Zoekresultaat: 9 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht x Jaar 2011 x Rubriek Artikel x
Artikel

Gunstbetoon en geneesmiddelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden financiële relaties artsen-industrie, geneesmiddelenreclame, gunstbetoon, zelfregulering
Auteurs Mr. M.E. de Bruin en prof. mr. M.D.B. Schutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van Europese en nationale wetgeving over geneesmiddelenreclame worden regels gesteld aan financiële relaties (gunstbetoon) tussen farmaceutische bedrijven en beroepsbeoefenaren, waaronder artsen. Deze wettelijke regels zijn in Nederland verder uitgewerkt in het kader van zelfregulering. In de CGR Gedragscode Geneesmiddelenreclame is bepaald onder welke voorwaarden het geven van geschenken, het bieden van gastvrijheid bij bijeenkomsten en betaling voor dienstverlening en sponsoring is toegestaan. Deze regels zijn in de loop der jaren verder aangescherpt. Ook is er veel jurisprudentie over dit onderwerp, met name vanuit de Codecommissie van de CGR. Dit artikel geeft een overzicht van de achtergronden en de meest actuele stand van zaken rond gunstbetoon in Nederland.


Mr. M.E. de Bruin
Mirjam de Bruin is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin.

prof. mr. M.D.B. Schutjens
Marie-Hélène Schutjens is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin en is tevens deeltijd hoogleraar farmaceutisch recht aan de UU.
Artikel

Concentratie van ziekenhuiszorg – iemand moet het doen, maar wie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden concentratie, kartelverbod, inkoopsamenwerking, Wbmv, ziekenhuiszorg
Auteurs Mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    Concentratie van behandelingen heeft een belangrijke plaats in recente discussies over de ziekenhuiszorg. Deze bijdrage onderzoekt de juridische ruimte van verschillende partijen om daarover beslissingen te nemen. Het ‘kwartetten’ met behandelingen door ziekenhuizen is een mededingingsrechtelijke hoofdzonde. Andere samenwerkingsvormen tussen ziekenhuizen en inkoopsamenwerking tussen zorgverzekeraars bevinden zich in grijs gebied: de NMa zou zich hierover duidelijker dan nu moeten uitspreken. De overheid beschikt met de Wbmv over een geschikt wettelijk instrument. Bij de toepassing daarvan moet echter rekening worden gehouden met een Europeesrechtelijke context die zich snel ontwikkelt.


Mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

De openbaarmaking van niet-beroepsbeperkende tuchtmaatregelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden keuze-informatie, openbaarmaking tuchtmaatregelen, professionele autonomie, tuchtrecht
Auteurs Prof. mr. dr. M.A.J.M. Buijsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Van diverse zijden is voorgesteld van opgelegde niet-beroepsbeperkende maatregelen aantekening te maken in de BIG-registers. Op basis van deze openbare informatie zouden patiënten zich een beter beeld moeten kunnen vormen van de kwaliteit van hulpverleners. Deze voorstellen zijn niet los te zien van het toenemende belang dat men aan keuze-informatie hecht. De toegang tot gezondheidszorg wordt meer en meer afhankelijk gemaakt van de wijze waarop burgers met deze informatie omgaan. In deze bijdrage betwijfelt de auteur of als gevolg van de voorgestelde maatregelen de burger zich zal verzekeren van toegang tot betere zorg. Daarenboven getuigen zij van een onzorgvuldige belangenafweging.


Prof. mr. dr. M.A.J.M. Buijsen
Martin Buijsen is als hoogleraar Recht & gezondheidszorg verbonden aan het Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg en de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Het wetsvoorstel Wet aanvulling instrumenten bekostiging WMG

Over nieuwe beheers- en verdeelmodellen en onverklaarbare inkomensverschillen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden budgettering, collectief, ondernemersstatus, specialisten, tarieven
Auteurs Mr. M.E. Gelpke en mr. dr. W.I. Koelewijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In het wetsvoorstel Aanvulling instrumenten bekostiging WMG ontwikkelt de wetgever nieuw instrumentarium waarmee de Minister van VWS de kosten van medisch specialisten op landelijk niveau kan budgetteren en waarmee de NZa per ziekenhuis een honorariumbudget voor medisch specialisten vrij beroepsbeoefenaren kan vaststellen. Medisch specialisten vrij beroepsbeoefenaren kunnen hun honorarium alleen nog aan het ziekenhuis declareren tenzij zij met de raad van bestuur overeenstemming bereiken over de verdeling van het honorariumbudget. In dat geval kunnen zij hun honorarium via het ziekenhuis aan de zorgverzekeraar/patiënt blijven declareren. Dit is van belang voor de fiscale ondernemersstatus. De verdeling van het honorariumbudget binnen het ziekenhuis kan gefrustreerd of bemoeilijkt worden indien de gereguleerde honorariumtarieven onevenwichtigheden bevatten. Dit tijdelijke beheersingsmodel wordt na enkele jaren vervangen door een definitief model waarin sprake zal zijn van een geïntegreerd macrobudget en integrale zorgproducten.


Mr. M.E. Gelpke
Martin Gelpke is advocaat te Den Haag en treedt onder meer op voor medisch specialisten.

mr. dr. W.I. Koelewijn
Wouter Koelewijn is advocaat te Den Haag en treedt onder meer op voor medisch specialisten.
Artikel

Goed bestuur in de Wet cliëntenrechten zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden bestuur, Boek 2 BW, cliëntenraad, toezichthoudend orgaan, Wet cliëntenrechten zorg
Auteurs Mr. dr. A.G.H. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de paragraaf ‘Goed bestuur’ (art. 39-41) uit de Wet cliëntenrechten zorg beoordeeld in het licht van Boek 2 BW. De auteur is van mening dat deze bepalingen op een aantal punten verbeterd kunnen worden. Sommige afwijkingen van Boek 2 BW zijn in haar ogen niet altijd noodzakelijk. Bovendien zouden dwingende regels hun grondslag moeten vinden in de wet en niet in de statuten. Meer inzicht in de motivering van de gemaakte keuzes is dan ook wenselijk.


Mr. dr. A.G.H. Klaassen
Ageeth Klaassen is universitair docent ondernemingsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, sectie Handels- en ondernemingsrecht.
Artikel

Het Wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Wet Bopz, Wetsvoorstel verplichte GGZ, psychiatrie, rechten van patiënten, dwangtoepassing
Auteurs Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 juni 2010 is het Wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk om verplichte zorg te verlenen aan personen die als gevolg van een psychische stoornis een aanzienlijk risico op ernstige schade voor zichzelf of anderen veroorzaken. Veldpartijen en belangenorganisaties zijn overwegend positief over de uitgangspunten van het wetsvoorstel. Het grootste kritiekpunt is het proces van besluitvorming, waarin een multidisciplinaire commissie adviseert en de rechter beslist. Uit een nadere analyse van het wetsvoorstel blijkt echter dat ook de rechtspositie van wilsonbekwame personen en minderjarigen nog sterk onderbelicht is gebleven.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is docent gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het EMGO-instituut.
Artikel

De Verordening geavanceerde therapie in theorie en praktijk: een tussenstand

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden celtherapie, gentherapie, weefselmanipulatieproducten, cellen, weefsel, geavanceerde therapie
Auteurs Mr. drs. J.A. Lisman en mr. E. Vollebregt
SamenvattingAuteursinformatie

    In aanvulling op het recente artikel over regeneratieve geneeskunde, gaat deze bijdrage in op de nieuwe wetgeving voor geneesmiddelen voor geavanceerde therapie: producten die gebruikt worden bij gentherapie en somatische celtherapie en weefselmanipulatieproducten. Lisman en Vollebregt constateren dat veel zaken nog niet geregeld zijn. Verder laten de reikwijdtebepalingen van de verordening aan duidelijkheid te wensen over. De zogenoemde ‘hospital exemption’ en de implementatie hiervan in de Nederlandse wetgeving, worden vervolgens onder de loep genomen, evenals de samenloop van de verordening met Europese en nationale regels inzake het verkrijgen en gebruiken van weefsels en cellen. Ten slotte wordt ingegaan op geringe aantal aangevraagde en verleende handelsvergunningen voor geavanceerde therapie. Hieruit zou geconcludeerd kunnen worden dat de verordening ineffectief is.


Mr. drs. J.A. Lisman
John Lisman is advocaat bij Lisman Legal Life sciences B.V. te Nieuwerbrug.

mr. E. Vollebregt
Erik Vollebregt is advocaat bij Greenberg Traurig, LLP te Amsterdam.
Artikel

Kritische uitingen over individuele zorgverleners op het internet: waar ligt de grens?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden internetuitlating, publicatie van persoonsgegevens, vrije meningsuiting, eer en goede naam
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    De door artikel 10 EVRM beschermde vrije meningsuiting biedt patiënten(organisaties) de ruimte zich vrijelijk uit te laten over hun ervaringen binnen de zorg(verlening). Dit uitgangspunt geldt ook voor (kritische) internetpublicaties over het handelen van individuele zorgverleners. Hieraan zijn, gelet op de rechtspraak van het EHRM, wel grenzen te stellen. Heeft de uitlating bovenal een grievend karakter of gaat het om een zware beschuldiging die niet door feiten wordt onderbouwd, dan is de kans reëel dat deze – in de ogen van de rechter – een inbreuk vormt op het recht van de zorgverlener in zijn eer, goede naam en reputatie te worden beschermd.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC.

prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC.
Artikel

Schadekansen bij medische fouten

Proportionele aansprakelijkheid in de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden proportionele aansprakelijkheid, medische fouten
Auteurs Dr. B.C.J. van Velthoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel analyseert de toepassing van proportionele aansprakelijkheid bij causaliteitsonzekerheid rondom medische fouten. In de lagere rechtspraak konden sinds 1993 ruim twintig uitspraken worden teruggevonden. De uitspraken vertonen op verschillende punten onvolkomenheden en inconsistenties. Rechters hebben soms moeite met het omzetten van verbale omschrijvingen in harde percentages en maken onvoldoende duidelijk hoe ze tot hun eindoordeel komen. Schadeclaims dienen niet te worden afgewezen op grond van kleine absolute schadekansen. Onvolledige informatie vanwege het handelen of nalaten van de arts vraagt om een aangepaste proportionele toerekening.


Dr. B.C.J. van Velthoven
Ben van Velthoven is universitair hoofddocent Rechtseconomie aan de Juridische Faculteit te Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.