Zoekresultaat: 14 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht x Jaar 2012 x Rubriek Artikel x
Artikel

Wettelijke vormgeving van de regiefunctie betreffende kwaliteit van zorg; zijn we op de goede weg?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2012
Trefwoorden Kwaliteitsinstituut, Kwaliteitswet zorginstellingen, professionele standaard, richtlijnen, Zorginstituut Nederland
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers en mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het wetsvoorstel besproken dat strekt tot wettelijke vormgeving van de regiefunctie betreffende de kwaliteit van zorg (Kamerstukken II 33 243). Het voorstel om die rol neer te leggen bij een centraal orgaan – het Kwaliteitsinstituut (onderdeel van het Zorginstituut Nederland) – verdient ondersteuning, maar bij de wijze waarop aan de regiefunctie wordt vormgegeven, zijn nogal wat kanttekeningen te plaatsen. Die betreffen naast uitvoeringsaspecten onder meer het opgerekte begrip professionele standaard en de te grote rol van anderen dan professionals bij de totstandkoming en erkenning daarvan.


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht, AMC/UvA.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC.
Artikel

Wetsvoorstel voorwaarden voor winstuitkering aanbieders medisch-specialistische zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden medisch-specialistische zorg, Wet cliëntenrechten zorg, winstoogmerk, winstuitkering, zorgaanbieders
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Na jarenlange debatten over dit onderwerp heeft de Minister van VWS op 9 februari 2012 een wetsvoorstel ingediend dat winstuitkering door aanbieders van medisch-specialistische zorg onder voorwaarden mogelijk maakt. In dit artikel worden enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de gestelde voorwaarden en wordt uiteengezet welke aspecten nadere regulering behoeven. Geconcludeerd wordt dat met name de normatieve aspecten van winstuitkering en de publieke belangen die het wetsvoorstel beoogt te dienen verder zouden moeten worden uitgewerkt en dat een meer gedifferentieerde regeling de voorkeur zou verdienen.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is arts, farmaceut en jurist en gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Winst in de zorg. Juridische aspecten van winstuitkering door zorginstellingen, Den Haag: Sdu Uitgevers 2011 (hierna: Plomp 2011).
Artikel

Prenatale screening in het licht van zelfbeschikking

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Downsyndroom, informed consent, leeftijdsdiscriminatie, prenatale screening, zelfbeschikking
Auteurs Mr. R.E. van Hellemondt, mr. drs. E.C.C. van Os, prof. mr. A.C. Hendriks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Informatie is van groot belang voor het uitoefenen van zelfbeschikking bij prenatale screening. Gezondheidsraad, regering en parlement hechten veel waarde aan gestandaardiseerde informatie en een non-directieve attitude van diegene(n) die de zwangere begeleidt in het kader van het landelijk programma prenatale screening. Echter, voor het borgen van zelfbeschikking van zwangeren is het belangrijk dat het informeren over prenatale screening wordt opgevat als een sociaal-dialogisch proces dat verder reikt dan het geven van feitelijke informatie. Daarenboven is het noodzakelijk dat de leeftijdsgrens voor de vergoeding van de combinatietest wordt losgelaten, opdat zwangeren daadwerkelijk keuzevrijheid hebben bij beslissingen rond prenatale screening op Downsyndroom.


Mr. R.E. van Hellemondt
Rachèl van Hellemondt is als onderzoeker/docent verbonden aan de sectie Ethiek en Recht van de gezondheidszorg van het LUMC.

mr. drs. E.C.C. van Os
Carla van Os werkt bij de Nederlandse afdeling van Defence for Children.

prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC.

prof. dr. M.H. Breuning
Martijn Breuning is hoofd van de afdeling Klinische Genetica van het LUMC.
Artikel

Een frisse kijk op bekende en minder bekende problemen: de tweede evaluatie van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden informed consent, meerderjarige wilsonbekwamen, medisch-ethische toetsingscommissies, medisch-wetenschappelijk onderzoek, minderjarigen
Auteurs Prof. mr. dr. D.P. Engberts
SamenvattingAuteursinformatie

    De tweede evaluatie van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) richt zich op vier hoofdthema’s: (1) informatie aan en ervaringen van proefpersonen, (2) implementatie van Europees recht in de WMO, (3) het Besluit verplichte verzekering en (4) ervaringen van onderzoekers en medisch-ethische toetsingscommissies. Op basis van literatuuronderzoek en empirisch onderzoek signaleren de onderzoekers in de wetsevaluatie met betrekking tot alle thema’s knelpunten. De auteur bevestigt de juistheid van deze observaties en zet uiteen dat achter de gesignaleerde knelpunten principiële vragen schuilgaan die steeds verbonden zijn geweest met de normering van medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen en nooit afdoende zijn beantwoord.


Prof. mr. dr. D.P. Engberts
Dick Engberts is hoogleraar Normatieve aspecten van de geneeskunde aan de Universiteit Leiden en hoofd van de sectie Ethiek & Recht van de Gezondheidszorg van het Leids Universitair Medisch Centrum. Hij is vice-voorzitter van de medisch-ethische toetsingscommissie van het LUMC.
Artikel

Wilsonbekwaamheid en vertegenwoordiging

De eerste thematische wetsevaluatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden vertegenwoordiging, vroegere wilsuitingen, wetsevaluatie, wilsonbekwaamheid, zorgvolmachten
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel doet verslag van een thematische wetsevaluatie waarin een groot aantal wettelijke regelingen zijn bestudeerd met betrekking tot de daarin opgenomen regels inzake wilsonbekwaamheid en vertegenwoordiging. Het in het kader van de evaluatie uitgevoerde onderzoek bevatte, naast analyse van nationale wetgeving en zelfregulering, ook een rechtsvergelijkende en een belangrijke empirische component. Geconcludeerd wordt dat de Nederlandse regelgeving (die sterkere en zwakkere kanten heeft) op een aantal punten niet de regels biedt die (ook gelet op internationale standaarden) nodig zijn voor een optimale balans tussen zelfbeschikking en bescherming. In het rapport van het evaluatieonderzoek worden dan ook aanbevelingen gedaan ter verbetering van wetgeving en beleid, onder meer betreffende het omgaan met wilsonbekwaamheid, verheldering van het vertegenwoordigingsregiem en verbetering van procedurele rechtsbescherming.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam/AMC.
Artikel

Het Wetsvoorstel cliëntenrechten zorg (Wcz): een versterking van medezeggenschapsrechten van de cliënt(enraad)?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden cliënt, cliëntenraad, medezeggenschap, Wcz, WMCZ
Auteurs Mr. X.R. Ras en mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de nieuwe medezeggenschapsregeling in het Wetsvoorstel cliëntenrechten zorg (Wcz) en wordt ingegaan op de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ). Deze wijzigingen blijken – overeenkomstig het doel van de Wcz – op veel punten te leiden tot een versterking van de rechtspositie van de cliënt(enraad). Anderzijds kunnen kritische kanttekeningen worden geplaatst bij de inperking van het toepassingsgebied van de nieuwe medezeggenschapsregeling ten opzichte van het toepassingsgebied van de huidige WMCZ. Tot slot wordt geconstateerd dat een aantal mogelijkheden tot (verdere) verbetering van de medezeggenschapsregeling onbenut is gebleven.


Mr. X.R. Ras
Xandra Ras is werkzaam als cliëntenraad ondersteuner bij Stichting Onder Een Dak.

mr. dr. G.W. van der Voet
Gerdien van der Voet is als arbeidsrechtadvocaat verbonden aan de Branchegroep Zorg van AKD en daarnaast als universitair docent verbonden aan de Erasmus School of Law (ESL).
Artikel

Wie betaalt de schade van de patiënt in geval van een disfunctionerende prothese?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden aansprakelijkheid, arts, medisch hulpmiddel, producent, prothese, zorgverzekering
Auteurs Mr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen tijd wordt in de media veel aandacht besteed aan disfunctionerende protheses. Het blijkt niet om één zaak te gaan, maar betreft verschillende soorten protheses. Veelal zijn grote aantallen patiënten de dupe van een disfunctionerende prothese en lijden zij materiële en immateriële schade. In het onderhavige artikel wordt onderzoek gedaan naar de vergoedingsmogelijkheden in geval van schade die het gevolg is van een bij de geneeskundige behandeling gebruikte disfunctionerende prothese. Daarbij wordt acht geslagen op hetgeen de zorgverzekeraar, de arts en de producent aan de patiënt zouden moeten vergoeden en van welke verweren deze partijen zich kunnen bedienen.


Mr. R.P. Wijne
Rolinka Wijne is lid-jurist bij de Tuchtcolleges ’s-Gravenhage en Amsterdam en docent Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Zij werkt voorts als buitenpromovendus aan een onderzoek naar de aansprakelijkheid van de arts en het ziekenhuis.
Artikel

Gunstbetoon en medische hulpmiddelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Gedragscode Medische Hulpmiddelen, gunstbetoon, medische hulpmiddelen, zelfregulering, reclame
Auteurs Mr. M.E. de Bruin en prof. mr. M.D.B. Schutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgeving voor medische hulpmiddelen bevat – in tegenstelling tot de wetgeving voor geneesmiddelen – nauwelijks bepalingen over reclame en in het geheel geen bepalingen over financiële relaties (gunstbetoon) tussen leveranciers van hulpmiddelen en zorgprofessionals, waaronder artsen. Met ingang van 1 januari 2012 is de Gedragscode Medische Hulpmiddelen in werking getreden. Deze gedragscode bindt de leden van zes koepelorganisaties van fabrikanten/leveranciers van medische hulpmiddelen en stelt onder meer voorwaarden aan het geven van geschenken, financiële ondersteuning bij (deelname aan) bijeenkomsten, betaling voor dienstverlening en sponsoring. De Gedragscode gaat uit van wederkerigheid (wat leveranciers niet mogen aanbieden, mogen zorgprofessionals ook niet aannemen). Zorgprofessionals zullen formeel echter pas aan de Gedragscode gebonden zijn indien zij deze ook als zodanig hebben onderschreven.


Mr. M.E. de Bruin
Mirjam de Bruin is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin.

prof. mr. M.D.B. Schutjens
Marie-Hélène Schutjens is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin. Marie-Hélène Schutjens is tevens deeltijd hoogleraar farmaceutisch recht aan de UU.
Artikel

De veranderde positie van de verpleegkundige in de Wet BIG

De positie van de verpleegkundige en de verpleegkundig specialist in de Wet BIG na invoering van de Wet taakherschikking

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden experimenteerartikel, taakherschikking, verantwoordelijkheidsverdeling, verpleegkundig specialist, voorschrijfverpleegkundige, Wet BIG
Auteurs Mr. D.Y.A. van Meersbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent is aan de Wet BIG een zogenaamd experimenteerartikel toegevoegd. Op grond daarvan mogen onder meer verpleegkundig specialisten tijdelijk bepaalde voorbehouden handelingen indiceren en verrichten. Een regeling via het experimenteerartikel lijkt echter niet goed toe te passen bij beroepen die reeds bestaan, zoals de verpleegkundig specialist. Dit roept verschillende vragen op waar de auteur in dit artikel nader op ingaat. Daarnaast behandelt dit artikel de uitwerking van het experimenteerartikel op de veranderde positie van de verpleegkundige in het beroepenspectrum en de nieuwe verantwoordelijkheden die daarbij horen.


Mr. D.Y.A. van Meersbergen
Diederik van Meersbergen is als jurist werkzaam bij de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst.
Artikel

De Wob als sluiproute? Passieve openbaarmaking door de IGZ

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden calamiteiten IGZ, inzagerecht, Veilig melden, Wcz, Wob
Auteurs Mr. R.P. de Roode
SamenvattingAuteursinformatie

    Gegevens over de kwaliteit van zorg zijn niet zomaar geschikt voor openbaarmaking, zeker tot personen herleidbare gegevens niet. Zorgverleners kunnen door openbaarheid terughoudender worden dan wenselijk voor de kwaliteit van zorg. Bij een calamiteit is van veilig melden ten opzichte van de IGZ geen sprake. Gegevens over een calamiteit kunnen via een Wob-verzoek aan de IGZ echter ook in de openbaarheid terechtkomen. Dit zorgt voor onrust. De mogelijkheden die de Wob en rechtspraak de IGZ bieden om uitzondering te maken op het beginsel van openbaarheid zijn beperkt. De wetgever heeft plannen voor verruiming maar deze gaan niet ver genoeg.


Mr. R.P. de Roode
Robinetta de Roode is adviseur gezondheidsrecht bij de KNMG. Met veel dank aan Mieke de Die voor haar commentaar op een eerdere versie van dit artikel. De tekst van dit artikel is op 12 januari 2012 afgesloten.
Artikel

De IGZ: van stille kracht naar publieke waakhond

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden fusietoets, governance, IGZ, tuchtrecht, verscherpt toezicht
Auteurs Prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de IGZ is sprake van een verschuiving in aandacht voor risicovolle situaties naar aandacht voor kwaliteit van zorg in meer algemene zin. Het opsporen van echte risico’s in de gezondheidszorg behoort echter meer tot de taak van de IGZ dan het toezicht op de governance van zorginstellingen in algemene zin of het uitvoeren van een specifieke fusietoets. De oprichting van het Nationaal Kwaliteitsinstituut vormt een extra aanleiding voor een kritische toets van taakuitoefening en gebruik van bevoegdheden door de IGZ, waaronder de praktijk van het verscherpt toezicht en het indienen van klachten bij het tuchtcollege.


Prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar Gezondheidsrecht aan de faculteit der rechtsgeleerdheid en het UMCG, Rijksuniversiteit Groningen en advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V.
Artikel

Rechtsbescherming tegen publicatie van het instellen van verscherpt toezicht op internet

Staat de zorgaanbieder met lege handen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden actieve openbaarmaking, IGZ, rechtsbescherming, verscherpt toezicht, Wob
Auteurs Mr. A.C. de Die en mr. C. Velink
SamenvattingAuteursinformatie

    Regelmatig publiceert de IGZ op haar website een overzicht van zorgaanbieders die onder verscherpt toezicht zijn geplaatst. De vraag is gerezen of zorgaanbieders hiertegen rechtsbescherming hebben. Artikel 8 Wob biedt de grondslag voor actieve openbaarmaking. Het besluit tot actieve openbaarmaking – waarin de belangenafweging op grond van artikel 10 Wob besloten ligt – is een besluit in de zin van de Awb. Als de zorgaanbieder toepassing verzoekt van artikel 6 lid 5 Wob kan de zorgaanbieder de nodige tijd winnen om een voorlopige voorziening te vragen ter voorkoming van publicatie. Proactief handelen is daartoe wel vereist.


Mr. A.C. de Die
Mieke de Die is werkzaam bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

mr. C. Velink
Caren Velink is werkzaam bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.
Artikel

De deelgeschilprocedure in de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden deelgeschil, deskundigenbericht, kostenvergoeding, onderhandelingen, proportionaliteitstoets
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juli 2010 is de Wet deelgeschillen in werking getreden. Over de meest uiteenlopende onderwerpen zijn er sindsdien uitspraken gewezen. Doel van de deelgeschilprocedure is dat het partijen dichter bij een vaststellingsovereenkomst brengt. De rechter toetst daarbij of het wel efficiënt is om een beslissing in het deelgeschil te nemen. Dat is niet het geval als de zaak complex of tijdrovend is en/of er niet voldoende vooruitzicht bestaat dat de uitspraak bijdraagt aan een buitengerechtelijke regeling. De kosten verbonden aan het deelgeschil zijn buitengerechtelijke kosten en het verschilt sterk welke vergoeding de rechter in een concreet geval toekent.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Artikel

Staat het medisch beroepsgeheim rechtshandhaving in de relatie tussen IGZ en OM in de weg?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden afgifte patiëntgegevens, beroepsgeheim, IGZ, OM
Auteurs Prof. mr. T.M. Schalken
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk komt het geregeld voor dat het OM patiëntgevoelige gegevens opvraagt bij de IGZ. Hoe verhoudt deze praktijk zich tot de medische geheimhoudingsplicht van de arts of zorginstelling die deze gegevens aan de IGZ heeft afgestaan, zodat ook de IGZ aan een geheimhoudingsplicht is gebonden? De auteur bespreekt in dit artikel enkele argumenten die van belang zijn bij de beantwoording van de vraag of de IGZ verplicht dan wel bevoegd is de gevorderde patiëntgegevens aan het OM te verstrekken alsmede of het OM die gegevens al dan niet in of ten behoeve van een strafzaak mag gebruiken.


Prof. mr. T.M. Schalken
Tom Schalken is emeritus hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.