Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 156 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht x Rubriek Artikel x
Artikel

De Tweede Evaluatie Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wet BIG, evaluatie, kwaliteitswetgeving, tuchtrecht
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons en prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    De tweede evaluatie van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, ruim tien jaar na de eerste evaluatie verschenen, komt tot gelijksoortige bevindingen als die eerste evaluatie uit 2002. De wettelijke regeling is niet erg bekend. Het tuchtrecht is aan herziening toe. Toch is er sprake van een gewijzigde context, waarin de Wet BIG door nieuwe kwaliteitsregulering de meer bescheiden status heeft gekregen van een borging van de basiskwaliteit van de beroepsbeoefenaar via opleiding. De evaluatie ziet nadrukkelijker een rol voor de IGZ in het tuchtrecht, dat concurreert met het bestuursrecht.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en redactielid van dit tijdschrift.

prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Groningen en adviseur voor het gezondheidsrecht bij Nysingh advocaten-notarissen.
Artikel

De Embryowet opnieuw geëvalueerd

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden embryo, stamcellen, geslachtskeuze, chimaere
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem, dr. W.J. Dondorp, prof. mr. J. Legemaate e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Embryowet werd in 2012 voor de tweede keer geëvalueerd. Veel van de in de eerste evaluatie gesignaleerde knelpunten zijn nog niet opgelost, en er zijn nieuwe bijgekomen. Het zijn met name de verbodsbepalingen die tot discussie (blijven) leiden. Zo beperkt het verbod om embryo’s voor andere doeleinden dan zwangerschap tot stand te brengen nog steeds de mogelijkheden voor onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van nieuwe voortplantingstechnieken. Een nieuwe discussie betreft het maken van mens-diercombinaties als mogelijke bron van menselijke organen. De Embryowet verbiedt dergelijke ‘chimaeren’ langer dan veertien dagen te kweken, maar dat verbod is zo geformuleerd dat de huidige techniek voor het maken van chimaeren er niet onder valt. De auteurs bespreken in hun bijdrage nog diverse andere technologische ontwikkelingen, geven aan welke implicaties die hebben voor de Embryowet en plaatsen kanttekeningen bij de door het kabinet in reactie op beide evaluaties ingenomen standpunten.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afd. Sociale Geneeskunde.

dr. W.J. Dondorp
Wybo Dondorp is onderzoeker/docent bij de Universiteit Maastricht, Afd. Metamedica en onderzoeksscholen CAPHRI en GROW.

prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht bij het AMC, Afd. Sociale Geneeskunde.

prof. dr. G.M.W.R. de Wert
Guido de Wert is hoogleraar bij de Universiteit Maastricht, Afd. Metamedica en onderzoeksscholen CAPHRI en GROW. Alle auteurs maakten deel uit van het onderzoeksteam dat de tweede evaluatie van de Embryowet heeft uitgevoerd. De laatste auteur maakte ook deel uit van het team dat de eerste evaluatie uitvoerde.
Artikel

Pleidooi voor een Wet toezicht kwaliteit zorgsector

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Toezicht, Kwaliteit, Wetgevingsbeleid, IGZ
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate, mr. dr. E. Plomp, mr. A.C. de Die e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgeving met betrekking tot het toezicht op de kwaliteit van zorg is complex, versnipperd en lacunair. De afgelopen jaren is verscheidene malen bepleit een integrale Toezichtwet in de zorg tot stand te brengen. De recent afgesloten thematische wetsevaluatie bestuursrechtelijk toezicht op de kwaliteit van zorg levert sterke aanwijzingen op dat een nieuwe Wet toezicht kwaliteit zorgsector meerwaarde kan hebben.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is verbonden aan de UvA.

mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is verbonden aan de UvA.

mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat/partner bij Velink & De Die Advocaten, Amsterdam.

dr. K. Grit
Kor Grit is verbonden aan de EUR.

prof. dr. R. Friele
Roland Friele is adjunct-directeur van het NIVEL.

prof. dr. R. Bal
Roland Bal is verbonden aan de EUR.
Artikel

Nieuwe tussenstand Wet verplichte ggz: voortgang, twijfels en zorgen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Dwangtoepassing, Psychiatrie, Wetswijziging
Auteurs Mr. drs. T.P. Widdershoven en mr. dr. V.E.T. Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In september 2013 is aan de Tweede Kamer een nota van wijziging aangeboden behorende bij het wetsvoorstel Verplichte geestelijke gezondheidszorg (Kamerstuk 32399). Dit wetsvoorstel is sinds 2010 bij de Tweede Kamer in behandeling. Met de nota van wijziging worden grote aanpassingen in de procedure voor het verlenen van verplichte zorg voorgesteld en ook een aantal aanpassingen in de positie van betrokkene. De belangrijkste wijzigingen worden in dit artikel van commentaar voorzien.


Mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is jurist bij de Stichting PVP te Utrecht.

mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is docent gezondheidsrecht bij de Vrije Universiteit in Amsterdam en als onderzoeker verbonden aan het EMGO-instituut.
Artikel

Melding van kindermishandeling: afscheid van het conflict van plichten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Melding kindermishandeling, Conflict van plichten, Tuchtrecht
Auteurs Mr. C.A. Bol en prof. mr. J.C.J. Dute
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behelst een onderzoek naar de tuchtrechtelijke toetsing van de melding van kindermishandeling over de periode 2002 tot 2013. De melding op eigen initiatief van de hulpverlener wordt niet (langer) getoetst aan het conflict van plichten, maar aan de ruimere criteria van de KNMG-meldcode. Informatieverschaffing op verzoek beoordeelt de tuchtrechter daarentegen strenger dan de KNMG-meldcode vereist. Als juridische grondslag voor de melding van kindermishandeling kan het conflict van plichten beter worden verlaten. Wel blijft dit leerstuk van betekenis als toetssteen voor professionele meldcodes.


Mr. C.A. Bol
Caressa Bol is als docent gezondheidsrecht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij werkt aan een proefschrift over het tuchtrecht voor de gezondheidszorg.

prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan dezelfde universiteit en tevens lid van het College voor de Rechten van de Mens.

    Sinds de inwerkingtreding van de Wubhv mag de inspecteur op grond van drie wetten patiëntendossiers inzien. De zorgaanbieder moet weten waar de grenzen van die bevoegdheid liggen in verband met zijn eigen beroepsgeheim. Voor de IGZ geldt hetzelfde, maar zij wordt nog voor een andere vraag gesteld. Namelijk wat zij mag doen met de verkregen vertrouwelijke gegevens. Uit een arrest van de Hoge Raad van 12 februari 2013 blijkt dat het verschil maakt dat sprake is van een afgeleide geheimhoudingsplicht. Een wettelijke regeling van gebruik van patiëntengegevens is wenselijk.


Mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.
Artikel

Strafrechtelijke inbeslagname bij de medisch verschoningsgerechtigde

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden medisch beroepsgeheim, strafrechtelijke inbeslagname, verschoningsrecht
Auteurs Mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de jurisprudentie over strafrechtelijke inbeslagname van medische gegevens bij de medisch verschoningsgerechtigde blijkt dat de Hoge Raad het criterium van de zeer uitzonderlijke omstandigheden, dat rechtvaardigt dat het beroepsgeheim wordt doorbroken, zowel bij de verdachte verschoningsgerechtigde als bij de niet verdachte verschoningsgerechtigde ruim toepast.Van een uitzonderingssituatie is in feite geen sprake meer. In die gevallen waarin de (afgeleid) verschoningsgerechtigde geen verdachte is van een strafbaar feit, ten onrechte. De Hoge Raad dient terug te keren naar zijn jurisprudentie waarin hij het standpunt van de verschoningsgerechtigde dat kennisneming van de gegevens zonder zijn toestemming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim respecteert, tenzij er redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat het standpunt onjuist is.


Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is werkzaam als advocaat/partner bij Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle.

    Zorgaanbieders werken vaak samen in maatschapsverband. Dit artikel positioneert de maatschap binnen het Nederlandse algemene en zorgspecifieke mededingingsrecht. Eerst wordt onderzocht of fusies tussen maatschappen van vrijgevestigde medisch specialisten van verschillende ziekenhuizen onder het concentratietoezicht dan wel het kartelverbod uit de Mededingingswet moeten worden beoordeeld. Daarna wordt onderzocht wat en wanneer op grond van artikel 48 en 45 Wet marktordening gezondheidszorg tegen maatschappen kan worden ondernomen. Hierbij wordt tevens ingegaan op de ACM-lijn maatschappen en ziekenhuizen alsmede het NZa-besluit in Thuisapotheek – Huisartsenpraktijk Prinsenbeek.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Edith Loozen is universitair docent bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG).
Artikel

Actieve openbaarmaking van informatie door IGZ: het wetsontwerp tot wijziging van de Gezondheidswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden actieve openbaarmaking, IGZ, toezicht, rechtsbescherming
Auteurs Mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen en mr. O.S. Nijveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het wetsontwerp besproken dat strekt tot invoering van een specifieke wettelijke grondslag voor actieve openbaarmaking van informatie over het toezicht en de uitvoering van regelgeving door IGZ. Achtereenvolgens komen de doelen van het wetsontwerp, de te openbaren gegevens, de gronden om informatie niet te openbaren, de rechtsbescherming tegen openbaarmaking en procedurele bepalingen over de openbaarmaking aan de orde. De auteurs zijn van mening dat het wetsontwerp een goede aanzet vormt tot het op grotere schaal actief openbaar maken van toezichtgegevens door IGZ. Zij plaatsen evenwel met name kanttekeningen bij de wijze waarop het wetsontwerp de rechtsbescherming tegen beslissingen tot actieve openbaarmaking regelt.


Mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen
Juliette van der Jagt-Jobsen is werkzaam als advocaat in de sectie Bestuursrecht, marktsector Gezondheidszorg, bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

mr. O.S. Nijveld
Olga Nijveld is werkzaam als jurist bij de directie Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Tuchtrecht in de gezondheidszorg: tijd voor verandering

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden tuchtrecht, collectieve aansprakelijkheid, samenwerking, Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), voorlopige voorziening
Auteurs Mr. A. Rube
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen het tuchtrecht in de gezondheidszorg bestaan verschillende discussiepunten. In het artikel wordt ingegaan op twee hiervan, namelijk de collectieve aansprakelijkheid binnen het tuchtrecht en de rol van de Inspectie voor de Gezondheidzorg (IGZ). Beide discussiepunten houden nauw verband met het primaire doel van het tuchtrecht: het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening. In dit artikel worden de verschillende mogelijkheden verkend om het tuchtrecht op deze punten aan te passen.


Mr. A. Rube
Anneloes Rube is werkzaam als promovenda Gezondheidsrecht bij het Academisch Medisch Centrum Amsterdam – Universiteit van Amsterdam. Het promotieonderzoek richt zich op het tuchtrecht in de gezondheidszorg. De tekst van het artikel is afgesloten op 1 maart 2013.
Artikel

Hoe duur mag een duur geneesmiddel zijn?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden pakketbeheer, stand van wetenschap en praktijk, kosteneffectiviteit
Auteurs Mr. C. van Balen
SamenvattingAuteursinformatie

    Kosteneffectiviteit speelt een belangrijke rol bij beslissingen over (voorlopige) opname van geneesmiddelen in het verzekerde pakket. Uit juridisch oogpunt is dit problematisch. De omvang en inhoud van de verzekerde prestaties, waaronder de prestatie farmaceutische zorg, wordt (mede) bepaald aan de hand van de stand van de wetenschap en de praktijk. Dat betreft een medisch inhoudelijk criterium, waarbij de kosteneffectiviteit geen rol speelt. Gepleit wordt daarom voor wettelijke opname van de bij pakketbeheer te hanteren criteria en de weging van de afzonderlijke criteria.


Mr. C. van Balen
Chris van Balen was tot 1 april 2013 als advocaat werkzaam bij KBS Advocaten. De tekst is afgesloten op 8 maart 2013.
Artikel

Zorg om het kind. Bescherming van minderjarigen en het gezondheidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden minderjarigen, kinderbescherming, kindermishandeling, beroepsgeheim, toestemming medisch handelen
Auteurs Prof. mr. drs. M.R. Bruning
SamenvattingAuteursinformatie

    Als het gaat om zorg voor minderjarigen, worden de uitgangspunten uit het familie- en jeugdrecht – de ouderlijke autonomie staat voorop en de belangen van het kind zijn een bepalende factor – in het gezondheidsrecht niet altijd voldoende gewaarborgd. Toestemming van beide ouders met gezag, ook na scheiding, levert voor artsen soms knelpunten op. Bij vermoedens van kindermishandeling of ‘niet-pluis’ gevoelens heeft de arts vanuit een zorgrelatie met het kind een bijzondere verantwoordelijkheid. Bepleit wordt dat het (gezondheids)recht op bepaalde punten aanpassing behoeft en dat de wetgever bij wijzigingen en vernieuwingen in het jeugdzorg- en jeugdbeschermingsdomein het gezondheidsrecht uit boek 7 BW niet vergeet.


Prof. mr. drs. M.R. Bruning
Mariëlle Bruning is hoogleraar Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden. Deze bijdrage is gebaseerd op de najaarslezing op 2 november 2012 in de Domus Medica te Utrecht voor de Vereniging voor Gezondheidsrecht.
Artikel

Zorg om jonge kinderen. Een gezondheidsrechtelijke benadering

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden minderjarigen, WGBO, beroepsgeheim, meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld, verwijsindex risicojongeren, bemoeizorg
Auteurs Mr. R.P. de Roode
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken hoe de zeggenschap over medische behandeling van jonge patiëntjes is geregeld en hoe ver de verantwoordelijkheden en mogelijkheden van artsen reiken om in te grijpen en/of het beroepsgeheim te doorbreken als er zorgen zijn om deze kinderen. Betoogd wordt dat het gezondheidsrecht voldoende ruimte biedt om het kind in de knel te beschermen als dat nodig is. De zorgplicht van de arts, ondersteund door beroepsnormen die eisen en grenzen van goed hulpverlenerschap aangeven, zoals de KNMG-Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld en de Wegwijzer dubbele toestemming van de KNMG, biedt die ruimte. Wel zou de WGBO kunnen worden aangevuld met een bepaling op grond waarvan de toestemming van de niet-aanwezige ouder voor een medische behandeling mag worden verondersteld zolang niet blijkt van bezwaar. Ook zou de verwijsindex risicojongeren effectiever kunnen worden door er een fysieke regisseur aan te koppelen die kan ingrijpen bij hiaten of overlap in zorgaanbod en moet de op handen zijnde spreekplicht richting de gezinsvoogd worden voorzien van een uitzonderingsclausule voor ‘gewichtige redenen, het belang van het kind betreffende’. Meer meld- en informatieplichten bieden geen soelaas. Die zullen goede medische zorg aan kwetsbare kinderen alleen maar in de weg kunnen staan. De oplossingen daarvoor moeten worden gezocht in verbetering van het hulpaanbod en in professionalisering.


Mr. R.P. de Roode
Robinetta de Roode was tot 1 februari 2013 werkzaam als adviseur gezondheidsrecht bij de KNMG en is thans werkzaam als senior adviseur juridische zaken bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Artikel

Wetsvoorstel voorwaarden voor winstuitkering aanbieders medisch-specialistische zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden medisch-specialistische zorg, Wet cliëntenrechten zorg, winstoogmerk, winstuitkering, zorgaanbieders
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Na jarenlange debatten over dit onderwerp heeft de Minister van VWS op 9 februari 2012 een wetsvoorstel ingediend dat winstuitkering door aanbieders van medisch-specialistische zorg onder voorwaarden mogelijk maakt. In dit artikel worden enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de gestelde voorwaarden en wordt uiteengezet welke aspecten nadere regulering behoeven. Geconcludeerd wordt dat met name de normatieve aspecten van winstuitkering en de publieke belangen die het wetsvoorstel beoogt te dienen verder zouden moeten worden uitgewerkt en dat een meer gedifferentieerde regeling de voorkeur zou verdienen.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is arts, farmaceut en jurist en gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Winst in de zorg. Juridische aspecten van winstuitkering door zorginstellingen, Den Haag: Sdu Uitgevers 2011 (hierna: Plomp 2011).
Artikel

Een frisse kijk op bekende en minder bekende problemen: de tweede evaluatie van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden informed consent, meerderjarige wilsonbekwamen, medisch-ethische toetsingscommissies, medisch-wetenschappelijk onderzoek, minderjarigen
Auteurs Prof. mr. dr. D.P. Engberts
SamenvattingAuteursinformatie

    De tweede evaluatie van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) richt zich op vier hoofdthema’s: (1) informatie aan en ervaringen van proefpersonen, (2) implementatie van Europees recht in de WMO, (3) het Besluit verplichte verzekering en (4) ervaringen van onderzoekers en medisch-ethische toetsingscommissies. Op basis van literatuuronderzoek en empirisch onderzoek signaleren de onderzoekers in de wetsevaluatie met betrekking tot alle thema’s knelpunten. De auteur bevestigt de juistheid van deze observaties en zet uiteen dat achter de gesignaleerde knelpunten principiële vragen schuilgaan die steeds verbonden zijn geweest met de normering van medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen en nooit afdoende zijn beantwoord.


Prof. mr. dr. D.P. Engberts
Dick Engberts is hoogleraar Normatieve aspecten van de geneeskunde aan de Universiteit Leiden en hoofd van de sectie Ethiek & Recht van de Gezondheidszorg van het Leids Universitair Medisch Centrum. Hij is vice-voorzitter van de medisch-ethische toetsingscommissie van het LUMC.
Artikel

Wilsonbekwaamheid en vertegenwoordiging

De eerste thematische wetsevaluatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden vertegenwoordiging, vroegere wilsuitingen, wetsevaluatie, wilsonbekwaamheid, zorgvolmachten
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel doet verslag van een thematische wetsevaluatie waarin een groot aantal wettelijke regelingen zijn bestudeerd met betrekking tot de daarin opgenomen regels inzake wilsonbekwaamheid en vertegenwoordiging. Het in het kader van de evaluatie uitgevoerde onderzoek bevatte, naast analyse van nationale wetgeving en zelfregulering, ook een rechtsvergelijkende en een belangrijke empirische component. Geconcludeerd wordt dat de Nederlandse regelgeving (die sterkere en zwakkere kanten heeft) op een aantal punten niet de regels biedt die (ook gelet op internationale standaarden) nodig zijn voor een optimale balans tussen zelfbeschikking en bescherming. In het rapport van het evaluatieonderzoek worden dan ook aanbevelingen gedaan ter verbetering van wetgeving en beleid, onder meer betreffende het omgaan met wilsonbekwaamheid, verheldering van het vertegenwoordigingsregiem en verbetering van procedurele rechtsbescherming.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam/AMC.
Artikel

Het Wetsvoorstel cliëntenrechten zorg (Wcz): een versterking van medezeggenschapsrechten van de cliënt(enraad)?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden cliënt, cliëntenraad, medezeggenschap, Wcz, WMCZ
Auteurs Mr. X.R. Ras en mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de nieuwe medezeggenschapsregeling in het Wetsvoorstel cliëntenrechten zorg (Wcz) en wordt ingegaan op de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ). Deze wijzigingen blijken – overeenkomstig het doel van de Wcz – op veel punten te leiden tot een versterking van de rechtspositie van de cliënt(enraad). Anderzijds kunnen kritische kanttekeningen worden geplaatst bij de inperking van het toepassingsgebied van de nieuwe medezeggenschapsregeling ten opzichte van het toepassingsgebied van de huidige WMCZ. Tot slot wordt geconstateerd dat een aantal mogelijkheden tot (verdere) verbetering van de medezeggenschapsregeling onbenut is gebleven.


Mr. X.R. Ras
Xandra Ras is werkzaam als cliëntenraad ondersteuner bij Stichting Onder Een Dak.

mr. dr. G.W. van der Voet
Gerdien van der Voet is als arbeidsrechtadvocaat verbonden aan de Branchegroep Zorg van AKD en daarnaast als universitair docent verbonden aan de Erasmus School of Law (ESL).
Artikel

De IGZ: van stille kracht naar publieke waakhond

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden fusietoets, governance, IGZ, tuchtrecht, verscherpt toezicht
Auteurs Prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de IGZ is sprake van een verschuiving in aandacht voor risicovolle situaties naar aandacht voor kwaliteit van zorg in meer algemene zin. Het opsporen van echte risico’s in de gezondheidszorg behoort echter meer tot de taak van de IGZ dan het toezicht op de governance van zorginstellingen in algemene zin of het uitvoeren van een specifieke fusietoets. De oprichting van het Nationaal Kwaliteitsinstituut vormt een extra aanleiding voor een kritische toets van taakuitoefening en gebruik van bevoegdheden door de IGZ, waaronder de praktijk van het verscherpt toezicht en het indienen van klachten bij het tuchtcollege.


Prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar Gezondheidsrecht aan de faculteit der rechtsgeleerdheid en het UMCG, Rijksuniversiteit Groningen en advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V.
Artikel

Rechtsbescherming tegen publicatie van het instellen van verscherpt toezicht op internet

Staat de zorgaanbieder met lege handen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden actieve openbaarmaking, IGZ, rechtsbescherming, verscherpt toezicht, Wob
Auteurs Mr. A.C. de Die en mr. C. Velink
SamenvattingAuteursinformatie

    Regelmatig publiceert de IGZ op haar website een overzicht van zorgaanbieders die onder verscherpt toezicht zijn geplaatst. De vraag is gerezen of zorgaanbieders hiertegen rechtsbescherming hebben. Artikel 8 Wob biedt de grondslag voor actieve openbaarmaking. Het besluit tot actieve openbaarmaking – waarin de belangenafweging op grond van artikel 10 Wob besloten ligt – is een besluit in de zin van de Awb. Als de zorgaanbieder toepassing verzoekt van artikel 6 lid 5 Wob kan de zorgaanbieder de nodige tijd winnen om een voorlopige voorziening te vragen ter voorkoming van publicatie. Proactief handelen is daartoe wel vereist.


Mr. A.C. de Die
Mieke de Die is werkzaam bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

mr. C. Velink
Caren Velink is werkzaam bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.
Artikel

De deelgeschilprocedure in de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden deelgeschil, deskundigenbericht, kostenvergoeding, onderhandelingen, proportionaliteitstoets
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juli 2010 is de Wet deelgeschillen in werking getreden. Over de meest uiteenlopende onderwerpen zijn er sindsdien uitspraken gewezen. Doel van de deelgeschilprocedure is dat het partijen dichter bij een vaststellingsovereenkomst brengt. De rechter toetst daarbij of het wel efficiënt is om een beslissing in het deelgeschil te nemen. Dat is niet het geval als de zaak complex of tijdrovend is en/of er niet voldoende vooruitzicht bestaat dat de uitspraak bijdraagt aan een buitengerechtelijke regeling. De kosten verbonden aan het deelgeschil zijn buitengerechtelijke kosten en het verschilt sterk welke vergoeding de rechter in een concreet geval toekent.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Toont 1 - 20 van 156 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.