Zoekresultaat: 15 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Rubriek Artikel x
Artikel

UPC/Gemeente Hilversum: tariefafspraken in kabeltelevisiecontract ingehaald door regulering

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden audiovisueel, elektronische communicatie, kabeltelevisie, NRI, programmapakket en tarieven
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Veel gemeenten in Nederland hebben in het verleden bij de verkoop van hun kabeltelevisienetwerken langlopende tariefafspraken gemaakt ten behoeve van hun inwoners. Over de afdwingbaarheid van deze tariefafspraken is veel en lang geprocedeerd vanuit verschillende invalshoeken. Dit arrest gaat in op de vraag hoe deze tariefafspraken zich verhouden met het nadien in werking getreden Europees telecommunicatiekader. Het arrest geeft een uitleg van enkele kernbegrippen in het telecommunicatierecht, zoals elektronische communicatie en nationale regelgevende instantie (NRI). Vervolgens wordt aan de hand van het beginsel van loyale samenwerking getoetst of de Gemeente Hilversum zich kan beroepen op de met UPC overeengekomen tariefbedingen.HvJ EU 7 november 2013, zaak C-518/11, UPC Nederland BV/Gemeente Hilversum, n.n.g.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht, bij eLaw@Leiden, Universiteit Leiden en advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Artikel

Voorstel richtlijn netwerkveiligheid als onderdeel van EU cyber security-strategie: naar een open, veilig en betrouwbaar internet?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden beveiliging informatiesystemen, cyber security-strategie, richtlijn
Auteurs Mr. J. Toet en prof. mr. A.R. Lodder
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel behandelt het voorstel van de Commissie van 7 februari 2013 om een richtlijn in te voeren ter verhoging van het algehele niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Europese Unie. Het voorstel vormt een onderdeel van de cyber security-strategie van de Commissie. De auteurs plaatsen kanttekeningen bij (de effectiviteit van) de gekozen maatregelen en de implementatie daarvan in het licht van een uitgebreide beschrijving van de voorliggende problematiek. Zij onderschrijven echter de noodzaak tot het treffen van maatregelen op Europees niveau en sluiten af met hun aanbevelingen ter versterking van het voorstel en de cyber security-strategie.Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende maatregelen om een hoog gemeenschappelijk niveau van netwerk- en informatiebeveiliging in de Unie te waarborgen, COM(2013)48 final


Mr. J. Toet
Mr. J. (Joeri) Toet is advocaat te ’s Gravenhage.

prof. mr. A.R. Lodder
Prof. Mr. A.R. (Arno) Lodder is hoogleraar Internet Governance and Regulation aan de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling Transnational Legal studies.
Artikel

De nieuwe Europese privacywetgeving: stand van zaken bijna twee jaar na Commissievoorstel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden gewone wetgevingsprocedure, artikel 7 en 8 Handvest, gegevensbescherming, verhouding EU-VS, onafhankelijk toezicht
Auteurs Mr. H. Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorjaar van 2012 heb ik in NTEReen bijdrage geschreven over de Commissievoorstellen van 25 januari 2012 voor nieuwe Europese wetgeving op het gebied van de gegevensbescherming. De behandeling van deze voorstellen – en dan vooral de voorgestelde verordening – bij de Raad en het Parlement heeft de gemoederen in Brussel en ook in Nederland sterk beziggehouden vanwege de grote belangen die ermee gemoeid zijn en de vaak uiteenlopende meningen over de verordening an sich en veel van de specifieke bepalingen die deze bevat. Het meest aansprekende bewijs daarvan zijn de bijna vierduizend amendementen die binnen het EP zijn ingediend in relatie tot de voorgestelde verordening. Bij het beëindigen van deze bijdrage is nog veel onduidelijk over het vervolg van het dossier. Ik wil deze bijdrage dan ook vooral benutten om de voor de lezers van NTER meest relevante elementen van het debat in kaart te brengen, in vervolg op mijn bijdrage uit 2012.Voorstel voor een verordening betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming) ( COM/2012/011 def.).Voorstel voor een richtlijn betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens ( COM/2012/010 def.).


Mr. H. Hijmans
Mr. H. (Hielke) Hijmans is afdelingshoofd Policy & Consultation bij de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming (EDPS). De auteur schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

Uitoefening inspectiebevoegdheid van de Commissie begrensd door het Gerecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden dawn raid, inspectiebeschikking, voldoende ernstige aanwijzingen
Auteurs Mr. G. Oosterhuis en Mr. M.P.N. Lemmens
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden de arresten Nexans en Prysmian van het Gerecht besproken. Het Gerecht geeft in deze uitspraken antwoord op de vraag hoe ruim de Europese Commissie haar inspectiebevoegdheid in mededingingsonderzoeken mag uitoefenen. Niettemin blijft een aantal kwesties onopgelost.GvEA 14 november 2012, zaak T-135/09, Nexans France SAS en Nexans SA/Commissie en GvEA 14 november 2012, zaak T-140/09, Prysmian SpA en Prysmian Cavi e Sistemi Energia Srl/Commissie.


Mr. G. Oosterhuis
Mr. G. Oosterhuis is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.

Mr. M.P.N. Lemmens
Mr. M.P.N. Lemmens is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.
Artikel

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie: beweging in de rechtspraak

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden handvest, grondrechten, reikwijdte, EVRM, solidariteit
Auteurs Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen en Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    In het laatste deel van een drieluik over het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, nadat dit juridisch bindend is geworden op 1 december 2009, constateren de auteurs dat de Europese en Nederlandse rechtspraak over het Handvest duidelijk in beweging is, al zijn er nog steeds vragen onbeantwoord. Twee terreinen zijn met name interessant om ook in de nabije toekomst te blijven volgen: de reikwijdte van het Handvest, dat wil zeggen de vraag wanneer het toepasbaar is ten aanzien van de lidstaten, en de relatie van het Handvest tot andere mensenrechtenverdragen zoals het EVRM.


Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.

Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.

    Bewijs leveren van discriminatie is geen gemakkelijke opgave. Dat geldt zeker bij sollicitatie, waarbij het niet altijd duidelijk zal zijn wat de precieze redenen voor afwijzing waren. Het is daarom de vraag of de werkgever verplicht is informatie te verschaffen over de procedure en de kandidaten. De EU non-discriminatierichtlijnen schrijven een verlicht bewijslastregime voor. Of dit regime een informatierecht met zich meebrengt, kwam aan de orde in de Galina Meister-zaak. Het antwoord is ontkennend, maar de weigering van de werkgever om informatie te geven kan wel een rol spelen bij het vaststellen van een vermoeden van discriminatie.


Mr. A.G. Veldman
Mr. A.G. Veldman is universitair hoofddocent (Europees) arbeidsrecht en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het arrest Wintersteiger en de plaats van het schadebrengende feit: het Hof van Justitie zet de doos van Pandora verder open

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden internationale rechtsmacht, onrechtmatige daad, internet, nationaal merk, AdWord
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in het arrest Wintersteiger prejudiciële vragen beantwoord van het Oostenrijkse Oberste Gerichtshof over de uitleg van artikel 5 punt 3 Verordening 2001/44/EG in geval van inbreuk op een in Oostenrijk geregistreerd merk. De Merkenrichtlijn, die het nationale merkenrecht van de lidstaten harmoniseert, heeft geen betrekking op procesrechtelijke aspecten zoals de aanwijzing van de bevoegde rechter.1x Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, PbEU 2008, L 299/25-33. De nationale rechter bepaalt aan de hand van Verordening 2001/44/EG2x Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken PbEG 2001, L 12/1-23 (Verordening 2001/44/EG). en het nationale procesrecht zijn internationale bevoegdheid. In het arrest Wintersteiger geeft het Hof van Justitie aanknopingspunten voor het bepalen van de bevoegde rechter bij inbreuk op een nationaal merk.

Noten

  • * Met dank aan prof. mr. M. Koppenol-Laforce en mr. M. Zilinsky voor hun commentaar.
  • 1 Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, PbEU 2008, L 299/25-33.

  • 2 Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken PbEG 2001, L 12/1-23 (Verordening 2001/44/EG).


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Nieuwe Europese regels voor privacy: commissie stelt pakket voor om gegevens ook in het informatietijdperk te beschermen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden fundamentele rechten, voorgenomen besluitvorming EU, bescherming persoonsgegevens, handvest grondrechten, artikel 16 VWEU
Auteurs Mr. H. Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming), dat op 25 januari 2012 door de Commissie is aangenomen. Dit voorstel beoogt een ingrijpende vernieuwing van het Europese stelsel voor gegevensbescherming te bewerkstelligen, onder meer door in een verordening gedetailleerde regels te stellen die in de gehele Unie van toepassing zijn. Het artikel eindigt met enkele fundamentele Europeesrechtelijke vragen die het voorstel oproept.


Mr. H. Hijmans
Mr. H. Hijmans is afdelingshoofd Policy & Consultation bij de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming (EDPS).
Artikel

De plaats van het schadebrengende feit nader bepaald: het arrest eDate Advertising GmbH en Martinez

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden bevoegde rechter, onrechtmatige daad, plaats van het schadebrengende feit, internetpublicatie, portretrecht
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 oktober 2010 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de gevoegde zaken eDate Advertising GmbH/X en Martinez/MGN Limited. Daarin heeft het Hof van Justitie een belangrijke aanvullende regel gegeven om te bepalen voor welke rechter degene die is geschaad door een publicatie op internet zijn volledige schade kan verhalen. Voor een dergelijk geval moet de plaats van het schadebrengende feit van artikel 5 punt 3 EEX-Verordening aldus worden uitgelegd dat tevens de rechter bevoegd is van de plaats waar de gelaedeerde het centrum van zijn belangen heeft. Tevens bepaalde het Hof van Justitie dat de bevoegde rechter daarbij overeenkomstig artikel 3 van de Richtlijn inzake elektronische handel (‘de Richtlijn’)1x Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (Pb. EG 2000, L 178/1). het recht van de vestigingstaat van de uitgever moet toepassen, met inbegrip van het civiele recht.

Noten

  • 1 Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (Pb. EG 2000, L 178/1).


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie twee jaar juridisch bindend: rechtspraak in beweging?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden EU-Handvest, grondrechten, rechtspraak, reikwijdte, EVRM
Auteurs Mr. A. Pahladsingh en Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beoogt inzicht te bieden in de wijze waarop de rechtspraak van het Hof van Justitie en de Nederlandse colleges zich in het tweede jaar van juridische verbindendheid van het EU-Handvest heeft ontwikkeld. Daarbij komen onder meer de volgende onderwerpen ter sprake: de inroepbaarheid en de reikwijdte van het EU-Handvest, alsmede toetsing ten gronde, in het bijzonder wat betreft de rechtstreekse werking van EU-Handvestbepalingen, de uitleg van EU-Handvestbepalingen in relatie tot het EVRM, grondrechten in een Unierechtelijke context en prejudiciële verzoeken uit Nederland. De auteurs constateren een toename van zaken waarin het EU-Handvest in het tweede jaar aan de orde komt en bespeuren tekenen van beweging in de rechtspraak, hetgeen hoopvol is, nu het EU-Handvest nog steeds ‘jong’ is en veel uitleg behoeft.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.

Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.
Artikel

(Fast)food for thoughts: de uitspraak van het Hof van Justitie in de Scarlet/Sabam-zaak

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden handhaving intellectuele eigendom, ISPs, grondrechten, proportionaliteit, E-Commerce Richtlijn
Auteurs Dr. N. Helberger en Mr. drs. J. van Hoboken
SamenvattingAuteursinformatie

    Met Scarlet/Sabam heeft het Hof van Justitie een belangrijke uitspraak gedaan over de juiste balans in de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten op internet en zorgplichten van ISPs. Meer concreet gaat het over het controversiële gebruik van internet monitoring en filters door ISPs voor het verkeer van hun klanten in de ‘strijd tegen piraterij’. De discussie rond de handhaving van auteursrechtschendingen op het internet en de betrokkenheid van ISPs is buitengewoon actueel, ook met het oog op een aantal recente ontwikkelingen in Europa, waaronder de aanvulling van delen uit de E-Commerce Richtlijn. Dit artikel plaatst de uitspraak in zijn grotere politieke context en biedt een aantal kritische reflecties.


Dr. N. Helberger
Dr. N. Helberger is werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Mr. drs. J. van Hoboken
Mr. drs. J. van Hoboken is werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De Europese patiëntenrichtlijn: van privileges naar rechten voor alle patiënten in Europa?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden mobiliteit patiënten, richtlijn, zorg, patiëntrechten, vrij verkeer
Auteurs Mr. dr. S.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna drie jaar nadat de Europese Commissie haar voorstel had gepubliceerd,1x Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7. is de richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg onlangs door het Europees Parlement en de Raad aangenomen.2x Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45. Op zichzelf is deze periode niet eens zo verbazingwekkend, gezien de ‘gevoeligheid’ van het onderwerp. Gezondheidszorg is bovendien een terrein waarop de lidstaten primair bevoegd zijn en de Europese Unie, volgens artikel 6 VWEU en artikel 168 lid 7 VWEU, slechts een ondersteunende en coördinerende rol vervult.Maar met de arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van de Verdragsbepalingen betreffende het vrije dienstenverkeer op grensoverschrijdende zorg werd al lang vóór de totstandkoming van deze richtlijn de weg vrijgemaakt voor Europese regelgeving op dit terrein. In dit artikel staat de patiëntenrichtlijn centraal en het belang van deze richtlijn voor de ontwikkeling van patiëntenrechten in Europa.

Noten

  • 1 Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7.

  • 2 Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45.


Mr. dr. S.A. de Vries
Mr. dr. S.A. de Vries is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het Nederlandse voorstel voor implementatie van de gewijzigde Europese regels voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden elektronische communicatie, nieuwe Regelgevende Kader, NRF, New Regulatory Framework
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2009 is het gewijzigde Europese kader voor elektronische communicatie in werking getreden. Met twee richtlijnen worden de richtlijnen die sinds 2002 het regelgevingskader vormden, gewijzigd om beter te zijn toegesneden op de technologische en marktontwikkelingen. Een voorbeeld van een technologische ontwikkeling is het snel toegenomen gebruik van mobiele data, als gevolg van bijvoorbeeld ‘internetten’ of films bekijken via de mobiele telefoon. Om tegemoet te komen aan deze ontwikkeling is nodig dat er voldoende frequentieruimte beschikbaar is, maar ook dat wordt gewaarborgd dat gebruikers zoveel mogelijk ongeacht de aard en omvang van hun gebruik internet kunnen (blijven) gebruiken (netneutraliteit). Daarnaast betrof een van de discussiepunten bij de voorbereiding van het gewijzigde Europese kader de bescherming van gebruikers bij het afsluiten van het gebruik van internet en is het in het definitieve Europese kader op dit punt tot een compromis gekomen. Naast de wijzigingen in de richtlijnen is ook met een verordening een nieuw orgaan van Europese regelgevers onder de naam BEREC opgericht om te adviseren aan de Commissie en de nationale toezichthouders.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. G.P. van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN Telecom te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Artikel

Next Generation Networks: Elektronische communicatieregelgeving uitgedaagd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden next generation access, elektronische communicatie, BEREC, Universele dienstverlening, roaming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. M.A. Prinsen Geerligs
SamenvattingAuteursinformatie

    Een volgende generatie netwerken, zoals de glasvezelnetwerken, dient zich aan om de traditionele koperen telefoonnetwerken te vervangen. Het regelgevend kader zal enerzijds de vereiste investeringen moeten aanmoedigen en anderzijds het niveau van concurrentie moeten vasthouden of verhogen.Naar verwachting wordt dit jaar een herzien Europees regelgevingskader voor elektronische communicatie aangenomen. Tevens is op 1 juli 2009 de Europese Verordening voor roaming op mobiele netwerken binnen de Europese Unie gewijzigd. Ondertussen wordt in Nederland werk gemaakt van de implementatie van een nieuwe ronde marktanalysebesluiten van de toezichthouder OPTA, gebaseerd op een herziene Aanbeveling Relevante Markten van de Europese Commissie.Reden genoeg voor een overzicht van deze recente ontwikkelingen. We hanteren zoveel mogelijk een chronologische volgorde. Dat betekent dat eerst de herziene Aanbeveling Relevante Markten en de nieuwe marktanalysebesluiten van OPTA aan bod komen. Vervolgens bespreken we de herziene Roaming Verordening. Daarna volgt een beschrijving van het nieuwe Europese kader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten, waarbij de belangrijkste onderwerpen kort inhoudelijk worden besproken.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. G.P. van Duijvenvoorde is werkzaam bij KPN en is tevens gastdocent bij elaw@leiden, Universiteit Leiden.

Mr. M.A. Prinsen Geerligs
Mr. M.A. Prinsen Geerligs is werkzaam bij KPN.

G.P. van Duijvenvoorde
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.