Zoekresultaat: 34 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2010 x Rubriek Artikel x
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Artikel

Van maatstaf naar maatwerk

Een korte geschiedenis van economische regulering

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden rendementsregulering, prijsregulering, maatstafconcurrentie, kwaliteitsregulering
Auteurs Drs. J.P. Poort en Dr. L.A.W. Tieben
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een gestileerd overzicht van verschillende methoden voor economische regulering en bespreekt per methode de sterke en zwakke kanten. Het accent ligt daarbij op de energienetten. Het beoogt op toegankelijke wijze de algemene trends en de lessen uit de reguleringsgeschiedenis van de afgelopen decennia weer te geven en snijdt een aantal thema’s aan die momenteel spelen in de reguleringspraktijk. De auteurs betogen dat de regulering periodieke aanpassing behoeft in het licht van nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en de marktontwikkelingen in de gereguleerde sector. Vaak is hierbij de uitdaging meer ruimte te bieden aan maatwerk zonder de voordelen van moderne reguleringsvormen zoals maatstafconcurrentie prijs te geven.


Drs. J.P. Poort
Drs. J.P. Poort is Hoofd Mededinging en regulering bij SEO Economisch Onderzoek.

Dr. L.A.W. Tieben
Dr. L.A.W. Tieben is Senior Onderzoeker Mededinging en regulering bij SEO Economisch Onderzoek.
Artikel

Zorgplichten in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Concern, zorgplichten, moedermaatschappij, concernholding, maatschappelijk verantwoord ondernemen, MVO
Auteurs Prof. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre het begrip zorgplicht een rol speelt of zou kunnen spelen in concernverhoudingen, binnen groepen van vennootschappen. Daarbij wordt er in het bijzonder ingegaan op de moedermaatschappij of concernholding. In dit kader komen onder meer de volgende vragen aan bod: welk belang wordt er met zorgplicht gediend? Op welke wijze dient de moedermaatschappij de zorgplichten te vervullen? Wat zijn de gevolgen van schending van de zorgplicht? En hoe dient het fenomeen zorgplicht tegen de achtergrond van de daarmee beoogde doelen, als deze al expliciet gemaakt kunnen worden, te worden beoordeeld?


Prof. J.B. Huizink
Prof. J.B. Huizink is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Resultaten uit het verleden…Nog enige kritische kanttekeningen bij de recente wijzigingen in de Successiewet 1956

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Successiewet, bedrijfsopvolging, schenkbelasting, erfrechtelijke verkrijging, bedrijfsopvolging, fictiebepaling
Auteurs Mr. N.J. Schutte
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet heeft de Successiewet op een aantal ingrijpende maatregelen gewijzigd. In deze bijdrage wordt ingegaan op de na 15 september 2009 doorgevoerde wijzigingen in de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet. Tevens bespreekt de auteur een aantal ‘klassieke’ fictiebepalingen en de specifieke gevolgen per wetsbepaling. Dit alles gebaseerd op de wettekst zoals die op 17 december 2009 door de Eerste Kamer is aanvaard, en op 1 januari 2010 in werking is getreden. Uit de analyse van de auteur blijkt dat de wetswijzigingen in een aantal gevallen verstrekkende gevolgen hebben die, als zij al gerechtvaardigd kunnen worden vanuit het systeem van de wet, toch een aanzienlijke en onverwachte fiscale last kunnen leggen op de schouders van fictieve verkrijgers.


Mr. N.J. Schutte
Mr. N.J. Schutte is (hoofd)docent belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens verbonden aan Deloitte Belastingadviseurs.
Artikel

Herwaardering van certificering als beschermingsconstructie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Administratiekantoor, beschermingsconstructies, certificering, certificering van aandelen, Dutch discount, market for corporate control
Auteurs Mr. J. de Koning Gans en Prof. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk wijst uit dat aandeelhoudersactivisme het vennootschappelijk belang kan bedreigen. In deze bijdrage wordt onderzocht wat de meest adequate vorm van bescherming van een beursvennootschap tegen een vijandige overname is. Allereerst worden de in Nederland meest voorkomende beschermingsconstructies besproken en geëvalueerd. De auteurs constateren vervolgens dat aan elke beschermingsmaatregel voor- en nadelen kleven. Deze voor- en nadelen hebben betrekking op de toereikendheid van de bescherming of de aanvaardbaarheid van de inperking van de zeggenschap van kapitaalverschaffers. Vergeleken met de andere behandelde beschermingsconstructies lijkt certificering echter volgens de auteurs het best aan beide criteria te voldoen. De auteurs sluiten deze bijdrage af met enkele aanbevelingen ten aanzien van het bestuur van het Administratiekantoor (AK) die de certificaten uitgeeft teneinde de onafhankelijkheid van het AK te kunnen waarborgen en certificering in het algemeen als meest aanvaardbare beschermingsconstructie te kunnen aanmerken.


Mr. J. de Koning Gans
Mr. J. De Koning Gans is recentelijk afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht in de master Recht en Onderneming.

Prof. W.J. Oostwouder
Prof. W.J. Oostwouder is hoogleraar bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Earn-outs: smeerolie voor overname deals?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2010
Trefwoorden earn-out, bedrijfsovername, koper, verkoper
Auteurs Mr. A.M. van Hekesen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat het juridische instrument van de earn-out centraal. Allereerst wordt ingegaan op de redenen voor partijen om een earn-out overeen te komen, vervolgens worden verschillende aspecten van de vorm en inhoud van earn-outs besproken. En ten slotte wordt een aantal juridische aandachtspunten van earn-outs behandeld, waaronder de vraag of op de koper een bepaalde inspanningsverplichting kan rusten om te zorgen dat de earn-out targets worden behaald.


Mr. A.M. van Hekesen
Mr. A.M. van Hekesen is bedrijfsjurist bij Philips.
Artikel

Enkele aspecten van de (on)mogelijkheid tot het vorderen van ‘afgeleide schade’

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2010
Trefwoorden afgeleide schade, Poot/ABP, Kip/Rabo, specifieke zorgvuldigheidsnorm, geschillenregeling
Auteurs Mr. S. Schmeetz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het leerstuk van de afgeleide schade en de mogelijkheden die de aandeelhouder heeft wanneer afgeleide schade niet (rechtstreeks) gevorderd kan worden.


Mr. S. Schmeetz
Mr. S. Schmeetz is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Bestuurders en commissarissen zijn gewaarschuwd! Kartelwaakhond bijt vanaf nu ook natuurlijke personen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2010
Trefwoorden Wegener, feitelijk leidinggevende, artikel 75a Mw, artikel 51 Sr, persoonlijke boete
Auteurs Mr. K.M. Baltus en Mr. M.Ph.M. Wiggers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de Wegener-besluiten, waarin de NMa voor het eerst boetes heeft opgelegd aan feitelijk leidinggevenden.


Mr. K.M. Baltus
Mr. K.M. Baltus is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

Mr. M.Ph.M. Wiggers
Mr. M.Ph.M. Wiggers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Vernietiging van besluiten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2010
Trefwoorden vernietiging, besluiten, wilsgebreken, arbitrage
Auteurs Mr. Chr.M. Stokkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de vraag wie bevoegd zijn om op de voet van artikel 2:15 BW een vordering tot vernietiging van een besluit in te stellen, alsmede de vraag of vernietiging mogelijk is door arbiters.


Mr. Chr.M. Stokkermans
Mr. Chr.M. Stokkermans is werkzaam als notaris bij Allen & Overy.
Artikel

Misdaadgeld en voetbal

Emotioneel witwassen en andere oneconomische motieven

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2010
Auteurs B.M.J. Slot
SamenvattingAuteursinformatie

    With the growing economic importance of sport in the past two decades there has been a massive increase in the investment of money in the football sector, and some of this has criminal connections. The FATF has carried out a study, Money laundering through the football sector, to analyze what makes the football sector attractive to criminals. The report examines case studies to identify vulnerabilities of the football sector for criminal money. Some of those relate to the financial fragilities of the sector as a whole. Other vulnerabilities involve the intransparant transfer market and the dubious role of football agents. There are also social-psychological vulnerabilities. Football has a long history of private individuals investing in clubs. These individuals do not expect profits, but hope to acquire prestige and gain access to the local or even national establishment. Football has changed from a popular sport into a global industry, but its regulatory structure has not yet caught up with these changes.


B.M.J. Slot
Dr. Brigitte Slot is beleidsmedewerker bij de Directie Financiële Markten van het ministerie van Financiën. Zij is tevens redactieraadlid van Justitiële verkenningen.
Artikel

Een beloningscode voor de financiële sector

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beloningsbeleid financiële sector, corporate governance,, Code Banken, financiële onderneming
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage heeft betrekking op het beloningsbeleid in de financiële sector. Allereerst wordt ingegaan op toegenomen aandacht voor de beloningen in de financiële sector en op de opbouw en reikwijdte van de verschillende initiatieven. Vervolgens worden de verschillende initiatieven op het gebied van het beloningsbeleid in de financiële sector met elkaar vergeleken. Die vergelijking mondt uit in een (model) beloningscode die weergeeft wat goede corporate governance op het gebied van het beloningsbeleid zou kunnen zijn. Deze (model) beloningscode zouden financiële instellingen of financiële ondernemingen kunnen gebruiken als leidraad bij het vaststellen en uitvoeren van hun beloningsbeleid. Deze bijdrage wordt afgesloten met enkele afsluitende opmerkingen.


Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Sluit het publieke overnamebeleid aan bij de private overnamepraktijk?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden publiekeovernamebeleid, theorie van de Markt voor Bestuurstitels, minimax-spijttheorie, overnamepraktijk
Auteurs Prof. dr. H. Schenk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het publieke overnamebeleid is gebaseerd op de theorie van de Markt voor Bestuurstitels. Deze bijdrage laat zien dat overnames in de praktijk veelal gebaseerd zijn op factoren die met deze theorie weinig te maken hebben. Dat blijkt onder meer uit het feit dat de meeste overnames telkens weer mislukken op het vlak van economische waardeschepping. Deze bijdrage presenteert daarom een alternatief dat volgens de auteur nauwer aansluit bij de werkelijke overnamepraktijk, te weten de minimax-spijttheorie. Deze theorie legt het accent op strategische in plaats van economische factoren. Een en ander heeft verregaande consequenties voor het publieke overnamebeleid, in het bijzonder betreffende de toelaatbaarheid van beschermingsconstructies.


Prof. dr. H. Schenk
Prof. dr. H. Schenk is hoogleraar economische wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. E-mail: E.J.J.Schenk@uu.nl.
Artikel

De Wet collectieve afwikkeling massaschade als alternatief voor Amerikaanse class action-procedures voor het afwikkelen van massaschades bij beleggers

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2010
Trefwoorden Wet collectieve afwikkeling massaschade, beleggingsschade, massaschade, class action, collectieve schikking
Auteurs Mr. S. Marić, LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de uitspraak Morrison v. National Australia Bank van het Amerikaanse Hooggerechtshof en de mogelijke gevolgen hiervan voor de Nederlandse regeling van afwikkeling van massaschades.


Mr. S. Marić, LL.M.
Mr. S. Marić, LL.M. is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance.
Artikel

Aanbestedingsrecht voor de fusie- en overnamepraktijk

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2010
Trefwoorden (3) aanbestedingsrecht, (4) fusie, (5) overname, (6) wezenlijke wijziging, (7) Wira
Auteurs Mr. drs. J.J. van der Kemp
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de gevolgen van een fusie, overname of reorganisatie voor overeenkomsten die na een aanbesteding zijn gesloten.


Mr. drs. J.J. van der Kemp
Mr. drs. J.J. van der Kemp is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Artikel

Access_open Algemene bankvoorwaarden: modernisering, maar geen vernieuwing

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Algemene Bankvoorwaarden, informatieplicht, titel 7.7B BW, zekerheidsrechten, beëindiging kredietrelatie
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 november 2009 gelden de Algemene Bankvoorwaarden 2009, die de Algemene Bankvoorwaarden 1995 vervangen. De Algemene Bankvoorwaarden 2009 bevatten een modernisering ten opzichte van de voorwaarden uit 1995. Er is rekening gehouden met de bepalingen van titel 7.7B BW. Opmerkelijk is voorts de schrapping van de aansprakelijkheidsbeperking. De belangrijkste onderdelen uit de Algemene Bankvoorwaarden 1995 zijn niet gewijzigd, zodat de onder die voorwaarden gewezen rechtspraak haar gelding blijft behouden. De reikwijdte van de voorwaarden is evenwel beperkt, omdat de specifieke bankproducten hun eigen voorwaarden kennen die boven de algemene bankvoorwaarden prevaleren.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

De architect heeft het gedaan!

De rol van stedenbouw, architectuur en stadsbestuur in de rellen in de Franse voorsteden van 2005

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2010
Auteurs W. Vanstiphout
SamenvattingAuteursinformatie

    Is the design of a city a decisive factor in the development of violent behavior by its inhabitants? The discussion following the 2005 riots in the French suburbs shows that many blame the concept of La Ville Radieuse and its most famous founding father, the architect Le Corbusier, for the social degeneration of the banlieues. For some critics, like the British author Theodore Dalrymple, this ‘totalitarian’ architecture symbolizes the evil of the welfare state with its social security, mass immigration, egalitarism and its elites with their blindness for the threat to the western Enlightenment values coming from these ‘black’ suburbs. However, the truth of urban development is that cities are fundamentally unpredictable. After several generations a building will be used in a completely different way than perceived, by people whose existence one wasn't aware of and in a social context one couldn't have predicted. This ‘natural’ development is labeled as the failure of a project, often leading to a policy of repression and demolition. However, local politicians, project developers and architects should realize that it's not their actions that determine the development of cities, but the way the inhabitants use and interpret their environment. They create their own city. Instead of replacing the inhabitants by demolishing their houses, we probably have no other choice than getting to know these quarters better and renovate these together with and for the local inhabitants.


W. Vanstiphout
Prof. dr. Wouter Vanstiphout is lid van Crimson Architectural Historians. Met Crimson houdt hij zich sinds 1994 bezig met stedenbouwkundig onderzoek, ontwerp, het maken van tentoonstellingen en het schrijven en redigeren van boeken. Hij is tevens hoog leraar Ontwerp & Politiek aan de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.
Artikel

Markt en Overheid: oplossing zoekt probleem

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden wetsvoorstel Markt en Overheid, Effect toetreding op innovatie en marktstructuur, Effect toetreding op prijs
Auteurs Prof. dr. B.E. Baarsma en Dr. L.A.W. Tieben
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel Markt en Overheid is een ‘drama in veel bedrijven’, waarin de wereld op een klassieke manier op zijn kop is gezet. Jarenlang hebben de regels centraal gestaan, maar is men vergeten waarvoor de regels een oplossing moeten bieden. Dit artikel betoogt dat het wetsvoorstel is geëvolueerd van een wetsvoorstel gericht op de bescherming van concurrenten naar een wetsvoorstel dat eigenlijk niks meer beschermt. En dat terwijl er wel degelijk een economische ratio achter de wetgeving voor Markt en Overheid steekt. De conclusie is dat het huidige wetsvoorstel hier door de wispelturigheid van de politiek uiteindelijk geen adequate oplossing voor biedt.


Prof. dr. B.E. Baarsma
Prof. dr. B.E. Baarsma is algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek en bijzonder hoogleraar Marktwerking- en mededingingseconomie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de UvA.

Dr. L.A.W. Tieben
Dr. L.A.W. Tieben is senior onderzoeker bij het cluster Mededinging en Regulering van SEO Economisch Onderzoek.
Artikel

Maatschappelijk ondernemen en toezicht op publieke belangen in de zorg?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2010
Trefwoorden toezicht NZA, maatschappelijke onderneming, herdefiniëren publiek belang
Auteurs prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zorg ligt bij de NZa het toezicht op de publieke belangen. Deze toezichtfunctie staat ten onrechte onder druk. Evenmin als op de zorgverzekeringsmarkt – de ‘countervailing power’ van de zorgverleningmarkt – is voor het bewaken van publieke belangen de rechtsvorm van de ‘maatschappelijke onderneming’ nodig. In recente evaluaties van de Zorgverzekeringswet en de Wet marktordening gezondheidszorg kwam naar voren dat beide wetten nog niet de verwachtingen waarmaken, o.a. vanwege een beperkte regierol van de zorgverzekeraar, respectievelijk te weinig sturing en toezicht door de NZa richting marktwerking. Een gewijzigde, maar reeds in de wet besloten liggende taakopvatting voor minister van VWS en NZa zou de transitie over dit gevaarlijke dode punt kunnen heen tillen.


prof. mr. J.G. Sijmons
Prof. mr. J.G. Sijmons is bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat te Zwolle. j.g.sijmons@nysingh.nl
Artikel

De nieuwe tegenstrijdigbelangregeling en de praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden tegenstrijdig belang, wetsvoorstel bestuur en toezicht, artikel 2:146/256 BW, persoonlijk belang bestuurders en commissarissen
Auteurs Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel 31 763 (bestuur en toezicht) bevat een nieuwe regeling van het tegenstrijdig belang welke er in de kern op neerkomt dat bestuurders en commissarissen niet mogen deelnemen aan besluitvorming indien zij daarbij een persoonlijk tegenstrijdig belang hebben. In deze bijdrage wordt de nieuwe regeling onder de loep genomen, mede met het oog op vragen die zich in de praktijk kunnen gaan voordoen. Allereerst wordt de nieuwe regeling in kort bestek geschetst, gevolgd door enkele kanttekeningen. Voor een goed begrip van de regeling worden ook enkele met het tegenstrijdig belang verwante aangelegenheden gesignaleerd die buiten de nieuwe regeling vallen. Daarna worden enkele specifieke opmerkingen gemaakt met het oog op de praktijk. Deze bijdrage wordt afgesloten met een samenvatting van de belangrijkste bevinden en een conclusie.


Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn is hoogleraar ondernemingsrecht (transnationale aspecten) aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij AKD Advocaten en Notarissen.
Artikel

Overname van vorderingen en verrekening bij faillissement

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden faillissement, overname van vorderingen, verrekening van vorderingen
Auteurs Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de grondgedachte achter de mogelijkheid van verrekening bij faillissement (art. 53 Fw) en gaat uitvoerig in op de in art. 54 Fw opgenomen uitzondering. Voorts wordt aandacht gegeven aan de positie van een bank in het geval dat een debiteur van de (gefailleerde) schuldenaar zijn schuld aan deze heeft voldaan door storting op diens rekening bij een bank en deze zich wil verrekenen. Ten slotte wordt kritisch de leer van de Hoge Raad besproken (die art. 54 Fw toepast indien sprake is van een vóór het faillissement overgenomen schuld of vordering en het beroep op verrekening plaatsvindt op een tijdstip gelegen vóór de dag van de faillietverklaring), alsook de wijze waarop een ‘overnemer’ (vaak: bank) zich tegen de aantasting van de transactie op grond van art. 54 Fw kan behoeden.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.