Zoekresultaat: 15 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x Rubriek Artikel x
Artikel

Zorgplichten aan het werk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden zorgplicht, doelregelgeving, normadressaat, handhaving, toezicht, communicatieve wetgeving
Auteurs Mr. W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met welke middelen en voorwaarden moet de wetgever de behoorlijke naleving en de handhaving van zorgplichtbepalingen borgen? Zorgplichten bevatten namelijk een open norm en de handhaving ervan is niet eenvoudig. Zorgplichten gedijen bij de professionaliteit en de deskundigheid van de normadressaat. Daarom is vrijwillige naleving van de zorgplicht essentieel; afgedwongen naleving door de handhaver leidt tot minder doelbereik van de zorgplicht. Van belang daarvoor is dat de zorgplicht als een communicatieve norm wordt vormgegeven, functionerend binnen een interpretatiegemeenschap. De handhaver moet bereid zijn tot discours met de normadressaat en moet zo min mogelijk aanvullende regels stellen. Casusonderzoek toont dit aan.


Mr. W. Timmer
Mr. W. Timmer is als wetgevingsjurist werkzaam bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel

Verzamelwetgeving: meer dan een opeenhoping van wijzigingsvoorstellen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden verzamelwetgeving, voorstel van wet
Auteurs mr. W.A.E. Brüheim
SamenvattingAuteursinformatie

    Verzamelwetgeving lijkt met name in de Eerste Kamer een imagoprobleem te hebben. De bezwaren tegen dit type wetgeving hebben echter veelal slechts betrekking op een klein deel van de wetten die in de praktijk met dit begrip worden aangeduid. In deze bijdrage wordt daarom een scherpere definitie van het begrip verzamelwetgeving voorgesteld. Ook wordt ingegaan op een betrekkelijk recente nota waarin criteria worden gegeven om de opportuniteit te beoordelen van het opnemen van een onderwerp in een verzamelwetsvoorstel.


mr. W.A.E. Brüheim
mr. W.A.E. Brüheim is werkzaam als senior juridisch adviseur en coördinator internationale zaken bij de Kiesraad.
Artikel

Het proportionaliteitsbeginsel in het wetgevingsbeleid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden proportionaliteit, wetgevingsbeleid, rechtsbeginselen, afwegingskader, wetgevingskwaliteit
Auteurs Mr. M.Tj. Bouwes
SamenvattingAuteursinformatie

    Proportionaliteit van wetgeving omvat zowel de rechtvaardiging van overheidsinterventie als de keuze van het middel ter bereiking van het doel en de effectiviteit van de maatregel. De bijdrage plaatst de proportionaliteitsvraag in de sleutel van de rechtsstaat en de bescherming van burgerlijke vrijheden. Beperken van vrijheidsrechten en ingrijpen in wezenlijke elementen van de maatschappelijke ordening mogen niet verder gaan dan noodzakelijk ter bereiking van een legitiem doel. Het proportionaliteitsbeginsel als toetssteen voor wetgeving is evenwel problematisch omdat maatschappelijke en politieke oordelen over de wenselijkheid van wetgevend optreden evenzeer meespelen en legitiem zijn. In deze bijdrage wordt uiteengezet dat desondanks proportionaliteit en daarmee ook politieke afwegingen over noodzaak en inhoud van een wettelijke maatregel door de rechter kunnen worden getoetst.


Mr. M.Tj. Bouwes
Mr. M.Tj. Bouwes is hoofd van de sector wetgevingskwaliteitsbeleid van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie. m.tj.bouwes@minvenj.nl
Artikel

Sectorspecifiek mededingingsrecht en fusietoetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden fusietoets, aanmerkelijke marktmacht, mededinging, toezicht, sectorspecifiek
Auteurs Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland kent naast het algemene op Europese leest geschoeide mededingingsregime dat wordt gehandhaafd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een aantal sectorspecifieke regimes, die deels eveneens door de ACM, maar ook deels door andere toezichthouders worden gehandhaafd. Het algemene regime dat geldt ten aanzien van de mededingingsbeperkende afspraken, misbruik van economische machtsposities en fusies wordt voor een aantal sectoren aangevuld met een regime ten aanzien van aanmerkelijke marktmacht (AMM), dat het mogelijk maakt om verplichtingen op te leggen teneinde mededingingsproblemen te voorkomen. Bovendien kent een aantal sectorregimes een eigen – doorgaans aanvullende – fusietoets. Deze bijdrage beschrijft het sectorspecifieke mededingingsrecht met de nadruk op de verschillende vormen van fusietoetsing en hun samenhang met het commune mededingingsregime.


Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Tilburg Law and Economics Center (TILEC). wsauter@nza.nl
Artikel

Inrichting van meervoudig toezicht op marktwerking

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden marktwerking, semipublieke sectoren, afbakening, algemeen mededingingstoezicht, sectorspecifiek toezicht
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    In semipublieke sectoren is naast het algemene mededingingstoezicht krachtens de Mededingingswet ook sprake van aanvullend, sectorspecifiek toezicht op marktwerking. De reden daarvoor is dat de algemene mededingingsbevoegdheden niet altijd toereikend zijn om zeker te stellen dat marktwerking in deze sectoren ook daadwerkelijk het algemeen belang dient. Het AMM-instrument, dat de mogelijkheid biedt om ondernemingen die beschikken over ‘aanmerkelijke marktmacht’ ex ante te reguleren, beschermt het publieke mededingingsbelang. Sectorspecifiek fusietoezicht is gericht op de bescherming van andere publieke belangen. In deze bijdrage wordt de afbakening tussen het aanvullende toezicht en het algemene mededingingstoezicht besproken.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam. loozen@bmg.eur.nl
Artikel

Over verwatering en politisering van het mededingingstoezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden mededinging, toezicht, publieke belangen, politisering, ACM
Auteurs Prof. dr. B.E. Baarsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Het mededingingstoezicht is volop in beweging en daarin schuilen kansen, maar ook bedreigingen. De binnenlandse omgeving is het afgelopen decennium vijandig geweest ten aanzien van marktwerking en mededinging. Tegelijk ziet het ernaar uit dat de toezichthouder zich heeft aangepast aan de veranderende omgeving, en heeft hij aangegeven ook andere publieke belangen dan mededinging te willen meewegen in de beoordeling van concentraties, kartels en misbruikzaken. Hierin schuilt het gevaar van verwatering en verdere politisering van het mededingingstoezicht.


Prof. dr. B.E. Baarsma
Prof. dr. B.E. Baarsma is algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek en bijzonder hoogleraar Marktwerking- en mededingingseconomie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam. b.baarsma@seo.nl
Artikel

De Nederlandse privaatrechtswetenschap en de wetgever (1992-2012)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Burgerlijk Wetboek, horizontale codificatie, sectorale wetgeving, privaatrecht, burgerlijk procesrecht
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1992 werd het nieuwe vermogensrecht gecodificeerd in het nieuwe BW. Dat was een hoogtijdag in de verhouding tussen wetgever en privaatrechtswetenschappers. Maar hoe is het daarna gegaan? Hebben academici een rol van betekenis behouden in het wetgevingsproces? Het beeld is gemengd, zo is de indruk van de auteur. Het privaatrecht is om verschillende redenen een minder belangrijk object van wetgeving geworden. Zo is een aantal rechtsgebieden functioneel afgescheiden geraakt en veelal gereguleerd in sectorale regelingen. Bovendien is de rol van academici in het wetgevingsproces wisselend gebleken – dat heeft te maken met de dynamiek van wetgeving, maar ook met de ambivalenties van het wetenschapsbedrijf. De invloed van de privaatrechtswetenschap op het huidige wetgevingsgebeuren is veelal zeer indirect, zeker waar het grootse academische vergezichten en voorstellen voor radicale veranderingen betreft.


Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar recht aan de Durham Law School in Engeland.
Artikel

College voor de rechten van de mens en constitutionele toetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden College voor de rechten van de mens, constitutionele toetsing, mensenrechten, grondrechten,, advisering
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA
SamenvattingAuteursinformatie

    Kort na de zomer van 2012 treedt de Wet College voor de rechten van de mens in werking en opent het College zijn deuren. Het College krijgt tal van taken en bevoegdheden om in Nederland de rechten van de mens te beschermen, het bewustzijn ervan te vergroten en de naleving ervan te bevorderen. Eén van die taken betreft wetgevingsadvisering. In deze bijdrage wordt geanalyseerd of, en zo ja op welke wijze en onder welke voorwaarden, het College kan bijdragen aan de versterking van de ex-ante constitutionele toetsing van conceptwetgeving. Deze vraagstelling wordt mede geplaatst in het kader van de (internationale) achtergrond van het College en het belang van constitutionele dialoog.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA
Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voormalig verbindingsofficier bij het EU Grondrechtenagentschap en gastdocent/-onderzoeker grondrechten aan de VU Amsterdam. paul.sasse@minbzk.nl
Artikel

De olifant in het wetgevingsproces

Invloed en wetsvoorbereiding in ambtelijk Den Haag

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2012
Trefwoorden lobby, transparantie, wetgevingsjurist, wetgevingskwaliteit, belanghebbende
Auteurs Mr. dr. M. Ramlal
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de ambtelijke voorbereiding van wetgeving wordt veelvuldig overleg gevoerd met belanghebbende partijen. Recent verricht empirisch wetgevingsonderzoek Naar een glazen wetgevingshuis? laat zien dat gedurende het proces sommige belanghebbende partijen worden uitgesloten en andere worden ingesloten. Het proces van insluiten en uitsluiten kan een partijdig wetgever in de hand werken. Het ‘fasenmodel’, een analysemiddel ontwikkeld in het wetgevingsonderzoek, laat zien dat drie fases van belangeninbreng en -afweging te onderscheiden zijn en per fase belanghebbende partijen worden toegelaten en buitengesloten. Dit model staat in deze bijdrage centraal. De bijdrage eindigt met een oproep tot vastlegging van processuele kwaliteitsnormen en enkele concrete mogelijkheden tot verbetering.


Mr. dr. M. Ramlal
Mr. dr. M. Ramlal is onderzoeker en manager external affairs aan de Erasmus School of Law. m.ramlal@frg.eur.nl
Artikel

‘De Tweede Kamermethode’: versterkte parlementaire invloed op Europese besluitvorming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Tweede Kamer, EU-besluitvorming, subsidiariteit, behandelvoorbehoud, BNC-fiche, gele kaart, nationale parlementen
Auteurs Drs. J. Kester en Dr. M. van Keulen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen jaren heeft de Kamer haar betrokkenheid bij Europese ontwikkelingen en wetgevende voorstellen aanzienlijk versterkt. Vanuit hun ervaring in de EU-staf beschrijven de auteurs hoe de Tweede Kamer Europese besluitvormingsprocessen beïnvloedt. In de decentrale aanpak blijft de betrokkenheid niet beperkt tot de woordvoerders Europa. Instrumenten als de subsidiariteitstoets en het recent ingevoerde behandelvoorbehoud worden uiteengezet. Dit wordt toegelicht met praktijkcases van een ‘vakcommissie’ die veel meer is gaan doen aan de Europese Unie: Sociale zaken. De Kamerinbreng wordt minder juridisch-technisch en meer politiek. Soms wat korter door de bocht, maar een duidelijke bijdrage aan de politisering van het EU-beleid.


Drs. J. Kester
Drs. J. Kester was van 2008 t/m 2010 EU-adviseur van de Tweede Kamer en griffier van de Tijdelijke commissie subsidiariteitstoets. Hij was eerder werkzaam bij de Europese Commissie en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. jkester@minszw.nl

Dr. M. van Keulen
Dr. M. van Keulen is griffier van de vaste commissie voor Europese zaken en coördinator van de EU-staf van de Tweede Kamer; hiervoor was zij verbonden aan onder meer het Instituut Clingendael en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. m.vkeulen@tweedekamer.nl
Artikel

Beleidsevaluatie ex ante en rechtsvergelijking

Perspectief voor een integrale en internationaal vergelijkende beoordeling van nieuw beleid en wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden beleidsevaluatie, beleidsanalyse, rechtsvergelijking, impact assessment
Auteurs Dr. P. van der Knaap, Dr. R.W. Turksema en Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec
SamenvattingAuteursinformatie

    Een systematische analyse en beoordeling van de te verwachten maatschappelijke baten en andere effecten van beleidsalternatieven in relatie tot de maatschappelijke kosten. Dat is kort gezegd de formele omschrijving van beleidsevaluatie ex ante. Beleidsevaluatie ex ante is evenals rechtsvergelijking van belang om goed onderbouwde beslissingen te kunnen nemen over het te voeren beleid en daar achteraf op een goede wijze verantwoording over te kunnen afleggen. Recentelijk heeft de rijksoverheid in dat kader met het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) een nieuw initiatief genomen.Deze bijdrage gaat in op het belang van ex-antebeleidsevaluatie en rechtsvergelijking voor goed en verantwoord ‘evidence-based’ beleid. We beschrijven de stappen die hierbij van belang zijn en gaan daarbij in op de rol die rechtsvergelijking kan spelen. Vervolgens gaan we in op de ervaringen die binnen de Europese Commissie en het Verenigd Koninkrijk de laatste jaren zijn opgedaan met zogeheten ‘impact assessments’: integrale ex-antebeoordelingen van de effecten van beleidsmaatregelen. We eindigen met enkele conclusies over de wenselijkheid om beleids- en wetsvoorstellen integraal op hun merites te beoordelen en over de meerwaarde van rechtsvergelijking in een wetgevingsarena die steeds internationaler wordt.


Dr. P. van der Knaap
Dr. P. van der Knaap is directeur doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. peter.vanderknaap@rekenkamer.nl

Dr. R.W. Turksema
Dr. R.W. Turksema is specialist doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. r.turksema@rekenkamer.nl

Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec
Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec is senioronderzoeker bij de Algemene Rekenkamer. simone.melis@rekenkamer.nl
Artikel

Vertrouwen in een lerende wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden wetgevingsbeleid, vertrouwen, regeldruk, zelfregulerend vermogen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren is in het wetgevingsbeleid het begrip vertrouwen centraal komen te staan. Vertrouwen zou de sleutel zijn tot de ‘regellichte samenleving’. De idee hierachter is dat je in een samenleving van ‘high trust’ minder regels nodig hebt. Professionals in het onderwijs, de politie, de zorg enzovoort zouden daarom meer keuze- en beslissingsvrijheid moeten krijgen. Daarnaast wordt vaak verdedigd dat de overheid meer zaken over dient te laten aan de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en maatschappelijke organisaties. De vraag die de auteur aan de orde wil stellen, luidt daarom: in hoeverre is aannemelijk dat het gebrek aan vertrouwen bij de wetgever in het zelfregulerend vermogen van de samenleving een aanjager is voor toenemende regelverdichting?


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg. R.A.J.vanGestel@uvt.nl
Artikel

Toezicht op het bijzonder onderwijs

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2010
Trefwoorden bijzonder onderwijs, intern en extern toezicht, verticaal en horizontaal toezicht, (quasi)bestuurlijk toezicht, maatschappelijke onderneming
Auteurs prof. mr. P.J.J. Zoontjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de staat en de toekomst van het toezicht in het onderwijs? In deze bijdrage wordt nader ingegaan op het karakter van het toezicht in voornamelijk het bijzonder onderwijs en op de verschuivingen en veranderingen die daarbij zijn te onderkennen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen onderwijstoezicht en (quasi)bestuurlijk toezicht, verticaal en horizontaal toezicht en intern en extern toezicht. Geconcludeerd kan worden dat het verticale toezicht afneemt ten gunste van het horizontale toezicht. Als beloning voor bewezen kwaliteit van het onderwijs en de bestuurlijke professionaliteit en financiële betrouwbaarheid van de school kan het inspectietoezicht terughoudend worden vormgegeven. Er vindt ook een belangrijke verschuiving plaats van extern naar intern toezicht. De regels in de onderwijswetgeving inzake goed bestuur binden de bijzondere instellingen aan het doel van scheiding van bestuur en toezicht in de interne verhoudingen van de organisatie, maar laten hen in hoge mate vrij om aan deze scheiding concreet vorm te geven. Het is overigens afwachten of de versterkte nadruk op intern toezicht zal blijken te werken. Naar verwachting zal de eventuele regeling inzake de Maatschappelijke Onderneming in het Burgerlijk Wetboek maar beperkte betekenis hebben voor het onderwijs. Scholen moeten er niettemin vrij voor kunnen kiezen. Het toezicht kan in een quasi markt, welke het stevig publiekrechtelijk gefundeerde bekostigde onderwijs is, soms de schijn van markttoezicht krijgen, maar voorlopig is het niet meer dan dat. Uiteindelijk zou het systeem van accreditatie in het hoger onderwijs op termijn nog het meest met markttoezicht in verband kunnen worden gebracht, maar dan moet wel aan een aantal feitelijke voorwaarden worden voldaan die zich nu nog niet aandienen.


prof. mr. P.J.J. Zoontjens
Prof. mr. P.J.J. Zoontjens is bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Universiteit van Tilburg en lid van de Onderwijsraad. p.j.j.zoontjens@uvt.nl
Artikel

Over (het belang van) feitenonderzoek bij de voorbereiding en evaluatie van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2010
Trefwoorden feitenonderzoek, wetgeving, voorbereiding wetgeving, evaluatie wetgeving
Auteurs Prof. dr. F.L. Leeuw, Drs. F. F. Willemsen en Mr. W.M. de Jongste
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke feitenverzamelingen spelen bij het voorbereiden en het evalueren van beleid en wetgeving? Deze vraag wordt vanuit de beschrijving van een vijftal cases beantwoord. De voorbeelden laten zien hoe belangrijk feiten zijn bij het besluiten over beleidsinterventies en bestuurlijke maatregelen, respectievelijk bij het evalueren van beleid en wetgeving. In lijn met recente beschouwende studies over de functie van empirisch onderzoek voor juristen kan een drietal vormen van empirisch, op de vinding van feiten (en verklaringen) gericht onderzoek worden onderscheiden: het beschrijvend onderzoek, het verklarend (‘evaluatief’) onderzoek en het empirisch onderzoek, dat is gericht op het ontwerpen van (nieuwe) juridische constructies. Ten slotte worden enkele aanbevelingen voor het universitair onderwijs en de Academie voor Wetgeving gedaan.


Prof. dr. F.L. Leeuw
Prof. dr. F.L. Leeuw is hoogleraar Recht, openbaar bestuur en sociaalwetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit Maastricht en Directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie.

Drs. F. F. Willemsen
Drs. F. Willemsen is senior projectbegeleider bij het WODC.

Mr. W.M. de Jongste
Mevrouw mr. W.M. de Jongste is teamleider groot onderzoek bij het bureau Nationale ombudsman.
Artikel

Drie modellen voor de Eerste Kamer

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2009
Trefwoorden Eerste Kamer, interpretatiegemeenschap, semi-autonoom sociaal veld, evenwicht van machten
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Eerste Kamer is een dubbelzinnig politiek instituut: soms machtig, maar meestal onzichtbaar, vaak marginaal, maar soms van beslissende betekenis. Om helderheid te krijgen worden drie modellen onderzocht die de werkzaamheid van de Eerste Kamer op hun eigen manier duiden: interpretatiegemeenschap, semi-autonoom sociaal veld en machtsevenwicht. Dit leidt tot een heroverweging van het instituut, waarbij geconstateerd wordt dat ook zonder ingrijpende staatkundige vernieuwingen gesproken kan worden van een nuttige en zinvolle instelling.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.