonzaken kunnen gedaagden verschijnen om mondeling verweer te voeren. Die rolzitting zou het visitekaartje moeten worden van de Rechtspraak (juist) voor gedaagden die minder zelfredzaam zijn. Om dit te bewerkstelligen moet de rolzitting worden gedaan door een kantonrechter (zoals ook in de wet vastgelegd), moet die rechter zijn regierol pakken (zodat de interne toegankelijkheid van de procedure toeneemt en aan waarheidsvinding wordt gedaan) en moeten (de gemachtigden van) eisers worden betrokken bij de rolzitting (zodat beter aan de verwachtingen van gedaagde tegemoet wordt gekomen en de procedure aan snelheid kan winnen).


Kim van der Kraats
Mr. dr. K.G.F. van der Kraats is (kanton)rechter in de rechtbank Overijssel.
Artikel

De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, experimentenwet, wetgeving
Auteurs Elselique Hoogervorst en Parisa Jahan
SamenvattingAuteursinformatie

    De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging is geïntroduceerd ter bevordering van een eenvoudige, snelle, effectieve en de-escalerende geschilbeslechting. De wet maakt een scala aan afwijkingen van het reguliere procesrecht mogelijk. Een experimentele procedure wordt opgenomen in een amvb en heeft een tijdelijk karakter van in beginsel maximaal drie jaar. De wetgever heeft een aantal concrete experimenten voor ogen waaronder een experiment met een toegevoegd deskundig lid in een kamer van een rechtbank of hof en een experiment met een nabijheidsrechter. In deze bijdrage bespreken wij de voorgestelde regeling op hoofdlijnen en plaatsen wij een aantal kanttekeningen bij de wet en de voorgestelde experimenten.


Elselique Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff Amsterdam.

Parisa Jahan
Mr. P. Jahan is advocaat bij Houthoff Amsterdam.

    Het Burgerlijke Procesrecht heeft zowel in Duitsland alsook in Nederland in de afgelopen decennia belangrijke wijzigingen ondergaan. Op een aantal punten kan een benadering worden vastgesteld. Maar er blijven ook kenmerkende verschillen. Deze bijdrage levert een korte schets van de Duitse civiele procedure in eerste aanleg en geeft daarbij ook aan waar met de Nederlandse procedure overeenkomsten zijn en waar nog steeds verschillen bestaan.


Eckhard Mehring
Mr. E.W. Mehring is Rechtsanwalt en advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten te Den Haag.
Artikel

Hetzelfde ≠ gelijk

Aandachtspunten bij elektronische zittingen: een arbitragerechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Auteurs Bas van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse arbitragerecht geeft een scheidsgerecht de discretionaire bevoegdheid om te beslissen dat een hoorzitting ‘langs elektronische weg’ wordt gevoerd. Deze bijdrage beoordeelt het idee dat deze bevoegdheid van verplichte aard is. De bevoegdheid van arbiters om voor een elektronische hoorzitting te kiezen, is volgens haar beperkt door de fundamentele beginselen van het procesrecht, met name het gelijkheidsbeginsel. Het artikel somt relevante overwegingen op bij de keuze voor een elektronische hoorzitting in arbitrageprocedures met Nederlandse zetel en is van mening dat dergelijke overwegingen, gezien hun fundamentele karakter, ook van toepassing kunnen zijn in procedures voor de Nederlandse nationale rechtbanken.


Bas van Zelst
Prof. mr. B. van Zelst is advocaat bij Van Doorne en hoogleraar Dispute Resolution and Arbitration aan Maastricht University.
Artikel

Access_open ‘Wie is u?’ Deformalisering versus zekerheid: enkele gedachten over de wijziging van partijhoedanigheid tijdens de procedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden collectieve actie, goede procesorde, rechtszekerheid, Trafigura, vertegenwoordiging
Auteurs Daan Barbiers en Carla Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs beschouwen in deze bijdrage de wijziging van partijhoedanigheid tijdens een procedure vanuit het spanningsveld tussen deformalisering en (rechts)zekerheid. De aanleiding hiervoor is het recente Trafigura-arrest van de Hoge Raad. Auteurs zetten mede op basis van eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad uiteen wanneer sprake is van een verboden wijziging van partijhoedanigheid en in welke gevallen een uitzondering op dit verbod gerechtvaardigd kan zijn. Bij deze rechtspraak plaatsen zij enkele (kritische) kanttekeningen. Zij signaleren dat de benadering van het leerstuk van de (verboden) hoedanigheidswijziging niet steeds eenduidig en consistent is. Auteurs betogen dat deformalisering bij de toepassing van dit leerstuk is toe te juichen, zolang voldoende rekening wordt gehouden met het verdedigingsbelang en te veel vertraging van de procedure wordt voorkomen.


Daan Barbiers
Mr. D.L. Barbiers is promovendus en docent burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Carla Klaassen
Prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Zestien jaar OZ/Roozen: een rustig bezit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden bewijsaanbod, getuigenbewijs, OZ/Roozen
Auteurs Thijs van Aerde
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het standaardarrest OZ/Roozen van 9 juli 2004 een maatstaf geformuleerd voor het beoordelen van de vraag of een procespartij tot getuigenbewijs moet worden toegelaten. De auteur onderzoekt de rechtsontwikkeling van nadien en gaat ook in op de voorgenomen modernisering van het bewijsrecht.


Thijs van Aerde
Mr. A.M. van Aerde is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

Kerkelijk dienstrecht en civiel arbeidsrecht volgens NGK/Gort

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden art. 2:2 BW, eigen statuut, kerkelijk dienstrecht, rechtspositie geestelijke, fundamenteel dwingend recht
Auteurs Mr. dr. Pieter Pel
SamenvattingAuteursinformatie

    The judgment ‘NGK/Gort’ from the Supreme Court of the Netherlands (04-10-2019, ECLI:NL:HR:2019:1531) gives an important explanation about the church-state relation in general and the ecclestiacal service law-position concerning the pastor in particular. The legal starting point is not in civil law, but in church law. This is the consequence of the right of selfregulation (autonomy) of the church and the non-interference from the state, as recognized by article 2:2 Dutch Civil Code and article 9 jo. 11 ECHR. This principle stands against normal civil mandatory law, for example labor law. It will only be overruled in exceptional cases by civil law of fundamental nature. Than a judicial consideration is necessary taking into account the fundamental rights of the church and the opposant.


Mr. dr. Pieter Pel
Mr. dr. P.T. Pel is als advocaat verbonden aan Pel advocaten te Hattem. In 2013 promoveerde hij aan de RUG op het thema van de rechtspositie van geestelijk functionarissen. Hij is onder andere lid van de redactieraad van het NTKR, Tijdschrift voor Recht en Religie en publiceert als niet-geassocieerd onderzoeker regelmatig in het domein recht en religie.
Artikel

Over gewetensbeslissingen en het probleem van subjectiviteit bij rechterlijke oordeelsvorming

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden rechterlijke beslissing, Geweten, Subjectiviteit, Objectivering, Motivering
Auteurs Mr. dr. Tom van Malssen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article delineates the problem of judicial subjectivity in so-called ‘hard cases’. Decisions in such cases are essentially decisions of conscience, which in principle can escape the control mechanisms of objectivation and justification. This leads to the question as to the attributes of a good judge.


Mr. dr. Tom van Malssen
Mr. dr. T. van Malssen is advocaat (bij de Hoge Raad) bij Dirkzwager Legal & Tax en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Hij promoveerde in de politieke filosofie.
Artikel

Het vaststellen van wilsonbekwaamheid bij patiënten met dementie ter zake van beslissingen over het beëindigen van hun leven

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, schriftelijke wilsverklaring, zelfbeschikkingsrecht, Wtl, Wzd
Auteurs Mr. dr. N. Rozemond
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens de Wet levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding is euthanasie bij wilsonbekwame patiënten met dementie toegestaan op grond van een schriftelijke wilsverklaring. Voor het vaststellen van wilsonbekwaamheid kunnen de regels daarvoor worden gevolgd uit de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en geestelijk gehandicapte cliënten.


Mr. dr. N. Rozemond
Klaas Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Herstelrecht en gedeelde betrokkenheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden gedeelde betrokkenheid, joint intentionality, meervoudig subject, joint commitment, morele verantwoordelijkheid
Auteurs Bart Pattyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Christopher Marshalls is convinced that restorative justice has to do with care for relational involvement. That view is intuitively convincing but not particularly clear. Recent psychological and philosophical research has recently devoted much attention to notions such as ‘collective intentionality’ (Searle, Tomasello) and ‘joint commitment’ (Gilbert). This kind of research is situated and discussed in this paper. We indicate how the restoration of mutual involvement can be reinterpreted from the perspective of this research. This exercise shows that caring for relationships should not be interpreted in a sentimental way. In law and in restorative justice, it does not have to be the intention to enter into more personal relationships with each other. Rather, it is the intention to make it possible once again to develop mutual understanding, respect and compassion from our common universal human commitment.


Bart Pattyn
Bart Pattyn (1962) is hoogleraar ethiek aan de KU Leuven. Zijn onderzoeksinteresse betreft de relatie tussen media en de maatschappelijke gedeelde betrokkenheid (Media en mentaliteit, Leuven: Lannoo Campus 2014). Recente publicatie ‘Waarom waarheid ertoe doet’ Tijdschrift voor Filosofie, 82/2020, p. 93-139. Hij engageert zich tegelijk voor interdisciplinaire dialoog binnen het overlegplatform Metaforum van de KU Leuven.
Toont 1 - 20 van 1687 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.