Zoekresultaat: 46 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Rubriek Artikel x
Artikel

Toetsing van plaatsing op een sanctielijst na Kadi II

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden sanctielijst, rechterlijke toetsing, recht op verdediging, afscherming van informatie
Auteurs Prof. mr. A.A. Franken en prof. mr. P.T.C. van Kampen
SamenvattingAuteursinformatie

    In Kadi II heeft het Hof van Justitie vastgehouden aan zijn lijn dat een verordening die uitvoering geeft aan een VN-resolutie geen immuniteit van jurisdictie geniet. De plaatsing van een persoon op een sanctielijst wordt daarom volledig getoetst aan de grondrechten die behoren tot de algemene beginselen van Unierecht. In zijn arrest van 18 juli 2013 heeft het Hof van Justitie richtlijnen voor die toetsing geformuleerd. De toekomstige discussie zal zich vooral toespitsen op de vraag hoe specifiek de uiteenzetting van redenen moet zijn die aan de plaatsing op een sanctielijst ten grondslag ligt en op de vraag hoe met informatie moet worden omgegaan die voor de betrokken persoon of entiteit geheim wordt gehouden.HvJ EU 18 juli 2013, gevoegde zaken C-584/10 P, C-593/10 P en C-595/10 P, Europese Commissie e.a./Kadi, n.n.g.


Prof. mr. A.A. Franken
Prof. mr. A.A. (Stijn) Franken is hoogleraar straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en advocaat te Amsterdam.

prof. mr. P.T.C. van Kampen
Prof. mr. P.T.C. (Petra) van Kampen is hoogleraar strafrechtspraktijk aan de Universiteit Utrecht en advocaat te Amsterdam.
Artikel

Voorstel richtlijn netwerkveiligheid als onderdeel van EU cyber security-strategie: naar een open, veilig en betrouwbaar internet?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden beveiliging informatiesystemen, cyber security-strategie, richtlijn
Auteurs Mr. J. Toet en prof. mr. A.R. Lodder
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel behandelt het voorstel van de Commissie van 7 februari 2013 om een richtlijn in te voeren ter verhoging van het algehele niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Europese Unie. Het voorstel vormt een onderdeel van de cyber security-strategie van de Commissie. De auteurs plaatsen kanttekeningen bij (de effectiviteit van) de gekozen maatregelen en de implementatie daarvan in het licht van een uitgebreide beschrijving van de voorliggende problematiek. Zij onderschrijven echter de noodzaak tot het treffen van maatregelen op Europees niveau en sluiten af met hun aanbevelingen ter versterking van het voorstel en de cyber security-strategie.Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende maatregelen om een hoog gemeenschappelijk niveau van netwerk- en informatiebeveiliging in de Unie te waarborgen, COM(2013)48 final


Mr. J. Toet
Mr. J. (Joeri) Toet is advocaat te ’s Gravenhage.

prof. mr. A.R. Lodder
Prof. Mr. A.R. (Arno) Lodder is hoogleraar Internet Governance and Regulation aan de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling Transnational Legal studies.
Artikel

Enige Europeesrechtelijke aspecten van schaliegaswinning

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Schaliegaswinning, milieueffectrapportage, aanpassing MER richtlijn, gebruik chemicaliën, REACH Verordening
Auteurs Dr. W.Th. Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestaande MER-Richtlijn dient zo te worden uitgelegd dat schaliegasprojecten m.e.r.-plichtig zijn, maar dat gebeurt in de praktijk niet. Milieueffectbeoordeling moet daarom expliciet verplicht worden gesteld via de momenteel aanhangige wijzigingsvoorstellen. Wat betreft het gebruik van chemicaliën vormt de REACH Verordening de basis voor evaluatie van gevolgen voor mens en milieu, maar ontbreekt informatie over schaliegaswinning waardoor ook hier aanpassingen wenselijk zijn. Eind 2013 komt er een voorstel van de Commissie dat deze en andere aspecten van schaliegaswinning zou moeten omvatten om mens en milieu beter te beschermen en gelijke uitgangsposities voor concurrenten te scheppen in de EU.
    Vindplaats nog invullen


Dr. W.Th. Douma
Dr. W.Th. (Wybe) Douma is senior onderzoeker Europees Recht bij het T.M.C. Asser Instituut in Den Haag en docent Internationaal Milieurecht aan de Haagse Hogeschool.
Artikel

Splitsing energiebedrijven Europeesrechtelijk belicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Vrij verkeer van kapitaal, privatiseringsverbod, neutraliteitsbeginsel, splitsing energiebedrijven, (zuiver) economische rechtvaardiging
Auteurs Mr. R. de Vlam
SamenvattingAuteursinformatie

    In het hier te bespreken arrest heeft het Hof van Justitie de bestaande jurisprudentie met betrekking tot het recht van een lidstaat om zijn eigendom in te richten verder aangescherpt. Een algeheel privatiseringsverbod valt binnen de werking van artikel 345 VWEU maar moet desondanks worden getoetst aan de verkeersvrijheden. Een verbod op het uitvoeren van netbeheerstaken binnen een groep waarin ook commerciële energieactiviteiten worden verricht, vormt een inbreuk op de verkeersvrijheden maar kan worden gerechtvaardigd door het niet (zuiver) economische belang van voorkomen van kruissubsidies. Proportionaliteit en functionaliteit van de maatregel moeten door de nationale rechter worden beoordeeld.HvJ EU 22 oktober 2013, gevoegde zaken C-105/12 tot en met C-107/12, Staat der Nederlanden/Essent NV en Essent Nederland BV, Eneco Holding NV en Delta NV, n.n.g.


Mr. R. de Vlam
Mr. R. (Roland) de Vlam is advocaat bij Loyens & Loeff N.V.
Artikel

‘Connected Continent’: Het voorstel voor een verordening inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden telecommunicatie, netneutraliteit, frequentieveiling, roaming, consumentenbescherming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 september 2013 werd het voorstel voor een (rechtstreeks werkende) Verordening tot aanpassing van het Europees regelgevingskader voor elektronische communicatiemarkten gepubliceerd. Het voorstel beoogt belemmeringen voor de totstandkoming van een interne telecommunicatiemarkt weg te nemen en zou (deels) per 1 juli 2014 in werking moeten treden. Het voorstel is opzienbarend, niet alleen voor wat betreft de tournure in de gekozen vorm van regulering en de snelle invoering maar ook voor wat betreft de diversiteit aan onderwerpen. De Commissie zal op het gebied van het spectrumbeleid en het opleggen van verplichtingen op basis van het in de verordening opgenomen vetorecht meer regie krijgen over het nationale beleid. Daarnaast zal een Europese aanbieder met één machtiging eenvoudiger toegang kunnen gaan krijgen tot de EU-markt. Tevens geldt dat voor reeds gereguleerde onderwerpen op het gebied van toegangsverplichtingen tot wholesale-diensten, roaming en eindgebruikersbelangen verdergaande regulering wordt bereikt.Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen alsmede tot wijziging van Richtlijnen 2002/20/EG, 2002/21/EG en 2002/22/EG en Verordeningen (EG) nr. 1211/2009 en (EU) nr. 531/2012, COM(2013)627 def.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. dr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is als bedrijfsjurist werkzaam bij KPN te Den Haag en is tevens gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.

    In deze bijdrage staat de vraag centraal welke consequenties de op 18 juli 2013 bekend gemaakte Richtlijn ADR consumenten en Verordening ODR consumenten hebben voor het Nederlandse stelsel van buitengerechtelijke geschillenbeslechting bij de geschillencommissies voor consumentenzaken (SGC en KiFiD). Deze vraag wordt beantwoord door het Nederlandse stelsel te toetsen aan de Richtlijn ADR consumenten en de Verordening ODR consumenten.
    Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, Pb. EU 2013, L 165/63
    Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, Pb. EU 2013, L 165/1


Mr. P.E. Ernste
Mr. P.E. (Paulien) Ernste is als universitair docent burgerlijk (proces)recht verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De zaak Pringle en de eurocrisis: juridische paradoxen en constitutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden eurocrisis, ESM, democratische legitimatie, rechterlijk activisme
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink en Mr. J.W. van Rossem
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Pringle biedt een caleidoscopische blik op de constitutionele problematiek van de eurocrisis. Tegen de achtergrond van het ESM-Verdrag wordt in deze bijdrage aandacht besteed aan de dynamische wijze waarop Europa op dit moment zweeft tussen juridisering van de politiek en politisering van het recht. In dat verband staat ook een thema centraal dat niet direct door het Hof van Justitie in Pringle werd aangeroerd maar in de eurocrisis wel een grote rol speelt: het thema democratie.
    HvJ EU 27 november 2012, zaak C-370/12, Pringle, n.n.g.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. van den Brink is verbonden aan het Europa Instituut, afdeling Staatsrecht en doet onderzoek binnen het nieuwe onderzoeksprogramma 'RENFORCE – Gedeelde Regulering en Handhaving in Europa' van deze universiteit.

Mr. J.W. van Rossem
Mr. J.W. van Rossem is verbonden aan het Europa Instituut, afdeling Bestuursrecht en doet onderzoek binnen het nieuwe onderzoeksprogramma 'RENFORCE – Gedeelde Regulering en Handhaving in Europa' van deze universiteit.
Artikel

Scheiding tussen spoor en trein

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden vervoer, spoor, infrastructuurbeheerder, holdingmodel
Auteurs Mr. K. Sevinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Kort nadat de plannen voor een vierde pakket liberaliseringsmaatregelen in de spoorsector het licht zagen, heeft het Hof van Justitie zich voor het eerst kunnen uitspreken over( een onderdeel van) het eerste spoorwegpakket. Het betreft de positie van de infrastructuurbeheerder in het spoorbestel. De arresten en het voorstel uit het vierde spoorwegpakket over de beheerstructuur van de spoorweginfrastructuurbeheerder geven de kaders voor de ook in Nederland gaande discussie over de structuur van de spoorsector.
    HvJ EU 28 februari 2013, zaken C-555/10, Commissie/Oostenrijk en C-556/10 Commissie/Duitsland, n.n.g.


Mr. K. Sevinga
Mr. K. Sevinga is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Mr. F. Niemöller
Mr. F. (Fabienne) Niemöller is werkzaam bij EUclaim B.V. Dit bedrijf is gespecialiseerd in compensatieverhalen bij luchtvaartmaatschappijen op basis van Verordening 2004/216/EG.

mr. I.G.B. Maertzdorff
Mr. I.G.B. (Ilona) Maertzdorff is werkzaam bij EUclaim B.V. Dit bedrijf is gespecialiseerd in compensatieverhalen bij luchtvaartmaatschappijen op basis van Verordening 2004/216/EG.
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2011 en 2012

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Restrictieve afspraken, Misbruik van machtspositie, ToepassingsvoorwaardenProcedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en mr. E.L.H. Mattioli
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden enkele belangrijke ontwikkelingen besproken die zich in de jaren 2011 en 2012 aan het Hof van Justitie van de Europese Unie hebben voorgedaan op het terrein van het mededingingsrecht. Nu er op de Kirchberg in de genoemde periode meer dan 160 beschikkingen en arresten zijn geproduceerd, gaat het om een selectie van de interessantste thema’s.


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. Oude Elferink is advocaat bij CMS te Brussel.

mr. E.L.H. Mattioli
Mr. E.L.G. Mattioli is advocaat bij CMS te Brussel.
Artikel

Maastrichtse parkeergarages: de plek waar het aanbestedingsrecht en het staatssteunrecht elkaar ontmoeten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Rechtsverwerking, dienstenconcessie, staatssteun, kenbare marktsituatie, passende maatregelen
Auteurs Mr. M.N. Weeda, Mr. L.J. Terpstra en Mr. C.A.M. Lombert
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van de Hoge Raad gewezen in januari van dit jaar in de zaak P1 Holding/Gemeente Maastricht en Q-Park is vanuit het perspectief van zowel aanbestedings- als staatssteunrecht interessant. Voor de tweede maal oordeelt het hoogste rechtscollege dat het Grossmann-verweer niet opgaat wanneer de Europese aanbestedingsrichtlijn niet van toepassing is. Daarnaast heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor de vaststelling of sprake is van het verstrekken van een met staatsmiddelen bekostigd voordeel, dat niet langs normale commerciële weg zou zijn verkregen, de op het moment van het aangaan van een overeenkomst kenbare marktsituatie en voorzienbare marktontwikkelingen bepalend zijn. In lijn met de uitspraak van het CBb in de Thuiszorgservice-zaak overweegt de Hoge Raad dat een enkele verklaring voor recht dat de uitvoering van een overeenkomst in verband met staatssteun onrechtmatig is jegens een derde, zonder een daaraan gekoppeld gebod tot herstel van de mededingingssituatie geen passende maatregel is die leidt tot een herstel van de mededingingssituatie van vóór de uitkering van de betreffende steun.HR 18 januari 2013, AB 2013, 108, m.nt. Metselaar, NJB 2013, 248, RvdW 2013, 171, LJN BY0543 (P1 Holding B.V./Gemeente Maastricht en Q-Park Exploitatie B.V.)


Mr. M.N. Weeda
Mr. M.N. Weeda is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. L.J. Terpstra
Mr. L.J. Terpstra is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.A.M. Lombert
Mr. C.A.M. Lombert is werkzaam als juriste bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Naar een nieuw EU-investeringsbeleid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden directe buitenlandse investeringen, investeringsbescherming, Transitieverordening, investeringsarbitrage, gemeenschappelijke handelspolitiek
Auteurs Dr. jur. N. Lavranos, Mr. drs. I. Elfilali, Mr. J.M. Luycks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het Verdrag van Lissabon zijn de directe buitenlandse investeringen onderdeel geworden van de exclusieve competentie van de Europese Unie op het gebied van handelspolitiek (art. 207 VWEU). Dit heeft tot gevolg dat de bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten van de lidstaten een onderdeel zijn geworden van de gemeenschappelijke handelspolitiek en daarmee de bevoegdheid van de EU. In dat verband is een nieuwe verordening in werking getreden die de gang van zaken ten aanzien van bestaande en nog door lidstaten te sluiten bilaterale verdragen regelt. Een belangrijk aspect van het nieuwe Europese investeringsbeleid is de invloed die de Europese Commissie bij toekomstige investeringsgeschillen zal kunnen uitoefenen. Dit kan praktische en juridische gevolgen hebben zowel voor de lidstaten, als voor investeerders.Verordening (EU) nr. 1219/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 tot vaststelling van overgangsregelingen voor bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen – Pb. EU 2012, L 351/40 (Verordening 2012/1219/EU).


Dr. jur. N. Lavranos
Dr. jur. N. Lavranos is senior adviseur bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Mr. drs. I. Elfilali
Mr. drs I. Elfilali is senior juridisch adviseur bij het Ministerie van Economische Zaken.

Mr. J.M. Luycks
Mr. J.M. Luycks is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance LLP.

Mr. R. Niesink
Mr. R. Niesink is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance LLP. Deze bijdrage is op strikt persoonlijke titel van de auteurs geschreven.
Artikel

Herschikking Brussel I

over Italiaanse torpedo’s, de afschaffing van het exequatur en andere wijzigingen in het Europese IPR-procesrecht in burgerlijke en handelszaken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden EEX-Verordening, herschikking Brussel I, IPR, internationaal procesrecht, erkenning en tenuitvoerlegging, burgerlijke en handelszaken
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 december 2012 is de Verordening tot herschikking van de Brussel I-Verordening vastgesteld. De nieuwe verordening herziet de reeds bestaande en geharmoniseerde regels inzake de rechtsmacht en de erkenning en tenuitvoerlegging in burgerlijke en handelszaken uit de huidige EEX- of Brussel I-Verordening. Doel van de aanpassing is om, mede op grond van de in de praktijk inmiddels opgedane ervaring met de huidige regeling, de toegang tot de (lidstaat)rechter verder te verbeteren en het vrije verkeer van beslissingen binnen de Europese Unie verder te vergemakkelijken.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), Pb. EU 2012, L 351/1 (Verordening 2012/1215/EU).


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Artikel

De volgende fase in de goksaga: Quis custodiet ipsos custodes?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden kansspelen, Stanleybet, OPAP, goksaga, hypocrisietest
Auteurs Mr. J.C.M. van der Beek en Mr. F.A. Kroon
SamenvattingAuteursinformatie

    De goksaga duurt voort; sinds het laatste artikel in dit tijdschrift met betrekking tot de goksaga-reeks is een elftal arresten gewezen door het Hof van Justitie dat betrekking had op nationale kansspelwetgeving en de vrijverkeersbepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Het meest recente arrest, Stanleybet e.a., zal hieronder worden behandeld.
    HvJ EU 24 januari 2013, gevoegde zaken C-186/11 en C-209/11, Stanleybet International en Sportingbet, n.n.g., zie <www.curia.eu.int>.


Mr. J.C.M. van der Beek
Mr. J.C.M. van der Beek is advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan.

Mr. F.A. Kroon
Mr. F.A. Kroon is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

Ontwikkelingen in het Europees Consumentenrecht in 2012

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden oneerlijke bedingen, op afstand gesloten overeenkomsten, internationale bevoegdheid, productaansprakelijkheid, alternatieven geschillenbeslechting
Auteurs Prof. Mr. M.B.M Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    In een eerdere bijdrage is aandacht besteed aan de ontwikkelingen op het gebied van het luchtvervoersrecht. In dit artikel wordt stilgestaan bij de ontwikkelingen op andere terreinen van het Europese consumentenrecht, in het bijzonder ten aanzien van oneerlijke bedingen, op afstand gesloten overeenkomsten en de voorgenomen regelgeving betreffende alternatieve geschillenbeslechting.


Prof. Mr. M.B.M Loos
Prof. Mr. M.B.M. Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Consumentenrecht in de lucht: ontwikkelingen in het Europees passagiers-luchtvervoerrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Luchtvervoer, Passagiersrechten, Instapweigering, Annulering, Vertraging
Auteurs Prof. mr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de rechtspraak besproken over de uitleg van de Verordening Instapweigering, annulering en langdurige vertraging van vluchten. Daarbij ligt de nadruk op de reeks van uitspraken van het Hof van Justitie over deze verordening uit 2012.


Prof. mr. M.B.M. Loos
Marco Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Hudzinski: Verdere inbreuk op de exclusieve werking van de aanwijsregels van Verordening 2004/883/EG inzake de coördinatie van sociale zekerheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Sociale zekerheid migrerende werknemers, Aanwijsregels, Exclusieve werking, Aansluiting verzekering, Samenloop van uitkeringen
Auteurs Mr. A.P van der Mei en H. van der Most
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Hudzinski bevestigt het Hof van Justitie de in het arrest Bosmann getrokken conclusie dat de zogenoemde exclusieve werking van de aanwijsregels van het coördinatieregime voor de sociale zekerheid niet impliceert dat een andere dan de bevoegde staat geen uitkeringen mag toekennen. Het Hof van Justitie gaat in Hudzinski echter een stap verder door uit te maken dat de verdragsregels inzake vrij verkeer een niet-bevoegde lidstaat mogelijk zelfs kunnen gebieden uitkeringen toe te kennen.


Mr. A.P van der Mei
A.P. van der Mei is universitair hoofddocent, Maastricht Center for European Law (MCEL), Universiteit Maastricht.

H. van der Most
H. van der Most is senior juridisch beleidsadviseur, Directie Juridische Zaken, Sociale verzekeringsbank.
Artikel

De Europese Erfrechtverordening: nieuwste loot aan de stam van het Europese IPR

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden Europese Erfrechtverordening, IPR, erfrecht, verklaring van erfrecht, notaris
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 juli 2012 is de Europese Erfrechtverordening vastgesteld. Deze verordening introduceert geharmoniseerde regels in de Europese Unie (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken) ten aanzien van de bevoegdheid, het toepasselijke recht en de erkenning en tenuitvoerlegging op het terrein van het internationaal erfrecht. Niet het materiële erfrecht, maar het IPR-erfrecht vormt daarmee het onderwerp van de verordening. Bovendien wordt met de verordening het instrument van de Europese erfrechtverklaring ingevoerd. Daarmee is de Erfrechtverordening een volgende – en naar het zich laat aanzien zeker niet de laatste – stap in het proces van Europeanisering van het IPR.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen; j.g.knot@rug.nl.
Artikel

Het arrest Wintersteiger en de plaats van het schadebrengende feit: het Hof van Justitie zet de doos van Pandora verder open

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden internationale rechtsmacht, onrechtmatige daad, internet, nationaal merk, AdWord
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in het arrest Wintersteiger prejudiciële vragen beantwoord van het Oostenrijkse Oberste Gerichtshof over de uitleg van artikel 5 punt 3 Verordening 2001/44/EG in geval van inbreuk op een in Oostenrijk geregistreerd merk. De Merkenrichtlijn, die het nationale merkenrecht van de lidstaten harmoniseert, heeft geen betrekking op procesrechtelijke aspecten zoals de aanwijzing van de bevoegde rechter.1x Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, PbEU 2008, L 299/25-33. De nationale rechter bepaalt aan de hand van Verordening 2001/44/EG2x Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken PbEG 2001, L 12/1-23 (Verordening 2001/44/EG). en het nationale procesrecht zijn internationale bevoegdheid. In het arrest Wintersteiger geeft het Hof van Justitie aanknopingspunten voor het bepalen van de bevoegde rechter bij inbreuk op een nationaal merk.

Noten

  • * Met dank aan prof. mr. M. Koppenol-Laforce en mr. M. Zilinsky voor hun commentaar.
  • 1 Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, PbEU 2008, L 299/25-33.

  • 2 Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken PbEG 2001, L 12/1-23 (Verordening 2001/44/EG).


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Een Europees buitenlands aanbestedingsbeleid?

Het voorstel van de Commissie voor een verordening inzake de toegang van derde landen tot de Europese aanbestedingsmarkt.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden overheidsopdrachten, gemeenschappelijke handelspolitiek, interne markt
Auteurs Mr. W.R. Möhlmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In maart 2012 heeft de Europese Commissie de Europese wetgever voorgesteld een buitenlands beleid vast te stellen op het gebied van Europese aanbestedingen. De voorgestelde verordening voorziet in een drietal instrumenten die moeten leiden tot een betere toegang van Europese goederen, diensten en bedrijven tot aanbestedingen in derde landen, tot eerlijker concurrentie op de Europese interne markt en tot meer rechtszekerheid. De instrumenten machtigen enerzijds individuele aanbestedende diensten en anderzijds de Commissie om onder specifieke voorwaarden restrictieve maatregelen te treffen als er sprake is van protectionistische maatregelen in derde landen.


Mr. W.R. Möhlmann
Mr. W.R. Möhlmann is werkzaam bij de Europese Commissie, DG Interne markt en diensten, afdeling Internationale dimensie van overheidsopdrachten.
Toont 1 - 20 van 46 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.