Zoekresultaat: 137 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Mededingingsrecht

Nationale veiligheid en buitenlandse investeringen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden nationale veiligheid, investering screening, investeringstoets, Verordening 2019/452, ongewenste zeggenschap
Auteurs Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    In reactie op de toenemende aandacht voor geopolitieke belangen in het kader van buitenlandse investeringen is recent een Europese verordening aangenomen en is een Nederlands wetsvoorstel voor de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) aanhangig gemaakt. De Europese Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie creëert een Europees kader op het gebied van de screening van buitenlandse investeringen op grond van veiligheid of de openbare orde. De verordening is een hybride instrument dat (1) coördinatie tussen nationale screeningsautoriteiten faciliteert, (2) in een mate van harmonisatie voorziet en (3) formele Europese bevoegdheid op het gebied van screening van buitenlandse investeringen introduceert. De lidstaten blijven in het licht van hun soevereiniteit op het gebied van nationale veiligheid echter de uiteindelijke verantwoordelijke voor de vraag of een investering al dan niet wordt geblokkeerd op grond van de nationale veiligheid of openbare orde. Op grond van de WOZT krijgt de minister de bevoegdheid het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verbieden op grond van een bedreiging van het publiek belang. Omdat de ‘bedreiging van het publiek belang’-norm limitatief en zeer specifiek is gedefinieerd, zal de minister enkel in uitzonderlijke gevallen het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap kunnen verbieden.
    Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie (PbEU 2019, L 791/1); Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Kamerstukken II 2018/19, 35153, 2 (Wetsvoorstel) en 3 (MvT).


Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy LLP.
Artikel

Access_open Just culture en herstelrecht in de afwikkeling van medische schade

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden herstelrecht, restorative justice, just culture, medische aansprakelijkheid, schade
Auteurs Mr. B.S. Laarman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht wat er vanuit een ‘herstelgericht’ perspectief te zeggen is over de afwikkeling van medische schade. Biedt restorative just culture aanknopingspunten voor een afwikkeling van medische schade die beter aansluit bij de behoeften van betrokkenen?


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is docent-onderzoeker aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL), verbonden aan de afdeling Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit, en de uitvoerend onderzoeker in project OPEN.
Artikel

Het wetsvoorstel ongewenste zeggenschap telecommunicatie

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden vitale vennootschappen, investeringstoets, nationale veiligheid, telecom
Auteurs Mr. E. Breukink
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over het onlangs verschenen wetsvoorstel Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie. De auteur vergelijkt het wetsvoorstel met de consultatieversie. Hij betrekt daarbij het kritische advies van de Raad van State.


Mr. E. Breukink
Mr. E. Breukink is als promovendus verbonden aan het Van der Heijden Instituut, onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R), van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij bereidt een proefschrift voor over de agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen.
Artikel

De digitale werkwijzen van de ACM en de AFM bekeken met een AVG-bril

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden AVG, digitale opsporing, werkwijze ACM en AFM, artikel 5:17 Awb
Auteurs Elsbeth Beumer
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor het opsporen van overtredingen vergaren toezichthouders in toenemende mate digitaal materiaal bij vermeende overtreders. De bevoegdheid om digitaal opgeslagen zakelijke gegevens te kopiëren, hebben toezichthouders op grond van artikel 5:17 Awb. De ACM en AFM hebben deze bevoegdheid en de manier waarop zij het digitale materiaal verzamelen en kopiëren uitgewerkt in een werkwijze. In dit artikel worden deze ‘digitale werkwijzen’ van de ACM en AFM bekeken met een AVG-bril. Is de bevoegdheid om (soms grote) hoeveelheden en (on)gestructureerde data te verzamelen en kopiëren in overeenstemming met de AVG? En zo ja, welke eisen stelt de AVG aan de digitale werkwijzen?


Elsbeth Beumer
Dr. mr. A.E. Beumer is als senior opsporingsambtenaar werkzaam bij de Autoriteit Consument & Markt en is nauw betrokken bij de uitvoering van de ACM Digitale Werkwijze.
Artikel

De elektronische betekening van gerechtelijke mededelingen: kanttekeningen bij een betrekkelijk nieuwe regeling

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden elektronische betekening, e-betekening, Wetboek van strafvordering, Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen, Berichtenbox, Berichtenbox app, akte van uitreiking
Auteurs Drs. J.W. van Wetten
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur concludeert dat wanneer de huidige regeling van de e-betekening in ongewijzigde vorm in Hoofdstuk 9 van Boek 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering zou worden opgenomen en in werking zal treden, niet verwacht mag worden dat deze in de praktijk enige toegevoegde waarde zal hebben. Bovendien kan worden geconcludeerd dat de regeling dermate techniekafhankelijk is geformuleerd dat deze in de weg staat aan de toepassing van een handige en gebruikersvriendelijke voorziening als de Berichtenbox app. Wenselijk is de regeling te herzien met als vertrekpunt dat het elektronisch ontvangen van gerechtelijke kennisgevingen geen geheel vrijblijvende aangelegenheid is voor de justitiabele. Het invoeren van een verplichting tot elektronische ontvangst voert wellicht te ver. Voorgesteld wordt aan een eenmaal gegeven instemming voor het elektronische ontvangen van gerechtelijke kennisgevingen de consequentie te verbinden dat de verzending van een kennisgeving door het Openbaar Ministerie voldoende is om een betekening in persoon aan te nemen. Dat zal het geval kunnen zijn indien de werking van de te gebruiken voorziening een grote mate van zekerheid biedt dat de kennisgeving de juiste persoon bereikt, dat – behoudens de mogelijkheid van een verstoring – de aan de persoon verzonden kennisgeving (doordat hij hiervan langs verschillende kanalen wordt genotificeerd) de persoon niet zal kunnen ontgaan en dat de verzending op bij wet voorschreven wijze wordt gelogd en in machinaal gegenereerde standaardverklaringen wordt vastgelegd opdat de rechter – mocht dit nodig zijn – de e-betekening kan controleren.


Drs. J.W. van Wetten
Drs. J.W. (Jos) van Wetten is beleidsadviseur bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Het professionele verschoningsrecht in het nieuwe wetboek

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden geheimhoudingsplicht advocaat, professionele verschoningsrecht, Modernisering Wetboek van Strafvordering, getuigenverhoor, doorzoeking en inbeslagneming
Auteurs Mr. dr. N.A.M.E.C. Fanoy
SamenvattingAuteursinformatie

    In de conceptwetsvoorstellen tot vaststelling van Boek 1, 2 en 6 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering is een aantal voorstellen gedaan voor een nieuwe regeling van het ‘professionele verschoningsrecht’: het verschoningsrecht van bepaalde beroepsbeoefenaren met een vertrouwenspositie die in het kader van hun beroepsuitoefening een geheimhoudingsplicht hebben. Deze bijdrage gaat in op de voorgestelde bepalingen die betrekking hebben op het professionele verschoningsrecht bij het getuigenverhoor en bij een doorzoeking en inbeslagneming bij professioneel verschoningsgerechtigden dan wel ‘derden’. De nadruk ligt op de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat. De wetgever beoogt met de voorgestelde bepalingen de reikwijdte en de omvang van het verschoningsrecht te verduidelijken en in overeenstemming te brengen met recente ontwikkelingen in jurisprudentie en rechtspraktijk. In de bijdrage worden de voorstellen nader beschouwd in het licht van deze doelstelling.


Mr. dr. N.A.M.E.C. Fanoy
Mr.dr. (Nathalie) A.M.E.C. Fanoy is advocaat te Amsterdam, gespecialiseerd in tucht- en gedragsrecht. In 2017 promoveerde zij op het onderwerp ‘De geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat’.
Artikel

Weerbaarheid jegens ongewenste omgangsvormen op het werk

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Weerbaarheid, Ongewenste omgangsvormen, Beleid tegen ongewenste omgangsvormen, Bedrijfscultuur
Auteurs Mr. Margriet Maris
SamenvattingAuteursinformatie

    This article explores the boundary conditions an organization has to take to make the workplace, where all kind of people work together, a safe place. Employers are responsible for a safe working environment according to the Arbowet. The confidential councilor is an important part of the infrastructure against workplace harassment. Next to commitment from the top of the organization, a code of conduct based on the support of the employees, a complaints procedure with access to an independent complains committee, the confidential councilor is key to discover and act on workplace harassment. Not all confidential councilors are trained and aware of the pitfalls of the job. Organizations have to set boundary conditions. For example legal privilege within the organization and some sort of protection against retaliation. The confidential councilor follows the lead of the complainant and can put down the responsibility of solving the issue of harassment at the proper authority within the organization.


Mr. Margriet Maris
Mr. Margriet Maris is zelfstandig mediator en extern vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen en integriteit. Zij is tevens voorzitter van de Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen (LVV).
Artikel

De digitale civiele procedure als onderdeel van een behoorlijke rechtspleging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2019
Trefwoorden digitalisering, KEI, digitale procedure, digitaal systeem, toegankelijkheid, procesinleiding, oproepingsbericht, openbaarheid
Auteurs Dineke de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Digitaal procederen in civiele procedures is in ontwikkeling. In dit artikel wordt ingegaan op de digitaliseringsdoelstelling van de wetgever en op ervaringen die zijn opgedaan rondom de ontwikkeling van digitaal procederen in civiele vorderingszaken (dagvaardingszaken) over rechtsgevolgen ter vrije bepaling van partijen.


Dineke de Groot
Prof. mr. G. de Groot is werkzaam als vicepresident bij de Hoge Raad en bijzonder hoogleraar Rechtspraak en conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Wat kunnen België en Nederland van elkaar leren over zakelijke bemiddeling?

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Zakelijke mediation, Advocaten, Rechters, bedrijven, België
Auteurs Theo De Beir en Willem Meuwissen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the Belgian perspective on the Dutch ‘ZAM/ACB research on possibilities and impediments for commercial mediation’ which was undertaken by the Montaigne Centre of the University of Utrecht. In Belgium bMediation, the Federal Mediation Committee and the Ghent University periodically monitor the practice of mediation in Belgium with the instrument of the 'Bemiddelingsbarometer'. It turns out that parties and their advisers in both Belgium and the Netherlands still prefer a traditional judicial approach instead of mediation, mostly because of a lack of information.


Theo De Beir
Theo De Beir is erkend bemiddelaar in burgerlijke, handels- en sociale zaken, advocaat, docent en managing partner van Agrementor Brussels.

Willem Meuwissen
Willem Meuwissen is erkend bemiddelaar in burgerlijke, handels- en sociale zaken, advocaat, docent en managing partner van Agrementor Antwerp.
Rechtsbescherming

Geheimhouding en openbaarheid in het Europees bankentoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden SSM, beroepsgeheim, openbaarheid bestuur, bankentoezicht, ECB
Auteurs Dr. G. ter Kuile
SamenvattingAuteursinformatie

    Bankentoezichthouders krijgen aardig wat verzoeken om informatie en documenten over banken en bankentoezicht. Maar het beroepsgeheim van bankentoezichthouders verhindert deze openbaarheid van bestuur. In 2018 hebben het Hof van Justitie en het Gerecht de regels over het beroepsgeheim verduidelijkt. Dit artikel bespreekt verschillende aspecten uit vijf arresten van 2018 over geheimhoudingsplichten in het bankentoezicht die op gespannen voet kunnen staan met het ‘transparantiebeginsel’. De aspecten zien op het belang van geheimhouding bij bankentoezicht, op het concept ‘vertrouwelijke informatie’ en dat tijdsverloop de vertrouwelijkheid teniet kan doen, en op de overweging dat het ‘recht op een eerlijk proces’ moet worden afgewogen tegen het belang bij geheimhouding.

    • Gerecht 26 april 2018, zaak T-251/15, Espírito Santo Financial (Portugal)/ECB, ECLI:EU:T:2018:234 (hogere voorziening C-442/18 P.).

    • HvJ 19 juni 2018, zaak C-15/16, BaFin/Baumeister, ECLI:EU:C:2018:464.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-358/16, UBS Europe/CSSF, ECLI:EU:C:2018:715.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-594/16, Buccioni/Banca d’Italia, ECLI:EU:C:2018:717.

    • Gerecht 27 september 2018, zaak T-116/17, Der Spiegel/ECB, ECLI:EU:T:2018:614.

    • Artikel 1, 10 lid 3, 11 VEU.

    • Artikel 15 VWEU.

    • Artikel 37 Statuut ESCB/ECB (Protocol nr. 4).

    • Artikel 41 lid 2 sub b, 42, 47, 48 EU Handvest.

    • Artikel 53 e.v. CRD IV (Richtlijn 2013/36/EU).

    • Artikel 27 SSMR (Verordening (EU) nr. 1024/2013).

    • Artikel 26 en 32 SSM-kaderverordening (Verordening (EU) nr. 468/2014).

    • Besluit ECB/2004/3.


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile is jurist bij het secretariaat van de raad van toezicht (Supervisory Board) van de Europese Centrale Bank (ECB).

Sabine Droogleever Fortuyn
Artikel

Zomertoets Tuchtquiz 2019

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2019
Auteurs Trudeke Sillevis Smitt en Linus Hesselink

Trudeke Sillevis Smitt

Linus Hesselink
Artikel

De Nederlandse Staat als aandeelhouder in Air France/KLM: een nieuwe deelneming, een nieuw deelnemingenbeleid

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden deelnemingenbeleid, overheidsdeelnemingen, publieke belangen, minderheidsaandeelhouder, Air France-KLM S.A.
Auteurs Mr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de aankoop van aandelen in Air France-KLM hoopt de Nederlandse Staat de internationale bereikbaarheid van Nederland beter te borgen. Deze bijdrage bespreekt in hoeverre deze aankoop de positie van de Staat versterkt en hoe het huidige deelnemingenbeleid aldus verruimd lijkt te worden met ruimte voor nieuwe overheidsdeelnemingen.


Mr. J. Nijland
Mr. J. Nijland is universitair docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Een nieuwe Aanbeveling van de Raad van Europa: naar een duurzame verankering van het herstelrecht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Aanbeveling van de Raad van Europa, Recommendation No. R(99)19, Herstelrecht in strafzaken, strafproces
Auteurs Ivo Aertsen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents and critically discusses a new Recommendation on restorative justice (CM/Rec(2018)8) that was adopted on 3 October 2018 by the Committee of Ministers of the Council of Europe. This new regulation builds on the previous Recommendation No. R(99)19 on mediation in penal matters and recommends the governments of the 47 member States of the Council of Europe the adopt and implement the principles of restorative justice as described in the Appendix of the new Recommendation. These guidelines apply to national authorities and national agencies in general, and to judges, public prosecutors, police, prisons, probation, juvenile justice agencies, victim support services and restorative justice services in particular. The article presents the origins of the Recommendation, its contents and its meaning for restorative justice developments in Europe and beyond.


Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is professor herstelrecht en victimologie aan de KU Leuven en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

De Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit 2018

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2019
Trefwoorden good research practice, transparency, independence, duties of care, responsibility
Auteurs Prof. dr. Antoine Hol
SamenvattingAuteursinformatie

    The new Dutch Code of Conduct for Research Integrity (2018) offers an important document for strengthening good research practices. It can be used in training researchers, informing the general public on standards guaranteeing trustworthiness of scientific research and handling allegations of misconduct in this research. The code departs from a set of principles worked out in standards describing the do’s and don’ts of good research practice. The Dutch code distinguishes itself for amongst others having a special section on duties of care of the organization where researchers are appointed. The organization has special responsibilities to give support to its researchers to develop good research practice and to foster a research culture in which dilemmas of integrity can be discussed in an open atmosphere. In this article special attention is paid to the principle of dependency. It is with regard to this principle that the researcher is most vulnerable, especially when it comes to commissioned research projects. How can the researcher be supported when dependency and honesty are under pressure?


Prof. dr. Antoine Hol
Prof. dr. A.M. Hol is hoogleraar Encyclopedie van het recht/Rechtsfilosofie aan de Universiteit Utrecht en medeauteur van de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit. Hij is tevens voorzitter van de Commissies Wetenschappelijke Integriteit van Universiteit Utrecht en Tilburg University.
Rechtsbescherming

De ‘space to think’ in de Eurowob na De Capitani en ClientEarth

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Eurowob, toegang tot documenten, transparantie, ‘space to think’, besluitvorming EU
Auteurs Y.C. Bijl LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee recente uitspraken besproken waarin de EU-rechter zich heeft uitgelaten over de vraag of in het kader van de Eurowob een beroep op een ‘space to think’ kan volstaan om een document niet te openbaren. Het concept van de ‘space to think’ zweeft al enige tijd rond in de rechtspraak inzake de Eurowob maar de precieze contouren van het concept en wanneer er een geslaagd beroep op kan worden gedaan zijn niet duidelijk. Deze bijdrage beoogt meer helderheid daarin te brengen.


Y.C. Bijl LLM
Y.C. (Yannick) Bijl LLM is jurist bij de afdeling Europees Recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Telecommunicatie

Een nieuw telecomkader: het Europees wetboek voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Elektronische communicatie, Telecommunicatie, Radiospectrum, Ex ante regulering, 5G, ACM, Internationaal bellen
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 december 2018 verscheen de nieuwe Richtlijn tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie in het Publicatieblad. Op diezelfde dag werd ook de nieuwe Berec-verordening gepubliceerd, die ook op 20 december 2018 in werking trad en rechtstreeks toepasselijk is, dus geen omzetting behoeft in de nationale rechtsorde. Veel is vertrouwd en is alleen in een ander jasje gestoken, maar daarnaast zijn er veel detailaanpassingen waarvan het afwachten is wat die gaan betekenen. Hoe dan ook zal dit nieuwe Europese telecomkader tot aanpassingen in de Nederlandse Telecommunicatiewet leiden. In deze bijdrage wordt ingegaan op de totstandkomingsgeschiedenis van het Europees wetboek en de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen voor de praktijk. Ingegaan wordt op de connectiviteitsdoelstelling en het realiseren van zeer snelle vaste en mobiele netwerken, marktregulering, toegangsverplichtingen, universele diensten, eindgebruikersbescherming, nieuwe tariefregulering voor internationaal bellen en het institutioneel kader.
    Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie, PbEU 2018, L 321/36 (hierna: de richtlijn).


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is bedrijfsjurist bij KPN en gastdocent bij eLaw.
Artikel

Access_open De mislukte unificatie van Unilever

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden duale structuur, fusie, scheme of arrangement, governance, aandeelhouders
Auteurs Drs. R. Abma
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft de belangrijkste redenen van de mislukte eenwordingsoperatie van Unilever in 2018. Een gebrekkige communicatie over de voor- en nadelen van de verschillende alternatieven voor de herziening van de vennootschappelijke structuur, een gebrek aan voorafgaande consultatie van de belangrijkste aandeelhouders en een onderschatting van de Brexit-sentimenten hebben het Unilever-bestuur waarschijnlijk de das omgedaan.


Drs. R. Abma
Drs. R. Abma is directeur bij Eumedion te Den Haag.
Artikel

Vrijwillige rechtspraak: rechters op het mediationpad?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Trefwoorden neighbourhood courts, mediation, friendly solutions, voluntary jurisdiction, de-escalation
Auteurs Prof. dr. Dick Allewijn
SamenvattingAuteursinformatie

    A characteristic difference between administration of justice and mediation so far was the element of voluntariness on the side of the clients. Administration of justice however is, for the citizen who is brought before the courts, not voluntary. Recently pilots have been started in which citizens can turn voluntarily to the Court at low cost, and not far from their neighborhood. Judges will not primarily aim at making a decision in accordance with the law, but at finding friendly solutions. Does this mean that judges are going to mediate? And if so, how should this be appreciated? In this contribution attention is paid to certain aspects of this question. It is argued that differences between jurisdiction and mediation still remain. More than mediators judges must act within the legal framework. The extent to which they can engage in the emotional undercurrent of conflicts is limited. Confidence in the Court is from a different origin than trust in the mediator, and that also makes a difference. And finally, a judge is competent to make a binding judgment, which influences the way he or she is looked at by the parties.


Prof. dr. Dick Allewijn
Prof. dr. D. Allewijn is als bijzonder hoogleraar Mediation verbonden aan de Faculteit Rechten van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij is tevens werkzaam als MfN-registermediator en trainer bij het Centrum voor Conflicthantering.

    Alternative/amicable dispute resolution (ADR) is omnipresent these days. In line with global evolutions, the Belgian legislator embraced the use of these ADR mechanisms. Recent reforms of the law, first in 2013 with the act concerning the introduction of a Family and Juvenile Court and consecutively in 2018 with the act containing diverse provisions regarding civil law with a view to the promotion of alternative forms of conflict resolution, implemented more far-reaching measures to promote ADR than ever before. The ultimate goal seems to alter our society’s way of conflict resolution and make the court the ultimum remedium in case all other options failed.In that respect, the legislator took multiple initiatives to stimulate amicable dispute resolution. The reform of 2013 focused solely on family cases, the one in 2018 was broader and designed for all civil cases. The legal tools consist firstly of an information provision regarding ADR for the family judge’s clerk, lawyers and bailiffs. The judges can hear parties about prior initiatives they took to resolve their conflict amicably and assess whether amicable solutions can still be considered, as well as explain these types of solutions and adjourn the case for a short period to investigate the possibilities of amicable conflict resolution. A legal framework has been created for a new method, namely collaborative law and the law also regulates the link between a judicial procedure and the methods of mediation and collaborative law to facilitate the transition between these procedures. Finally, within the Family Courts, specific ‘Chambers of Amicable Settlement’ were created, which framework is investigated more closely in this article. All of these legal tools are further discussed and assessed on their strengths and weaknesses.
    ---
    Alternatieve of minnelijke conflictoplossing is alomtegenwoordig. De Belgische wetgever heeft het gebruik van deze minnelijke oplossingsmethodes omarmd, in navolging van wereldwijde evoluties. Recente wetshervormingen implementeerden maatregelen ter promotie van minnelijke conflictoplossing die verder reiken dan ooit tevoren. Het betreft vooreerst de hervorming in 2013 met de wet betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank en vervolgens kwam er in 2018 de wet houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing. De ultieme doelstelling van deze hervormingen is een mentaliteitswijziging omtrent onze wijze van conflictoplossing teweegbrengen, waarbij de rechtbank het ultimum remedium dient te worden nadat alle overige opties faalden.De wetshervorming van 2013 focuste uitsluitend op familiale materies, de hervorming van 2018 was ruimer en had alle burgerlijke zaken voor ogen. De wettelijke mogelijkheden bestaan vooreerst uit een informatieverstrekking omtrent minnelijke conflictoplossing in hoofde van de griffier van de familierechtbank, advocaten en gerechtsdeurwaarders. Rechters kunnen partijen horen omtrent eerdere ondernomen initiatieven om hun conflict op een minnelijke manier op te lossen, zij beoordelen of minnelijke oplossingen alsnog kunnen worden overwogen, zij kunnen de diverse minnelijke mogelijkheden toelichten aan partijen alsook de zaak voor een korte periode uitstellen om partijen toe te laten de mogelijkheden aan minnelijke conflictoplossing te verkennen. Er werd voorts een wetgevend kader uitgewerkt voor een nieuwe oplossingsmethode, namelijk de collaboratieve onderhandeling. De wet creëert tevens een link tussen een gerechtelijke procedure en de methodes van bemiddeling en collaboratieve onderhandeling, om de overgang tussen deze procedures te vereenvoudigen. Tot slot werden er binnen de familierechtbanken specifieke kamers voor minnelijke schikking opgericht, waarvan het wetgevend kader in detail wordt bestudeerd in dit artikel. Al deze wettelijke opties worden nader besproken en beoordeeld aan de hand van hun sterktes en zwaktes.


Sofie Raes
Sofie Raes is a Ph.D. candidate at the Institute for Family Law of the University of Ghent, where she researches alternative dispute resolution, with a focus on the chambers of amicable settlement in Family Courts. She is also an accredited mediator in family cases.
Toont 1 - 20 van 137 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.