Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 292 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

De Richtlijn woningkredietovereenkomsten: een Europese oplossing voor de crisis op de woningmarkt?

Oriënteren moet je leren

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden hypotheken, woningkredietovereenkomsten, ESIS, consumentenrecht
Auteurs Mr. drs. N.M. Giphart
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 februari 2014 is de Richtlijn woningkredietovereenkomsten vastgesteld. Deze richtlijn geeft een nieuw kader voor verschillende aspecten rondom het adviseren en het verstrekken van hypotheken en andere woningkredietovereenkomsten. Hoewel de hypotheekmarkt in Nederland al vrij gereguleerd is, zal de richtlijn op bepaalde onderdelen tot wijziging van de regels leiden. Een en ander hangt ook af van de keuzes die de wetgever op tal van onderwerpen zal moeten maken.In deze bijdrage zullen eerst enkele algemene onderwerpen uit de richtlijn aan de orde komen, zoals achtergrond, doelstelling en reikwijdte. Daarna komen inhoudelijke onderwerpen aan bod, waarbij wat langer zal worden stilgestaan bij onderwerpen die voor de praktijk de meeste gevolgen zullen hebben. Hierna volgt een korte conclusie waarbij gekeken wordt in hoeverre deze richtlijn bijdraagt aan het oplossen van de crisis op de woningmarkt in Nederland.Richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010, Pb. EU 2014, L 60.


Mr. drs. N.M. Giphart
Mr. drs. N.M. (Ninette) Giphart is bedrijfsjurist bij ABN AMRO Bank N.V. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Systeemtoezicht in de Nederlandse gezondheidszorg. Een experimentele innovatie van toezicht.

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden systeemtoezicht, kwaliteit en veiligheid van zorg, experimental governance, institutioneel leren, formatief onderzoek
Auteurs Annemiek Stoopendaal, Martin de Bree, Franske Keuter e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft geëxperimenteerd met een nieuwe vorm van inspectie gebaseerd op systeemtoezicht (ST). Het experiment volgt uit voortgaande ontwikkelingen in de governance van zorginstellingen. Het experiment is gevolgd en ondersteund met formatief onderzoek. Geleerd is dat ST in de Nederlandse gezondheidszorg, mits gericht en evenwichtig toegepast, een bijdrage kan leveren aan de doelstellingen van de IGZ ten aanzien van effectief en efficiënt toezicht. ST maakt ‘inspectiemaatwerk’ mogelijk. Daarenboven geeft dit artikel inzicht in de werkwijze die gebruikt kan worden bij de modernisering van toezicht.


Annemiek Stoopendaal
Dr. A.M.V. Stoopendaal is universitair docent/wetenschappelijk onderzoeker, instituut Beleid en Management Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Martin de Bree
Dr. ing. M.A. de Bree MBA is adviseur en wetenschappelijk onderzoeker, Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Franske Keuter
Drs. F.G. Keuter MD is Coördinerend Specialistisch Senior Inspecteur, Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Paul Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is bijzonder hoogleraar ‘Effectiviteit van toezicht op de kwaliteit van de gezondheidszorg’, instituut Beleid en Management Gezondheidszorg Erasmus Universiteit Rotterdam/ Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Artikel

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2013

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2014
Trefwoorden kroniek, regelgeving, mededingingsafspraken, machtspositie, procedurele aangelegenheden
Auteurs Mr. Robert Bosman en Mr. Edmon Oude Elferink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de besluiten en informele zienswijzen besproken die ACM in 2013 op het gebied van het kartelverbod en het verbod van misbruik van economische machtspositie heeft genomen. De voor de toepassing van het mededingingsrecht aangewezen bestuursrechters wezen in totaal zeventien uitspraken in kartel- en daarmee gerelateerde zaken. In 2013 viel ook definitief het doek voor de NMa. Na een periode van ruim vijftien jaar waarin de NMa het mededingingsrecht in Nederland op de kaart zette, ging de toezichthouder op in ACM. Kortom, er viel ook in dit verslagjaar weer het nodige te beleven.


Mr. Robert Bosman
Mr. A.R. Bosman is als advocaat werkzaam bij CMS.

Mr. Edmon Oude Elferink
Mr. E. Oude Elferink is als advocaat werkzaam bij CMS.
Artikel

De gewijzigde Leidraad: leasebranche weer veilig, maar tegen hoge prijs

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden bodemrecht, bodemverhuurconstructie, Invorderingswet 1990, Leidraad Invordering 2008, (operational en financial) lease
Auteurs Mr. C.P.M. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    In een poging leasemaatschappijen buiten de reikwijdte van art. 22bis IW 1990 te laten vallen is de Leidraad Invordering 2008 gewijzigd. In deze bijdrage wordt onderzocht of de gewijzigde Leidraad zijn doel verwezenlijkt en inderdaad voldoende ruimte biedt voor leasemaatschappijen om buiten de reikwijdte van art. 22bis IW 1990 te vallen.


Mr. C.P.M. Braeken
Mr. C.P.M. Braeken is per 1 juni 2014 werkzaam als advocaat-stagiaire bij Stibbe.
Artikel

Criminaliteit en traditionele Chinese medicijnen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2014
Trefwoorden traditional Chinese medicine, wildlife trade, CITES, green criminology
Auteurs Drs. Daan van Uhm
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditional Chinese medicine (TCM) is deeply rooted in the Chinese culture. Although thousands of animal and plant species are used for medicines legally, some medications contain more sinister elements; illegal animal or plant ingredients of protected species. What is the origin of this demand for rare species as medicine, who are involved in the trade and why is law enforcement complicated? This article will show that the illicit trade in TCM is a form of crime that transcends the borders of China and manifests itself in Western Europe. Various aspects of the trade are highlighted, including criminalization of the use of endangered species, western anthropocentrism and the cultural use of medicine, to understand this relatively invisible crime.


Drs. Daan van Uhm
Drs. Daan van Uhm is als promovendus en junior docent verbonden aan de vakgroep Criminologie van het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Toetsing van plaatsing op een sanctielijst na Kadi II

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden sanctielijst, rechterlijke toetsing, recht op verdediging, afscherming van informatie
Auteurs Prof. mr. A.A. Franken en prof. mr. P.T.C. van Kampen
SamenvattingAuteursinformatie

    In Kadi II heeft het Hof van Justitie vastgehouden aan zijn lijn dat een verordening die uitvoering geeft aan een VN-resolutie geen immuniteit van jurisdictie geniet. De plaatsing van een persoon op een sanctielijst wordt daarom volledig getoetst aan de grondrechten die behoren tot de algemene beginselen van Unierecht. In zijn arrest van 18 juli 2013 heeft het Hof van Justitie richtlijnen voor die toetsing geformuleerd. De toekomstige discussie zal zich vooral toespitsen op de vraag hoe specifiek de uiteenzetting van redenen moet zijn die aan de plaatsing op een sanctielijst ten grondslag ligt en op de vraag hoe met informatie moet worden omgegaan die voor de betrokken persoon of entiteit geheim wordt gehouden.HvJ EU 18 juli 2013, gevoegde zaken C-584/10 P, C-593/10 P en C-595/10 P, Europese Commissie e.a./Kadi, n.n.g.


Prof. mr. A.A. Franken
Prof. mr. A.A. (Stijn) Franken is hoogleraar straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en advocaat te Amsterdam.

prof. mr. P.T.C. van Kampen
Prof. mr. P.T.C. (Petra) van Kampen is hoogleraar strafrechtspraktijk aan de Universiteit Utrecht en advocaat te Amsterdam.
Artikel

Nieuwe tussenstand Wet verplichte ggz: voortgang, twijfels en zorgen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Dwangtoepassing, Psychiatrie, Wetswijziging
Auteurs Mr. drs. T.P. Widdershoven en mr. dr. V.E.T. Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In september 2013 is aan de Tweede Kamer een nota van wijziging aangeboden behorende bij het wetsvoorstel Verplichte geestelijke gezondheidszorg (Kamerstuk 32399). Dit wetsvoorstel is sinds 2010 bij de Tweede Kamer in behandeling. Met de nota van wijziging worden grote aanpassingen in de procedure voor het verlenen van verplichte zorg voorgesteld en ook een aantal aanpassingen in de positie van betrokkene. De belangrijkste wijzigingen worden in dit artikel van commentaar voorzien.


Mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is jurist bij de Stichting PVP te Utrecht.

mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is docent gezondheidsrecht bij de Vrije Universiteit in Amsterdam en als onderzoeker verbonden aan het EMGO-instituut.
Artikel

Opzettelijke wanprestatie en contractuele remedies: een onderbelicht terrein

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Wanprestatie, Motief, Schuldeiser, Opzettelijk, remedies
Auteurs Mr. dr. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt via een rechtsvergelijkende analyse betoogd dat de teleurgestelde crediteur in het geval van opzettelijke wanprestatie toegang zou moeten hebben tot strengere sancties dan het contractenrecht normaal gesproken biedt. De teleurgestelde crediteur zou bijvoorbeeld eerder nakoming moeten kunnen vorderen, in ruimere mate tegemoet moeten worden gekomen in bewijs en begroting van de schade ter grootte van het positief contractsbelang, een hogere schadevergoeding moeten kunnen claimen, eerder toegang moeten hebben tot winstafdracht en eerder moeten kunnen ontbinden.


Mr. dr. M. van Kogelenberg
Mr. dr. M. van Kogelenberg is onderzoeker en docent burgerlijk recht aan Erasmus Universiteit te Rotterdam. De auteur dankt A.G. Castermans, M.W. Knigge en S.D. Lindenbergh voor hun commentaar op eerdere versies.
Artikel

Waar wringt het bij de wraking?

Over de voorgestelde vernieuwingen in de wrakingsprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden wraking
Auteurs Mr. dr. P. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het rechtsvergelijkend onderzoek naar de mogelijkheden tot herziening van de Nederlandse wrakingsprocedure van juli 2012 door wetenschappers van de universiteit Utrecht (Giesen e.a.) geanalyseerd voor zover het de civiele wrakingsregeling betreft. Na een beschrijving van de wrakingsregeling in artt. 36 e.v. Rv worden de voorstellen tot efficiëncyverhoging en tempering van oneigenlijk gebruik (het interne perspectief) besproken. Vervolgens worden de suggesties tot vergroting van het maatschappelijk draagvlak van het wrakingsinstrument (het externe perspectief) bezien . De conclusie is dat de voorstellen aangaande het interne perspectief zonder meer waardevol zijn, doch dat die aangaande het externe perspectief minder aanspreken.


Mr. dr. P. Smits
Mr. dr. P. Smits is advocaat bij ING Bank te Amsterdam.
Artikel

Symboolwetgeving: de opkomst, ondergang en wederopstanding van een begrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden symboolwetgeving, communicatieve benadering van wetgeving, interactionisme, open normen, democratie
Auteurs Prof. dr. B. van Klink
SamenvattingAuteursinformatie

    De communicatieve benadering van wetgeving heeft aanleiding gegeven tot de nodige wetenschappelijke discussie. In deze bijdrage gaat de auteur nader in op de aangevoerde kritiekpunten. Doel van dit artikel is te bepalen in welke opzichten de communicatieve benadering aanvulling of correctie behoeft. Conclusie is dat het achterliggende democratische ideaal nog steeds relevant is: de wens om burgers meer te betrekken bij de totstandkoming en de uitvoering van wetgeving. Tegelijk moet beter rekenschap worden afgelegd van de processen van in- en uitsluiting waarmee wetgeving onvermijdelijk gepaard gaat. Niet iedereen kan, mag of wil meepraten over de betekenis van de wet, niet elk gezichtspunt kan in het uiteindelijke wetgevende besluit erkenning krijgen.


Prof. dr. B. van Klink
Prof. dr. B. van Klink is hoogleraar Methoden van recht en rechtswetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Herziening richtlijn erkenning beroepskwalificaties

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Richtlijn erkenning beroepskwalificaties, Gereglementeerde beroepen, Implementatie Richtlijn 2013/55/EU, Vrij verkeer van personen, Vrij verkeer van diensten
Auteurs Mr. R.V.A. Bishoen en Mr. I.M. Welbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 november 2013 is Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties vastgesteld. Dit artikel bespreekt in hoofdlijnen de achtergronden van deze richtlijn, de belangrijkste wijzigingen en waar mogelijk de Nederlandse reactie daarop.
    Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (de IMI-verordening)


Mr. R.V.A. Bishoen
Mr. R.V.A. (Ranoe) Bishoen is wetgevingsjurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Mr. I.M. Welbergen
Mr. I.M. (Inge) Welbergen is beleidsjurist bij de directie Media en Creatieve Industrie van het Ministerie van OCW en oud-expert national détaché bij de Europese Commissie (DG Interne markt en financiële diensten).
Artikel

Geen woorden maar daden

De invloed van legitimiteit en vertrouwen op het nalevingsgedrag van verkeersovertreders

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden perceptions of legitimacy, Compliance, procedural justice
Auteurs Marc Hertogh, Bert Schudde en Heinrich Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    For many years, most regulatory research focused on instrumental motivations for compliance, which emphasize the role of rewards and punishments related to (dis)obeying the law. However, more recent studies have also emphasized the potential role of normative motivations. Using survey data collected from a sample of 1,182 traffic offenders in the Netherlands, and building on the ‘procedural justice model’ which was first developed in Why People Obey the Law (Tyler 1990), this paper explores how perceptions of legitimacy shape regulatory compliance. The study makes three contributions to the literature. First, this study is one of the few studies in which the procedural justice model is tested in Continental Europe. Second, following recent critiques in the literature, the paper introduces three modifications to the original model. Third, and unlike most previous studies, this study is not entirely based on self-reporting by drivers, but includes actual evidence about their behavior as well. With regard to the self-reported level of compliance, our study largely confirms Tyler’s (1990) original findings. Yet with regard to the observed level of compliance, there are also important differences between both studies. These findings will be explained by shifting our focus of attention from Tyler’s ‘universalistic’ approach to ‘legitimacy-in-context’ (Beetham 1991).


Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema’s in zijn onderzoek zijn de maatschappelijke effecten van wetgeving, de maatschappelijke beleving van recht en rechtsstaat, en de legitimiteit van het overheidsoptreden. Recente publicaties: Scheidende machten: de relatiecrisis tussen politiek en rechtspraak (Boom Juridische uitgevers 2012) en (met Heleen Weyers) Recht van onderop: antwoorden uit de rechtssociologie (Ars Aequi Libri 2011).

Bert Schudde
Bert Schudde studeerde sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en is werkzaam als onderzoeker bij Pro Facto. Hij heeft brede onderzoekservaring in toegepast beleids- en evaluatieonderzoek, grootschalig surveyonderzoek en kwantitatieve analyse.

Heinrich Winter
Heinrich Winter is directeur van Pro Facto, bureau voor bestuurskundig en juridisch onderzoek, onderwijs en advies. Daarnaast is hij in Groningen bijzonder hoogleraar Toezicht. Hij is veelvuldig betrokken bij wetsevaluaties, waarover hij ook publiceert. Recente publicaties over toezicht zijn ‘Waar blijft het interbestuurlijk toezicht?’, in: Publicaties van de Staatsrechtkring nr. 16 (Wolf Legal Publishers 2012) en ‘Meten van de effecten van toezicht. Yes we can?’, Tijdschrift voor Toezicht 2012/2, p. 63-80. In 2013 schreef hij met Bert Marseille de handleiding Professioneel behandelen van bezwaarschriften voor BZK/Prettig contact met de overheid.
Artikel

Bank, zorgplicht en derden: enkele lessen voor de bancaire praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden bank, zorgplicht, derden, beleggersbescherming, onderzoeksplicht
Auteurs Mr. A.J.C.M. Meijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bank heeft een zorgplicht jegens derden wanneer zij zich realiseert dat mogelijk door een cliënt zonder een vereiste Wft-vergunning wordt gehandeld, waardoor derden schade kunnen ondervinden. De bank moet dan onderzoek doen naar de cliënt. Nadat de bank onderzoek heeft gedaan en ervan overtuigd is dat er niet overeenkomstig de vergunningsplicht wordt gehandeld, moet de bank aan dat gevaar voor beleggers adequaat een einde maken. In de jurisprudentie zijn verschillende mogelijkheden aan de orde geweest, maar zij zijn niet allemaal even adequaat.


Mr. A.J.C.M. Meijs
Mr. A.J.C.M. Meijs is in april 2013 afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen op de bancaire zorgplicht jegens derden.
Artikel

Het slachtoffer centraal?

Opinie ten aanzien van slachtofferrechten in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2013
Trefwoorden opinie over slachtofferrechten, slachtofferrechten in Nederland, attitudes, willingness to pay
Auteurs Dr. Karlijn F. Kuijpers, Sanne van Parera en Lieke Popelier
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of the current study is to provide insight in the support for victim rights among Dutch citizens. Although it is generally assumed that the Dutch public supports these rights, empirical research into this topic appears to be scarce. The opinion with regard to four victim rights was established in two ways. Firstly, respondents were asked about their attitudes and, secondly, about their willingness to pay extra taxes for those rights. Respondents’ attitudes concerning the victim rights in this study appear to be positive; their willingness to pay, however, is low. Findings indicate the importance of combining conventional attitude questions with alternative methods (such as questions about willingness to pay) when studying public preferences and opinions.


Dr. Karlijn F. Kuijpers
Dr. Karlijn Kuijpers is universitair docent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden

Sanne van Parera
Sanne van Parera was ten tijde van het onderzoek bachelorstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Lieke Popelier
Lieke Popelier was ten tijde van het onderzoek bachelorstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De gevolgen van samenhang tussen een leningsovereenkomst en een renteswap

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden samenhangende overeenkomsten, Jans/FCN, swap, lening, lotsverbondenheid
Auteurs Mr. R.J.W. Analbers
SamenvattingAuteursinformatie

    Vonnis van de Rechtbank Noord-Nederland van 20 maart 2013: samenhang tussen een leningsovereenkomst en een renteswap leidt volgens de rechtbank niet tot lotsverbondenheid tussen die overeenkomsten. De auteur bespreekt het vonnis aan de hand van het leerstuk van de samenhangende overeenkomsten, zoals dit voor het eerst door de Hoge Raad is aanvaard in het arrest Jans/FCN.


Mr. R.J.W. Analbers
Mr. R.J.W. Analbers is advocaat bij Rutgers & Posch te Amsterdam en adviseert en procedeert op het gebied van het vermogensrecht en insolventierecht.
Artikel

De vermogensrechtelijke koers van het cognossement

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden handelsrecht, cognossement, Europees privaatrecht, derdenbeding, traditio longa manu
Auteurs Mr. H. Logmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage komt de verhouding tussen het handelsrecht en het vermogensrecht aan de orde. Die verhouding wordt geïllustreerd met de vraag op welke wijze een cognossement aan order moet worden ingepast in het goederen- en verbintenissenrecht. De gevonden dogmatische constructies passen bij enkele actuele trends in het vermogensrecht, namelijk een toegenomen aandacht voor business-to-business-verhoudingen en de aanzetten die gegeven zijn om te komen tot een Europees privaatrecht.


Mr. H. Logmans
Mr. H. Logmans is medewerker bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad.
Artikel

De Interventiewet en de grenzen van het algemeen vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden Interventiewet, SNS, onteigening, eigendom, overdracht, actio pauliana
Auteurs Mr. B. Bierens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Interventiewet kan De Nederlandsche Bank (DNB) een bank of verzekeraar die in problemen verkeert, overdragen aan een andere private financiële instelling en kan de minister van Financiën eventueel overgaan tot nationalisatie. Hoewel het grootste deel van de Interventiewet in de publiekrechtelijke Wet op het financieel toezicht (Wft) is opgenomen, is deze wet ook vermogensrechtelijk van belang. Deze bijdrage verkent enkele vermogensrechtelijke aspecten.


Mr. B. Bierens
Mr. B. Bierens is jurist bij Rabobank Nederland en als fellow verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Principes van klokkenluiden: de benadering van de Raad van Europa

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Council of Europe, whistleblowing, legal improvements, Recommendation Council of Europe, basic principles of whistleblowing
Auteurs P. Stephenson en M. Levi
SamenvattingAuteursinformatie

    National governments have adopted a variety of approaches to the protection of whistleblowers. This article refers to examples in Slovenia, the United Kingdom and the United States of America, and ongoing work in Ireland, the Netherlands and Serbia. It is not always clear what would count as success, but none of the existing laws appears to have wholly achieved its aims. The Council of Europe aims to establish some common ground in Europe by drafting a Recommendation which will establish principles on which Member States should draft laws and establish systems. This article considers the work done so far on the draft Recommendation, discusses some of the most important and problematic aspects, and suggests improvements.


P. Stephenson
Paul Stephenson is oud-functionaris van het ministerie van Justitie (Verenigd Koninkrijk) en deskundige op het gebied van anticorruptie.

M. Levi
Prof. Michael Levi is hoogleraar Criminologie aan de Universiteit van Cardiff.
Artikel

Stuiting van de bevrijdende verjaring en de verhouding tussen art. 3:316 en 3:317 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden verjaring, Van Lanschot/Grove c.s., stuiting, ander dan de rechthebbende
Auteurs Mr. J.M. Hummelen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in deze bijdrage naar aanleiding van het arrest Van Lanschot/Grove c.s. de mogelijkheden tot stuiting van de (bevrijdende) verjaring. Daarbij wordt aandacht besteed aan de verhouding tussen art. 3:316 en 3:317 BW en ingegaan op de vraag of een ander dan de rechthebbende de verjaring kan stuiten op basis van art. 3:317 BW.


Mr. J.M. Hummelen
Mr. J.M. Hummelen is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam en promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 1 - 20 van 292 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 14 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.