Zoekresultaat: 13 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x Rubriek Artikel x
Artikel

Decentralisatie op grote schaal

Aandachtspunten en uitgangspunten voor de decentralisaties in het sociale domein

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2013
Trefwoorden decentralisatie, schaalproblematiek, gemeente, intergemeentelijke samenwerking, medebewind
Auteurs Mr. S.A.J. Munneke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal met welke juridische grenzen en uitgangspunten de wetgever rekening moet houden bij het op grote schaal decentraliseren van taken in het sociale domein. Hoewel de wetgever bij deze operatie een grote vrijheid heeft, en nauwelijks door juridische grenzen wordt belemmerd, dient hij met het oog op de uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van de wet wel met een groot aantal aandachtspunten rekening te houden. Onder andere gaat het dan om het bieden van voldoende beleidsmatige en financiële vrijheid voor de gemeenten en het creëren van voldoende draagvlak, ook met betrekking tot de gewenste schaalgrootte. Decentralisatie betekent de acceptatie van verschillen tussen gemeenten en vraagt om een terughoudende positie van de centrale overheid, onder andere met betrekking tot het interbestuurlijk toezicht.


Mr. S.A.J. Munneke
Mr. S.A.J. Munneke is universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit en programmaleider van het onderzoeksprogramma Grondrechten, regulering en de verantwoordelijke overheid, onderdeel van het VU Centre for Law and Governance.
Artikel

Versnelling van wetgeving

Over uiteenlopende ontwikkelingen en eigenwijze actoren

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2012
Trefwoorden snelheid van wetgeving, wetgevingsproces, wetgevingsagenda, compacte overheid, efficiëntie
Auteurs Mr. J.F.L. Roording
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wil de auteur – voorlopig, want de ontwikkeling gaat verder – de balans opmaken: waar staat het Nederlandse wetgevingsproces qua tempo en efficiency? Achtereenvolgens passeren daarbij de revue: cijfermatige gegevens, reeds getroffen maatregelen, enkele parallelle (c.q. paradoxale) ontwikkelingen en de positie van de diverse wetgevingsactoren in het versnellingsdebat. Om te eindigen met de vraag: kan het nog sneller?


Mr. J.F.L. Roording
Mr. J.F.L. Roording is coördinerend raadadviseur bij de sector Wetgevingskwaliteitsbeleid van het ministerie van Veiligheid en Justitie en is betrokken bij het in de inleiding genoemde project van de ICCW. j.f.l.roording@minvenj.nl
Artikel

Waarom het IAK het keurmerk ‘IA’ (nog) niet mag voeren

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2012
Trefwoorden wetgevingsbeleid, Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving, impact assessment, effectbeoordeling
Auteurs Mr. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    Het pas geïntroduceerde Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) wordt wel gepresenteerd als de ‘Nederlandse impact assessment (IA)’ en deelt ook enkele ambities met IA-systemen zoals die in veel landen en ook in de Europese Unie bestaan. Het IAK blijkt echter op een aantal cruciale punten af te wijken van de normen die veelal, bijvoorbeeld binnen de Europese Commissie, gelden voor IA. Hoewel de afwijkingen deels verklaarbaar zijn vanuit het Nederlandse politieke systeem, is de bedoeling van IA-achtige instrumenten zoals IAK nu juist, zo betoogt de bijdrage, om dit systeem op een aantal punten te doorbreken.


Mr. dr. A.C.M. Meuwese
Mr. dr. A.C.M. Meuwese is universitair hoofddocent bij het departement Public Law, Jurisprudence & Legal History van Tilburg Law School. anne.meuwese@uvt.nl
Artikel

Vertrouwen in een lerende wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden wetgevingsbeleid, vertrouwen, regeldruk, zelfregulerend vermogen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren is in het wetgevingsbeleid het begrip vertrouwen centraal komen te staan. Vertrouwen zou de sleutel zijn tot de ‘regellichte samenleving’. De idee hierachter is dat je in een samenleving van ‘high trust’ minder regels nodig hebt. Professionals in het onderwijs, de politie, de zorg enzovoort zouden daarom meer keuze- en beslissingsvrijheid moeten krijgen. Daarnaast wordt vaak verdedigd dat de overheid meer zaken over dient te laten aan de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en maatschappelijke organisaties. De vraag die de auteur aan de orde wil stellen, luidt daarom: in hoeverre is aannemelijk dat het gebrek aan vertrouwen bij de wetgever in het zelfregulerend vermogen van de samenleving een aanjager is voor toenemende regelverdichting?


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg. R.A.J.vanGestel@uvt.nl
Artikel

De formulering van rechtsnormen in wetsteksten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden formulering, rechtsnormen, deontische modaliteit, negatie, schrijfadvies
Auteurs Lic. K. Deschamps
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage doet verslag van een onderzoek naar de formulering van deontische concepten (bijvoorbeeld gebod, toestemming, verbod) en negatie in wetsteksten. Het onderzoek gebeurde op basis van een taalkundige analyse van een verzameling wetsteksten uit België en Nederland. Er wordt nader ingegaan op twee belangrijke bevindingen, namelijk het feit dat deontische concepten niet op een consequente manier uitgedrukt worden, en dat rechtsnormen soms nodeloos negatief geformuleerd worden. Telkens worden enkele suggesties gedaan die de redactionele kwaliteit van wetsteksten op deze punten kunnen verbeteren.


Lic. K. Deschamps
Lic. K. Deschamps is als doctor-assistent verbonden aan de rechtsfaculteit van de Katholieke Universiteit Leuven, waar ze medewerking verleent aan het opleidingsonderdeel ‘Juridisch schrijven’. Karen.Deschamps@law.kuleuven.be
Artikel

Consensuswetgeving: een bijzonder concept

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden consensusrijkswet, artikel 38 van het Statuut, onderlinge regeling, Antillenproject, staatkundige hervorming
Auteurs Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 juli 2010 stemde de Eerste Kamer der Staten-Generaal in met tien voorstellen van rijkswet die verband houden met de staatkundige hervorming van het Koninkrijk. Vijf van die voorstellen zijn gebaseerd op artikel 38 lid 2 van het Statuut. Deze grondslag betekent dat het gaat om onderlinge regelingen tussen landen in het Koninkrijk die worden vastgesteld bij rijkswet. Rijkswetten die zijn gebaseerd op genoemde Statuutsbepaling worden ook wel aangeduid als consensusrijkswetten, omdat over deze wetgeving overeenstemming moet bestaan tussen de betrokken landen. In deze bijdrage gaat de auteur op basis van de opgedane ervaringen bij de ambtelijke voorbereiding en tijdens de parlementaire behandeling in op een aantal procedurele en algemene aspecten van de figuur van consensusrijkswetgeving.


Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
Mw. mr. drs. A.G. van Dijk is hoofd van de sector Staats- en bestuursrecht bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Nationale parlementen en Europese wetgeving

De Staten-Generaal als de Raad van State van Europa

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Trefwoorden nationale parlementen, Europese wetgeving, subsidiariteit, wetgevingsproces
Auteurs Dr. mr. Ph. Kiiver
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de empirische praktijk blijkt dat het Nederlandse parlement in het kader van de Europese subsidiariteitscontrole een functie uitoefent die sterk lijkt op de rol van de Raad van State binnen Nederland. Het parlement geeft een wetgevingsadvies dat voor de Europese instellingen weliswaar niet absoluut bindend is, maar waarop zij verplicht zijn om te wachten voordat zij het wetgevingsproces voortzetten. Bezwaren van nationale parlementen kunnen weliswaar niet tot amendement of intrekking van een Europees wetsvoorstel verplichten, maar kunnen een hermotivering uitlokken.


Dr. mr. Ph. Kiiver
Dr. mr. Philipp Kiiver is universitair hoofddocent Europees en vergelijkend constitutioneel recht aan de Universiteit Maastricht/Montesquieu Instituut Maastricht. philipp.kiiver@maastrichtuniversity.nl
Artikel

Recht op het doel af?

Over nut en noodzaak van ex-anteanalyses bij de totstandbrenging van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2010
Trefwoorden ex-anteanalyse, ex-ante-evaluatie, totstandbrenging wetgeving, wettelijke instrumenten, doeltreffendheid
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Met behulp van concrete voorbeelden wordt getoond dat ex ante doordenken van de verhouding tussen wettelijke instrumenten en de beoogde doelen de opbrengsten van wetgeving kan vergroten en op eventuele kosten achteraf kan besparen. Ook worden stappen aangereikt voor het zelf maken of tussentijds evalueren van een beleidslogica.Ook al is een wet juridisch dichtgetimmerd, politiek waterdicht en wordt deze ook nog eens accuraat uitgevoerd, als de basisveronderstellingen over hoe de gekozen en uitgewerkte interventies zullen uitwerken op de doelgroep(en) niet kloppen, wordt doeltreffendheid een onhaalbare kaart.Deze bijdrage is bedoeld om het instrumentele denken ‘in the spotlight’ te zetten en een even belangrijke plaats te geven als juridische en politieke rationaliteit. Dat maakt de dilemma’s waar de wetgevingsjurist zich mee geconfronteerd ziet in de afstelling van het instrumentarium, er zeker niet kleiner op. Voor de uiteindelijke doelbereiking van veel wetgeving en het kunnen trekken van lessen blijft het echter zaak om het (vaak lange) pad van middel tot doel zo goed mogelijk te doorgronden. Binnen juridische en politieke grenzen kunnen zo de meest effectieve (of minst ineffectieve) instrumenten worden gekozen.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Mevrouw dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie (e-mail: c.m.klein@minjus.nl).
Artikel

De Eerste Kamer en wetgeving: geen hoofdrolspeler, maar wel de belangrijkste bijrol

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2009
Trefwoorden Eerste Kamer, directe beïnvloedingsmogelijkheden, indirecte beïnvloedingsmogelijkheden, wetgevingsproces
Auteurs Mr. R.H. van de Beeten
SamenvattingAuteursinformatie

    De Senaat concentreert zich meer op zijn kerntaak en dat brengt als vanzelf een grote aandacht mee voor aspecten van wetgeving vanuit een meer op metaniveau geformuleerde visie op wetgeving. Dat raakt het rechtssysteem als zodanig, de rechtsstatelijkheid, maar ook de uitvoerbaarheid van en het draagvlak voor wetgeving. Er liggen verschillende lijnen vanuit het verleden die de Eerste Kamer ook de komende jaren kan doortrekken, terwijl nieuwe onderwerpen zich aandienen. Gevraagd is niet louter ad-hocbeoordeling van concrete wetsvoorstellen, maar juist een samenhangende aanpak. De uitvoering van zo’n samenhangende aanpak vereist een strategische rol van de Eerste Kamer, die daarbij eerder bondgenoot van de minister van Justitie en wetgevingsdirecties kan zijn dan tegenspeler. De Senaat zal op welgekozen momenten ertoe over moeten gaan om ook de directe beïnvloedingsmiddelen van verwerping en novelle aan te wenden ter realisering van de meer strategische doelen. Op deze wijze kan van de belangrijkste bijrol in het wetgevingsproces tevens een aanzienlijke regie uitgaan.


Mr. R.H. van de Beeten
Mr. R.H. van de Beeten is sinds 2000 lid van de CDA-fractie in de Eerste Kamer. Hij is tevens lid van een advocatenmaatschap in Zevenaar. RM.AERDT@wxs.nl
Artikel

Negen aanwijzingen voor wetsevaluatief onderzoek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2009
Trefwoorden wetsevaluatie, wetsevaluatief onderzoek, beleidstheorie, ex ante evaluatie, impact assessment
Auteurs prof. dr. G.J. Veerman en dr. C.M. Klein Haarhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Wetsevaluatie staat op de wetgevingsagenda, reden om in te gaan op het wat en hoe van wetsevaluatief onderzoek. Op basis van literatuuronderzoek en eigen inzicht worden negen aanwijzingen gegeven: 1. Weet wat je wilt weten; 2. Laat altijd de beleidstheorie onderzoeken; 3. Laat de beschikbaarheid van voorzieningen onderzoeken; 4. Laat bij ex ante evaluatie primair het probleem onderzoeken; 5. Gebruik bij ‘impact assessments’ een methodenmix; 6. Doe niet louter doelbereikingsonderzoek. Omdat men 7. beter wat terughoudend kan zijn met doeltreffendheidsonderzoek (laat, als het gebeurt, de diverse betrokkenen een schatting maken van de bijdrage van de wet aan de doelbereiking) en zeker 8. met oeverloos effectonderzoek (men weet niet waar men het zoeken moet), wordt aanbevolen te kiezen voor 9. procesevaluaties: de omgang van diverse betrokkenen met de wet; laat daarbij ook kijken naar de invloed van het flankerend beleid.


prof. dr. G.J. Veerman
Prof. dr. Gert-Jan Veerman is bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie belast met werkzaamheden voor het Clearing House voor Wetsevaluatie en is deeltijdhoogleraar Wetgeving en Wetgevingskwaliteit aan de Universiteit Maastricht. gertjan.veerman@maastrichtuniversity.nl

dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij het WODC en docent sociologie aan de Universiteit Utrecht. c.m.kleinhaarhuis@uu.nl
Artikel

Klopt de beleidstheorie achter de integrale wetsvoorbereiding?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2009
Trefwoorden beleidstheorie, wetsevaluatie, clearing house, evidence-based beleid, realistische benadering
Auteurs Dr. M. Herweijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens Michiel Herweijer zijn er in de notitie Vertrouwen in wetgeving vijf hoofdlijnen terug te vinden:

    1. terughoudend zijn met nieuwe wetten;

    2. meer ruimte geven aan burgers, bedrijven en uitvoerders;

    3. meer aandacht voor uitvoering en toepassing van wetten;

    4. vaker gebruikmaken van ICT-toepassingen bij ontwerp en redactie van wetteksten;

    5. meer aandacht voor Europese rechtsvorming.

    In de bijdrage wordt vanuit een beleidswetenschappelijk perspectief bekeken of de beleidstheorie achter het integrale wetgevingsbeleid gebaseerd is op houdbare veronderstellingen. Vorenstaande hoofdlijnen worden een voor een kritisch bekeken.


Dr. M. Herweijer
Dr. M. Herweijer is sinds 1 januari 2008 universitair docent bestuursrecht en bestuurskunde te Groningen. m.herweijer@rug.nl
Artikel

Over uitvoerbaarheid en spontane naleving van het IAK

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2009
Trefwoorden Vertrouwen in wetgeving, integraal afwegingskader, Tafel van Elf, U&H-toets, uitvoeringstoets
Auteurs Mr. drs. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    In de nota Vertrouwen in wetgeving kondigt de minister van Justitie de komst aan van het integrale afwegingskader (IAK). Een onderdeel van het IAK is de uitvoeringstoets. In deze bijdrage wordt het IAK zelf onderworpen aan de uitvoeringstoets. Uit deze uitvoeringstoets blijkt dat de kans op spontane naleving van het IAK nogal gering is. Maar wellicht is er te weinig rekening gehouden met de nieuwe werkelijkheid die met de invoering van het IAK mogelijk zal gaan bestaan. Die nieuwe werkelijkheid zou, bijvoorbeeld, kunnen ontstaan wanneer het IAK de beleids- en wetgevingsnormering niet alleen meer toegankelijk en hanteerbaar maakt, maar ook meer verplichtend.


Mr. drs. P.J.P.M. van Lochem
Mr. drs. P.J.P.M. van Lochem is rector van de Academie voor Wetgeving. p.vanlochem@acwet.nl
Artikel

Nota Vertrouwen in wetgeving: vertrouwen in wie?

Enkele inzichten uit de empirie ten behoeve van een effectiever wetgevingskwaliteitsbeleid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2009
Trefwoorden communicatie, consensusbeginsel, rationaliteiten, rationele-actorinstitutionalisme, sociologisch institutionalisme
Auteurs Mevrouw mr. dr. W.S.R. Stoter
SamenvattingAuteursinformatie

    Suzan Stoter claimt in haar bijdrage dat de makers van Vertrouwen in wetgeving van een achterhaald beeld van de wetgever uitgaan en te veel blijven hangen op het veilige institutionele niveau, zoals de rol van de minister van Justitie, de betekenis van wetgevingstoetsen, systematische wetsevaluaties enzovoort. Te weinig zou rekening worden gehouden met de verschillende rationaliteiten die het wetgevingsproces beheersen. Maatregelen gericht op de verbetering van de kwaliteit van wetgeving zouden meer rekening moeten houden met de maatschappelijke context en beter moeten worden afgestemd met degenen die ze moeten uitvoeren, opdat ze ook op operationeel niveau effect sorteren.


Mevrouw mr. dr. W.S.R. Stoter
Mevrouw mr. dr. W.S.R. Stoter is als universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit en aan de TU Delft. Ze is tevens directeur van het Centre for Law and Innovation (een samenwerkingsverband van de EUR en de TU Delft). stoter@frg.eur.nl
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.