Zoekresultaat: 51 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x Rubriek Artikel x
Artikel

Ambtshalve toetsing in hoger beroep

Over de omvang van het hoger beroep en het door de grieven ontsloten gebied

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2014
Trefwoorden hoger beroep, grievenstelsel, openbare orde, ambtshalve toetsing
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het arrest Heesakkers/Voets (HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691) is weer eens de vraag onder de aandacht gebracht welke plaats ambtshalve toetsing inneemt in het Nederlandse appelprocesrecht en meer in het bijzonder hoe die toetsing zich verhoudt tot het grievenstelsel. In hoeverre is de rechter in hoger beroep buiten de grieven om tot ambtshalve toetsing gehouden? De auteur geeft uitleg over de begrippen ‘omvang van het hoger beroep’ en ‘het door de grieven ontsloten gebied’ en bespreekt welke ruimte het Nederlandse appelprocesrecht biedt om ambtshalve te toetsen aan bepalingen van openbare orde. De in dit verband relevante procesrechtelijke begrippen blijken in literatuur en jurisprudentie niet altijd eenduidig te worden gebruikt, waardoor verwarring op de loer ligt. De auteur concludeert dat het oordeel van de Hoge Raad in Heesakkers/Voets past binnen het bestaande kader van de ambtshalve toetsing in hoger beroep aan de regels van openbare orde.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock is raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en medewerker van TCR.
Artikel

De verstekprocedure getoetst: een empirisch onderzoek naar de verstekprocedure in het licht van het KEI-programma

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden verstekprocedure, incassovordering, betalingsbevelprocedure, KEI-programma, empirisch onderzoek
Auteurs Prof. mr. X.E. Kramer, Mr. I. Tillema en Mr. dr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    Een groot deel van de civiele vonnissen eindigt in een verstekvonnis. Het fungeren van de verstekprocedure als algemene incassoprocedure is bekritiseerd. Zo heeft de commissie-Asser-Groen-Vranken voor de invoering van een nationale betalingsbevelprocedure gepleit. In het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI) wordt ervoor gekozen geen betalingsbevelprocedure in te voeren. De vraag is of het KEI-programma op dit punt de juiste keuzes maakt en wat mogelijke implicaties hiervan zijn. In deze bijdrage worden de belangrijkste bevindingen van uitgevoerd empirisch onderzoek naar de verstekprocedure gepresenteerd en in het licht hiervan de in het conceptwetsvoorstel gemaakte keuzes becommentarieerd.


Prof. mr. X.E. Kramer
Prof. mr. X.E. Kramer is als hoogleraar verbonden aan de Erasmus School of Law.

Mr. I. Tillema
Mr. I. Tillema is als promovenda verbonden aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. M.L. Tuil
Mr. dr. M.L. Tuil is als universitair docent verbonden aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Het algemene bewijsbeslag: de Hoge Raad heeft gesproken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden bewijsbeslag, exhibitieplicht, medewerkingsplicht, proces-verbaal, vrees voor verduistering
Auteurs Mr. N. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in haar bijdrage naar aanleiding van de beantwoording door de Hoge Raad van de prejudiciële vragen die werden gesteld over de (on)mogelijkheid van het leggen van bewijsbeslag in niet-IE-zaken het fenomeen ‘bewijsbeslag’. Zij schetst hierbij kort de voorgeschiedenis van de aan de Hoge Raad gestelde prejudiciële vragen. Vervolgens worden de door de Hoge Raad gegeven antwoorden besproken, waarbij de auteur vanuit de praktijk beschouwd af en toe een kritische aantekening plaatst. De auteur spreekt in haar conclusie de hoop uit dat de wetgever tot wetgeving zal overgaan.


Mr. N. de Boer
Mr. N. de Boer is werkzaam als Professional Support Lawyer op de sectie Dispute Resolution bij Houthoff Buruma te Rotterdam.
Artikel

Waar wringt het bij de wraking?

Over de voorgestelde vernieuwingen in de wrakingsprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden wraking
Auteurs Mr. dr. P. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het rechtsvergelijkend onderzoek naar de mogelijkheden tot herziening van de Nederlandse wrakingsprocedure van juli 2012 door wetenschappers van de universiteit Utrecht (Giesen e.a.) geanalyseerd voor zover het de civiele wrakingsregeling betreft. Na een beschrijving van de wrakingsregeling in artt. 36 e.v. Rv worden de voorstellen tot efficiëncyverhoging en tempering van oneigenlijk gebruik (het interne perspectief) besproken. Vervolgens worden de suggesties tot vergroting van het maatschappelijk draagvlak van het wrakingsinstrument (het externe perspectief) bezien . De conclusie is dat de voorstellen aangaande het interne perspectief zonder meer waardevol zijn, doch dat die aangaande het externe perspectief minder aanspreken.


Mr. dr. P. Smits
Mr. dr. P. Smits is advocaat bij ING Bank te Amsterdam.
Artikel

Een beperkte mate van zekerheid

Over de betekenis van accountantsrapporten in de civiele procedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden accountant, accountantsverklaring, bewijs
Auteurs Mr. H. de Hek
SamenvattingAuteursinformatie

    In de civiele procedure leggen partijen geregeld ter onderbouwing van hun stellingen een rapport van een accountant over. In dit artikel wordt ingegaan op de vraag wat de waarde, de bewijskracht van een dergelijk rapport is. Aan de hand van de voor accountants geldende gedragsregels en de tuchtrechtelijke jurisprudentie wordt beschreven aan welke vereisten accountantsrapporten die in een civiele procedure worden ingebracht, dienen te voldoen. Duidelijk is dat niet elk accountantsrapport dezelfde waarde heeft. Het artikel bevat enkele vragen die de civiele rechter zich kan stellen wanneer hij wordt geconfronteerd met een accountantsrapport. Beantwoording van deze vragen helpt de rechter bij de waardering van het rapport.


Mr. H. de Hek
Mr. H. de Hek is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (locatie Leeuwarden, afdeling civiel) en plaatsvervangend rechterlijk lid van de Accountantskamer.
Artikel

Remission in de nieuwe arbitragewet

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Remission, Terugverwijzing, Vernietiging, Herroeping, Arbitrage
Auteurs Mr. N. Peters en Mr. B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan de auteurs in op de voorgestelde mogelijkheid van remission in de nieuwe arbitragewet. Daarbij signaleren zij een aantal mogelijke onduidelijkheden en discussiepunten. Zij trachten daar antwoorden op te geven en stellen een aantal oplossingen voor. De auteurs concluderen dat de mogelijkheid van remission bijdraagt aan een efficiënte(re) procesvoering. Daarom valt zij toe te juichen.


Mr. N. Peters
Mr. N. Peters is advocaat bij Banning N.V. alsmede docent en buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. B. van Zelst
Mr. Van Zelst is docent aan de Radboud Universiteit.
Artikel

De openbaarheid van de civiele procedure

Mag het een onsje meer zijn?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Openbaarheid, Achter gesloten deuren, inzage in vonnissen, inzage in processtukken, recht op privéleven
Auteurs Mr. R.R. Verkerk en Mr. R.A. Woutering
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt de grondslagen van het beginsel van openbaarheid en de beperkingen die daaraan kunnen en mogen worden gesteld. Hoewel openbaarheid van de procedure in de Grondwet en artikel 6 EVRM is voorgeschreven, is zij immers niet absoluut. Indien sprake is van een botsing met andere fundamentele rechten, zoals het recht op een privéleven, is maatwerk geboden. De auteurs bepleiten dat op enkele punten meer openheid van zaken gewenst is.


Mr. R.R. Verkerk
Mr. R.R. Verkerk is advocaat bij Houthoff Buruma.

Mr. R.A. Woutering
Mr. R.A. Woutering is advocaat bij Houthoff Buruma.

Mr. J.F. de Groot
Jan Frans de Groot is advocaat en partner bij Houthoff Buruma in Amsterdam, tevens advocaat bij de Hoge Raad.
Artikel

Collectieve acties in het algemeen en de WCAM in het bijzonder

Verslag van de voorjaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden WCAM, collectieve actie, art. 3:305a BW, nadeelcompensatie, motie Dijksma
Auteurs Mr. J.H. van Dam-Lely en Mr. A.N.L. de Hoogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de voorjaarsvergadering 2012 van de Nederlandse Vereniging van Procesrecht over ‘Collectieve acties in het algemeen en de WCAM in het bijzonder’. In drie inleidingen wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan (1) de toepassing van de WCAM vanuit het perspectief van de rol en de taak van de rechter, (2) knelpunten rond de oproeping en aankondiging als bedoeld in art. 1013 lid 5 en 1017 lid 3 Rv en de vraag of het verbod van art. 3:305a BW zou moeten worden afgeschaft (motie Dijksma), en (3) de afwikkeling van massaschade in het bestuursrecht, in het bijzonder door nadeelcompensatie.


Mr. J.H. van Dam-Lely
Mr. J.H. van Dam-Lely is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus School of Law, sectie burgerlijk recht.

Mr. A.N.L. de Hoogh
Mr. A.N.L. de Hoogh is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus School of Law, sectie burgerlijk recht.
Artikel

Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad, valkuilen voor de Hoge Raad

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Rol van de feitenrechter, Prejudiciële vragen, Empirisch onderzoek
Auteurs S.S. van Kampen LLB en Prof. mr. I. Giesen
SamenvattingAuteursinformatie

    De ‘Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad’ maakt het voor de feitenrechter mogelijk om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. In het onderhavige empirische onderzoek stond de rol van die feitenrechter centraal: zou de feitenrechter tijdig herkennen dat zich de mogelijkheid van een prejudiciële vraag aandient, zou deze vervolgens op de juiste wijze de juiste vraag stellen en zou deze tevens bereid zijn de vraag te stellen? De belangrijkste les is dat het succes of falen van de nieuwe wet staat of valt met hoe de Hoge Raad als ‘leidinggevende’ de handschoen oppakt.


S.S. van Kampen LLB
S.S. van Kampen, LLB is student aan de Legal Research Master van de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. I. Giesen
Prof. mr. I. Giesen is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Utrecht, en als onderzoeker verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en aan UCALL, het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law. Hij is tevens raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Den Bosch.
Artikel

Massaschadeafwikkeling door een Belgische bril

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Massaschade, class action, België
Auteurs Dr. mr. S. Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    Massaschadeafwikkeling door een Belgische bril door dr. mr. Stefaan VoetNaar aanleiding van het voornemen van de Belgische minister van Consumentenzaken om een class action in het leven te roepen, worden in deze bijdrage vier bouwstenen besproken die nakende debat kunnen sturen. Vooreerst wordt verdedigd dat een class action moet worden ingesteld door een “ideological plaintiff”. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de vraag hoe de groepsleden van de procedure in kennis moeten worden gesteld, waarbij het begrijpelijk karakter van die kennisgeving wordt benadrukt. Daarnaast wordt verdedigd dat opt-out de regel moet zijn, en opt-in de uitzondering. Tot slot wordt de rol van de rechter als actieve casemanager besproken.


Dr. mr. S. Voet
Dr. mr. S. Voet is verbonden aan het Instituut voor Procesrecht van de Universiteit Gent en werkzaam als advocaat aan de balie van Brugge.
Artikel

Fundamentele herbezinning

Naar aanleiding van de reactie van mr. M. Stolp

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2012
Auteurs Mr. R.A. Dozy
Auteursinformatie

Mr. R.A. Dozy
Mr. R.A. Dozy is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem.
Artikel

De in beginsel strakke regel

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Hoger beroep, In beginsel strakke regel, Grieven, Nieuwe weer, Eiswijziging, Nieuw feit
Auteurs Mr. drs. B.T.M. van der Wiel
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. drs. B.T.M. van der Wiel
Mr.drs. B.T.M. van der Wiel is advocaat bij Houthoff Buruma
Artikel

De voorlopige voorziening hangende de bodemprocedure. De reikwijdte van art. 223 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Voorlopige voorziening, art. 223 Rv, Exhibitievordering art. 843a Rv, Opheffing beslag, Voorschot
Auteurs Mr. J.H. van Dam-Lely
SamenvattingAuteursinformatie

    In de jurisprudentie voorkomende 223 Rv vorderingen worden beoordeeld op hun geschiktheid voor een voorlopige voorziening die samenhangt met de hoofdzaak en geldt voor de duur van de procedure. Een voorschot op de hoofdvordering leent zich voor een voorlopige voorziening voor zover de vordering voldoet aan de randvoorwaarden van art. 223 Rv. De vorderingen die geen voorschot inhouden blijken veelal ongeschikt zijn voor een voorlopige voorziening ex art. 223 Rv. Beargumenteerd wordt waarom de exhibitievordering van art. 843a Rv en de vordering tot opheffing van beslag (die geen ‘voorschot’ is) ongeschikt zijn voor de voorlopige voorziening ex art. 223 Rv.


Mr. J.H. van Dam-Lely
Mr. J.H. van Dam-Lely is wetenschappelijk docent privaatrecht Erasmus School of Law.


Mr. Denise Ozmis
Mr. D. Ozmis is Claims Manager bij AkzoNobel.

Prof. mr. I.N. Tzankova
Prof. mr. I.N. Tzankova is bijzonder hoogleraar collectieve rechtspleging en rechtsvergelijking aan de Universiteit van Tilburg en advocaat te Amsterdam.


Mr. R.A. Dozy
Mr. R.A. Dozy is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem.
Artikel

Kroniek

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2012
Auteurs Mr. E.L. Schaafsma-Beversluis

Mr. E.L. Schaafsma-Beversluis
Artikel

De procedure na cassatie en verwijzing

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2012
Trefwoorden cassatie, verwijzing, bindende eindbeslissing, procesrecht
Auteurs Mr. N.T. Dempsey
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is weinig concreet geweest in het regelen van het verdere verloop van een procedure nadat de Hoge Raad heeft gecasseerd en verwezen. In deze bijdrage wordt aan de hand van de jurisprudentie van de Hoge Raad en recente ontwikkelingen daarin een uiteenzetting gegeven van de beperkingen waarmee verwijzingsrechter en partijen rekening moeten houden bij de voortzetting van het geding na cassatie en verwijzing.


Mr. N.T. Dempsey
Mr. N.T. Dempsey is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

Vreemdelingenbetekening: van goed tot beter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden kantoorbetekening, dagvaardingstermijn, controle status, adres advocaat
Auteurs Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de NJ 2010, 111 en NJ 2011, 368 en 369 zijn de belangrijke consequenties bestudeerd voor de betekeningspraktijk. In grensoverschrijdende zaken volstaat kantoorbetekening (art. 63 Rv) voor het aanwenden van een rechtsmiddel. De gewone dagvaardingstermijn van 1 week is voldoende (art. 114 Rv.). Wel kan de praktijk van de kantoorbetekening tot uitvoeringsperikelen leiden, met mogelijk onaangename verrassingen.


Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Artikel

De erkenning en tenuitvoerlegging van Europese beslissingen in het licht van de Europese beginselen van procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden wederzijds vertrouwen, erkenning, tenuitvoerlegging, art. 6 EVRM, art. 47 EU-Handvest, exequaturprocedure
Auteurs Mr. M. Freudenthal
SamenvattingAuteursinformatie

    Gebaseerd op het beginsel van ‘wederzijds vertrouwen’ dat EU-staten in elkaars rechtspraak geacht worden te hebben, wordt de grensoverschrijdende erkenning en tenuitvoerlegging van civiele beslissingen binnen de EU gaandeweg vereenvoudigd, dat deze beslissingen geen exequaturprocedure behoeven. Ter bescherming van de (niet verschenen) gedaagde dienen de procesrechtelijke beginselen van art. 6 EVRM en art. 47 EU-Handvest hierbij ijkpunt te zijn. Centraal staat het beginsel van ‘hoor en wederhoor’ dat in de EET-Vo gewaarborgd is o.m. door aan de betekening minimumvereisten te verbinden. In deze bijdrage wordt nagegaan of de balans tussen deze vereenvoudiging en de waarborgen die opgenomen zijn ter bescherming van de gedaagde evenwichtig is.


Mr. M. Freudenthal
Mr. M. Freudenthal is honorair hoofdonderzoeker aan het Molengraaff Instituut te Utrecht.
Toont 1 - 20 van 51 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.