Zoekresultaat: 12 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x Jaar 2010 x Rubriek Artikel x
Artikel

Zorg en recht, een ongelukkig begrippenpaar

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden legalization of health care, effects of legalization, distrust of medical professionals
Auteurs Bert Niemeijer en Nick Huls
SamenvattingAuteursinformatie

    Various developments since 1960 have lead to a legalization of care, especially the call for individual rights, emancipation, international treaties, the transformation of private problems to public issues and the diminishing authority of professionals. This legalization has important social consequences. Effects are both direct and indirect, positive and negative. The ‘rights revolution’ has gone too far and leads to unrealistic expectations of what law can do. Therefore a down-to-earth and empirical informed perspective on the relation between law and care is of great importance.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer werkt bij het ministerie van Veiligheid en Justitie als coördinator strategie en tevens als (bijzonder) hoogleraar rechtssociologie bij de afdeling Rechtstheorie van de Vrije Universiteit. Zijn onderzoek richt zich in het bijzonder op effecten van rechtspraak en wetgeving. Recente publicaties zijn Een wereld van geschillen. Over het gebruik van gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures (oratie, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007) en ‘Synthesising legislative evaluations – Putting the pieces together’, Evaluation, London, Sage Publications 2009, met C.M. Klein Haarhuis).

Nick Huls
Nick Huls is hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Leiden. Hij is onder meer geïnteresseerd in de ontwikkelingen van het tuchtrecht van vrije beroepen (zie M.A. Kleiboer & N.J.H. Huls, Tuchtrecht op de terugtocht? Ontwikkelingen in het wettelijke, niet hiërarchisch tuchtrecht, Utrecht: Lemma 2000).
Artikel

Dwang blijft wrang

Over vrijheid, verplichte zorg en de rol van het recht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden psychiatric patient rights, compulsary admission, duty of care
Auteurs Pieter Ippel
SamenvattingAuteursinformatie

    The position of patients facing forced hospitalization in a mental health clinic develops both in a soft and in a hard direction. On the one hand there is a soft current of more empathy with legal protection and on the other hand a harder current that leads to a growing number of forced measures. This involves three dilemmas. First, legal intervention touches only upon the fringe and not upon the core of psychiatric treatment. Second, the problematic relation with the criminal justice sector and third, a lack of concern for what happens after the decision of the judge. Quality based peer review has not developed well in this sector. Forced hospitalization will remain sour for the near future.


Pieter Ippel
Pieter Ippel is vanaf 2005 hoogleraar rechtsgeleerdheid bij de Roosevelt Academy in Middelburg, een Engelstalig Liberal Arts & Science College van de Universiteit Utrecht. Daarvoor was hij onder meer hoogleraar rechtstheorie in Utrecht. Hij studeerde wijsbegeerte, criminologie en Nederlands recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en promoveerde daar in 1989 op een rechtssociologisch proefschrift. Hij publiceerde over uiteenlopende onderwerpen. Zijn belangrijkste boek is Modern recht en het goede leven. Over gezondheid, milieu en privacy (Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002).
Artikel

Zorg, privaatrecht en publiekrecht: van ondersteuning naar handhaving, en terug

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden duty of care, regulation, liability law
Auteurs Eric Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    The relation between law and care has changed dramatically. Until recently this relation could be characterised as distant, supportive and respectful. This relation has undergone a paradigm shift. More and more and in many areas the notion of care is used by the lawmaker, to impose duties of care combined with enforcement. This implies a change from private law to administrative law. This development is undesirable, because it raises false expectations and, in the end, works counterproductive.


Eric Tjong Tjin Tai
Eric Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University. Hij is gepromoveerd op een juridisch-filosofisch onderzoek naar zorgplichten en zorgethiek. Zijn huidige onderzoek richt zich onder meer op het recht inzake dienstverlening, en de rol van het privaatrecht in de (markt)maatschappij, met bijzondere aandacht voor de betekenis van individuele verantwoordelijkheid en autonomie.
Artikel

Recht op jeugdzorg: betekenis en praktijk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden youth care, rights of the youth, organisation of youth care
Auteurs Renske de Boer en Adri van Montfoort
SamenvattingAuteursinformatie

    The ‘Bureau Jeugdzorg’ is the gatekeeper in the field of youth care policy. From its start the Bureau has faced a difficult combination of empathy and social control. The individual youth was entitled to ‘a right on care’, which in practice was frustrated by long waiting lists. The mental health professionals also resisted the central role of the Bureau. So, soon after its inception Bureau Jeugdzorg is already in jeopardy. It is unlikely that the new political initiatives in this field will improve the legal protection of minors.


Renske de Boer
Renske de Boer is werkzaam als senior juridisch adviseur bij Adviesbureau Van Montfoort, gespecialiseerd in jeugdrecht en jeugdzorg, jeugdgezondheidsrecht en privacywet- en -regelgeving. Eerder was zij jurist bij Bureau Jeugdzorg. Zij geeft juridische trainingen en is tevens docent in de SSR-cursus voor jeugdrechters. Zij heeft onder meer meegewerkt aan het Evaluatieonderzoek Wet op de jeugdzorg. Momenteel werkt zij aan een onderzoek naar de inzet van het strafrecht bij kindermishandeling.

Adri van Montfoort
Adri van Montfoort werkte na zijn studies sociale pedagogiek en Nederlands Recht achtereenvolgens als hulpverlener, projectleider en onderzoeker. In 1994 promoveerde hij bij de juridische faculteit op een proefschrift over de aanpak van kindermishandeling in ons land. In 1996 richtte hij Adviesbureau Van Montfoort op, voor onderzoek, advies, opleiding en training, voornamelijk in de jeugdzorg en jeugdbescherming. Hij publiceerde sinds begin jaren tachtig vele artikelen en enkele boeken over gezinsbehandeling, kinderbescherming en jeugdzorg.
Artikel

Zorg en recht in de kinder- en jeugdpsychiatrie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden youth health care, child and adolescent psychiatry, rights of the child
Auteurs Vivianne Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Care, self determination and law in child psychiatry is a difficult combination. Three problems arise here: Bureau Jeugdzorg does not have a good working relationship with the doctors, bad coordination between professionals, and finally an unwarranted trust in protection within the family. It is argued that a ‘duty of special care’ for professionals might help. This should prevail over the right of self determination. A second improvement might be a ‘criterion of necessity’ that may overrule a lack of cooperation by the minor.


Vivianne Dörenberg
Vivianne Dörenberg is sinds september 2010 verbonden aan het EMGO Instituut/VUmc in Amsterdam en werkt als docent gezondheidsrecht voor de Vrije Universiteit. Daarvoor was ze werkzaam bij de rechtenfaculteit in Nijmegen, waar ze in mei van dit jaar promoveerde op het proefschrift Kind en stoornis. Een systematisch onderzoek naar de rechtspositie van minderjarigen in de kinder- en jeugdpsychiatrie.
Artikel

Ik en mijn medepatiënt

Juridisering in de gezondheidszorg

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden market of health care, legalization, patients rights
Auteurs Margo Trappenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Two types of legalization can be distinguished. In type 1 legal relations between parties are changed, without consequences for others. In legalization type 2 a change in legal positions does have consequences for third parties. The gradual change in the legal position of patients, managerial measures and the transition to ‘demand driven care’ have changed the relations between patients and doctors, nurses etc. But they had also profound external effects. They have influenced especially other interests than the quality of medical care, like equal treatment of patients and professional discretion. Decision making about the granting of rights should incorporate these external effects.


Margo Trappenburg
Margo Trappenburg is universitair hoofddocent bij de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschappen en bijzonder hoogleraar sociaal-politieke aspecten van de verzorgingsstaat aan de Universiteit van Amsterdam. Zij schrijft over gezondheidszorgbeleid, ethische kwesties in de zorg en over rechtvaardigheidsvraagstukken. In 2008 verscheen van haar hand Genoeg is genoeg. Over gezondheidszorg en democratie. Meer informatie op www.margotrappenburg.nl.
Artikel

Wetgeving en de positie van de patiënt: instrument voor verandering of terugvaloptie?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden impact of health law, evaluation of health law, patient empowerment, patient rights
Auteurs Roland Friele en Remco Coppen
SamenvattingAuteursinformatie

    Empirical research on the practice of ‘informed consent’ and the right of complaint of patients shows that these rights are important as guarantees for carefulness and legal certainty. However, at the same time these rights seem to have hardly any effect on the position of the patient in the daily interactions with doctors and other medical personnel. Rather, they seem to have led to a formalization of institutional relations with patients. At the same time, in practice especially hospitals seem to aim at an informal and varied way of dealing with these patient’s rights.


Roland Friele
Roland Friele is adjunct-directeur van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. Hij doet onderzoek naar de sociaalwetenschappelijke aspecten van wet- en regelgeving in de gezondheidszorg. Wetsevaluaties in de gezondheidszorg vormen de hoofdmoot.

Remco Coppen
Remco Coppen is onderzoeker bij het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg). Zijn onderzoek richt zich met name op sociaalwetenschappelijke aspecten van wet- en regelgeving. Hij is betrokken geweest bij verschillende wetsevaluaties, zoals de tweede en derde evaluatie van de Wet op de orgaandonatie, de tweede evaluatie van de Wet inzake bloedvoorziening, de evaluatie van de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet. In 2010 is hij gepromoveerd op een proefschrift over de effecten van de Wet op de orgaandonatie.
Artikel

Een verliezer is geen winnaar

De naleving van civiele rechtspraak, 15 jaar na Van Koppen en Malsch

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden courts, civil justice, enforcement of judgments, procedural justice
Auteurs Roland Eshuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This article compares two studies on the compliance with judicial decisions and friendly settlements in Dutch civil court procedures. A new study (Eshuis 2009) finds a higher rate of compliance, which can largely be attributed to the selection of cases. The older study (Van Koppen & Malsch 1991) included a high number of default judgments, which are associated with a low level of compliance, while friendly settlements – associated with a high level of compliance – were excluded. The new study finds full compliance rates of 31% for default judgments, 74% for judgments in defended cases and 85% for friendly settlements. The high compliance with friendly settlements suggests these settlements are ‘better’ outcomes; however, the difference in compliance can well be explained by selection effects. Interviews reveal that many friendly settlements are not the harmonious solutions one might expect.
    The new study finds no solid relation between compliance and procedural or distributive justice. In two relevant ways the conditions in the ‘real life’ judicial procedure are different from those in experimental research in which such relations are found. First, a large part of the non-compliance is caused by an inability of parties to comply. These participants may find the procedure and outcome fully ‘just’, but still won’t comply. Second, for those who can comply, there is no free choice on whether to comply or not. There are quite effective means of enforcement for such cases. So, those who can comply will, even if the procedure and its outcome are experienced as fully ‘unjust’.
    The first part of the title of the article is a comment on Van Koppen and Malsch’s earlier research. They concluded that winning in court often was a Pyrrhic victory, and the loser would win after all. In the interviews however, few of those who do not comply were found to fit the image of a ‘winner’. The sad conclusion is that in judicial procedures winners and losers do not come in the same numbers; after all, it produces far more losers than winners.


Roland Eshuis
Roland Eshuis verricht, als onderzoeker bij het WODC, empirisch onderzoek naar (civiele) rechtspraak en rechtspleging. Hij promoveerde in 2007 op onderzoek naar interventies ter versnelling van gerechtelijke procedures (Het recht in betere tijden, 2007). Vorig jaar verscheen De daad bij het woord (2009), een onderzoek naar de naleving van civiele rechtspraak. Recent publiceerde hij, met collega’s van de Raad voor de rechtspraak en het CBS, de eerste editie van Rechtspleging Civiel en Bestuur (2010), waarin statistische gegevens over civiele en bestuursrechtspraak zijn gebundeld.
Artikel

Meervoudig gebruik binnen de gesubsidieerde rechtsbijstand: clusters en triggers

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden legal aid, trigger, cluster, justiciable problem
Auteurs Susanne Peters, Lia Combrink en Mirjam van Gammeren-Zoeteweij
SamenvattingAuteursinformatie

    The use and expenditure of the Legal Aid System is ever increasing. In addition, some people make use of the Legal Aid System more often than others. In fact, a small percentage of clients (2,6%) uses a substantial part (11,2%) of the legal aid. This paper sheds light on the occurrence of multiple use of legal aid and gives insight into the frequency and characteristics of multiple use.
    In the research described in this article, we have made use of the data from 2000 until 2009 concerning legal aid that was provided by the Legal Aid Board. This dataset contains over 3 million cases (so-called certificates that are issued by the Board). The main difference between this research and other (paths to justice) studies is that the dataset contains actually provided legal aid and not self-reported problems by clients. Therefore, the representativeness is guaranteed and no false recollections can occur. At the same time, this means that the research is limited to people who are entitled to legal aid (approximately 39% of the Dutch population) and have actually received a certificate.
    The results show that the provision of legal aid leads to new cases for which legal aid is again provided. Also, certain certificates coincide with and act as a trigger for certain other certificates. In the discussion we clarify the significance and implications of the results that are presented. Furthermore, we discuss the recently ordered budget cut in legal aid in the Netherlands. We describe ways to decrease the use and expenditure of the Legal Aid System, some of which are already implemented in the system. Finally, we discuss possible other (non-legal) problems that can be experienced by multiple users of the Legal Aid System.


Susanne Peters
Susanne Peters promoveerde in de sociale wetenschappen aan de Universiteit van Utrecht (2005) op een proefschrift over rechtvaardigheid. Momenteel is zij werkzaam bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek uitvoert ten behoeve van de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand.

Lia Combrink
Lia Combrink-Kuiters studeerde rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en promoveerde aan de juridische faculteit van deze universiteit op een jurimetrisch proefschrift betreffende de voorspelbaarheid van rechterlijke beslissingen (1998). Daarna werkte zij bij het WODC aan de evaluatie van twee landelijke mediationprojecten. Momenteel is zij werkzaam als onderzoeker bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek doet op het gebied van de gesubsidieerde rechtsbijstand.

Mirjam van Gammeren-Zoeteweij
Mirjam van Gammeren-Zoeteweij is aan de Universiteit Leiden afgestudeerd als psycholoog. Momenteel is zij werkzaam als onderzoeker bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek uitvoert ten behoeve van de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand.
Artikel

Wat doen juridische onderzoekers?

Een empirische blik

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden rolmodellen, methodologie, rechtswetenschap, juridisch onderzoek, intern perspectief
Auteurs Gijs van Dijck, Stéphanie van Gulijk en Merel Prinsen
SamenvattingAuteursinformatie

    There is an ongoing debate about the importance and need for a more scientific and methodological approach of legal research. In this article, we contribute to this discussion by defining several role models and by testing to what extent these role models are used in legal research. After analyzing more than hundred Dutch legal dissertations, the study finds that legal scholars often take the perspective of the legislator who tries to find and define optimal law. The study also finds that classical sources, such as legislation and court decisions, are predominantly used within the perspective of the legislator. The advantages and pitfalls of the role model of the legislator are discussed. The findings are relevant for legal theory, more specifically for the debate on whether legal scholars take an internal or external perspective on the law. Additionally, the article provides information on what legal researchers do and therefore contributes to understanding the characteristics, possibilities, and constraints of legal research.


Gijs van Dijck
Gijs van Dijck is verbonden aan de Research Group for Methodology of Law and Legal Research en aan het Tilburg Institute for the Interdisciplinary Study of Contract Law and Conflict Systems (TISCO) van de Universiteit van Tilburg.

Stéphanie van Gulijk
Stéphanie van Gulijk is verbonden aan het Tilburg Institute for the Interdisciplinary Study of Contract Law and Conflict Systems (TISCO).

Merel Prinsen
Merel Prinsen was ten tijde van dit onderzoek verbonden aan het Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT) van de Universiteit van Tilburg. Zij is thans verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP).
Artikel

De deskundige als rechter

Ondernemingskamer, Penitentiaire Kamer en Pachtkamer

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden deskundigen, betrokkenheid niet-juristen in de rechtspleging, Ondernemingskamer, Penitentiaire Kamer, Pachtkamer, rechtspraak
Auteurs Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    Experts may be involved in the trial of various types of legal cases. In most cases, they act as an advisor to the court or to the parties. In this model, the so-called ‘advisor model’, the expert writes a report that is used by the court for decision making. Experts may be called to attend the hearing of cases to answer questions that arise regarding their advise. In the other model, the ‘decision model’, the expert forms part of the panel that is in charge of decision making in a case. Decisions in cases are made in co-operation between judges and experts in this model. This model is not used on a large scale; the advisor model is prevailing in Dutch courts.This article discusses advantages and disadvantages of the ‘decision model’. An empirical study to the operation of this model as it is used in a variety of courts is explained. Panels in which experts are included seem to profit from the direct availability of expertise while making decisions in a case. Respondents state that external acceptance of the court decisions is also increased by the involvement of experts in a panel. Participation by experts in these panels is voluminous and they are considered to exert a large influence on the outcomes of decisions.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is als senior onderzoeker werkzaam bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam. Zij is onder meer betrokken bij onderzoeksprojecten over de thema’s ‘Openbaarheid van de strafrechtspleging’, ‘De inbreng van leken in de rechtspraak’, ‘Stalkingswetgeving’ en ‘Deskundigen in het strafrecht’. Daarnaast is zij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Haarlem en raadsheer-plaatsvervanger bij het Hof Den Bosch.
Artikel

Draagt aansprakelijkheidsrecht bij aan de voedselveiligheid?

Over de preventieve werking van schadeclaims en aansprakelijkheidsverzekering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden voedselveiligheid, regulering, aansprakelijkheid, aansprakelijkheidsverzekering, preventie, schadeclaim, ‘moreel risico’, voedingsindustrie, productaansprakelijkheid, sociale werking
Auteurs Tetty Havinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Most research on food safety has focussed on direct forms of food safety regulation. This paper explores the opportunities for product liability law to encourage food safety measures within firms. It aims to contribute to the discussion on the role public and private actors could have in providing an effective food safety system. Liability law is assumed to promote food safety. The author distinguishes three ways in which liability law could act as an incentive for firms to implement enhanced food safety controls: liability claims, liability insurance and direct effects of liability law on management strategy. The paper concludes that the assumption that liability laws make firms sensitive to prevention of food safety risks is too optimistic. However, liability law could stimulate a culture within firms to take responsibility for food safety. Existing economic and legal analysis could gain from a sociological analysis of the actual impact of liability on company decisions.


Tetty Havinga
Tetty Havinga is universitair hoofddocent bij het Instituut voor Rechtssociologie van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij verricht rechtssociologisch onderzoek op diverse terreinen, waaronder de relaties tussen het bedrijfsleven en recht, regulering van voedsel, beleidsuitvoering, arbeidsrecht en gelijke behandeling. Ze is co-auteur van Specialisatie loont?! Ervaringen van ondernemingen met specialistische rechtspraakvoorzieningen (2010).
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.