Zoekresultaat: 49 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2013 x Rubriek Artikel x

    Preventive interventions against terrorist attacks can be justified on legal and moral grounds. The Dutch broad-based approach against terrorism also addresses radicalizations processes. It is, however, hard to justify why a government in a liberal democracy should be allowed to intervene in processes of radicalization where danger to society is not obvious. A reason to justify intervention is when a (former) radical asks for help. Theories based on the ideas of Kant and Rawls also allow for intervention if an individual’s autonomy is diminished because he is member of a sect or under the spell of a charismatic leader. Other interventions with regard to (prevention of) radicalization cannot be justified by deontological theories such as Kant’s and Rawls’. Virtue ethics or teleology would, however, allow interventions but only if they are geared towards helping the individual in their quest to the good life. This justification allows for interventions that are, for example, focused on supporting individuals to critically reflect, reason and discuss about the good life and a just society. Based on the teleological justification constraints can be derived for preventive interventions with regard to radicalization or even deradicalisation. Notice that individuals cannot be forced to join these programs because there is no legal basis.


Anke van Gorp
Dr. ir. Anke van Gorp is onderzoeker en hogeschooldocent Ethiek en Veiligheid aan de Hogeschool Utrecht, Integrale Veiligheidskunde, Faculteit FMR. E-mail: anke.vangorp@hu.nl

Arnold Roosendaal
Mr. Arnold Roosendaal is onderzoeker bij TNO, afdeling Strategy and Policy for the Information Society.
Artikel

De afstand tussen burger en rechter

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, punitivity gap, accessibility gap
Auteurs Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    The distance between the public and the judiciary takes two forms: a punitivity gap and an accessibility gap. This article discusses both types of gap and elaborates on the issue of whether the existence of these gaps influences confidence in the judiciary. From the literature, it appears that the public is generally of the opinion that courts sentence too leniently. However, experiments show that when citizens receive information on a specific case, they become less punitive. Information provision may also help to bridge an accessibility gap, as does actual citizen involvement in the administration of justice. The relation between the gaps discussed and confidence in the judiciary is not clear as yet. The article discusses methods generally used to assess confidence and suggests that confidence may be increased by a reduction of the two gaps.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam, en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Haarlem en het Hof Den Bosch. Bij de Vrije Universiteit (VU) verzorgt zij het vak ‘Recht en Praktijk’. Enkele publicaties: ‘De aanvaarding en naleving van rechtsnormen door burgers: participatie, informatieverschaffing en bejegening’, in: P.T. de Beer & C.J.M. Schuyt (red.), Bijdragen aan waarden en normen, Amsterdam: Amsterdam University Press 2004, p. 77-106. En: Democracy in the courts. Lay participation in European criminal justice systems, Aldershot: Ashgate 2009.
Artikel

Vertrouwen en wantrouwen in de Belgische justitie en de rol van de krantenberichtgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Trust in justice system, Belgium, reporting of newspapers
Auteurs Stien Mercelis
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution it has been set out that trust in the Belgian justice system cannot be taken for granted. The article contains empirical research on the reporting of newspapers on the Belgian justice system and tries to uncover a possible causal relationship between reading certain newspapers and trust in the justice system. Although it turns out that quality newspapers report on the justice system in a more negative way, readers of popular papers have less trust in the justice system. A direct link between negative reporting and reduced trust was therefore not found. Socio-economic variables and the priming effect on punitive attitudes in popular newspapers are cited as possible explanations.


Stien Mercelis
Stien Mercelis is master in de Rechten en bachelor in de Criminologie. Momenteel is zij assistente Rechtssociologie aan de Universiteit Antwerpen. Zij schrijft een proefschrift over de interne en externe factoren van het vertrouwen in de Belgische justitie als openbare dienst.
Artikel

Transparantie leidt niet vanzelfsprekend tot vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Transparency, information, factors influencing confidence in the judiciary
Auteurs Petra Jonkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Transparency of institutions like the judiciary is often assumed to increase confidence. However, a recent survey concerning opinions about the judiciary showed that in many cases one trusts the judiciary without having any special interest in the judiciary itself. It revealed that confidence in the judiciary depends on various factors like anomy, social trust, general institutional trust, personal experience and feelings about a fair chance in a hypothetical case for court. And transparency will not easily change these factors. Furthermore, providing information can both strengthen and weaken confidence due to the personal backgrounds of those receiving the information. Finally, this paper discusses whether strategic and positive information that is needed to increase confidence allows for drawing one’s own conclusions as transparency promises.


Petra Jonkers
Petra Jonkers is politicoloog en stafmedewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zij promoveerde in 2003 in Nijmegen op een rechtssociologisch onderzoek naar de kwaliteit van wetgeving. Recente publicaties: ‘Inzicht in gedrag voorwaarde voor goede wetgeving’, Regelmaat 2013-28(1), p. 6-21; ‘Zet transparantie liever in voor bekritiseerbaarheid dan voor vertrouwen’, in: D. Broeders, C. Prins, H. Griffioen, P. Jonkers, M. Bokhorst & M. Sax (red.), Speelruimte voor transparantere rechtspraak, Amsterdam: Amsterdam University Press 2013, p. 449-479.
Artikel

Stefano Melloni: grenzen aan de nationale grondwettelijke grondrechtenbescherming bij uitvoering van een EAB

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden Europees strafrecht, voorrang recht van de Unie, Hof van Justitie, Melloni, Europees Aanhoudingsbevel
Auteurs Mr. M.I. Veldt-Foglia
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich in de zaak Melloni uitgesproken over de door de Spaanse constitutionele rechter opgeworpen vraag of de nationale rechter in het kader van een overleveringsprocedure aan de verzoekende staat – alvorens toestemming te verlenen de betrokken persoon over te leveren –, aanvullende eisen in de sfeer van de grondrechtenbescherming mag stellen die niet in het Kaderbesluit inzake het Europees aanhoudingsbevel staan vermeld. Deze bijdrage bespreekt de antwoorden van het Hof van Justitie op de door het Spaanse Constitutionele Hof gestelde prejudiciële vragen onder meer in het licht van de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie over de voorrang van het recht van de Unie en duidt de betekenis van deze uitspraak met name in het licht van het bepaalde in artikel 53 van het Handvest.
    HvJ EU 26 februari 2013, zaak C-399/11, S. Melloni/Ministerio Fiscal, n.n.g.
    Kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (2002/584/JBZ) (verder: Kaderbesluit 2002/584) zoals gewijzigd bij Kaderbesluit 2009/299/JBZ.
    Kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 tot wijziging van Kaderbesluit 2002/584, Kaderbesluit 2005/214/JBZ, Kaderbesluit 2006/783, Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Kaderbesluit 2008/947/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces, Pb. EU 2009, L 81/24.


Mr. M.I. Veldt-Foglia
Mr. M.I. (Mappie) Veldt-Foglia is raadsheer in de sector Strafrecht van het Gerechtshof Den Haag.

    Since the mid-1980s American recipes for the fight against crime and nuisance are very popular amongst Dutch policymakers. The question posed in this article is why they rather look at the United States than at European countries far more comparable to the Netherlands. The authors answers this question by pointing at the popularity of neo-liberal recipes in general, an emotional historical bond marked by the time that New York was still called New Amsterdam and the liberation from Nazism in 1945, the (sometimes reluctant) acceptance of the US’ role as ‘the world’s policeman’ and a (mostly unspoken) belief that ‘bigger is better’. Next, the author draws some lessons from research on ‘how policy travels’: 1) crime policies are always in much wider social policies and idea(l)s; 2) if something ‘works’ in country A it doesn’t mean it also ‘works’ in country B; 3) policies are always adopted to national circumstances; 4) policymakers are particularly fond of simple messages and dislike nuances and criticism; 5) you can also look at the US in order to find out where ‘we’ don’t want to go; and 6) you most of all learn more about yourself if you look at other countries. The author concludes with a plea for critical cosmopolitanism and a decolonisation of criminology from national biases.


R. van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is hoogleraar internationale en comparatieve criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, wetenschappelijk directeur van de Erasmus Graduate School of Law en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie. E-mail: vanswaaningen@law.eur.nl.
Artikel

Pot, crack en Obama’s ‘third way’

Liberalisering van drugsbeleid in de Verenigde Staten?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2013
Auteurs I. Haen Marshall
SamenvattingAuteursinformatie

    This essay describes the most important recent events in the field of American drugs legislation covering the liberalization of cannabis policies in several states as well as the reduction of penalties for the possession of crack at the federal level. These developments are situated in a broader context of a complicated and big country with plenty of room for extreme moral views and a very punitive justice policy that targets Blacks and Latino’s much more than the white middle class. The disproportionate impact of the punitive drugs legislation is an important driving force behind the trend towards liberalization, next to the high costs of maintaining an overcrowded prison system.


I. Haen Marshall
Ineke Haen Marshall, PhD is Professor bij het Department of Sociology & Anthropology and School of Criminology and Criminal Justice van de Northeastern University in Boston.
Artikel

Een ommekeer in de Amerikaanse strafrechtpleging?

De inzet van alternatieve rechtspraakprogramma’s ter bestrijding van overbevolkte gevangenissen in Texas

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2013
Auteurs M. Bachmann, P. Kinkade en B. Smith-Bachmann
SamenvattingAuteursinformatie

    This article introduces and evaluates three different specialty court programs that are being enacted in a large Texas county to locally fight the growing tide of unsustainably high incarceration rates that is sweeping the United States. The study provides a brief description of the general dilemma of the American criminal justice system that, as a result of the widespread fear of crime and a mainstream news arena that favors grossly simplistic sound-byte-compatible get-tough policies, has become so immensely punitive and overburdening on public budgets that it is de facto no longer sustainable and in desperate need of immediate change. Faced with a situation of political stalemate on state and federal levels, county judges in Texas and other states are taking it upon themselves to bring about change in their local jurisdictions. Through newly designed specialty courts models, they seek to divert special-needs offenders away from the default incarceration track. The article evaluates the overall effectiveness of these new sentencing alternatives and identifies specific areas that need further improvement.


M. Bachmann
Michael Bachmann, PhD is als assistant professor verbonden aan het Department of Criminal Justice van de Texas Christian University.

P. Kinkade
Patrick Kinkade, PhD is associate professor aan het Department of Criminal Justice van de Texas Christian University.

B. Smith-Bachmann
Brittany Smith-Bachmann is als lecturer verbonden aan de afdeling Strafrecht van de Texas Christian University.
Artikel

Blik naar het Noorden?

Een kenschets van het justitiële beleid in Scandinavië

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2013
Auteurs P. Kruize
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the question whether Dutch policy makers and researchers ought to look more often to Scandinavia for inspiration and less to the West (UK and USA). Scandinavian countries are also influenced by Anglo-American ideas about crime and justice, but at the same time the number of incarcerated persons has not changed dramatically while recidivism rates are low. Dutch policy makers and researcher do sometimes look at initiatives and practices in Scandinavian countries, most often Sweden. Dutch society shares many similarities with the Scandinavian welfare states and therefore it should be natural – according to the author – to benefit more often from Scandinavian experiences. Some suggestions are discussed in the article.


P. Kruize
Dr. Peter Kruize is associate professor bij de Juridische Faculteit van de Universiteit van Kopenhagen. Daarnaast is hij partner bij Ateno – bureau voor criminaliteitsanalyse – in Amsterdam.
Artikel

Behandelingsbereidheid onder gedetineerden in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Behandelingsbereidheid, Deelname, Rehabilitatie, Gevangenis
Auteurs Anouk Bosma MSc, Dr. Anja Dirkzwager, Prof. Dr. Paul Nieuwbeerta e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A survey of the literature suggested that low participation rates in prison-based rehabilitation programs in The Netherlands can be explained by a lack of treatment readiness amongst rehabilitation candidates and participants. The current contribution aims to examine treatment readiness amongst detainees that have been assigned a candidate for a prison-based rehabilitation program in the Netherlands. To address these aims, data were used from the fourth wave of a research project studying the effects of imprisonment on the life of detainees in the Netherlands. Results showed that about eighty percent of treatment candidates were not treatment ready. This lack of treatment readiness amongst potential participants will no doubt influence both treatment engagement numbers, which studies have shown to be low, and quite possible treatment effectiveness. Results imply that practitioners should be aware of the absence of treatment readiness amongst a large part of their clients. Assessment and (if necessary) interventions to increase treatment readiness amongst candidates and participants seems of the utmost importance.


Anouk Bosma MSc
Anouk Bosma MSc is promovenda Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. Anja Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Prof. Dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. Paul Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Maarten Kunst
Dr. Maarten Kunst is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Het slachtoffer centraal?

Opinie ten aanzien van slachtofferrechten in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2013
Trefwoorden opinie over slachtofferrechten, slachtofferrechten in Nederland, attitudes, willingness to pay
Auteurs Dr. Karlijn F. Kuijpers, Sanne van Parera en Lieke Popelier
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of the current study is to provide insight in the support for victim rights among Dutch citizens. Although it is generally assumed that the Dutch public supports these rights, empirical research into this topic appears to be scarce. The opinion with regard to four victim rights was established in two ways. Firstly, respondents were asked about their attitudes and, secondly, about their willingness to pay extra taxes for those rights. Respondents’ attitudes concerning the victim rights in this study appear to be positive; their willingness to pay, however, is low. Findings indicate the importance of combining conventional attitude questions with alternative methods (such as questions about willingness to pay) when studying public preferences and opinions.


Dr. Karlijn F. Kuijpers
Dr. Karlijn Kuijpers is universitair docent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden

Sanne van Parera
Sanne van Parera was ten tijde van het onderzoek bachelorstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Lieke Popelier
Lieke Popelier was ten tijde van het onderzoek bachelorstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Het Liefdehuis-arrest na honderd jaar herinnerd

Kanttekeningen bij de opmaat tot een fameus arrest van de Hoge Raad

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden medisch beroepsgeheim, verschoningsrecht, Liefdehuis-arrest
Auteurs Prof. mr. dr. D.P. Engberts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Liefdehuis-arrest uit 1913 was het eerste arrest waarin het medisch beroepsgeheim centraal stond. De Hoge Raad relativeert daarin drastisch de betekenis van de artseneed/-belofte voor het beroepsgeheim en het verschoningsrecht. Grondslag en oogmerk van het beroepsgeheim worden niet op regelgeving gebaseerd maar op de eigen aard van de verhouding patiënt-arts. In dit artikel schetst de auteur kort de achtergronden van het arrest. Hij gaat in op het belang van de uitspraak en geeft een korte analyse van de sterke en zwakke kanten.


Prof. mr. dr. D.P. Engberts
Dick Engberts is hoogleraar Normatieve aspecten van de geneeskunde aan de Universiteit Leiden en hoofd van de sectie Ethiek & Recht van de Gezondheidszorg van het Leids Universitair Medisch Centrum.
Artikel

Principes van klokkenluiden: de benadering van de Raad van Europa

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Council of Europe, whistleblowing, legal improvements, Recommendation Council of Europe, basic principles of whistleblowing
Auteurs P. Stephenson en M. Levi
SamenvattingAuteursinformatie

    National governments have adopted a variety of approaches to the protection of whistleblowers. This article refers to examples in Slovenia, the United Kingdom and the United States of America, and ongoing work in Ireland, the Netherlands and Serbia. It is not always clear what would count as success, but none of the existing laws appears to have wholly achieved its aims. The Council of Europe aims to establish some common ground in Europe by drafting a Recommendation which will establish principles on which Member States should draft laws and establish systems. This article considers the work done so far on the draft Recommendation, discusses some of the most important and problematic aspects, and suggests improvements.


P. Stephenson
Paul Stephenson is oud-functionaris van het ministerie van Justitie (Verenigd Koninkrijk) en deskundige op het gebied van anticorruptie.

M. Levi
Prof. Michael Levi is hoogleraar Criminologie aan de Universiteit van Cardiff.
Artikel

Muziek, criminaliteit en cultuur

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Music, Crime, Culture, Criminology
Auteurs Tom Decorte en Dina Siegel
SamenvattingAuteursinformatie

    Various disciplines have a longstanding tradition of studying musical genres and the various functions of music, but few criminologists focus on music in their scientific work. This article discusses various relationships between music, crime and culture. We discuss the hypothesis of ‘criminogenic’ music genres, and countless examples of criminalisation of music. We point at the stilistic importance of music genres for subcultures and social movements, and we raise ethical aspects: music can also be used as an instrument of (symbolic) violence, as a punishment or even as torture. Finally, we discuss other functional uses of music: as a vehicle for human emotions, for therapeutic purposes, to influence the behavior of employees and consumers, to enhance feelings of public safety, and to prevent crime and nuisance.


Tom Decorte
Prof. dr. Tom Decorte is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Gent. E-mail: Tom.Decorte@ugent.be.

Dina Siegel
Prof. dr. Dina Siegel is hoogleraar criminologie aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen Universiteit Utrecht. E-mail: D.Siegel@uu.nl.
Artikel

Gangsters en jazz

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Jazz, Mafia, Night Clubs, Organized Crime
Auteurs Frank Bovenkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    The social history of jazz music in America since 1880 has been described as a movement out of the inauspicious background of night clubs and brothels in the urban underworld. In 1980 Ronald L. Morris has published a book, Wait until dark, fostering a contrary view (that should inspire criminology). Morris claimed that until 1940 the ‘mob’ had promoted jazz music as gangsters hired black musicians without concern for the law and the conventions of racial segregation. There is some evidence that even during the 1950s the jazz scene of New York City and Las Vegas had also been partly organized by the mafia.


Frank Bovenkerk
Prof. dr. Frank Bovenkerk is emeritus hoogleraar criminologie aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. E-mail: F.Bovenkerk@uu.nl
Artikel

De clementiethriller als nieuw filmgenre

Het gebruik van gedramatiseerde voorlichtingsfilms in het toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden clementiethriller, voorlichtingsfilm, film, voorlichting, media
Auteurs Dr. Judith van Erp
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de nieuwste ontwikkelingen in het gebruik van media door toezichthouders is het produceren van gedramatiseerde films, om ondernemers voor te lichten over het toezicht en af te schrikken. Met name in het mededingingstoezicht hebben mededingingsautoriteiten in verschillende landen realistische ‘docudrama’s’ geproduceerd waarin fictieve kartels worden ontmaskerd en bestraft. In deze bijdrage bespreek ik de vier belangrijkste ‘clementiefilms’ van dit moment: ‘Clementie in kartelzaken’ van de Nederlandse Mededingingsautoriteit; de ‘Competition Compliance film’ van de Britse Office of Fair Trading; het Australische ‘The Marker’ van de ACCC; en de Zweedse film ‘Be the first to tell – a film about leniency’. Hoewel de verhaallijnen in de films overeenkomsten vertonen, hebben ze inhoudelijk verschillende boodschappen. In deze bijdrage wordt een vergelijking gemaakt van de vorm en inhoud van deze films, en worden ze afgezet tegen inzichten uit sociaalwetenschappelijk onderzoek naar de achtergrond van mededingingsovertredingen om een indruk te geven van de mogelijke bijdrage van deze films aan de naleving.


Dr. Judith van Erp
Dr. J.G. van Erp is universitair hoofddocent criminologie aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Rehabilitatie in Nederlandse gevangenissen

Wat is de stand van zaken ten aanzien van de uitvoering en doelmatigheid van het programma Terugdringen Recidive?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden recidivism, detainees, evidence-based, correctional interventions, evaluation studies.
Auteurs Anouk Bosma, Maarten Kunst en Paul Nieuwbeerta
SamenvattingAuteursinformatie

    In an attempt to reduce re-offending rates in the Netherlands, the Dutch government has developed the Prevention of Recidivism program, which started in 2002. The current study aims to describe the content of this program, and aims to give an overview of the state of the art concerning the execution and effectiveness of the program. Results show that the number of detainees taking part in the program is fairly limited. Moreover, in many cases, correctional interventions are not part of the imposed rehabilitation program. An extensive literature study shows that the execution of the Prevention of Recidivism program and various correctional intervention show a number of implementation problems, which probably hamper the program’s effectiveness. However, further research is necessary to assess if the Prevention of Recidivism program successfully lowers recidivism rates amongst program participants.


Anouk Bosma
Anouk Bosma MSc is promovenda criminologie aan de Universiteit Leiden , Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut Strafrecht & Criminologie, Postbus 9520, 2300 RA Leiden E-mail: a.q.bosma@law.leidenuniv.nl

Maarten Kunst
Dr. mr. Maarten Kunst is universitair docent Criminologie, Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut Strafrecht & Criminologie.

Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. Paul Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie, Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut Strafrecht & Criminologie.
Artikel

Herken de homo

Over het beoordelen van de geloofwaardigheid van seksuele gerichtheid in asielzaken

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2013
Trefwoorden asylum, homophobia, refugees, LHBT asylum seekers, refoulement
Auteurs S. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article explores the way in which a stated lesbian, gay or bisexual orientation or (trans)gender identity can be assessed in asylum cases. Recently, the Dutch Council of State sought guidance from the European Court of Justice on this topic. Decisions in which an asylum claim is rejected, because the stated sexual orientation is not considered credible, are often based on stereotypes regarding LGBTs, as the ‘Fleeing homophobia’ research has shown. Illustrated by Dutch examples of stereotypical reasoning, the author elaborates on the pitfalls that should be avoided. She concludes that, as sexual orientation is an extremely personal characteristic, it is in fact not possible to assess someone else’s sexual orientation. Therefore asylum authorities should not try to develop their ‘gaydar’, but should rely on the self-identification of the asylum seeker instead.


S. Jansen
Mr. Sabine Jansen is werkzaam bij het COC in Amsterdam.
Artikel

Langdurig extramuraal toezicht op zedendelinquenten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2013
Trefwoorden community supervision, sex offenders, supervision legislation, electronic supervision, re-integration
Auteurs H.J.M. Schönberger
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Ministry of Security and Justice intends to change legislation enabling long-term community supervision. Since it initially focused on sex offenders, the main focus of this article is on effectiveness of supervision programs and legislation for this group. Supervision programs that combine elements of control and treatment, guidance or social support are found to be the most effective in reducing reoffending. In addition, possible underlying mechanisms of effective supervision, such as social support, electronic supervision and treatment, are elaborated upon. Dutch initiatives are partially shaped by these elements, although up to this date their effects on reoffending have not yet been determined. The effects of legislation that enables supervision are more differentiated than expected, and their practical applicability is found to be crucial. In conclusion, aspects concerning (dynamic) risk assessment, balancing community and offender interests, and tailoring supervision to subgroups are discussed. Study results could be of use to further shape and refine upcoming legislation on long-term supervision.


H.J.M. Schönberger
Drs. Hanneke Schönberger was tot medio februari 2013 werkzaam bij het WODC als junior onderzoeker.
Artikel

Zeven jaar na de Commissie Visser: een nieuw evenwicht?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2013
Trefwoorden TBS order, mentally disordered offenders, Parliamentary Inquiry Commission, leave permit, forensic care institutions
Auteurs M.J.F. van der Wolf en L. Noyon
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 1988 the Dutch entrustment order for dangerous mentally disordered offenders (TBS) is organised around three basic principles: treatment, legal protection and social security. In 2006 the Parliamentary Inquiry Commission ‘Visser’ reviewed the TBS order and made seventeen recommendations. This article seeks to investigate to what extent the implementation of these recommendations contributed to developments like the increasing restraints on leave permits and a lengthened average stay. Since 2006 there has been a strong emphasis on security. For a balanced execution of the TBS order more attention is needed for treatment and legal protection.


M.J.F. van der Wolf
Mr. dr. Michiel van der Wolf is als universitair docent verbonden aan de afdeling strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

L. Noyon
Lucas Noyon is als onderzoeksassistent verbonden aan de afdeling strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 49 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.