Zoekresultaat: 9 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x Rubriek Artikel x
Artikel

Hugo Sinzheimer en de collectieve arbeidsovereenkomst

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Labour relations, collective agreement, Sinzheimer
Auteurs Robert Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    The German lawyer / labour law professor Hugo Sinzheimer (1875-1945) has, in the first two decades of the twentieth century, contributed significantly to the legal recognition of the ‘collective labour agreement’. The imperative character of CLA provisions, now widely accepted all over the world, required a paradigmatic turn in the dominant private law perspective on labour relations. The paper tries to specify what made him able and prone to do this, both by reconstructing the legal and political discussion in Germany and the Netherlands and by relating elements of the process to social-scientific theories of institutional and intellectual innovation. I argue that his combination of commitments in various fields (legal practice, science, politics) allowed him to span the gap between the fields of labour relations and state law and to contribute to the constitutionalisation of labour relations.


Robert Knegt
Robert Knegt is als directeur onderzoek verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut, centrum voor onderzoek van ‘arbeid en recht’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet daar onderzoek naar de praktijk van arbeidsrechtelijke regelingen (ontslagrecht, flexwerk, arbeidstijden) en werkt aan een bij uitstek interdisciplinair project over ‘langetermijnontwikkelingen in de regulering van arbeid’. In 2008 verscheen The employment contract as an exclusionary device (Antwerp-Oxford-Portland: Intersentia).
Artikel

Henk Leenen: peetvader van het Nederlandse gezondheidsrecht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Health law, agenda-setting, formal and informal position, self-determination
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article paints Henk Leenen as the godfather of Dutch health law. Godfather because Leenendesigned his own version of health law, a version that is characterized by an emphasis on autonomy of the patient. And godfather because Leenen was one of the founders of the Dutch Association of Health Law and for many years the editor of its periodical. He succeeded to bind almost all health law scholars to this organization and his way of seeing health law. The article illustrates Leenen’s influence by describing his reading of autonomy in health law, by outlining his informal and formal position in the health law landscape and by sketching the coming into being and the content of two important laws: the Law on medical contracts and the Law on physician assisted death (‘euthanasia’).


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Zij geeft onderwijs in rechtssociologie, politieke theorie en wetsevaluatie. In haar onderzoek richt ze zich op de totstandkoming van recht, de sociale werking van recht en de relatie tussen beide. Qua onderwerpen gaat het daarbij onder andere om de regulering van het medisch handelen aan het einde van het leven en het rookverbod in de horeca.
Artikel

Juridische verkaveling van publieke taken: een historische vergelijking van dijkonderhoud en re-integratietaken

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden allotment, legal continuity, work reintegration, collective action
Auteurs Robert Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands the task of reintegrating partially disabled workers into the labour market, that used to be accomplished by collective institutions, has been redistributed by the government to private actors: those who were the last to employ these workers. It is pointed out that this policy choice implies reusing a medieval legal technique and that its use regenerates typical legitimacy problems. Building on Ostrom’s theory of ‘institutions for collective action’, a historical comparison of the organization of dyke maintenance in the Dutch bog peat areas of the 11th-13th centuries and of these recent policies reveals that both are to be analysed in terms of a ‘double allotment’: duties as to collective tasks are allotted to individual participants in a collectivity by linking them up with a preceding allotment of usage rights, legally formalized in terms of ‘private law’. While neoliberal ideology may account for the direction that recent reintegration policies have taken, it is only in the Netherlands that this legal technique has to such an extent been mobilized. This observation raises questions as to long-term continuities in Dutch policies.


Robert Knegt
Robert Knegt is als directeur onderzoek verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut, centrum voor onderzoek van ‘arbeid en recht’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet daar onderzoek naar de praktijk van arbeidsrechtelijke regelingen (ontslagrecht, flexwerk, arbeidstijden) en werkt aan een bij uitstek interdisciplinair project over ‘langetermijnontwikkelingen in de regulering van arbeid’. In 2008 verscheen The employment contract as an exclusionary device (Antwerp/Oxford/Portland: Intersentia).
Artikel

Cultuur en werkstijlen van private beveiligers: een vergelijking met politiecultuur

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden private security, police culture, private security culture, stress-coping model of police culture
Auteurs Jan Terpstra
SamenvattingAuteursinformatie

    To what extent do private security workers have a culture that is comparable to the police culture? To what extent can such a private security culture be explained by the use of the so-mentioned stress-coping model of police culture? This comparative survey of a sample of private security workers and a sample of police officers shows that contrary to popular assumptions of increasing similarities between police and private security cultures, in reality there are important differences. Private security workers have a much stronger focus on service tasks than police officers and are less oriented to crime fighting. The stress factors that contribute to a stronger police culture, can also contribute to a similar culture in private security. However, because these stress factors are much less prominent in private security, it may be assumed that such a police-like culture is almost absent among private security workers.


Jan Terpstra
Jan Terpstra is hoogleraar criminologie aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

Wonen, wijken en diversiteit

Een interpretatieve beleidsanalyse van de legitimering van de relatie tussen huisvesting en integratie in ‘probleemwijken’

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden legitimacy, housing, integration, interpretative policy analysis
Auteurs Marleen van der Haar en Ashley Terlouw
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we study ways in which the relationship between housing and integration of migrants are being justified and legitimated in policy documents from the cities of Arnhem and Nijmegen. Making use of a critical frame analysis, we are particularly interested in the assumptions made with regard to the preferred population composition of neighbourhoods, images of ‘normality’ and ‘the ideal society’. Based on the analysis of a set of policy documents (such as the most recent coalition agreement, housing policy document and several neighbourhood plans of each city) and a pilot study that includes interviews with local administrators and residents of twelve neighbourhoods, we found that most problems that are being related to residential segregation in neighbourhoods are defined in socio-economic terms. In general, the data show that the mixing of people with different socio-economic positions is thought to be the solution to this problem. References to migrants are mainly indirect: many documents mention that a large part of the poor people are migrants. The issue of integration is mostly dealt with in documents that focus on so-called ‘problem neighbourhoods’. We conclude that the desirability of diverse neighbourhoods in terms of types of housing and groups of people is widespread. Yet the assumptions on which these ideas are built remain largely implicit.


Marleen van der Haar
Marleen van der Haar is postdoc onderzoeker en docent bij het Institute for Management Research, Radboud Universiteit Nijmegen. Op dit moment doet zij (samen met Mieke Verloo en Iris van Huis) een studie naar organisaties in de publieke sector die projecten uitvoeren met als doel bepaalde mannen te emanciperen en te activeren. Hiervoor deed zij (samen met Dvora Yanow) aan de Vrije Universiteit onderzoek naar de implicaties van het gebruik van de beleidstermen allochtoon en autochtoon. In 2007 promoveerde zij op een proefschrift over de manieren waarop professionele repertoires van maatschappelijk werkers beïnvloed worden door hulpverlening aan een cultureel divers cliëntenbestand. Kenmerkend voor haar werk is het gebruik van een combinatie van kritische frameanalyse en etnografisch onderzoek.

Ashley Terlouw
Ashley Terlouw is hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij studeerde rechten aan de Universiteit Utrecht en werkte onder meer als wetenschappelijk medewerker bij het stafbureau Vreemdelingenzaken van de Rechtbank Den Haag en als hoofd van de afdeling Vluchtelingen bij Amnesty International Nederland. In 2003 promoveerde zij aan de Radboud Universiteit op een rechtssociologisch onderzoek naar samenwerking tussen vreemdelingenrechters. In de periode 2004-2008 was zij als commissielid verbonden aan de Commissie gelijke behandeling. Zij publiceert op het gebied van gelijke behandeling, rechtspleging en migratierecht.
Artikel

Van besluit tot beslechting: ervaringen van burgers met de bezwaarprocedure

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden objection procedure, procedural justice, citizens’ experiences, qualitative study
Auteurs Mirjan Oude Vrielink en Boudewijn de Waard
SamenvattingAuteursinformatie

    The GALA lays down general rules that in principle apply to the entire field of administrative law. If a decision by an administrative body can be appealed to a court, the general rule is that an objection procedure must be followed before the matter can be taken to court. Recently, research has been conducted to survey citizens’ experiences before and during objection procedures, as well as factors influencing these experiences. The research was divided into a quantitative research and a subsequent qualitative study to gain insight into the underlying mechanisms. The article reports about the major findings of the qualitative study.
    On the whole, the interviewees appreciated their treatment at the hearing. They indicated that they were able to expound their position (voice), that their arguments were taken seriously (trustworthiness), and that they were treated with respect (interpersonal respect). On these elements, the qualitative study paints a slightly rosier picture than the quantitative study.
    The most critical comments on the hearing we recorded concerned the attitude of those representing the administrative authority in cases that were considered by an independent committee. That attitude was often judged to be rigid and the respondents were annoyed by the appearance at the hearing of (‘yet’) another official than the one(s) they had previously been in contact with.
    Many administrative bodies have chosen to use an informal approach which implies the use of mediation skills, after an objection has been lodged. When informal resolution was attempted, the response of the interviewees concerned was by no means invariably positive, and in some cases even distinctly negative.
    The interviews showed that the objectors would have preferred to have had more information about the actual objection procedure in detail and in advance. A number of interviewees indicated that they felt very uncomfortable when certain procedural aspects were sprung on them, such as the presence of the opposing party (which they had not expected) and a medical examination being carried out. Ambiance matters. It was found that the perceived level of treatment could be influenced by subtle expressions of social etiquette. The research shows that objectors set great store by a proper reception and value the physical layout of the hearing venue.


Mirjan Oude Vrielink
Mirjan Oude Vrielink is bestuurskundige en promoveerde op een rechtssociologisch proefschrift. Zij werkt als senior onderzoeker aan de Universiteit Twente. In deze functie is zij momenteel betrokken bij twee projecten: ‘Burgers maken hun buurt’ en ‘Evaluatie Wijkcoaches Velve-Lindenhof’. Belangrijke thema’s in haar wetenschappelijke onderzoek zijn burgerparticipatie, zelfregulering en coregulering, horizontale verantwoording, goed bestuur en de rol van professionals. Met B.R. Dorbeck-Jung e.a. publiceerde zij recent het artikel ‘Contested hybridization of regulation: Failures of the Dutch regulatory system to protect minors from harmful media’ (Regulation and Governance 2010-4(2), p. 113-260).

Boudewijn de Waard
Boudewijn de Waard is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg. Daarvóór was hij verbonden aan de juridische faculteit van de Universiteit van Utrecht (1980-1991), laatstelijk als universitair hoofddocent. Van 1977 tot 1980 was Boudewijn de Waard advocaat te Utrecht.
Artikel

Dienstbodes in Saoedi-Arabië; intersectionaliteit en toegang tot het recht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden domestic workers, Saudi Arabia, patriarchy, access to justice
Auteurs Antoinette Vlieger
SamenvattingAuteursinformatie

    Domestic workers in Saudi Arabia suffer from severely limited access to justice, which affects the conflicts they may have with their employers. As there is no bargaining in the shadow of the law, the more powerful party, employer, can usually enforce their preferred outcome. This article focuses on the question of why domestic workers’ access to justice is so limited; are the underlying causes comparable to the ones in other countries, or does it concern an issue specific to Saudi Arabia? Literature on domestic workers points at both gender and citizenship as factors that weaken the position of these female migrant workers in many societies. This article discusses to what extent these two factors limit access to justice in Saudi Arabia and concludes with some critical remarks concerning the concept of intersectionality.


Antoinette Vlieger
Antoinette Vlieger is docent-onderzoeker aan de juridische faculteit van de Universiteit van Amsterdam. De afgelopen vijf jaar deed zij onderzoek naar conflicten tussen dienstbodes en hun werkgevers in Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Op 21 december aanstaande zal zij haar proefschrift hierover verdedigen. Zij heeft lesgegeven in verschillende juridische en metajuridische vakken. Hierna hoopt zij nieuw onderzoek te doen, bijvoorbeeld naar de vraag wat de verschillende relaties zijn tussen olie, migratiestromen en de ontwikkeling van arbeidsrecht. Ook hoopt zij te kunnen bijdragen aan de verbetering van de positie van met name vrouwen en migranten in het Midden-Oosten.
Artikel

Zorg, privaatrecht en publiekrecht: van ondersteuning naar handhaving, en terug

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden duty of care, regulation, liability law
Auteurs Eric Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    The relation between law and care has changed dramatically. Until recently this relation could be characterised as distant, supportive and respectful. This relation has undergone a paradigm shift. More and more and in many areas the notion of care is used by the lawmaker, to impose duties of care combined with enforcement. This implies a change from private law to administrative law. This development is undesirable, because it raises false expectations and, in the end, works counterproductive.


Eric Tjong Tjin Tai
Eric Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University. Hij is gepromoveerd op een juridisch-filosofisch onderzoek naar zorgplichten en zorgethiek. Zijn huidige onderzoek richt zich onder meer op het recht inzake dienstverlening, en de rol van het privaatrecht in de (markt)maatschappij, met bijzondere aandacht voor de betekenis van individuele verantwoordelijkheid en autonomie.
Artikel

Zorg en recht in de kinder- en jeugdpsychiatrie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden youth health care, child and adolescent psychiatry, rights of the child
Auteurs Vivianne Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Care, self determination and law in child psychiatry is a difficult combination. Three problems arise here: Bureau Jeugdzorg does not have a good working relationship with the doctors, bad coordination between professionals, and finally an unwarranted trust in protection within the family. It is argued that a ‘duty of special care’ for professionals might help. This should prevail over the right of self determination. A second improvement might be a ‘criterion of necessity’ that may overrule a lack of cooperation by the minor.


Vivianne Dörenberg
Vivianne Dörenberg is sinds september 2010 verbonden aan het EMGO Instituut/VUmc in Amsterdam en werkt als docent gezondheidsrecht voor de Vrije Universiteit. Daarvoor was ze werkzaam bij de rechtenfaculteit in Nijmegen, waar ze in mei van dit jaar promoveerde op het proefschrift Kind en stoornis. Een systematisch onderzoek naar de rechtspositie van minderjarigen in de kinder- en jeugdpsychiatrie.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.