Zoekresultaat: 10 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x Rubriek Artikel x
Artikel

Symboolwetgeving: de opkomst, ondergang en wederopstanding van een begrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden symboolwetgeving, communicatieve benadering van wetgeving, interactionisme, open normen, democratie
Auteurs Prof. dr. B. van Klink
SamenvattingAuteursinformatie

    De communicatieve benadering van wetgeving heeft aanleiding gegeven tot de nodige wetenschappelijke discussie. In deze bijdrage gaat de auteur nader in op de aangevoerde kritiekpunten. Doel van dit artikel is te bepalen in welke opzichten de communicatieve benadering aanvulling of correctie behoeft. Conclusie is dat het achterliggende democratische ideaal nog steeds relevant is: de wens om burgers meer te betrekken bij de totstandkoming en de uitvoering van wetgeving. Tegelijk moet beter rekenschap worden afgelegd van de processen van in- en uitsluiting waarmee wetgeving onvermijdelijk gepaard gaat. Niet iedereen kan, mag of wil meepraten over de betekenis van de wet, niet elk gezichtspunt kan in het uiteindelijke wetgevende besluit erkenning krijgen.


Prof. dr. B. van Klink
Prof. dr. B. van Klink is hoogleraar Methoden van recht en rechtswetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Ultima ratio legis: het Hof of de nationale wetgever?

Over de constitutionele balans tussen wetgever en rechter bij het verwerkelijken van Europese mensenrechten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2013
Trefwoorden toetsing aan EVRM door wetgever en rechter, Brighton Declaration, directe werking verdragsrecht, artikel 93 Grondwet, artikel 94 Grondwet, wetsvoorstel-Taverne
Auteurs Prof. mr. E.C.M. Jurgens
SamenvattingAuteursinformatie

    De spanning tussen de rol van de wetgever en die van de rechter bij het implementeren van mensenrechten kan niet worden opgelost door het geven van het laatste woord aan een van hen. Het Hof in Straatsburg heeft zo’n laatste woord, omdat wijziging van het EVRM zeer moeilijk is. De Raad van Europa heeft in de Brighton Verklaring van 2012 voorstellen gedaan om de interpretatieruimte van het Hof enigszins in te tomen. In Nederland wil het initiatiefvoorstel Taverne de bevoegdheid van de nationale rechter afschaffen om direct te toetsen aan het EVRM, dit door wijziging van artikel 93 en 94 Grondwet. De beide voorstellen worden in deze bijdrage besproken.


Prof. mr. E.C.M. Jurgens
Prof. mr. Jurgens is emeritus hoogleraar staatsrecht (Universiteit Maastricht en Vrije Universiteit Amsterdam), oud-lid van de Eerste en van de Tweede Kamer en oud-lid van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, alsmede oud-redacteur van RegelMaat. ejurgens@xs4all.nl
Artikel

Tegen dovemansoren?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden strafrechtswetenschap, antiterrorismewetgeving, crime complex, social media
Auteurs Mr. dr. M.A.H. van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur, mede aan de hand van de casus van de antiterrorismewetgeving, nader in op de vraag wat de betekenis is van de strafrechtswetenschap bij de totstandkoming van nieuwe wet- en regelgeving op het terrein van orde en veiligheid. Haar standpunt is dat de rol van de strafrechtswetenschap binnen het wetgevingsproces tegenwoordig te beperkt is en geoptimaliseerd zou kunnen worden. Hierbij worden de strafrechtswetenschapper en de strafwetgever niet alleen in de schijnwerpers gezet, maar wordt ook de belangrijke en onlosmakelijke band tussen beiden benadrukt.


Mr. dr. M.A.H. van der Woude
Mr. dr. M.A.H. van der Woude is werkzaam als universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden.
Artikel

College voor de rechten van de mens en constitutionele toetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden College voor de rechten van de mens, constitutionele toetsing, mensenrechten, grondrechten,, advisering
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA
SamenvattingAuteursinformatie

    Kort na de zomer van 2012 treedt de Wet College voor de rechten van de mens in werking en opent het College zijn deuren. Het College krijgt tal van taken en bevoegdheden om in Nederland de rechten van de mens te beschermen, het bewustzijn ervan te vergroten en de naleving ervan te bevorderen. Eén van die taken betreft wetgevingsadvisering. In deze bijdrage wordt geanalyseerd of, en zo ja op welke wijze en onder welke voorwaarden, het College kan bijdragen aan de versterking van de ex-ante constitutionele toetsing van conceptwetgeving. Deze vraagstelling wordt mede geplaatst in het kader van de (internationale) achtergrond van het College en het belang van constitutionele dialoog.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA
Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voormalig verbindingsofficier bij het EU Grondrechtenagentschap en gastdocent/-onderzoeker grondrechten aan de VU Amsterdam. paul.sasse@minbzk.nl
Artikel

De versterking van de symbolische kracht van de Grondwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Grondwet, preambule, misbruik, grondrechten, symboliek, toetsing, Staat
Auteurs Mr. A. Rouvoet en Mr. J. Pot
SamenvattingAuteursinformatie

    De normerende kracht van de Grondwet hangt mede af van de versterking van de symbolische werking daarvan. De Staatscommissie Grondwet heeft hiervoor helaas geen oog. De auteurs komen daarom met enkele aanvullingen op het advies van de Staatscommissie: in navolging van internationale mensenrechtenverdragen kan een preambule verwoorden dat de verwerkelijking van onze rechten en vrijheden niet alleen een zaak is van de overheid, maar ook van de samenleving. Het opnemen van een antimisbruikbepaling in de Grondwet geeft richting hoe met negatief gebruik van grondrechten in rechtsstatelijke zin om te gaan.


Mr. A. Rouvoet
Mr. A. Rouvoet is voorzitter van de Christen-Uniefractie in de Tweede Kamer.

Mr. J. Pot
Mr. J. Pot is ambtelijk secretaris van de ChristenUnie-fractie in de Tweede Kamer. j.pot@tweedekamer.nl
Artikel

Politieke rationaliteit in het wetgevingsproces

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden politieke rationaliteit, wetgevingsproces, juridische rationaliteit, economische doelmatigheid, wetenschappelijke effectiviteit
Auteurs D.P. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuw kabinet vraagt om nieuwe wetten. Het regeerakkoord zal zeker, zoals regeerakkoorden nu eenmaal plegen te doen, leiden tot nieuwe wetgevende arbeid. Maar niet alleen de kabinetsvoornemens doen dat. Beleidsterreinen hebben ook een eigen dynamiek die om actie vraagt. Het recht ordent de samenleving, maar het verkeer in de samenleving kan ook tot nieuwe rechtsverhoudingen leiden. Beleid komt tot stand aan de hand van ideeën en impulsen die afkomstig zijn uit de samenleving, of uit de behoefte van beleidsmakers en politici om zaken bij te sturen. Snellen heeft ons geleerd dat dat beleid tot stand komt aan de hand van verschillende rationaliteiten, de politieke opportuniteit, de economische doelmatigheid, de wetenschappelijke effectiviteit en de juridische rationaliteit. De vraag is, in hoeverre de politieke en de juridische rationaliteit randvoorwaarden voor elkaar zijn en of de rivaliteit tussen deze rationaliteiten, ook als er geen sprake is van ‘systematische overschrijding’ en ‘rampen of wantoestanden’, maatschappelijk gezien niet leidt tot suboptimale uitkomsten. Aan de hand van enkele recente voorbeelden wordt getracht te beredeneren hoe de juridische en de politieke rationaliteit in het wetgevingsproces zich tot elkaar verhouden en wat dat betekent voor de totstandkoming van de wetgeving.


D.P. van den Bosch
D.P. van den Bosch is raadsadviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties. Dick.Bosch@minbzk.nl
Artikel

Vertrouwen in een lerende wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden wetgevingsbeleid, vertrouwen, regeldruk, zelfregulerend vermogen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren is in het wetgevingsbeleid het begrip vertrouwen centraal komen te staan. Vertrouwen zou de sleutel zijn tot de ‘regellichte samenleving’. De idee hierachter is dat je in een samenleving van ‘high trust’ minder regels nodig hebt. Professionals in het onderwijs, de politie, de zorg enzovoort zouden daarom meer keuze- en beslissingsvrijheid moeten krijgen. Daarnaast wordt vaak verdedigd dat de overheid meer zaken over dient te laten aan de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en maatschappelijke organisaties. De vraag die de auteur aan de orde wil stellen, luidt daarom: in hoeverre is aannemelijk dat het gebrek aan vertrouwen bij de wetgever in het zelfregulerend vermogen van de samenleving een aanjager is voor toenemende regelverdichting?


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg. R.A.J.vanGestel@uvt.nl
Artikel

Meer wetgeving voor het Europese Hof van Justitie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Verdrag van Lissabon, wetgevingshandelingen, Europese Hof van Justitie
Auteurs Mr. T.M. de Gans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Verdrag van Lissabon brengt de nodige wijzigingen voor het Europese Hof van Justitie met zich, die ook van invloed zijn op nationale en EU-regelgeving. In dit artikel worden deze wijzigingen beschreven. De rechtsmacht van het Hof wordt substantieel uitgebreid, maar niet zo ver dat het nationale regelgeving nietig kan verklaren. Naast de uitbreiding van de rechtsmacht zijn de mogelijkheden voor particulieren om in beroep te gaan tegen regelgevingshandelingen van de Europese Unie uitgebreid. Ook de nationale parlementen hebben een beperkte mogelijkheid gekregen om tegen wetgevingshandelingen in beroep te gaan. Voorts kunnen lidstaten eerder een boete of een dwangsom krijgen als zij met hun wetgeving het Unierecht niet naleven.


Mr. T.M. de Gans
Mr. T.M. de Gans is werkzaam bij de afdeling Europees Recht en het Expertisecentrum Europees Recht (ECER) van de Directie Juridische Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken. tom-de.gans@minbuza.nl
Artikel

Over (het belang van) feitenonderzoek bij de voorbereiding en evaluatie van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2010
Trefwoorden feitenonderzoek, wetgeving, voorbereiding wetgeving, evaluatie wetgeving
Auteurs Prof. dr. F.L. Leeuw, Drs. F. F. Willemsen en Mr. W.M. de Jongste
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke feitenverzamelingen spelen bij het voorbereiden en het evalueren van beleid en wetgeving? Deze vraag wordt vanuit de beschrijving van een vijftal cases beantwoord. De voorbeelden laten zien hoe belangrijk feiten zijn bij het besluiten over beleidsinterventies en bestuurlijke maatregelen, respectievelijk bij het evalueren van beleid en wetgeving. In lijn met recente beschouwende studies over de functie van empirisch onderzoek voor juristen kan een drietal vormen van empirisch, op de vinding van feiten (en verklaringen) gericht onderzoek worden onderscheiden: het beschrijvend onderzoek, het verklarend (‘evaluatief’) onderzoek en het empirisch onderzoek, dat is gericht op het ontwerpen van (nieuwe) juridische constructies. Ten slotte worden enkele aanbevelingen voor het universitair onderwijs en de Academie voor Wetgeving gedaan.


Prof. dr. F.L. Leeuw
Prof. dr. F.L. Leeuw is hoogleraar Recht, openbaar bestuur en sociaalwetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit Maastricht en Directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie.

Drs. F. F. Willemsen
Drs. F. Willemsen is senior projectbegeleider bij het WODC.

Mr. W.M. de Jongste
Mevrouw mr. W.M. de Jongste is teamleider groot onderzoek bij het bureau Nationale ombudsman.
Artikel

Wetgeving voor de BES

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2009
Trefwoorden BES-wetgeving, Invoeringsystematiek, IBES-lijst, Delegatie, Motie Jurgens
Auteurs Mr. R.A. Schilstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In de openbare lichamen BES zal vooralsnog de Nederlands-Antilliaanse regelgeving van toepassing blijven. Deze wordt daarom in de Invoeringswet- en Aanpassingswet BES omgevormd tot Nederlandse regelgeving. Op terreinen waar geen adequate Antilliaanse regelgeving bestaat, zal wel Nederlandse regelgeving van toepassing worden. Het in elkaar vlechten van de twee rechtssystemen is een technisch ingewikkelde wetgevingsoperatie, die in relatief korte tijd moet plaatsvinden. Ten behoeve van een soepele overgang zal BES-regelgeving vaker op lager niveau worden vastgesteld dan in Nederland gebruikelijk is en worden in de Invoeringswet zelfs bepalingen opgenomen die indruisen tegen de motie Jurgens.


Mr. R.A. Schilstra
Mr. R.A. Schilstra is werkzaam als senior juridisch medewerker bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en nauw betrokken bij de totstandkoming van de Invoeringswet BES en Aanpassingswet BES.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.