Zoekresultaat: 9 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x Jaar 2013 x Rubriek Artikel x
Artikel

Een beperkte mate van zekerheid

Over de betekenis van accountantsrapporten in de civiele procedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden accountant, accountantsverklaring, bewijs
Auteurs Mr. H. de Hek
SamenvattingAuteursinformatie

    In de civiele procedure leggen partijen geregeld ter onderbouwing van hun stellingen een rapport van een accountant over. In dit artikel wordt ingegaan op de vraag wat de waarde, de bewijskracht van een dergelijk rapport is. Aan de hand van de voor accountants geldende gedragsregels en de tuchtrechtelijke jurisprudentie wordt beschreven aan welke vereisten accountantsrapporten die in een civiele procedure worden ingebracht, dienen te voldoen. Duidelijk is dat niet elk accountantsrapport dezelfde waarde heeft. Het artikel bevat enkele vragen die de civiele rechter zich kan stellen wanneer hij wordt geconfronteerd met een accountantsrapport. Beantwoording van deze vragen helpt de rechter bij de waardering van het rapport.


Mr. H. de Hek
Mr. H. de Hek is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (locatie Leeuwarden, afdeling civiel) en plaatsvervangend rechterlijk lid van de Accountantskamer.
Artikel

Remission in de nieuwe arbitragewet

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Remission, Terugverwijzing, Vernietiging, Herroeping, Arbitrage
Auteurs Mr. N. Peters en Mr. B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan de auteurs in op de voorgestelde mogelijkheid van remission in de nieuwe arbitragewet. Daarbij signaleren zij een aantal mogelijke onduidelijkheden en discussiepunten. Zij trachten daar antwoorden op te geven en stellen een aantal oplossingen voor. De auteurs concluderen dat de mogelijkheid van remission bijdraagt aan een efficiënte(re) procesvoering. Daarom valt zij toe te juichen.


Mr. N. Peters
Mr. N. Peters is advocaat bij Banning N.V. alsmede docent en buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. B. van Zelst
Mr. Van Zelst is docent aan de Radboud Universiteit.
Artikel

De openbaarheid van de civiele procedure

Mag het een onsje meer zijn?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Openbaarheid, Achter gesloten deuren, inzage in vonnissen, inzage in processtukken, recht op privéleven
Auteurs Mr. R.R. Verkerk en Mr. R.A. Woutering
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt de grondslagen van het beginsel van openbaarheid en de beperkingen die daaraan kunnen en mogen worden gesteld. Hoewel openbaarheid van de procedure in de Grondwet en artikel 6 EVRM is voorgeschreven, is zij immers niet absoluut. Indien sprake is van een botsing met andere fundamentele rechten, zoals het recht op een privéleven, is maatwerk geboden. De auteurs bepleiten dat op enkele punten meer openheid van zaken gewenst is.


Mr. R.R. Verkerk
Mr. R.R. Verkerk is advocaat bij Houthoff Buruma.

Mr. R.A. Woutering
Mr. R.A. Woutering is advocaat bij Houthoff Buruma.

Mr. H.F.M. Hofhuis
Mr. H.F.M. Hofhuis is oud-president van de rechtbanken ’s-Hertogenbosch en ’s-Gravenhage. Hij is thans rechter-plaatsvervanger in de Haagse rechtbank.

    Voor een partij die een schadeclaim boven het hoofd heeft hangen, kan het van strategisch belang zijn een negatieve verklaring voor recht te vorderen. De eiser van een dergelijke vordering kan in geval van een grensoverschrijdend geschil op basis van de EEX-Verordening ‘shoppen’ tussen bevoegde Europese gerechten. Nadat de vordering is ingesteld bij een bevoegde rechter, kan de eiser er in beginsel van uitgaan dat een later door de wederpartij aangezochte rechter zich onbevoegd verklaart. Indien een negatieve declaratoire vordering is toegewezen, dient deze uitspraak in beginsel in alle lidstaten te worden erkend.


Mr. J.S. Kooij
Mr. J.S. Kooij is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. J.F. de Groot
Jan Frans de Groot is advocaat en partner bij Houthoff Buruma in Amsterdam, tevens advocaat bij de Hoge Raad.

Mr. M.I. Hazelhorst
Monique Hazelhorst is promovenda aan de Erasmus School of Law.

Prof. mr. X.E. Kramer
Xandra Kramer is hoogleraar aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Collectieve acties in het algemeen en de WCAM in het bijzonder

Verslag van de voorjaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden WCAM, collectieve actie, art. 3:305a BW, nadeelcompensatie, motie Dijksma
Auteurs Mr. J.H. van Dam-Lely en Mr. A.N.L. de Hoogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de voorjaarsvergadering 2012 van de Nederlandse Vereniging van Procesrecht over ‘Collectieve acties in het algemeen en de WCAM in het bijzonder’. In drie inleidingen wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan (1) de toepassing van de WCAM vanuit het perspectief van de rol en de taak van de rechter, (2) knelpunten rond de oproeping en aankondiging als bedoeld in art. 1013 lid 5 en 1017 lid 3 Rv en de vraag of het verbod van art. 3:305a BW zou moeten worden afgeschaft (motie Dijksma), en (3) de afwikkeling van massaschade in het bestuursrecht, in het bijzonder door nadeelcompensatie.


Mr. J.H. van Dam-Lely
Mr. J.H. van Dam-Lely is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus School of Law, sectie burgerlijk recht.

Mr. A.N.L. de Hoogh
Mr. A.N.L. de Hoogh is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus School of Law, sectie burgerlijk recht.
Artikel

Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad, valkuilen voor de Hoge Raad

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Rol van de feitenrechter, Prejudiciële vragen, Empirisch onderzoek
Auteurs S.S. van Kampen LLB en Prof. mr. I. Giesen
SamenvattingAuteursinformatie

    De ‘Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad’ maakt het voor de feitenrechter mogelijk om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. In het onderhavige empirische onderzoek stond de rol van die feitenrechter centraal: zou de feitenrechter tijdig herkennen dat zich de mogelijkheid van een prejudiciële vraag aandient, zou deze vervolgens op de juiste wijze de juiste vraag stellen en zou deze tevens bereid zijn de vraag te stellen? De belangrijkste les is dat het succes of falen van de nieuwe wet staat of valt met hoe de Hoge Raad als ‘leidinggevende’ de handschoen oppakt.


S.S. van Kampen LLB
S.S. van Kampen, LLB is student aan de Legal Research Master van de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. I. Giesen
Prof. mr. I. Giesen is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Utrecht, en als onderzoeker verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en aan UCALL, het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law. Hij is tevens raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Den Bosch.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.