Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 147 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht x Rubriek Artikel x
Artikel

De Tweede Evaluatie Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wet BIG, evaluatie, kwaliteitswetgeving, tuchtrecht
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons en prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    De tweede evaluatie van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, ruim tien jaar na de eerste evaluatie verschenen, komt tot gelijksoortige bevindingen als die eerste evaluatie uit 2002. De wettelijke regeling is niet erg bekend. Het tuchtrecht is aan herziening toe. Toch is er sprake van een gewijzigde context, waarin de Wet BIG door nieuwe kwaliteitsregulering de meer bescheiden status heeft gekregen van een borging van de basiskwaliteit van de beroepsbeoefenaar via opleiding. De evaluatie ziet nadrukkelijker een rol voor de IGZ in het tuchtrecht, dat concurreert met het bestuursrecht.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en redactielid van dit tijdschrift.

prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Groningen en adviseur voor het gezondheidsrecht bij Nysingh advocaten-notarissen.
Artikel

Verstrekking van patiëntgegevens door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden gegevensverstrekking, persoonsgegevens, beroepsgeheim, zorgverzekeraar, geheimhoudingsplicht
Auteurs Mr. drs. J.M.E. Citteur en mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de gegevensverstrekking door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars onderzocht. Daartoe wordt allereerst de wettelijke basis voor die gegevensverstrekking beschreven en vervolgens nagegaan hoe de regeling in een drietal casusposities wordt toegepast. Het blijkt dat het antwoord op de vraag of patiëntgegevens al dan niet mogen worden verstrekt, staat of valt met het antwoord op de vraag of een wettelijke verplichting tot die gegevensverstrekking bestaat. Indien dat het geval is, vindt een belangenafweging plaats. Daarbij wordt, mede in het kader van artikel 8 EVRM, onder meer gekeken naar de proportionaliteit en subsidiariteit van de gegevensverstrekking.


Mr. drs. J.M.E. Citteur
Juliette Citteur is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.
Artikel

Het beroepsgeheim van de bedrijfsarts en de verzekeringsarts

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, bedrijfsgezondheidszorg, verzekeringsarts, ziekteverzuimbegeleiding
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook voor bedrijfs- en verzekeringsartsen geldt het beroepsgeheim, zij het dat dat bij hen beperkingen kent in verband met de aard van hun functie. In deze bijdrage wordt ingegaan op de achtergrond van dat beroepsgeheim en op de uitwerking ervan in wetgeving, rechtspraak en zelfregulering. Geconcludeerd wordt dat daarbij een redelijk evenwicht is gevonden tussen de vertrouwelijkheid van medische gegevens en de belangen van werkgever en socialeverzekeringsinstelling. Wel blijft vanwege de rechtszekerheid nadere wettelijke regeling gewenst.


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht AMC/Universiteit van Amsterdam en adviseur van Rutgers & Posch advocaten.

    Zorgaanbieders werken vaak samen in maatschapsverband. Dit artikel positioneert de maatschap binnen het Nederlandse algemene en zorgspecifieke mededingingsrecht. Eerst wordt onderzocht of fusies tussen maatschappen van vrijgevestigde medisch specialisten van verschillende ziekenhuizen onder het concentratietoezicht dan wel het kartelverbod uit de Mededingingswet moeten worden beoordeeld. Daarna wordt onderzocht wat en wanneer op grond van artikel 48 en 45 Wet marktordening gezondheidszorg tegen maatschappen kan worden ondernomen. Hierbij wordt tevens ingegaan op de ACM-lijn maatschappen en ziekenhuizen alsmede het NZa-besluit in Thuisapotheek – Huisartsenpraktijk Prinsenbeek.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Edith Loozen is universitair docent bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG).
Artikel

Patientenrechtegesetz: geneeskundige behandeling in Duits Burgerlijk Wetboek

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Patientenrechtegesetz, Medisch aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Prof. mr. E.H. Hondius en prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Afgelopen winter trad in Duitsland het nieuwe patiëntenrecht in werking. Een nieuwe titel in het Burgerlijk Wetboek, als de WGBO bij ons. In dit artikel bespreken de auteurs de contouren van deze compacte wet. Is de ontwikkeling in Duitsland vergelijkbaar met die in Nederland? De meest opvallende afwijkingen zijn een regeling van ‘Aufklärungspflichten’ voor de geïnformeerde toestemming naast ‘Informationspflichten’. Scherp gesteld zijn verder de verplichtingen over dossiervoering. Een bepaling over de aansprakelijkheid rondt de bepalingen in de titel van de geneeskundige behandelingsovereenkomst af, waarbij de patiënt tegemoet wordt gekomen in de op hem rustende bewijslast voor aansprakelijkheid van de hulpverlener.


Prof. mr. E.H. Hondius
Ewoud Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactieraad van dit tijdschrift.

prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat te Zwolle, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Het voorgestelde verbod op verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden verticale integratie, zorgverzekeraars, zorgaanbieders, Wet marktordening gezondheidszorg
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Wetsvoorstel 33 362 introduceert in de Wet marktordening gezondheidszorg een verbod op verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Het verbiedt zorgverzekeraars, AWBZ-verzekeraars en zorgkantoren om (a) zelf zorg te verlenen en (b) direct of indirect zeggenschap te hebben over een zorgaanbieder. In dit artikel wordt betoogd dat dit verbod niet noodzakelijk en niet proportioneel is om het daarmee beoogde doel te bereiken. Gewezen wordt op het belang om (alternatieve) maatregelen te nemen om het vertrouwen in zorgverzekeraars en de transparantie met betrekking tot de kwaliteit van zorg te verbeteren.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is arts in opleiding tot specialist, farmaceut en gezondheidsjurist.
Artikel

Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting: van geslotenheid naar openheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden donorgegevens, kunstmatige bevruchting, biologische afstamming
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en dr. W.J. Dondorp
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de op 1 juni 2004 integraal in werking getreden Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting kan een kind dat door medewerking van een donor is verwekt vanaf zestienjarige leeftijd vragen om kennisname van de identiteit van de donor. In deze bijdrage worden achtergrond en inhoud van de wet besproken en wordt ingegaan op de discussie rond opheffing van anonieme gameetdonatie en de mogelijkheid van aanvullende bescherming van donorkinderen.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het Academisch Medisch Centrum, Afdeling Sociale Geneeskunde.

dr. W.J. Dondorp
Wybo Dondorp is onderzoeker/docent gezondheidsethiek bij de Universiteit Maastricht, Afdeling Metamedica en onderzoeksscholen CAPHRI en GROW.
Artikel

Wetsvoorstel Zorg en dwang: impact van de recente wijzigingen voor het veld en de cliënt

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden onvrijwillige zorg, stappenplan, wilsonbekwaamheid, cliëntenvertrouwenspersoon, vergelijking met wetsvoorstel Verplichte GGz
Auteurs Mr. dr. B.J.M. Frederiks en mr. dr. K. Blankman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel Zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, dat in de zomer van 2009 aan de Tweede Kamer werd aangeboden, heeft in 2012 belangrijke wijzigingen ondergaan. De auteurs wijzen behalve op de voordelen hiervan voor de rechtsbescherming van kwetsbare cliënten ook op een aantal nadelen. Zo worden het voorgestelde stappenplan, de omschrijving van onvrijwillige zorg en de regeling inzake vertegenwoordiging van wilsonbekwaamheid kritisch tegen het licht gehouden. Een vergelijking met het wetsvoorstel Verplichte GGz valt niet zonder meer positief uit voor het wetsvoorstel Zorg en dwang.


Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht bij het VUMC/EMGO+

mr. dr. K. Blankman
Kees Blankman is universitair docent familie- en gezondheidsrecht bij de VU.
Artikel

Tuchtrecht in de gezondheidszorg: tijd voor verandering

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden tuchtrecht, collectieve aansprakelijkheid, samenwerking, Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), voorlopige voorziening
Auteurs Mr. A. Rube
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen het tuchtrecht in de gezondheidszorg bestaan verschillende discussiepunten. In het artikel wordt ingegaan op twee hiervan, namelijk de collectieve aansprakelijkheid binnen het tuchtrecht en de rol van de Inspectie voor de Gezondheidzorg (IGZ). Beide discussiepunten houden nauw verband met het primaire doel van het tuchtrecht: het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening. In dit artikel worden de verschillende mogelijkheden verkend om het tuchtrecht op deze punten aan te passen.


Mr. A. Rube
Anneloes Rube is werkzaam als promovenda Gezondheidsrecht bij het Academisch Medisch Centrum Amsterdam – Universiteit van Amsterdam. Het promotieonderzoek richt zich op het tuchtrecht in de gezondheidszorg. De tekst van het artikel is afgesloten op 1 maart 2013.
Artikel

Zorginkoop door zorgverzekeraars en zorgkantoren: moet het verifieerbaar, transparant en non-discriminatoir?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden zorginkoop, economische machtspositie, contracteerbeleid, contractsvrijheid, aanbesteding
Auteurs Mr. H.M. den Herder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de inkoop van zorg zijn zorgverzekeraars en zorgkantoren in beginsel vrij om te bepalen met welke zorgaanbieders zij een contract willen sluiten, welke zorg zij bij hen willen inkopen en tegen welke voorwaarden. Uit de rechtspraak volgt dat de begrenzing van de contractsvrijheid wordt bepaald door twee factoren: de wijze van zorginkoop en de vraag of een zorgverzekeraar of een zorgkantoor een economische machtspositie heeft. In dit artikel wordt onderzocht welke eisen aan de zorgverzekeraars en zorgkantoren worden gesteld en of dat gelet op het mededingingsrecht terecht is.


Mr. H.M. den Herder
Hedwig den Herder is advocaat bij Pels Rijcken en Droogleever Fortuijn N.V. te ’s-Gravenhage.
Artikel

Zorg om het kind. Bescherming van minderjarigen en het gezondheidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden minderjarigen, kinderbescherming, kindermishandeling, beroepsgeheim, toestemming medisch handelen
Auteurs Prof. mr. drs. M.R. Bruning
SamenvattingAuteursinformatie

    Als het gaat om zorg voor minderjarigen, worden de uitgangspunten uit het familie- en jeugdrecht – de ouderlijke autonomie staat voorop en de belangen van het kind zijn een bepalende factor – in het gezondheidsrecht niet altijd voldoende gewaarborgd. Toestemming van beide ouders met gezag, ook na scheiding, levert voor artsen soms knelpunten op. Bij vermoedens van kindermishandeling of ‘niet-pluis’ gevoelens heeft de arts vanuit een zorgrelatie met het kind een bijzondere verantwoordelijkheid. Bepleit wordt dat het (gezondheids)recht op bepaalde punten aanpassing behoeft en dat de wetgever bij wijzigingen en vernieuwingen in het jeugdzorg- en jeugdbeschermingsdomein het gezondheidsrecht uit boek 7 BW niet vergeet.


Prof. mr. drs. M.R. Bruning
Mariëlle Bruning is hoogleraar Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden. Deze bijdrage is gebaseerd op de najaarslezing op 2 november 2012 in de Domus Medica te Utrecht voor de Vereniging voor Gezondheidsrecht.
Artikel

Zorg om jonge kinderen. Een gezondheidsrechtelijke benadering

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden minderjarigen, WGBO, beroepsgeheim, meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld, verwijsindex risicojongeren, bemoeizorg
Auteurs Mr. R.P. de Roode
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken hoe de zeggenschap over medische behandeling van jonge patiëntjes is geregeld en hoe ver de verantwoordelijkheden en mogelijkheden van artsen reiken om in te grijpen en/of het beroepsgeheim te doorbreken als er zorgen zijn om deze kinderen. Betoogd wordt dat het gezondheidsrecht voldoende ruimte biedt om het kind in de knel te beschermen als dat nodig is. De zorgplicht van de arts, ondersteund door beroepsnormen die eisen en grenzen van goed hulpverlenerschap aangeven, zoals de KNMG-Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld en de Wegwijzer dubbele toestemming van de KNMG, biedt die ruimte. Wel zou de WGBO kunnen worden aangevuld met een bepaling op grond waarvan de toestemming van de niet-aanwezige ouder voor een medische behandeling mag worden verondersteld zolang niet blijkt van bezwaar. Ook zou de verwijsindex risicojongeren effectiever kunnen worden door er een fysieke regisseur aan te koppelen die kan ingrijpen bij hiaten of overlap in zorgaanbod en moet de op handen zijnde spreekplicht richting de gezinsvoogd worden voorzien van een uitzonderingsclausule voor ‘gewichtige redenen, het belang van het kind betreffende’. Meer meld- en informatieplichten bieden geen soelaas. Die zullen goede medische zorg aan kwetsbare kinderen alleen maar in de weg kunnen staan. De oplossingen daarvoor moeten worden gezocht in verbetering van het hulpaanbod en in professionalisering.


Mr. R.P. de Roode
Robinetta de Roode was tot 1 februari 2013 werkzaam als adviseur gezondheidsrecht bij de KNMG en is thans werkzaam als senior adviseur juridische zaken bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Artikel

Grensoverschrijdend patiëntenverkeer in de Zorgverzekeringswet: is de voorgenomen wijziging van artikel 13 Europeesrechtelijk houdbaar?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden EU-recht, gecontracteerde zorg, grensoverschrijdend patiëntenverkeer, restitutiepolis, zorg in natura
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    De regering heeft voorgesteld om artikel 13 Zorgverzekeringswet te wijzigen. Het doel hiervan is om zorgverzekeraars de mogelijkheid te bieden om niet-gecontracteerde zorg, ook die ondergaan is in het buitenland, niet te vergoeden. Volgens de regering zou de EU-richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg dit toestaan. Nagegaan wordt of deze stelling hout snijdt. Bij de auteur bestaat de zorg dat bij onjuiste implementatie van Richtlijn 2011/24 zich vele ingewikkelde Europeesrechtelijke kwesties zullen voordoen. Dit zou ten koste gaan van de patiënt.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Johan van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Prof. dr. H.C.F.J.A. de Waele en mr. K. van der Touw worden hartelijk dank gezegd voor hun waardevolle commentaar. Uiteraard komt hetgeen in dit artikel wordt betoogd alleen voor rekening van de auteur.
Artikel

Wie betaalt de schade van de patiënt in geval van een disfunctionerende prothese?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden aansprakelijkheid, arts, medisch hulpmiddel, producent, prothese, zorgverzekering
Auteurs Mr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen tijd wordt in de media veel aandacht besteed aan disfunctionerende protheses. Het blijkt niet om één zaak te gaan, maar betreft verschillende soorten protheses. Veelal zijn grote aantallen patiënten de dupe van een disfunctionerende prothese en lijden zij materiële en immateriële schade. In het onderhavige artikel wordt onderzoek gedaan naar de vergoedingsmogelijkheden in geval van schade die het gevolg is van een bij de geneeskundige behandeling gebruikte disfunctionerende prothese. Daarbij wordt acht geslagen op hetgeen de zorgverzekeraar, de arts en de producent aan de patiënt zouden moeten vergoeden en van welke verweren deze partijen zich kunnen bedienen.


Mr. R.P. Wijne
Rolinka Wijne is lid-jurist bij de Tuchtcolleges ’s-Gravenhage en Amsterdam en docent Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Zij werkt voorts als buitenpromovendus aan een onderzoek naar de aansprakelijkheid van de arts en het ziekenhuis.
Artikel

Gunstbetoon en medische hulpmiddelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Gedragscode Medische Hulpmiddelen, gunstbetoon, medische hulpmiddelen, zelfregulering, reclame
Auteurs Mr. M.E. de Bruin en prof. mr. M.D.B. Schutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgeving voor medische hulpmiddelen bevat – in tegenstelling tot de wetgeving voor geneesmiddelen – nauwelijks bepalingen over reclame en in het geheel geen bepalingen over financiële relaties (gunstbetoon) tussen leveranciers van hulpmiddelen en zorgprofessionals, waaronder artsen. Met ingang van 1 januari 2012 is de Gedragscode Medische Hulpmiddelen in werking getreden. Deze gedragscode bindt de leden van zes koepelorganisaties van fabrikanten/leveranciers van medische hulpmiddelen en stelt onder meer voorwaarden aan het geven van geschenken, financiële ondersteuning bij (deelname aan) bijeenkomsten, betaling voor dienstverlening en sponsoring. De Gedragscode gaat uit van wederkerigheid (wat leveranciers niet mogen aanbieden, mogen zorgprofessionals ook niet aannemen). Zorgprofessionals zullen formeel echter pas aan de Gedragscode gebonden zijn indien zij deze ook als zodanig hebben onderschreven.


Mr. M.E. de Bruin
Mirjam de Bruin is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin.

prof. mr. M.D.B. Schutjens
Marie-Hélène Schutjens is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin. Marie-Hélène Schutjens is tevens deeltijd hoogleraar farmaceutisch recht aan de UU.
Artikel

Gunstbetoon en geneesmiddelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden financiële relaties artsen-industrie, geneesmiddelenreclame, gunstbetoon, zelfregulering
Auteurs Mr. M.E. de Bruin en prof. mr. M.D.B. Schutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van Europese en nationale wetgeving over geneesmiddelenreclame worden regels gesteld aan financiële relaties (gunstbetoon) tussen farmaceutische bedrijven en beroepsbeoefenaren, waaronder artsen. Deze wettelijke regels zijn in Nederland verder uitgewerkt in het kader van zelfregulering. In de CGR Gedragscode Geneesmiddelenreclame is bepaald onder welke voorwaarden het geven van geschenken, het bieden van gastvrijheid bij bijeenkomsten en betaling voor dienstverlening en sponsoring is toegestaan. Deze regels zijn in de loop der jaren verder aangescherpt. Ook is er veel jurisprudentie over dit onderwerp, met name vanuit de Codecommissie van de CGR. Dit artikel geeft een overzicht van de achtergronden en de meest actuele stand van zaken rond gunstbetoon in Nederland.


Mr. M.E. de Bruin
Mirjam de Bruin is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin.

prof. mr. M.D.B. Schutjens
Marie-Hélène Schutjens is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin en is tevens deeltijd hoogleraar farmaceutisch recht aan de UU.
Artikel

Concentratie van ziekenhuiszorg – iemand moet het doen, maar wie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden concentratie, kartelverbod, inkoopsamenwerking, Wbmv, ziekenhuiszorg
Auteurs Mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    Concentratie van behandelingen heeft een belangrijke plaats in recente discussies over de ziekenhuiszorg. Deze bijdrage onderzoekt de juridische ruimte van verschillende partijen om daarover beslissingen te nemen. Het ‘kwartetten’ met behandelingen door ziekenhuizen is een mededingingsrechtelijke hoofdzonde. Andere samenwerkingsvormen tussen ziekenhuizen en inkoopsamenwerking tussen zorgverzekeraars bevinden zich in grijs gebied: de NMa zou zich hierover duidelijker dan nu moeten uitspreken. De overheid beschikt met de Wbmv over een geschikt wettelijk instrument. Bij de toepassing daarvan moet echter rekening worden gehouden met een Europeesrechtelijke context die zich snel ontwikkelt.


Mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

De openbaarmaking van niet-beroepsbeperkende tuchtmaatregelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden keuze-informatie, openbaarmaking tuchtmaatregelen, professionele autonomie, tuchtrecht
Auteurs Prof. mr. dr. M.A.J.M. Buijsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Van diverse zijden is voorgesteld van opgelegde niet-beroepsbeperkende maatregelen aantekening te maken in de BIG-registers. Op basis van deze openbare informatie zouden patiënten zich een beter beeld moeten kunnen vormen van de kwaliteit van hulpverleners. Deze voorstellen zijn niet los te zien van het toenemende belang dat men aan keuze-informatie hecht. De toegang tot gezondheidszorg wordt meer en meer afhankelijk gemaakt van de wijze waarop burgers met deze informatie omgaan. In deze bijdrage betwijfelt de auteur of als gevolg van de voorgestelde maatregelen de burger zich zal verzekeren van toegang tot betere zorg. Daarenboven getuigen zij van een onzorgvuldige belangenafweging.


Prof. mr. dr. M.A.J.M. Buijsen
Martin Buijsen is als hoogleraar Recht & gezondheidszorg verbonden aan het Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg en de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De ministeriële zorg voor het telen van hennep: toetsing van een zorgplichtbepaling

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden farmaceutische hennep, medisch onderzoek, Opiumwet, zorgplicht
Auteurs Drs. L.H. Erkelens en prof. dr. S.F. Blockmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland dient de Minister van VWS ervoor te zorgen dat er voldoende hennep wordt geteeld voor wetenschappelijk onderzoek naar de medische toepassing ervan of voor de productie van geneesmiddelen. Op basis van de wetsgeschiedenis, de correspondentie van de minister met de Kamer en toepasselijk internationaal recht wordt geconcludeerd dat deze zorgplicht niet alleen op de teelt ziet, maar ook een actieve ministeriële inbreng impliceert op het punt van bedoeld onderzoek en ten aanzien van de vraag wat ‘voldoende’ in de praktijk betekent. De uitvoeringspraktijk lijkt vooral gericht op teelt als uitsluitend voorwaardenscheppend instrument voor derden.


Drs. L.H. Erkelens
Leendert Erkelens is geassocieerd onderzoeker verbonden aan het T.M.C. Asser Instituut te Den Haag.

prof. dr. S.F. Blockmans
Steven Blockmans is Hoofd van de Onderzoeksafdeling verbonden aan het T.M.C. Asser Instituut te Den Haag.
Artikel

GOMA: op weg naar een betere afwikkeling van medische aansprakelijkheidszaken?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden GOMA, aansprakelijkheid, gedragscode, letselschade, schadeafwikkeling
Auteurs Mr. Chr.H. van Dijk en mr. A.E. Krispijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2010 is een gedragscode geïntroduceerd voor partijen die betrokken zijn bij de afwikkeling van incidenten, klachten en schadeclaims als gevolg van een medische behandeling, de GOMA. De negentien aanbevelingen van de GOMA richten zich tot zorgaanbieders, verzekeraars en belangenbehartigers van patiënten. De gedragscode is tot stand gekomen omdat bij de behandeling van medische aansprakelijkheidszaken specifieke knelpunten bestaan. Het doel van de gedragscode is om de communicatie tussen partijen en de transparantie van het schadebehandelingsproces te verbeteren. In dit artikel wordt onder andere de totstandkoming en de inhoud van de GOMA besproken.


Mr. Chr.H. van Dijk
Chris van Dijk is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

mr. A.E. Krispijn
Alice Krispijn is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 147 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.