Zoekresultaat: 17 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x Jaar 2011 x Rubriek Artikel x
Artikel

De subsidiariteitstoets: analyse, ervaringen en aanbevelingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden subsidiariteit, Europa, parlementen, ontvankelijkheid
Auteurs Dr. mr. Ph. Kiiver
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat een juridische en empirische analyse van enkele aspecten van de subsidiariteitscontrole van Europese wetsvoorstellen zoals zij door nationale parlementen wordt uitgevoerd. De bijdrage concentreert zich op de ontvankelijkheidscriteria die voor opinies van nationale parlementen gelden en de wetgevingsbeginselen die in deze opinies behandeld kunnen worden, en stelt manieren voor om de strekking van de toets ten gunste van de parlementen lichtelijk uit te breiden zonder daarmee de tekst van de Europese verdragen te schenden.


Dr. mr. Ph. Kiiver
Dr. mr. Ph. Kiiver is universitair hoofddocent Europees en vergelijkend constitutioneel recht aan de Universiteit Maastricht/Montesquieu Instituut Maastricht. philipp.kiiver@maastrichtuniversity.nl
Artikel

‘De Tweede Kamermethode’: versterkte parlementaire invloed op Europese besluitvorming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Tweede Kamer, EU-besluitvorming, subsidiariteit, behandelvoorbehoud, BNC-fiche, gele kaart, nationale parlementen
Auteurs Drs. J. Kester en Dr. M. van Keulen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen jaren heeft de Kamer haar betrokkenheid bij Europese ontwikkelingen en wetgevende voorstellen aanzienlijk versterkt. Vanuit hun ervaring in de EU-staf beschrijven de auteurs hoe de Tweede Kamer Europese besluitvormingsprocessen beïnvloedt. In de decentrale aanpak blijft de betrokkenheid niet beperkt tot de woordvoerders Europa. Instrumenten als de subsidiariteitstoets en het recent ingevoerde behandelvoorbehoud worden uiteengezet. Dit wordt toegelicht met praktijkcases van een ‘vakcommissie’ die veel meer is gaan doen aan de Europese Unie: Sociale zaken. De Kamerinbreng wordt minder juridisch-technisch en meer politiek. Soms wat korter door de bocht, maar een duidelijke bijdrage aan de politisering van het EU-beleid.


Drs. J. Kester
Drs. J. Kester was van 2008 t/m 2010 EU-adviseur van de Tweede Kamer en griffier van de Tijdelijke commissie subsidiariteitstoets. Hij was eerder werkzaam bij de Europese Commissie en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. jkester@minszw.nl

Dr. M. van Keulen
Dr. M. van Keulen is griffier van de vaste commissie voor Europese zaken en coördinator van de EU-staf van de Tweede Kamer; hiervoor was zij verbonden aan onder meer het Instituut Clingendael en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. m.vkeulen@tweedekamer.nl
Artikel

De veranderende rol van nationale parlementen in de Europese Unie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden nationale parlementen, Europese verdragen, gescheiden bestuurslagen, Economische en Monetaire Unie
Auteurs Drs. Th.J.A.M. de Bruijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een historische schets gegeven van de positie die nationale parlementen hebben ingenomen in de opeenvolgende Europese verdragen, van het Verdrag van Rome (1957) tot en met dat van Lissabon (2009). Daarbij wordt duidelijk hoe groot de weerstand was en is tegen een rechtstreekse invloed van de nationale parlementen op het Europese besluitvormingsproces en welke institutionele principes aan dat verzet ten grondslag liggen. Recent hebben de pogingen van de Europese Unie (en in het bijzonder die van de landen van de eurozone) om grip te krijgen op de schuldencrisis geleid tot een discussie over de vraag of de steeds grotere bemoeienis vanuit Brussel met het begrotingsbeleid van de lidstaten de fundamentele bevoegdheden van de nationale parlementen niet uitholt. Mede in dat verband oppert de auteur ten slotte enkele ideeën voor een versterkte rol van de nationale parlementen bij de verdere vormgeving van de Economische en Monetaire Unie.


Drs. Th.J.A.M. de Bruijn
Drs. Th.J.A.M. de Bruijn is Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. t.debruijn@raadvanstate.nl
Artikel

De Dienstenrichtlijn: nieuwe hoofdbrekens bij de implementatie door de (gemeentelijke) wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Europese proportionaliteitstoets, Europese begrip openbare orde, criteria van artikel 16 DRL, distributie van goederen, Dienstenrichtlijn
Auteurs Prof. dr. B. Hessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de implementatie van de Dienstenrichtlijn in de Dienstenwet is de positie van de eigen onderdanen verduidelijkt: de regels van de Dienstenrichtlijn worden ook op hen toegepast. Zowel de centrale als de decentrale wetgevers hebben ervoor gekozen de eisen van artikel 16 DRL, voor tijdelijke dienstverleners, als vertrekpunt te nemen en – zo nodig – ook toe te passen op de dienstverleners die zich vestigen en op de eigen dienstverleners.Bij de screening van de gemeentelijke Model-APV door de VNG is dat niet goed verlopen. De VNG heeft geen rekening gehouden met de Europese betekenis van het proportionaliteitsbeginsel en met de enge interpretatie van het Europese begrip openbare orde. De argumentatie om de betreffende gemeentelijke vergunningen onder de Dienstenrichtlijn te handhaven is daardoor niet Europa-proof en kan door dienstverleners (ook Nederlandse!) via de nationale rechter worden aangevochten. De criteria van artikel 16 DRL laten ten onrechte geen ruimte om de toegang tot dienstenmarkten te beperken uit een oogpunt van criminaliteitsbestrijding. Er worden in de Nederlandse wetgeving en rechtspraak intussen twee tegenstrijdige opvattingen gevolgd over de distributie van goederen en de relatie tot de Dienstenwet. Dit vraagt om een oplossing.


Prof. dr. B. Hessel
Prof. dr. B. Hessel is bijzonder hoogleraar Europees recht en decentrale overheden aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en wetenschappelijk adviseur van het Kenniscentrum Europa Decentraal.
Artikel

De Dienstenwet en het algemeen bestuursrecht

Een ménage à trois!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Dienstenwet, implementatie, elektronische vergunningsprocedure, lex silencio positivo
Auteurs Drs. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dat de Europese richtlijn grote gevolgen heeft voor ons nationale bestuursrecht, staat buiten kijf. In deze bijdrage gaat de auteur in op de driehoeksverhouding die bestaat tussen de richtlijn, de Dienstenwet en de Awb, ten aanzien van de elektronische afwikkeling van vergunningaanvragen en de te volgen besluitvormingsprocedure. Zij wijst op een aantal spanningen die thans bestaan tussen de Awb en de richtlijn en gaat in op de vraag hoe deze kunnen worden opgelost. Daarnaast bepleit zij dat zou moeten worden bekeken in hoeverre bepalingen uit de Dienstenwet, met name aangaande het elektronisch verkeer, zouden kunnen worden geïntegreerd in de Awb, mede gelet op de ontwikkelingen op het gebied van Europees (bestuurs)recht.


Drs. M.R. Botman
Drs. M.R. Botman is promovenda aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het VU University Amsterdam Centre for Law and Governance. Zij doet onderzoek naar de tenuitvoerlegging van de Dienstenrichtlijn in Nederland.
Artikel

De implementatie voorbij: wetgeving en de Dienstenrichtlijn sinds 28 december 2009

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, verplichtingen na implementatie, aansluiting nationale regelgeving, lex silencio positivo
Auteurs Mr. J. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de implementatietermijn van de Dienstenrichtlijn is afgelopen, moet de Nederlandse rechtsorde aan de Dienstenrichtlijn voldoen. Deze bijdrage behandelt een aantal verplichtingen van de Dienstenrichtlijn waar de opstellers van wet- en regelgeving mee te maken kunnen krijgen en de knelpunten die kunnen ontstaan bij de afstemming van regelgeving op de Dienstenrichtlijn. Bepaalde regels waar dienstverrichters aan moeten voldoen kunnen alleen onder voorwaarden worden gesteld en moeten aan de Europese Commissie worden gemeld. Op het terrein van vergunningen verdient de ‘positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen’, ook wel lex silencio positivo, bijzondere aandacht. Deze bijdrage geeft een overzicht van de verschillende wettelijke regimes die van toepassing kunnen zijn op dit terrein. De aansluiting van nationale regelgeving op de Dienstenrichtlijn vergt met name een oplettendheid van de opstellers van wet- en regelgeving, door in een vroeg stadium na te denken over het mogelijke effect van een te overwegen regel op de verrichting van diensten. Op Europees niveau worden naar aanleiding van de Dienstenrichtlijn vervolgstappen gezet voor het verder wegnemen van belemmeringen voor het vrij verkeer van diensten binnen de Europese Unie, die in de toekomst tot nieuwe regelgeving kunnen leiden.


Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is wetgevingsjurist bij de sector Wetgevingskwaliteitsbeleid van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Systeem in het financiële toezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden bankentoezicht, systeemtoezicht, risicogebaseerd toezicht, systeemrisico, stelselbreed toezicht, zelfregulering
Auteurs Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt en Mr. drs. M.W. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de lessen die algemeen getrokken wordt uit de huidige financiële crisis is dat wereldwijd te weinig aandacht besteed is aan risico-opbouw in het financiële stelsel als geheel. In dit artikel wordt verkend op welke wijze de Nederlandse wetgever en toezichthouders geconstateerde lacunes in regelgeving en praktijk aanvullen. Gekeken wordt met name hoe De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toezicht houden op de bedrijfsvoering van financiële instellingen (systeemtoezicht), welke accenten daarin zijn aangebracht als gevolg van de crisis, en hoe dit toezicht kan bijdragen aan het bewaken van het financiële stelsel als geheel (stelselbreed toezicht). De conclusie luidt dat voor herstel van vertrouwen in de financiële sector – fundament van systeemtoezicht – een eenvoudiger structuur van financiële instellingen, markten en producten noodzakelijk is.


Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt
Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. a.j.c.demoor-vanvugt@uva.nl

Mr. drs. M.W. Wessel
Mr. drs. M.W. Wessel is promovenda staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. m.w.wessel@uva.nl
Artikel

Het Europese toezicht op de financiële markten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Europese toezichthouders, nationale toezichthouders, financiële instellingen, markttoezicht, financiële markten
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari jl. heeft zich een ingrijpende verandering voorgedaan in het financiële toezichtlandschap. Per die datum zijn de Europese netwerken van nationale toezichthouders omgevormd tot zelfstandige, Europese toezichthouders (de European Financial Supervisors). Hoewel de nationale toezichthouders primair verantwoordelijk blijven voor het toezicht op de financiële instellingen volgens het home country-model, heeft zich een belangrijke verschuiving van enkele toezichttaken van nationaal niveau naar Europees niveau voorgedaan. Een duidelijke tendens naar meer Europeanisering en centralisering is zich aan het voltrekken. Deze trend doet zich niet alleen in de financiële sectoren voor, maar doet tevens opgeld in andere sectoren van het markttoezicht. In dit artikel zal deze nieuwe toezichtarchitectuur voor de financiële sectoren aan de orde komen en de bevoegdheidsverdeling tussen nationale en Europese toezichthouders worden geschetst.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college OPTA (Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit). a.t.ottow@uu.nl
Artikel

Beleidsevaluatie ex ante en rechtsvergelijking

Perspectief voor een integrale en internationaal vergelijkende beoordeling van nieuw beleid en wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden beleidsevaluatie, beleidsanalyse, rechtsvergelijking, impact assessment
Auteurs Dr. P. van der Knaap, Dr. R.W. Turksema en Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec
SamenvattingAuteursinformatie

    Een systematische analyse en beoordeling van de te verwachten maatschappelijke baten en andere effecten van beleidsalternatieven in relatie tot de maatschappelijke kosten. Dat is kort gezegd de formele omschrijving van beleidsevaluatie ex ante. Beleidsevaluatie ex ante is evenals rechtsvergelijking van belang om goed onderbouwde beslissingen te kunnen nemen over het te voeren beleid en daar achteraf op een goede wijze verantwoording over te kunnen afleggen. Recentelijk heeft de rijksoverheid in dat kader met het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) een nieuw initiatief genomen.Deze bijdrage gaat in op het belang van ex-antebeleidsevaluatie en rechtsvergelijking voor goed en verantwoord ‘evidence-based’ beleid. We beschrijven de stappen die hierbij van belang zijn en gaan daarbij in op de rol die rechtsvergelijking kan spelen. Vervolgens gaan we in op de ervaringen die binnen de Europese Commissie en het Verenigd Koninkrijk de laatste jaren zijn opgedaan met zogeheten ‘impact assessments’: integrale ex-antebeoordelingen van de effecten van beleidsmaatregelen. We eindigen met enkele conclusies over de wenselijkheid om beleids- en wetsvoorstellen integraal op hun merites te beoordelen en over de meerwaarde van rechtsvergelijking in een wetgevingsarena die steeds internationaler wordt.


Dr. P. van der Knaap
Dr. P. van der Knaap is directeur doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. peter.vanderknaap@rekenkamer.nl

Dr. R.W. Turksema
Dr. R.W. Turksema is specialist doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. r.turksema@rekenkamer.nl

Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec
Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec is senioronderzoeker bij de Algemene Rekenkamer. simone.melis@rekenkamer.nl
Artikel

Productieve misverstanden: rechtsvergelijking in toelichtingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden rechtsvergelijkend onderzoek, memorie van toelichting, voorbereiding van wetgeving, motivering, argumentatie
Auteurs Dr. N.A. Florijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Moet rechtsvergelijkend onderzoek dat uitgevoerd en gebruikt is bij het voorbereiden van een wetsvoorstel, worden verantwoord in de memorie van toelichting? Het antwoord op deze vraag is dat zo’n verantwoording wel nuttig kan zijn als daarmee de voorgestelde regeling toegelicht kan worden. Bijvoorbeeld door met buitenlandse voorbeelden te laten zien welke problemen er spelen en wat voor oplossingen daarvoor mogelijk zijn. Of door argumenten aan te dragen ter motivering van het voorstel. Zelfs kunnen die rechtsvergelijkende argumenten worden benut bij de afweging van de argumenten en het formuleren van de conclusie dat het voorstel passend en juist is. Aan de hand van enkele voorbeelden wordt getoond hoe die verantwoording kan geschieden.


Dr. N.A. Florijn
Dr. N.A. Florijn is programmamanager bij de Academie voor Wetgeving. n.florijn@acwet.nl
Artikel

Inspiratie uit het buitenland?

Enkele praktische ervaringen over de betekenis van rechtsvergelijking voor de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden rechtsvergelijking, wetgeving, methoden van onderzoek, interpretatie EU-recht
Auteurs Prof. dr. Ch.W. Backes
SamenvattingAuteursinformatie

    De betekenis van rechtsvergelijkend onderzoek voor de wetgevingspraktijk lijkt toe te nemen. Dat ligt aan het besef dat ook in andere lidstaten dezelfde vragen met betrekking tot de interpretatie en omzetting van het Europees recht spelen. Het heeft ook te maken met de noodzaak precies te weten waartoe het EU-recht verplicht indien men, zoals thans doel van het beleid, zeker wil voorkomen dat Nederland meer doet dan Europeesrechtelijk strikt vereist. Rechtsvergelijkend onderzoek mag niet beperkt blijven tot law in books, maar moet ook aantonen hoe het recht in de praktijk in het buitenland werkt.


Prof. dr. Ch.W. Backes
Prof. dr. Ch.W. Backes is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht. chris.backes@maastrichtuniversity.nl
Artikel

Grondwet, democratische rechtsstaat en internationale rechtsorde

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Staatscommissie, Grondwet, buitenlandse betrekkingen, internationale rechtsorde, democratische rechtsstaat
Auteurs Mr. drs. J.W.A. Fleuren
SamenvattingAuteursinformatie

    De in 1953 in de Grondwet (Gw) opgenomen bepalingen over het staatsrecht der buitenlandse betrekkingen zijn verrassend adequaat gebleken. Dat laat onverlet dat meer dan een halve eeuw na hun totstandkoming een onderhoudsbeurt geen kwaad kan. Anders dan een deel van de Staatscommissie Grondwet meent, zijn extra grondwetsbepalingen die het Nederlands constitutioneel recht beschermen tegen opdringerig internationaal en Europees recht echter niet nodig en niet verstandig.


Mr. drs. J.W.A. Fleuren
Mr. drs. J.W.A. Fleuren is universitair hoofddocent Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. J.Fleuren@jur.ru.nl
Artikel

De versterking van de symbolische kracht van de Grondwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Grondwet, preambule, misbruik, grondrechten, symboliek, toetsing, Staat
Auteurs Mr. A. Rouvoet en Mr. J. Pot
SamenvattingAuteursinformatie

    De normerende kracht van de Grondwet hangt mede af van de versterking van de symbolische werking daarvan. De Staatscommissie Grondwet heeft hiervoor helaas geen oog. De auteurs komen daarom met enkele aanvullingen op het advies van de Staatscommissie: in navolging van internationale mensenrechtenverdragen kan een preambule verwoorden dat de verwerkelijking van onze rechten en vrijheden niet alleen een zaak is van de overheid, maar ook van de samenleving. Het opnemen van een antimisbruikbepaling in de Grondwet geeft richting hoe met negatief gebruik van grondrechten in rechtsstatelijke zin om te gaan.


Mr. A. Rouvoet
Mr. A. Rouvoet is voorzitter van de Christen-Uniefractie in de Tweede Kamer.

Mr. J. Pot
Mr. J. Pot is ambtelijk secretaris van de ChristenUnie-fractie in de Tweede Kamer. j.pot@tweedekamer.nl
Artikel

Een algemene periodieke keuring van de nationale grondrechten

Korte analyse van de grondrechtenparagraaf van de Staatscommissie Grondwet 2009/2010

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Staatscommissie, Grondwet, grondrechten, mensenrechten, toegevoegde waarde
Auteurs Mr. dr. R. Nehmelman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staatscommissie Grondwet doet in haar rapport enkele prikkelende voorstellen tot het opnemen van nieuwe grondrechtelijke bepalingen. In een korte analyse van de grondrechtenparagraaf staat de auteur kritisch stil bij de specifieke voorstellen die de Staatscommissie over de grondwettelijke grondrechten doet. Geconcludeerd wordt dat een beperkt aantal van deze voorstellen dient te worden nagevolgd. De meerderheid van de voorgestelde vernieuwingen heeft volgens de auteur echter geen toegevoegde waarde ten opzichte van de huidige nationale en internationale grondrechtenbescherming.


Mr. dr. R. Nehmelman
Mr. dr. R. Nehmelman is universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht. r.nehmelman@uu.nl
Artikel

Politieke rationaliteit in het wetgevingsproces

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden politieke rationaliteit, wetgevingsproces, juridische rationaliteit, economische doelmatigheid, wetenschappelijke effectiviteit
Auteurs D.P. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuw kabinet vraagt om nieuwe wetten. Het regeerakkoord zal zeker, zoals regeerakkoorden nu eenmaal plegen te doen, leiden tot nieuwe wetgevende arbeid. Maar niet alleen de kabinetsvoornemens doen dat. Beleidsterreinen hebben ook een eigen dynamiek die om actie vraagt. Het recht ordent de samenleving, maar het verkeer in de samenleving kan ook tot nieuwe rechtsverhoudingen leiden. Beleid komt tot stand aan de hand van ideeën en impulsen die afkomstig zijn uit de samenleving, of uit de behoefte van beleidsmakers en politici om zaken bij te sturen. Snellen heeft ons geleerd dat dat beleid tot stand komt aan de hand van verschillende rationaliteiten, de politieke opportuniteit, de economische doelmatigheid, de wetenschappelijke effectiviteit en de juridische rationaliteit. De vraag is, in hoeverre de politieke en de juridische rationaliteit randvoorwaarden voor elkaar zijn en of de rivaliteit tussen deze rationaliteiten, ook als er geen sprake is van ‘systematische overschrijding’ en ‘rampen of wantoestanden’, maatschappelijk gezien niet leidt tot suboptimale uitkomsten. Aan de hand van enkele recente voorbeelden wordt getracht te beredeneren hoe de juridische en de politieke rationaliteit in het wetgevingsproces zich tot elkaar verhouden en wat dat betekent voor de totstandkoming van de wetgeving.


D.P. van den Bosch
D.P. van den Bosch is raadsadviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties. Dick.Bosch@minbzk.nl
Artikel

Vertrouwen in een lerende wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden wetgevingsbeleid, vertrouwen, regeldruk, zelfregulerend vermogen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren is in het wetgevingsbeleid het begrip vertrouwen centraal komen te staan. Vertrouwen zou de sleutel zijn tot de ‘regellichte samenleving’. De idee hierachter is dat je in een samenleving van ‘high trust’ minder regels nodig hebt. Professionals in het onderwijs, de politie, de zorg enzovoort zouden daarom meer keuze- en beslissingsvrijheid moeten krijgen. Daarnaast wordt vaak verdedigd dat de overheid meer zaken over dient te laten aan de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en maatschappelijke organisaties. De vraag die de auteur aan de orde wil stellen, luidt daarom: in hoeverre is aannemelijk dat het gebrek aan vertrouwen bij de wetgever in het zelfregulerend vermogen van de samenleving een aanjager is voor toenemende regelverdichting?


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg. R.A.J.vanGestel@uvt.nl
Artikel

De formulering van rechtsnormen in wetsteksten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden formulering, rechtsnormen, deontische modaliteit, negatie, schrijfadvies
Auteurs Lic. K. Deschamps
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage doet verslag van een onderzoek naar de formulering van deontische concepten (bijvoorbeeld gebod, toestemming, verbod) en negatie in wetsteksten. Het onderzoek gebeurde op basis van een taalkundige analyse van een verzameling wetsteksten uit België en Nederland. Er wordt nader ingegaan op twee belangrijke bevindingen, namelijk het feit dat deontische concepten niet op een consequente manier uitgedrukt worden, en dat rechtsnormen soms nodeloos negatief geformuleerd worden. Telkens worden enkele suggesties gedaan die de redactionele kwaliteit van wetsteksten op deze punten kunnen verbeteren.


Lic. K. Deschamps
Lic. K. Deschamps is als doctor-assistent verbonden aan de rechtsfaculteit van de Katholieke Universiteit Leuven, waar ze medewerking verleent aan het opleidingsonderdeel ‘Juridisch schrijven’. Karen.Deschamps@law.kuleuven.be
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.