Zoekresultaat: 13 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x Rubriek Artikel x
Artikel

Algemene aspecten van de Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2014
Trefwoorden belastingrecht, bestuursrecht, rechtsbescherming, elektronisch bestuurlijk verkeer
Auteurs Prof. mr. M. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op het wetsvoorstel Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst, dat door de staatssecretaris van Financiën in de zomer van 2013 is ingediend bij de Tweede Kamer. Het voorstel bevat twee componenten: een wijziging van de procedure voor het opleggen van een aanslag en de rechtsbescherming daartegen en de invoering van verplicht digitaal verkeer tussen de belastingplichtigen en de Belastingdienst. De voorstellen hangen met elkaar samen: digitaal verkeer vraagt om een eenvoudiger aanslagprocedure, die meer ruimte voor ‘informele’ correcties biedt. Beide voorstellen hebben bredere betekenis voor het bestuursrecht. De auteur gaat in op hun merites, zowel voor de fiscaliteit als voor het algemene bestuursrecht.


Prof. mr. M. Scheltema
Prof. mr. M. Scheltema is regeringscommissaris voor algemene regels van bestuursrecht.
Artikel

Een uitgewoond belastingstelsel en wat er aan te doen?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2014
Trefwoorden belastingherziening, soliditeit, draagkrachtbeginsel, instrumentalisering, vlaktaks
Auteurs Mr. dr. J.J.M. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste grote herziening van ons belastingstelsel dateert van 2001. Sindsdien hebben de maatschappelijke ontwikkelingen echter niet stilgestaan en heeft er een economische crisis plaatsgevonden, waarvan de gevolgen nog dagelijks voelbaar zijn. Bij politici, beleidsmakers, het bedrijfsleven en fiscale wetenschappers bestaat er een brede consensus dat het huidige belastingstelsel structurele aanpassingen behoeft. Het beeld rijst van een inefficiënt belastingstelsel met hoge tarieven en onzekere opbrengsten dat economische keuzes te veel verstoort. In deze bijdrage worden verschillende actuele fiscale knelpunten besproken die opgelost zouden moeten worden. Het ligt echter niet in de verwachting dat het kabinet deze op korte termijn zal aanpakken.


Mr. dr. J.J.M. Jansen
Mr. dr. J.J.M. Jansen is staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

Artikel 8 EVRM: proportionaliteit en verwerking van persoonsgegevens

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden bescherming persoonsgegevens, proportionaliteit, EHRM, dataprotectierichtlijn, wetgevingsproces
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey en Mr. M.W. Raijmakers
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien ontwerpwetgeving leidt tot de verwerking van persoonsgegevens, moet de wetgever in veel gevallen een toets uitvoeren aan artikel 8 EVRM en het relevante EU-recht. Bij die toets draait het vaak om de vraag of de beperkende maatregel voldoet aan het proportionaliteitsvereiste. In de Straatsburgse rechtspraak is de proportionaliteit een paraplu waaronder uiteenlopende waarborgen worden geschaard. De complexiteit en veelomvattendheid van de proportionaliteitstoets werken door op nationaal niveau. De wijze waarop de proportionaliteitstoets door de Nederlandse wetgever wordt verricht, is wisselvallig. Soms vindt een expliciete toetsing plaats in het kader van artikel 8 EVRM, vaak is dat ook niet het geval.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. l.f.m.verheij@law.leidenuniv.nl

Mr. M.W. Raijmakers
Mr. M.W. Raijmakers is sectorhoofd directie Advisering bij de Raad van State. m.raijmakers@raadvanstate.nl
Artikel

Evenredigheid in het EU-recht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden evenredigheidsbeginsel, rechtsgrondslag, subsidiariteitsbeginsel, besluitvorming EU, rol nationale parlementen, toetsing HvJ EU
Auteurs Mr. dr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de functie die het evenredigheidsbeginsel speelt als toetsingsmaatstaf voor de instellingen van de Europese Unie wanneer zij bindende regelgeving uitvaardigen. Daartoe wordt eerst de omschrijving van dit beginsel in het Europese recht onderzocht, alsmede de verhouding van het evenredigheidsbeginsel tot de nauw verwante beginselen van toedeling van bevoegdheden en subsidiariteit. Daarna gaat het om de vraag wie, tijdens het totstandkomingproces van EU-regelgeving, invloed hebben op de beslissing of EU-regelgeving ‘evenredig’ is. Vervolgens wordt uitvoerig gekeken naar de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU over toetsing van Europese regelgeving aan het evenredigheidsbeginsel. Daarna kunnen conclusies worden getrokken over de van die rechtspraak uitgaande normerende werking op de besluitvormende EU-instellingen.


Mr. dr. R.H. van Ooik
Mr. dr. R.H. van Ooik is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam. r.h.vanooik@uva.nl
Artikel

Over verwatering en politisering van het mededingingstoezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden mededinging, toezicht, publieke belangen, politisering, ACM
Auteurs Prof. dr. B.E. Baarsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Het mededingingstoezicht is volop in beweging en daarin schuilen kansen, maar ook bedreigingen. De binnenlandse omgeving is het afgelopen decennium vijandig geweest ten aanzien van marktwerking en mededinging. Tegelijk ziet het ernaar uit dat de toezichthouder zich heeft aangepast aan de veranderende omgeving, en heeft hij aangegeven ook andere publieke belangen dan mededinging te willen meewegen in de beoordeling van concentraties, kartels en misbruikzaken. Hierin schuilt het gevaar van verwatering en verdere politisering van het mededingingstoezicht.


Prof. dr. B.E. Baarsma
Prof. dr. B.E. Baarsma is algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek en bijzonder hoogleraar Marktwerking- en mededingingseconomie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam. b.baarsma@seo.nl
Artikel

Toetsing in het wetgevingsproces versterkt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden constitutionele toetsing, grondrechten
Auteurs Prof. mr. R.J.B. Schutgens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de adviezen van de Nationale conventie en de Staatscommissie Grondwet en naar aanleiding van het (nog aanhangige) voorstel-Halsema wordt in deze bijdrage de constitutionele toetsing door de wetgever opnieuw aan een beschouwing onderworpen. Daarbij is vooral aandacht voor de toetsing aan de grondrechten. Er komen verschillende manieren aan bod om de toetsing tijdens de wetsprocedure te versterken: verbeteringen in de wetgevingsadvisering door de Raad van State; de instelling van een algemene Kamercommissie voor grondrechten en constitutionele toetsing naar Brits voorbeeld; een kritischere en onafhankelijke rol voor de Kamers ten opzichte van de regering; het vaststellen van een toetsingskader waarin regering, Staten-Generaal en Raad van State gezamenlijk vastleggen aan welke materiële normen zij (nader) toetsen bij toetsing aan de Grondwet. Tot slot wordt betoogd dat de rechter de kwaliteit van de toetsing in de wetsprocedure kan bevorderen door bij zijn toetsing aan de verdragsgrondrechten de toetsing door de wetgever kritisch te beoordelen.


Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. r.schutgens@jur.ru.nl
Artikel

Technologie en wetgeving in cyberspace: verstandshuwelijk of innige relatie?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2012
Trefwoorden ICT, technoregulering, privacy
Auteurs Prof. mr. dr. M. Hildebrandt, Prof. dr. R.E. Leenes en Mr. M.H.A.F. Lokin
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een schets gegeven van de ontwikkelingen in cyberspace, ofwel de informatiegestuurde samenleving, en de wijze waarop de rechtsstaat daar een plaats in kan en moet krijgen. De auteurs benaderen dit vraagstuk vanuit twee invalshoeken, namelijk die van ‘juridische bescherming by design’ en die van ‘(computer)code as regulation’. De eerste invalshoek betreft de vraag hoe fundamentele waarden en grondrechten kunnen worden geborgd door ze een herkenbare en afdwingbare plaats te geven in de ICT-infrastructuren die ons dagelijks leven inmiddels beheersen. De tweede betreft de vraag hoe technologie ons de norm kan stellen, en welke randvoorwaarden daar noodzakelijkerwijs bij vervuld moeten worden om te zorgen dat de techniek niet met het recht op de loop gaat.Dit stelt de wetgever voor nieuwe uitdagingen. Meer geschreven regels zijn niet voldoende om de technologische ontwikkelingen in goede banen te leiden. Het vergt dat juristen en architecten daadwerkelijk elkaars werelden gaan delen, in het proces van ontwerp van zowel de regels als de systemen waarin deze een plaats moeten krijgen.


Prof. mr. dr. M. Hildebrandt
Prof. dr. mr. M. Hildebrandt is hoogleraar ICT en rechtsstaat aan het Institute of Computing and Information Sciences (iCIS) van de Radboud Universiteit Nijmegen, universitair hoofddocent Rechtstheorie aan de Erasmus School of Law Rotterdam en Senior Researcher bij het Centre for Law Science Technology and Society van de Vrije Universiteit Brussel. hildebrandt@law.eur.nl

Prof. dr. R.E. Leenes
Prof. dr. R.E. Leenes is hoogleraar regulering door technologie aan de Universiteit van Tilburg.

Mr. M.H.A.F. Lokin
Mr. M.H.A.F. Lokin is juridisch adviseur bij het DG Belastingdienst en redacteur van RegelMaat.mariette.lokin@planet.nl
Artikel

Goede code

De digitale samenleving in balans

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Code, iOverheid, privacy by design, keuzevrijheid, architectuur
Auteurs Dr. J.H. Hoepman en Mr. drs. T.F.M. Hooghiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de principes ‘code as law’ (schrijft de techniek de wet voor?) en ‘law as code’ (schrijft de wet de techniek voor?). Geschetst wordt dat deze twee principes meer met elkaar te maken hebben dan op het eerste gezicht lijkt. De schrijvers pleiten voor het concept goede code om de digitale samenleving in balans te brengen: softwarecode gebaseerd op het ‘code is law’-principe, maar als resultaat van een democratisch beslisproces en in wisselwerking met de juridische afbakening (‘law is code’). Zij beschrijven het spanningsveld tussen stuwende beginselen (zoals veiligheid en efficiëntieverhoging) en verankerende beginselen (zoals privacy en keuzevrijheid) overeenkomstig het rapport iOverheid van de WRR, dat bij politiek en beleid tot voor kort onder de radar bleef. Voor een zorgvuldige keuze tussen stuwende en verankerende beginselen zijn procesbeginselen zoals transparantie noodzakelijk. Het vervolg van de bijdrage gaat over goede code. Wat is noodzakelijk en mogelijk om te komen tot goede code? Welke ontwerpprincipes dienen daarbij te gelden? Tot slot wordt het proces beschreven om tot goede code te komen.


Dr. J.H. Hoepman
Dr. J.H. Hoepman is Senior onderzoeker computerveiligheid, privacy en identity management bij TNO en hoofddocent bij het Instituut voor computer- en informatiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen. jhh@cs.ru.nl

Mr. drs. T.F.M. Hooghiemstra
Mr. drs. T.F.M. Hooghiemstra is sectormanager onderwijs, cultuur, welzijn en zorg en adviseur bij Het Expertise Centrum in Den Haag. t.hooghiemstra@hec.nl
Artikel

Een algemene periodieke keuring van de nationale grondrechten

Korte analyse van de grondrechtenparagraaf van de Staatscommissie Grondwet 2009/2010

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Staatscommissie, Grondwet, grondrechten, mensenrechten, toegevoegde waarde
Auteurs Mr. dr. R. Nehmelman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staatscommissie Grondwet doet in haar rapport enkele prikkelende voorstellen tot het opnemen van nieuwe grondrechtelijke bepalingen. In een korte analyse van de grondrechtenparagraaf staat de auteur kritisch stil bij de specifieke voorstellen die de Staatscommissie over de grondwettelijke grondrechten doet. Geconcludeerd wordt dat een beperkt aantal van deze voorstellen dient te worden nagevolgd. De meerderheid van de voorgestelde vernieuwingen heeft volgens de auteur echter geen toegevoegde waarde ten opzichte van de huidige nationale en internationale grondrechtenbescherming.


Mr. dr. R. Nehmelman
Mr. dr. R. Nehmelman is universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht. r.nehmelman@uu.nl
Artikel

Politieke rationaliteit in het wetgevingsproces

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden politieke rationaliteit, wetgevingsproces, juridische rationaliteit, economische doelmatigheid, wetenschappelijke effectiviteit
Auteurs D.P. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuw kabinet vraagt om nieuwe wetten. Het regeerakkoord zal zeker, zoals regeerakkoorden nu eenmaal plegen te doen, leiden tot nieuwe wetgevende arbeid. Maar niet alleen de kabinetsvoornemens doen dat. Beleidsterreinen hebben ook een eigen dynamiek die om actie vraagt. Het recht ordent de samenleving, maar het verkeer in de samenleving kan ook tot nieuwe rechtsverhoudingen leiden. Beleid komt tot stand aan de hand van ideeën en impulsen die afkomstig zijn uit de samenleving, of uit de behoefte van beleidsmakers en politici om zaken bij te sturen. Snellen heeft ons geleerd dat dat beleid tot stand komt aan de hand van verschillende rationaliteiten, de politieke opportuniteit, de economische doelmatigheid, de wetenschappelijke effectiviteit en de juridische rationaliteit. De vraag is, in hoeverre de politieke en de juridische rationaliteit randvoorwaarden voor elkaar zijn en of de rivaliteit tussen deze rationaliteiten, ook als er geen sprake is van ‘systematische overschrijding’ en ‘rampen of wantoestanden’, maatschappelijk gezien niet leidt tot suboptimale uitkomsten. Aan de hand van enkele recente voorbeelden wordt getracht te beredeneren hoe de juridische en de politieke rationaliteit in het wetgevingsproces zich tot elkaar verhouden en wat dat betekent voor de totstandkoming van de wetgeving.


D.P. van den Bosch
D.P. van den Bosch is raadsadviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties. Dick.Bosch@minbzk.nl
Artikel

Over (het belang van) feitenonderzoek bij de voorbereiding en evaluatie van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2010
Trefwoorden feitenonderzoek, wetgeving, voorbereiding wetgeving, evaluatie wetgeving
Auteurs Prof. dr. F.L. Leeuw, Drs. F. F. Willemsen en Mr. W.M. de Jongste
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke feitenverzamelingen spelen bij het voorbereiden en het evalueren van beleid en wetgeving? Deze vraag wordt vanuit de beschrijving van een vijftal cases beantwoord. De voorbeelden laten zien hoe belangrijk feiten zijn bij het besluiten over beleidsinterventies en bestuurlijke maatregelen, respectievelijk bij het evalueren van beleid en wetgeving. In lijn met recente beschouwende studies over de functie van empirisch onderzoek voor juristen kan een drietal vormen van empirisch, op de vinding van feiten (en verklaringen) gericht onderzoek worden onderscheiden: het beschrijvend onderzoek, het verklarend (‘evaluatief’) onderzoek en het empirisch onderzoek, dat is gericht op het ontwerpen van (nieuwe) juridische constructies. Ten slotte worden enkele aanbevelingen voor het universitair onderwijs en de Academie voor Wetgeving gedaan.


Prof. dr. F.L. Leeuw
Prof. dr. F.L. Leeuw is hoogleraar Recht, openbaar bestuur en sociaalwetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit Maastricht en Directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie.

Drs. F. F. Willemsen
Drs. F. Willemsen is senior projectbegeleider bij het WODC.

Mr. W.M. de Jongste
Mevrouw mr. W.M. de Jongste is teamleider groot onderzoek bij het bureau Nationale ombudsman.
Artikel

De veiligheid van privacy

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden informatisering, privacy, Commissie-Brouwer, identiteitsdiefstal, biometrie
Auteurs Prof. mr. J.E.J. Prins
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie kijkt naar de opmars van technologie, ziet dat onze samenleving onder invloed daarvan drastisch is veranderd. De vraag die daarmee naar voren treedt, is of de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de huidige wet- en regelgeving voor de bescherming van persoonsgegevens wel voldoende hebben kunnen meebewegen in deze verandering. Vanuit deze vraag schetst deze bijdrage de belangrijkste technologische en maatschappelijke tendensen die de privacy raken, om daarnaast bij ieder van deze tendensen kort aan te geven wat de implicaties voor de Wet bescherming persoonsgegevens zijn. De conclusie is dat een aantal ontwikkelingen zich moeizaam verhoudt tot het huidige wettelijk regime.


Prof. mr. J.E.J. Prins
Prof. mr. J.E.J. Prins is raadslid bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en hoogleraar aan het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), Universiteit van Tilburg.
Artikel

De werking van de WBP in kaart gebracht: onbekend maakt onbemind

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden privacybescherming, evaluatieonderzoek, toezicht, handhaving, open normen
Auteurs Dr. H.B. Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2008 is empirisch onderzoek uitgevoerd naar de werking van de Wet bescherming persoonsgegevens die op 1 september 2001 in werking trad. Het onderzoek naar de effecten van de wet volgt op een eerdere juridische analyse van de knelpunten (hierna: het knelpuntenonderzoek), waartoe de wet aanleiding geeft en die zich overwegend baseerde op de literatuur over de wet. Bij de uitvoering van het empirisch onderzoek zijn verschillende methoden van gegevensverzameling gehanteerd: schriftelijke en telefonische enquêtes, interviews, casestudies en expertmeetings. Het beeld dat het onderzoek verschaft van de toepassing van de wet, stemt niet erg tevreden. De wet leeft niet erg in de rechtspraktijk, rechtssubjecten achten de wet moeilijk hanteerbaar, en een privacygemeenschap en -cultuur van geïnteresseerde beroepsbeoefenaars en betrokkenen komt maar moeizaam van de grond. In deze beschouwing ga ik nader in op de achtergronden van die vaststelling en probeer ik die conclusie te duiden.


Dr. H.B. Winter
Dr. H.B. Winter is universitair hoofddocent bij de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde, Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij directeur van bestuurskundig en bestuursjuridisch onderzoeks- en adviesbureau Pro Facto BV. Hij was projectleider van het onderzoeksteam van Pro Facto en RuG dat de werking van de WBP onderzocht.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.