Zoekresultaat: 35 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht x Rubriek Artikel x
Artikel

Pleidooi voor een Wet toezicht kwaliteit zorgsector

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Toezicht, Kwaliteit, Wetgevingsbeleid, IGZ
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate, mr. dr. E. Plomp, mr. A.C. de Die e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgeving met betrekking tot het toezicht op de kwaliteit van zorg is complex, versnipperd en lacunair. De afgelopen jaren is verscheidene malen bepleit een integrale Toezichtwet in de zorg tot stand te brengen. De recent afgesloten thematische wetsevaluatie bestuursrechtelijk toezicht op de kwaliteit van zorg levert sterke aanwijzingen op dat een nieuwe Wet toezicht kwaliteit zorgsector meerwaarde kan hebben.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is verbonden aan de UvA.

mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is verbonden aan de UvA.

mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat/partner bij Velink & De Die Advocaten, Amsterdam.

dr. K. Grit
Kor Grit is verbonden aan de EUR.

prof. dr. R. Friele
Roland Friele is adjunct-directeur van het NIVEL.

prof. dr. R. Bal
Roland Bal is verbonden aan de EUR.

    Sinds de inwerkingtreding van de Wubhv mag de inspecteur op grond van drie wetten patiëntendossiers inzien. De zorgaanbieder moet weten waar de grenzen van die bevoegdheid liggen in verband met zijn eigen beroepsgeheim. Voor de IGZ geldt hetzelfde, maar zij wordt nog voor een andere vraag gesteld. Namelijk wat zij mag doen met de verkregen vertrouwelijke gegevens. Uit een arrest van de Hoge Raad van 12 februari 2013 blijkt dat het verschil maakt dat sprake is van een afgeleide geheimhoudingsplicht. Een wettelijke regeling van gebruik van patiëntengegevens is wenselijk.


Mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

    Zorgaanbieders werken vaak samen in maatschapsverband. Dit artikel positioneert de maatschap binnen het Nederlandse algemene en zorgspecifieke mededingingsrecht. Eerst wordt onderzocht of fusies tussen maatschappen van vrijgevestigde medisch specialisten van verschillende ziekenhuizen onder het concentratietoezicht dan wel het kartelverbod uit de Mededingingswet moeten worden beoordeeld. Daarna wordt onderzocht wat en wanneer op grond van artikel 48 en 45 Wet marktordening gezondheidszorg tegen maatschappen kan worden ondernomen. Hierbij wordt tevens ingegaan op de ACM-lijn maatschappen en ziekenhuizen alsmede het NZa-besluit in Thuisapotheek – Huisartsenpraktijk Prinsenbeek.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Edith Loozen is universitair docent bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG).
Artikel

Het voorgestelde verbod op verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden verticale integratie, zorgverzekeraars, zorgaanbieders, Wet marktordening gezondheidszorg
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Wetsvoorstel 33 362 introduceert in de Wet marktordening gezondheidszorg een verbod op verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Het verbiedt zorgverzekeraars, AWBZ-verzekeraars en zorgkantoren om (a) zelf zorg te verlenen en (b) direct of indirect zeggenschap te hebben over een zorgaanbieder. In dit artikel wordt betoogd dat dit verbod niet noodzakelijk en niet proportioneel is om het daarmee beoogde doel te bereiken. Gewezen wordt op het belang om (alternatieve) maatregelen te nemen om het vertrouwen in zorgverzekeraars en de transparantie met betrekking tot de kwaliteit van zorg te verbeteren.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is arts in opleiding tot specialist, farmaceut en gezondheidsjurist.
Artikel

Actieve openbaarmaking van informatie door IGZ: het wetsontwerp tot wijziging van de Gezondheidswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden actieve openbaarmaking, IGZ, toezicht, rechtsbescherming
Auteurs Mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen en mr. O.S. Nijveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het wetsontwerp besproken dat strekt tot invoering van een specifieke wettelijke grondslag voor actieve openbaarmaking van informatie over het toezicht en de uitvoering van regelgeving door IGZ. Achtereenvolgens komen de doelen van het wetsontwerp, de te openbaren gegevens, de gronden om informatie niet te openbaren, de rechtsbescherming tegen openbaarmaking en procedurele bepalingen over de openbaarmaking aan de orde. De auteurs zijn van mening dat het wetsontwerp een goede aanzet vormt tot het op grotere schaal actief openbaar maken van toezichtgegevens door IGZ. Zij plaatsen evenwel met name kanttekeningen bij de wijze waarop het wetsontwerp de rechtsbescherming tegen beslissingen tot actieve openbaarmaking regelt.


Mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen
Juliette van der Jagt-Jobsen is werkzaam als advocaat in de sectie Bestuursrecht, marktsector Gezondheidszorg, bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

mr. O.S. Nijveld
Olga Nijveld is werkzaam als jurist bij de directie Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Wetsvoorstel voorwaarden voor winstuitkering aanbieders medisch-specialistische zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden medisch-specialistische zorg, Wet cliëntenrechten zorg, winstoogmerk, winstuitkering, zorgaanbieders
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Na jarenlange debatten over dit onderwerp heeft de Minister van VWS op 9 februari 2012 een wetsvoorstel ingediend dat winstuitkering door aanbieders van medisch-specialistische zorg onder voorwaarden mogelijk maakt. In dit artikel worden enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de gestelde voorwaarden en wordt uiteengezet welke aspecten nadere regulering behoeven. Geconcludeerd wordt dat met name de normatieve aspecten van winstuitkering en de publieke belangen die het wetsvoorstel beoogt te dienen verder zouden moeten worden uitgewerkt en dat een meer gedifferentieerde regeling de voorkeur zou verdienen.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is arts, farmaceut en jurist en gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Winst in de zorg. Juridische aspecten van winstuitkering door zorginstellingen, Den Haag: Sdu Uitgevers 2011 (hierna: Plomp 2011).
Artikel

Wie betaalt de schade van de patiënt in geval van een disfunctionerende prothese?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden aansprakelijkheid, arts, medisch hulpmiddel, producent, prothese, zorgverzekering
Auteurs Mr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen tijd wordt in de media veel aandacht besteed aan disfunctionerende protheses. Het blijkt niet om één zaak te gaan, maar betreft verschillende soorten protheses. Veelal zijn grote aantallen patiënten de dupe van een disfunctionerende prothese en lijden zij materiële en immateriële schade. In het onderhavige artikel wordt onderzoek gedaan naar de vergoedingsmogelijkheden in geval van schade die het gevolg is van een bij de geneeskundige behandeling gebruikte disfunctionerende prothese. Daarbij wordt acht geslagen op hetgeen de zorgverzekeraar, de arts en de producent aan de patiënt zouden moeten vergoeden en van welke verweren deze partijen zich kunnen bedienen.


Mr. R.P. Wijne
Rolinka Wijne is lid-jurist bij de Tuchtcolleges ’s-Gravenhage en Amsterdam en docent Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Zij werkt voorts als buitenpromovendus aan een onderzoek naar de aansprakelijkheid van de arts en het ziekenhuis.
Artikel

De Wob als sluiproute? Passieve openbaarmaking door de IGZ

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden calamiteiten IGZ, inzagerecht, Veilig melden, Wcz, Wob
Auteurs Mr. R.P. de Roode
SamenvattingAuteursinformatie

    Gegevens over de kwaliteit van zorg zijn niet zomaar geschikt voor openbaarmaking, zeker tot personen herleidbare gegevens niet. Zorgverleners kunnen door openbaarheid terughoudender worden dan wenselijk voor de kwaliteit van zorg. Bij een calamiteit is van veilig melden ten opzichte van de IGZ geen sprake. Gegevens over een calamiteit kunnen via een Wob-verzoek aan de IGZ echter ook in de openbaarheid terechtkomen. Dit zorgt voor onrust. De mogelijkheden die de Wob en rechtspraak de IGZ bieden om uitzondering te maken op het beginsel van openbaarheid zijn beperkt. De wetgever heeft plannen voor verruiming maar deze gaan niet ver genoeg.


Mr. R.P. de Roode
Robinetta de Roode is adviseur gezondheidsrecht bij de KNMG. Met veel dank aan Mieke de Die voor haar commentaar op een eerdere versie van dit artikel. De tekst van dit artikel is op 12 januari 2012 afgesloten.
Artikel

De IGZ: van stille kracht naar publieke waakhond

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden fusietoets, governance, IGZ, tuchtrecht, verscherpt toezicht
Auteurs Prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de IGZ is sprake van een verschuiving in aandacht voor risicovolle situaties naar aandacht voor kwaliteit van zorg in meer algemene zin. Het opsporen van echte risico’s in de gezondheidszorg behoort echter meer tot de taak van de IGZ dan het toezicht op de governance van zorginstellingen in algemene zin of het uitvoeren van een specifieke fusietoets. De oprichting van het Nationaal Kwaliteitsinstituut vormt een extra aanleiding voor een kritische toets van taakuitoefening en gebruik van bevoegdheden door de IGZ, waaronder de praktijk van het verscherpt toezicht en het indienen van klachten bij het tuchtcollege.


Prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar Gezondheidsrecht aan de faculteit der rechtsgeleerdheid en het UMCG, Rijksuniversiteit Groningen en advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V.
Artikel

Gunstbetoon en geneesmiddelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden financiële relaties artsen-industrie, geneesmiddelenreclame, gunstbetoon, zelfregulering
Auteurs Mr. M.E. de Bruin en prof. mr. M.D.B. Schutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van Europese en nationale wetgeving over geneesmiddelenreclame worden regels gesteld aan financiële relaties (gunstbetoon) tussen farmaceutische bedrijven en beroepsbeoefenaren, waaronder artsen. Deze wettelijke regels zijn in Nederland verder uitgewerkt in het kader van zelfregulering. In de CGR Gedragscode Geneesmiddelenreclame is bepaald onder welke voorwaarden het geven van geschenken, het bieden van gastvrijheid bij bijeenkomsten en betaling voor dienstverlening en sponsoring is toegestaan. Deze regels zijn in de loop der jaren verder aangescherpt. Ook is er veel jurisprudentie over dit onderwerp, met name vanuit de Codecommissie van de CGR. Dit artikel geeft een overzicht van de achtergronden en de meest actuele stand van zaken rond gunstbetoon in Nederland.


Mr. M.E. de Bruin
Mirjam de Bruin is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin.

prof. mr. M.D.B. Schutjens
Marie-Hélène Schutjens is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin en is tevens deeltijd hoogleraar farmaceutisch recht aan de UU.
Artikel

Goed bestuur in de Wet cliëntenrechten zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden bestuur, Boek 2 BW, cliëntenraad, toezichthoudend orgaan, Wet cliëntenrechten zorg
Auteurs Mr. dr. A.G.H. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de paragraaf ‘Goed bestuur’ (art. 39-41) uit de Wet cliëntenrechten zorg beoordeeld in het licht van Boek 2 BW. De auteur is van mening dat deze bepalingen op een aantal punten verbeterd kunnen worden. Sommige afwijkingen van Boek 2 BW zijn in haar ogen niet altijd noodzakelijk. Bovendien zouden dwingende regels hun grondslag moeten vinden in de wet en niet in de statuten. Meer inzicht in de motivering van de gemaakte keuzes is dan ook wenselijk.


Mr. dr. A.G.H. Klaassen
Ageeth Klaassen is universitair docent ondernemingsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, sectie Handels- en ondernemingsrecht.
Artikel

De ministeriële zorg voor het telen van hennep: toetsing van een zorgplichtbepaling

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden farmaceutische hennep, medisch onderzoek, Opiumwet, zorgplicht
Auteurs Drs. L.H. Erkelens en prof. dr. S.F. Blockmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland dient de Minister van VWS ervoor te zorgen dat er voldoende hennep wordt geteeld voor wetenschappelijk onderzoek naar de medische toepassing ervan of voor de productie van geneesmiddelen. Op basis van de wetsgeschiedenis, de correspondentie van de minister met de Kamer en toepasselijk internationaal recht wordt geconcludeerd dat deze zorgplicht niet alleen op de teelt ziet, maar ook een actieve ministeriële inbreng impliceert op het punt van bedoeld onderzoek en ten aanzien van de vraag wat ‘voldoende’ in de praktijk betekent. De uitvoeringspraktijk lijkt vooral gericht op teelt als uitsluitend voorwaardenscheppend instrument voor derden.


Drs. L.H. Erkelens
Leendert Erkelens is geassocieerd onderzoeker verbonden aan het T.M.C. Asser Instituut te Den Haag.

prof. dr. S.F. Blockmans
Steven Blockmans is Hoofd van de Onderzoeksafdeling verbonden aan het T.M.C. Asser Instituut te Den Haag.

Mr. A.C. de Die

Mr. E.R. Helder

L.G.H.J. Houwen

A.C de Die

G.R.J. de Groot

V. Aarts

J. Legemaate

I.J. de Laat
Toont 1 - 20 van 35 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.