Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 415 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht x Rubriek Artikel x
Artikel

De Tweede Evaluatie Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wet BIG, evaluatie, kwaliteitswetgeving, tuchtrecht
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons en prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    De tweede evaluatie van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, ruim tien jaar na de eerste evaluatie verschenen, komt tot gelijksoortige bevindingen als die eerste evaluatie uit 2002. De wettelijke regeling is niet erg bekend. Het tuchtrecht is aan herziening toe. Toch is er sprake van een gewijzigde context, waarin de Wet BIG door nieuwe kwaliteitsregulering de meer bescheiden status heeft gekregen van een borging van de basiskwaliteit van de beroepsbeoefenaar via opleiding. De evaluatie ziet nadrukkelijker een rol voor de IGZ in het tuchtrecht, dat concurreert met het bestuursrecht.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en redactielid van dit tijdschrift.

prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Groningen en adviseur voor het gezondheidsrecht bij Nysingh advocaten-notarissen.
Artikel

De rol van de arts bij levensbeëindiging door stoppen met eten en drinken

Commentaar op de concepthandreiking van de KNMG

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden levensbeëindiging, zelfdoding, concepthandreiking KNMG
Auteurs Prof. dr. G.A. den Hartogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Nadat de KNMG medio 2011 had vastgesteld dat het tot de professionele taak van de arts behoort de nodige palliatieve begeleiding te geven aan mensen die besluiten hun leven te beëindigen door te stoppen met eten en drinken, heeft de organisatie in een recente concepthandreiking gedetailleerd beschreven waaruit deze taak bestaat. Uit het overzicht van beschikbare onderzoeksgegevens blijkt dat dit voor oude en zieke mensen een begaanbare route naar de zelfgekozen dood is. Volgens de handreiking is dan geen sprake van zelfdoding, maar de voor die stelling aangedragen argumenten schieten tekort. Begeleiding en verzorging van de betrokkenen moeten niettemin niet als een ex artikel 294 Sr strafbare vorm van hulp bij zelfdoding worden beschouwd: voor artsen valt dat handelen onder de medische exceptie, voor intimi wordt het beschermd door het grondrecht op een privé- en gezinsleven. Terecht stelt de handreiking dat als artsen tegen deze hulp gewetensbezwaar hebben, dit moet worden gerespecteerd, zolang zij er zorg voor dragen dat die hulp door een collega wordt verleend.


Prof. dr. G.A. den Hartogh
Govert den Hartogh is emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam en was lid van een regionale toetsingscommissie euthanasie van 1998 tot 2010.
Artikel

De Embryowet opnieuw geëvalueerd

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden embryo, stamcellen, geslachtskeuze, chimaere
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem, dr. W.J. Dondorp, prof. mr. J. Legemaate e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Embryowet werd in 2012 voor de tweede keer geëvalueerd. Veel van de in de eerste evaluatie gesignaleerde knelpunten zijn nog niet opgelost, en er zijn nieuwe bijgekomen. Het zijn met name de verbodsbepalingen die tot discussie (blijven) leiden. Zo beperkt het verbod om embryo’s voor andere doeleinden dan zwangerschap tot stand te brengen nog steeds de mogelijkheden voor onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van nieuwe voortplantingstechnieken. Een nieuwe discussie betreft het maken van mens-diercombinaties als mogelijke bron van menselijke organen. De Embryowet verbiedt dergelijke ‘chimaeren’ langer dan veertien dagen te kweken, maar dat verbod is zo geformuleerd dat de huidige techniek voor het maken van chimaeren er niet onder valt. De auteurs bespreken in hun bijdrage nog diverse andere technologische ontwikkelingen, geven aan welke implicaties die hebben voor de Embryowet en plaatsen kanttekeningen bij de door het kabinet in reactie op beide evaluaties ingenomen standpunten.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afd. Sociale Geneeskunde.

dr. W.J. Dondorp
Wybo Dondorp is onderzoeker/docent bij de Universiteit Maastricht, Afd. Metamedica en onderzoeksscholen CAPHRI en GROW.

prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht bij het AMC, Afd. Sociale Geneeskunde.

prof. dr. G.M.W.R. de Wert
Guido de Wert is hoogleraar bij de Universiteit Maastricht, Afd. Metamedica en onderzoeksscholen CAPHRI en GROW. Alle auteurs maakten deel uit van het onderzoeksteam dat de tweede evaluatie van de Embryowet heeft uitgevoerd. De laatste auteur maakte ook deel uit van het team dat de eerste evaluatie uitvoerde.
Artikel

Pleidooi voor een Wet toezicht kwaliteit zorgsector

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Toezicht, Kwaliteit, Wetgevingsbeleid, IGZ
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate, mr. dr. E. Plomp, mr. A.C. de Die e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgeving met betrekking tot het toezicht op de kwaliteit van zorg is complex, versnipperd en lacunair. De afgelopen jaren is verscheidene malen bepleit een integrale Toezichtwet in de zorg tot stand te brengen. De recent afgesloten thematische wetsevaluatie bestuursrechtelijk toezicht op de kwaliteit van zorg levert sterke aanwijzingen op dat een nieuwe Wet toezicht kwaliteit zorgsector meerwaarde kan hebben.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is verbonden aan de UvA.

mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is verbonden aan de UvA.

mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat/partner bij Velink & De Die Advocaten, Amsterdam.

dr. K. Grit
Kor Grit is verbonden aan de EUR.

prof. dr. R. Friele
Roland Friele is adjunct-directeur van het NIVEL.

prof. dr. R. Bal
Roland Bal is verbonden aan de EUR.
Artikel

Nieuwe tussenstand Wet verplichte ggz: voortgang, twijfels en zorgen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Dwangtoepassing, Psychiatrie, Wetswijziging
Auteurs Mr. drs. T.P. Widdershoven en mr. dr. V.E.T. Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In september 2013 is aan de Tweede Kamer een nota van wijziging aangeboden behorende bij het wetsvoorstel Verplichte geestelijke gezondheidszorg (Kamerstuk 32399). Dit wetsvoorstel is sinds 2010 bij de Tweede Kamer in behandeling. Met de nota van wijziging worden grote aanpassingen in de procedure voor het verlenen van verplichte zorg voorgesteld en ook een aantal aanpassingen in de positie van betrokkene. De belangrijkste wijzigingen worden in dit artikel van commentaar voorzien.


Mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is jurist bij de Stichting PVP te Utrecht.

mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is docent gezondheidsrecht bij de Vrije Universiteit in Amsterdam en als onderzoeker verbonden aan het EMGO-instituut.
Artikel

Het hoofdbehandelaarschap revisited: van normen naar concrete invulling

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden hoofdbehandelaar, verantwoordelijkheidsverdeling, samenwerking
Auteurs Mr. A.M. Vermaas, mr. A.J. Verbout en mr. A.M. Franse
SamenvattingAuteursinformatie

    De verantwoordelijkheden van een hoofdbehandelaar zijn de afgelopen jaren veelvuldig onderwerp geweest van discussie bij toezichthouders en tuchtcolleges. Wat opvalt is dat in de tuchtrechtelijke jurisprudentie waarde wordt gehecht aan het goed regelen van de verantwoordelijkheden van de hoofdbehandelaar. Hoewel het huidige normenkader daarvoor (KNMG-Handreiking), in combinatie met de IGZ-criteria voor klinisch medisch specialistische zorg (2007) en de veldnorm inzake het hoofdbehandelaarschap uit de geestelijke gezondheidszorg (2013), de aan het hoofdbehandelaarschap te stellen eisen in toenemende mate duidelijk maakt, is nog onvoldoende sprake van een coherent stelsel van criteria op dat gebied. Concreet zal op patiëntniveau moeten kunnen worden aangetoond hoe behandelaren – en de instellingen waarin zij werkzaam zijn – de verdeling van verantwoordelijkheden precies hebben ingevuld.


Mr. A.M. Vermaas
Albert Vermaas is Hoofd Juridische Zaken van het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

mr. A.J. Verbout
Arne Verbout is werkzaam in de sectie Juridische Zaken van het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

mr. A.M. Franse
Alexia Franse is werkzaam in de sectie Juridische Zaken van het Universitair Medisch Centrum Utrecht.
Artikel

Melding van kindermishandeling: afscheid van het conflict van plichten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Melding kindermishandeling, Conflict van plichten, Tuchtrecht
Auteurs Mr. C.A. Bol en prof. mr. J.C.J. Dute
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behelst een onderzoek naar de tuchtrechtelijke toetsing van de melding van kindermishandeling over de periode 2002 tot 2013. De melding op eigen initiatief van de hulpverlener wordt niet (langer) getoetst aan het conflict van plichten, maar aan de ruimere criteria van de KNMG-meldcode. Informatieverschaffing op verzoek beoordeelt de tuchtrechter daarentegen strenger dan de KNMG-meldcode vereist. Als juridische grondslag voor de melding van kindermishandeling kan het conflict van plichten beter worden verlaten. Wel blijft dit leerstuk van betekenis als toetssteen voor professionele meldcodes.


Mr. C.A. Bol
Caressa Bol is als docent gezondheidsrecht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij werkt aan een proefschrift over het tuchtrecht voor de gezondheidszorg.

prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan dezelfde universiteit en tevens lid van het College voor de Rechten van de Mens.

    Sinds de inwerkingtreding van de Wubhv mag de inspecteur op grond van drie wetten patiëntendossiers inzien. De zorgaanbieder moet weten waar de grenzen van die bevoegdheid liggen in verband met zijn eigen beroepsgeheim. Voor de IGZ geldt hetzelfde, maar zij wordt nog voor een andere vraag gesteld. Namelijk wat zij mag doen met de verkregen vertrouwelijke gegevens. Uit een arrest van de Hoge Raad van 12 februari 2013 blijkt dat het verschil maakt dat sprake is van een afgeleide geheimhoudingsplicht. Een wettelijke regeling van gebruik van patiëntengegevens is wenselijk.


Mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.
Artikel

Strafrechtelijke inbeslagname bij de medisch verschoningsgerechtigde

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden medisch beroepsgeheim, strafrechtelijke inbeslagname, verschoningsrecht
Auteurs Mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de jurisprudentie over strafrechtelijke inbeslagname van medische gegevens bij de medisch verschoningsgerechtigde blijkt dat de Hoge Raad het criterium van de zeer uitzonderlijke omstandigheden, dat rechtvaardigt dat het beroepsgeheim wordt doorbroken, zowel bij de verdachte verschoningsgerechtigde als bij de niet verdachte verschoningsgerechtigde ruim toepast.Van een uitzonderingssituatie is in feite geen sprake meer. In die gevallen waarin de (afgeleid) verschoningsgerechtigde geen verdachte is van een strafbaar feit, ten onrechte. De Hoge Raad dient terug te keren naar zijn jurisprudentie waarin hij het standpunt van de verschoningsgerechtigde dat kennisneming van de gegevens zonder zijn toestemming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim respecteert, tenzij er redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat het standpunt onjuist is.


Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is werkzaam als advocaat/partner bij Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle.
Artikel

Verstrekking van patiëntgegevens door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden gegevensverstrekking, persoonsgegevens, beroepsgeheim, zorgverzekeraar, geheimhoudingsplicht
Auteurs Mr. drs. J.M.E. Citteur en mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de gegevensverstrekking door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars onderzocht. Daartoe wordt allereerst de wettelijke basis voor die gegevensverstrekking beschreven en vervolgens nagegaan hoe de regeling in een drietal casusposities wordt toegepast. Het blijkt dat het antwoord op de vraag of patiëntgegevens al dan niet mogen worden verstrekt, staat of valt met het antwoord op de vraag of een wettelijke verplichting tot die gegevensverstrekking bestaat. Indien dat het geval is, vindt een belangenafweging plaats. Daarbij wordt, mede in het kader van artikel 8 EVRM, onder meer gekeken naar de proportionaliteit en subsidiariteit van de gegevensverstrekking.


Mr. drs. J.M.E. Citteur
Juliette Citteur is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.
Artikel

Het Liefdehuis-arrest na honderd jaar herinnerd

Kanttekeningen bij de opmaat tot een fameus arrest van de Hoge Raad

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden medisch beroepsgeheim, verschoningsrecht, Liefdehuis-arrest
Auteurs Prof. mr. dr. D.P. Engberts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Liefdehuis-arrest uit 1913 was het eerste arrest waarin het medisch beroepsgeheim centraal stond. De Hoge Raad relativeert daarin drastisch de betekenis van de artseneed/-belofte voor het beroepsgeheim en het verschoningsrecht. Grondslag en oogmerk van het beroepsgeheim worden niet op regelgeving gebaseerd maar op de eigen aard van de verhouding patiënt-arts. In dit artikel schetst de auteur kort de achtergronden van het arrest. Hij gaat in op het belang van de uitspraak en geeft een korte analyse van de sterke en zwakke kanten.


Prof. mr. dr. D.P. Engberts
Dick Engberts is hoogleraar Normatieve aspecten van de geneeskunde aan de Universiteit Leiden en hoofd van de sectie Ethiek & Recht van de Gezondheidszorg van het Leids Universitair Medisch Centrum.
Artikel

Medisch beroepsgeheim en familieleden

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, familieleden, vertegenwoordiging, belangen, conflict van plichten
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    Waar het gaat om de uitwisseling van medische gegevens vormt de hoedanigheid van familielid als zodanig geen grond om inbreuk te maken op het medisch beroepsgeheim. Het is in beginsel aan de betrokkene zelf om uit te maken of familieleden mogen worden geïnformeerd. In deze bijdrage worden situaties besproken waarin familieleden vanwege de rol die zij vervullen (vertegenwoordiger) of de belangen die zij bij inzage in het dossier van hun naaste hebben (rouwverwerking, behoefte aan informatie over erfelijkheidsonderzoek of andere gezondheidsbelangen, vermoeden van een medische fout, vermogensbelangen) moeten of mogen worden geïnformeerd, ook al heeft de betrokkene daarmee niet expliciet ingestemd.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens lid van het College voor de Rechten van de Mens.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afdeling Sociale Geneeskunde.
Artikel

Het beroepsgeheim van de bedrijfsarts en de verzekeringsarts

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, bedrijfsgezondheidszorg, verzekeringsarts, ziekteverzuimbegeleiding
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook voor bedrijfs- en verzekeringsartsen geldt het beroepsgeheim, zij het dat dat bij hen beperkingen kent in verband met de aard van hun functie. In deze bijdrage wordt ingegaan op de achtergrond van dat beroepsgeheim en op de uitwerking ervan in wetgeving, rechtspraak en zelfregulering. Geconcludeerd wordt dat daarbij een redelijk evenwicht is gevonden tussen de vertrouwelijkheid van medische gegevens en de belangen van werkgever en socialeverzekeringsinstelling. Wel blijft vanwege de rechtszekerheid nadere wettelijke regeling gewenst.


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht AMC/Universiteit van Amsterdam en adviseur van Rutgers & Posch advocaten.

    Zorgaanbieders werken vaak samen in maatschapsverband. Dit artikel positioneert de maatschap binnen het Nederlandse algemene en zorgspecifieke mededingingsrecht. Eerst wordt onderzocht of fusies tussen maatschappen van vrijgevestigde medisch specialisten van verschillende ziekenhuizen onder het concentratietoezicht dan wel het kartelverbod uit de Mededingingswet moeten worden beoordeeld. Daarna wordt onderzocht wat en wanneer op grond van artikel 48 en 45 Wet marktordening gezondheidszorg tegen maatschappen kan worden ondernomen. Hierbij wordt tevens ingegaan op de ACM-lijn maatschappen en ziekenhuizen alsmede het NZa-besluit in Thuisapotheek – Huisartsenpraktijk Prinsenbeek.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Edith Loozen is universitair docent bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG).
Artikel

Patientenrechtegesetz: geneeskundige behandeling in Duits Burgerlijk Wetboek

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Patientenrechtegesetz, Medisch aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Prof. mr. E.H. Hondius en prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Afgelopen winter trad in Duitsland het nieuwe patiëntenrecht in werking. Een nieuwe titel in het Burgerlijk Wetboek, als de WGBO bij ons. In dit artikel bespreken de auteurs de contouren van deze compacte wet. Is de ontwikkeling in Duitsland vergelijkbaar met die in Nederland? De meest opvallende afwijkingen zijn een regeling van ‘Aufklärungspflichten’ voor de geïnformeerde toestemming naast ‘Informationspflichten’. Scherp gesteld zijn verder de verplichtingen over dossiervoering. Een bepaling over de aansprakelijkheid rondt de bepalingen in de titel van de geneeskundige behandelingsovereenkomst af, waarbij de patiënt tegemoet wordt gekomen in de op hem rustende bewijslast voor aansprakelijkheid van de hulpverlener.


Prof. mr. E.H. Hondius
Ewoud Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactieraad van dit tijdschrift.

prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat te Zwolle, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Het voorgestelde verbod op verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden verticale integratie, zorgverzekeraars, zorgaanbieders, Wet marktordening gezondheidszorg
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Wetsvoorstel 33 362 introduceert in de Wet marktordening gezondheidszorg een verbod op verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Het verbiedt zorgverzekeraars, AWBZ-verzekeraars en zorgkantoren om (a) zelf zorg te verlenen en (b) direct of indirect zeggenschap te hebben over een zorgaanbieder. In dit artikel wordt betoogd dat dit verbod niet noodzakelijk en niet proportioneel is om het daarmee beoogde doel te bereiken. Gewezen wordt op het belang om (alternatieve) maatregelen te nemen om het vertrouwen in zorgverzekeraars en de transparantie met betrekking tot de kwaliteit van zorg te verbeteren.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is arts in opleiding tot specialist, farmaceut en gezondheidsjurist.
Artikel

Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting: van geslotenheid naar openheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden donorgegevens, kunstmatige bevruchting, biologische afstamming
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en dr. W.J. Dondorp
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de op 1 juni 2004 integraal in werking getreden Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting kan een kind dat door medewerking van een donor is verwekt vanaf zestienjarige leeftijd vragen om kennisname van de identiteit van de donor. In deze bijdrage worden achtergrond en inhoud van de wet besproken en wordt ingegaan op de discussie rond opheffing van anonieme gameetdonatie en de mogelijkheid van aanvullende bescherming van donorkinderen.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het Academisch Medisch Centrum, Afdeling Sociale Geneeskunde.

dr. W.J. Dondorp
Wybo Dondorp is onderzoeker/docent gezondheidsethiek bij de Universiteit Maastricht, Afdeling Metamedica en onderzoeksscholen CAPHRI en GROW.
Artikel

Wetsvoorstel Zorg en dwang: impact van de recente wijzigingen voor het veld en de cliënt

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden onvrijwillige zorg, stappenplan, wilsonbekwaamheid, cliëntenvertrouwenspersoon, vergelijking met wetsvoorstel Verplichte GGz
Auteurs Mr. dr. B.J.M. Frederiks en mr. dr. K. Blankman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel Zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, dat in de zomer van 2009 aan de Tweede Kamer werd aangeboden, heeft in 2012 belangrijke wijzigingen ondergaan. De auteurs wijzen behalve op de voordelen hiervan voor de rechtsbescherming van kwetsbare cliënten ook op een aantal nadelen. Zo worden het voorgestelde stappenplan, de omschrijving van onvrijwillige zorg en de regeling inzake vertegenwoordiging van wilsonbekwaamheid kritisch tegen het licht gehouden. Een vergelijking met het wetsvoorstel Verplichte GGz valt niet zonder meer positief uit voor het wetsvoorstel Zorg en dwang.


Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht bij het VUMC/EMGO+

mr. dr. K. Blankman
Kees Blankman is universitair docent familie- en gezondheidsrecht bij de VU.
Artikel

Kind en biobank: enkele juridische aspecten

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden biobank, restmateriaal, kinderen, informed consent, recht op (niet-)weten
Auteurs Mr. E.J. Kranendonk
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat in op biobanken met lichaamsmateriaal van kinderen. Het gebruik hiervan roept specifieke vragen op ten aanzien van zeggenschap, terugkoppeling van individuele bevindingen en privacy. Zowel het internationale als het nationale wettelijke kader biedt geen volledige en heldere uitgangspunten voor de positie van de minderjarige donor, terwijl daar in de praktijk wel grote behoefte aan is.


Mr. E.J. Kranendonk
Elcke Kranendonk is promovenda gezondheidsrecht bij het Academisch Medisch Centrum Amsterdam/Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Beroepenwetgeving: in de pas met de praktijk?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden beroepenwetgeving, indeling beroepen, titelbescherming, bescherming patiënt
Auteurs Mr. D.Y.A. van Meersbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen jaren zijn bestaande beroepen in de individuele gezondheidszorg verder gedifferentieerd en zijn binnen beroepen en specialismen expertisegebieden, aandachtgebieden, subspecialisaties en specialistische aandachtsgebieden ontstaan. Hierdoor biedt de Wet BIG geen eenduidige regeling meer voor beroepen in de individuele gezondheidszorg. Door de veelheid aan beroepstitels is het de vraag of de burger nog wel in staat is om aan de hand daarvan de juiste deskundige te onderscheiden. Het gevaar bestaat dat het publiek in verwarring raakt. Als gekeken wordt naar het doel van de wet en het middel dat daarvoor gebruikt wordt, kan worden geconcludeerd dat deze niet meer in verhouding zijn en dat het systeem een update nodig heeft.


Mr. D.Y.A. van Meersbergen
Mr. D.Y.A. (Diederik) van Meersbergen werkt als jurist bij de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst.
Toont 1 - 20 van 415 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 20 21
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.