Zoekresultaat: 95 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade x Rubriek Artikel x
Artikel

Oordelen over personenschade veroorzaakt door diagnostische fouten

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2014
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, diagnostiek, kansschade
Auteurs Prof. dr. R.W.M. Giard
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen de medische aansprakelijkheid is een opvallende verschuiving van claims merkbaar. Steeds vaker gaat het om personenschade veroorzaakt door diagnostische in plaats van therapeutische fouten. Een analyse van mogelijke ontstaanswijzen van diagnostische fouten maakt duidelijk hoe deze kwestie zal moeten worden onderzocht wanneer er om een juridisch oordeel wordt gevraagd. De beoordeling van de tekortkoming in de nakoming van de zorgplicht, de schade en het causale verband vragen elk om een specifiek inzicht wanneer, hoe en waarom dergelijke diagnostische fouten worden gemaakt. Omdat veel claims te maken hebben met een gemiste diagnose zal wat betreft de schadebeoordeling het leerstuk van de kansschade centraal staan.


Prof. dr. R.W.M. Giard
Prof. dr. R.W.M. Giard is jurist en arts. Hij is hoogleraar methodologie en aansprakelijkheid aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Schadeverhaal na misdrijven: ervaringen van slachtoffers

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2014
Trefwoorden misdrijven, schadevergoeding, civiel schadeverhaal, beleving van het slachtoffer, voeging in het strafproces, verzekering
Auteurs Dr. J.D.M. van Dongen, Mr. M.R. Hebly en Prof. mr. S.D. Lindenbergh
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van slachtoffers van strafbare feiten kan zich in een toenemende belangstelling verheugen. Uitgangspunt van het kabinetsbeleid is dat slachtoffers voldoende mogelijkheden moeten hebben om de gevolgen van criminaliteit te (laten) herstellen. Ten aanzien van de verschillende mogelijkheden die het recht thans biedt, rijst de vraag wat slachtoffers van strafbare feiten ondernemen om hun schade vergoed te krijgen, welke afwegingen zij daarbij maken en wat zij feitelijk ervaren bij het verhalen van hun schade. Dit is een verslag van een kwalitatief onderzoek naar ervaringen waarin deze slachtoffers zelf aan het woord komen.


Dr. J.D.M. van Dongen
Dr. J.D.M. van Dongen is als universitair docent klinische psychologie verbonden aan het Instituut voor Psychologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. M.R. Hebly
Mr. M.R. Hebly is als docent privaatrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. S.D. Lindenbergh
Prof. mr. S.D. Lindenbergh is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De rechtsmacht van de rechter en het toepasselijke recht op de EU-behandelingsovereenkomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden behandelingsovereenkomst, aansprakelijkheid, toepasselijk recht, rechtsmacht rechter
Auteurs Mr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    Patiënten die in een Belgische kliniek een (cosmetische) geneeskundige behandeling ondergaan, zijn niet langer een uitzondering. Net als in Nederland kunnen in België fouten worden gemaakt, kan de patiënt schade lijden en kunnen zich geschillen voordoen. Gewoontegetrouw zal de Nederlandse patiënt zich in zo’n geval tot de Nederlandse rechter wenden. Maar is dit wel de juiste weg en is het Nederlandse recht eigenlijk wel van toepassing? In de onderhavige bijdrage wordt op deze vragen antwoord gegeven aan de hand van een analyse van de Rome I-Verordening en de EEX-Verordening. Na een tussenconclusie wordt voorts bezien of de typering van de behandelingsovereenkomst als een consumentenovereenkomst of afspraken tussen arts en patiënt kunnen leiden tot de toepassing van ander recht.


Mr. R.P. Wijne
Mr. R.P. Wijne is auteur van het proefschrift Aansprakelijkheid voor zorggerelateerde schade, dat zij op 12 september 2013 heeft verdedigd. Wijne is voorts docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, lid-jurist bij de medische tuchtcolleges en medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van Holla Advocaten te Eindhoven.
Artikel

Naasten, fundamentele rechten en het Nederlandse limitatief en exclusief werkende artikel 6:108 BW: één probleem, twee perspectieven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden EVRM, recht op leven, schadevergoeding, overlijdensschade, nabestaanden
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht onder het EVRM, zoals zich dat vormt in de rechtspraak van het EHRM, leidt tot inconsistenties in het Nederlandse schadevergoedingsrecht: een naaste van een persoon die slachtoffer is geworden van een schending van het recht op leven kan tegenwoordig immers alleen vergoeding van eigen immateriële schade vorderen als de schending is gepleegd door een overheidsorgaan. Deze inconsistentie verdient aandacht, maar men realisere zich dat we hier raken aan bredere problematiek. Wij menen daarom dat er in de discussie over de inconsistentie eerst aandacht moet zijn voor de bredere vragen: hoe werken fundamentele rechten door en welke derde verdient waarvan vergoeding? Centraal staan daarbij steeds de overkoepelende kernvragen: wie verdient rechtens een remedie en waarom?


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE).

Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Causale perikelen: het is moeilijk en zal moeilijk blijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2013
Trefwoorden omkeringsregel, verlies van een kans, proportionele aansprakelijkheid en causaal verband
Auteurs Mr. Chr.H. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt een aantal problemen rond het vaststellen van csqn-verband tussen een onrechtmatige daad of wanprestatie en de schade. Mede aan de hand van een aantal recente arresten van de Hoge Raad gaat het in op de ratio en de toepassingsvoorwaarden van de omkeringsregel, proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans. Geconstateerd wordt dat niet alleen maar vooral bij letselschade in bepaalde gevallen goede mogelijkheden voor toepassing van deze leerstukken bestaan. Kritiek wordt uitgeoefend op het onderscheid dat de Hoge Raad maakt bij toepassing van proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans omdat het hier grotendeels om uitwisselbare perspectieven gaat.


Mr. Chr.H. van Dijk
Mr. Chr.H. van Dijk is advocaat bij Kennedy Van der Laan, gespecialiseerd in aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht.
Artikel

Vier knelpunten van de regresvordering van de werkgever ex artikel 6:107a lid 2 BW

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2013
Trefwoorden regres, artikel 6:107a lid 2 BW, re-integratie, schadebeperkingsplicht, arbeidsvermogensschade
Auteurs Mw. mr. M. Opdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer een werknemer letsel oploopt door een oorzaak waarvoor een derde aansprakelijk is, lijdt ook zijn werkgever schade. De werkgever is verplicht om het loon van de zieke werknemer door te betalen. De werkgever komt op grond van artikel 6:107a lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) een regresvordering toe. In deze bijdrage worden knelpunten besproken die zich in dit kader voordoen. Kan de aansprakelijke partij zich tegen een dergelijke vordering verweren door te stellen dat het loon onverplicht is doorbetaald? Rust op de werkgever een schadebeperkingsplicht? En welke gevolgen hebben werkzaamheden in het kader van de re-integratie op de hoogte van de regresvordering?


Mw. mr. M. Opdam
Mw. mr. M. Opdam is promovenda bij de Vrije Universiteit. Zij verricht promotieonderzoek naar de re-integratieverplichtingen van letselschadeslachtoffers. Dit onderzoek wordt gefinancierd door NWO.
Artikel

Heeft de opneming van zorgstandaarden in een wettelijk register gevolgen voor de juridische betekenis van die standaarden?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, standaarden, professionele standaard, wettelijk register
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijnen en standaarden van de medische beroepsgroep spelen bij het beoordelen van medische aansprakelijkheid vaak een belangrijke rol. Het Zorginstituut Nederland (ZiN) gaat een wettelijk register van dergelijke standaarden beheren. In gevallen waarin het veld dat nalaat, kan het ZiN zelf standaarden laten opstellen en deze doen opnemen in het register. De vraag is of deze nieuwe wettelijke mogelijkheden gevolgen hebben voor de juridische betekenis van standaarden en voor de juridische positie van zorgaanbieders in aansprakelijkheidszaken. Het ziet ernaar uit dat de nieuwe wetgeving vooral transparantie-effecten heeft en de juridische positie en betekenis van standaarden niet wezenlijk wijzigen.


Prof. mr. J. Legemaate
Prof. mr. J. Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht aan AMC/Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Epidemiologische inzichten in het effect van letselschadeafwikkeling op herstel en de zoektocht naar mogelijkheden voor verbetering

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden afwikkelingsproces, beleving van slachtoffer, herstel, re-integratie, communicatie
Auteurs Dr. N.A. Elbers en Prof. mr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage doet verslag van een multidisciplinair wetenschappelijk onderzoek naar herstelbelemmerende factoren van de schadeafwikkeling en een experiment met een website om de schadeafwikkeling te verbeteren door empowerment van het slachtoffer. Een volledig verslag is te vinden in het proefschrift van N.A. Elbers, Empowerment of injured claimants. Investigating claim factors, procedural justice and e-health, 2013.


Dr. N.A. Elbers
Mevrouw dr. N.A. Elbers is psycholoog en onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.

Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.
Artikel

De zorgplicht van de werkgever met betrekking tot een overval

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2013
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, zorgplicht, verzekeringsplicht, overval
Auteurs Mr. M.A. Mouris
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nieuwsbericht dat de WA-verzekeraar van een winkel aansprakelijkheid heeft erkend voor de gevolgen van een overval heeft tot commotie geleid. In de bijdrage wordt ingegaan op de vraag wanneer een werkgever aansprakelijk kan zijn voor schade die een werknemer lijdt als gevolg van een overval. Daarbij wordt ingegaan op zowel artikel 7:658 als artikel 7:611 BW. Aandacht wordt ook besteed aan de arresten van de Hoge Raad van 11 november 2011 en de rechtspositie van ambtenaren.


Mr. M.A. Mouris
Mr. M.A. Mouris is advocaat bij Beer advocaten te Amsterdam.
Artikel

De Gedragscode Behandeling Letselschade 2012; tekst en uitleg

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2013
Trefwoorden ethiek, benadeelde, schadevergoeding, GBL, De Letselschade Raad
Auteurs Mr. dr. E.J. Wervelman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Letselschade Raad heeft de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) herzien. De auteur gaat in op het proces van de totstandkoming van de nieuwe versie van de GBL. Daarbij behandelt hij de ethische uitgangspunten die daaraan thans expliciet ten grondslag liggen. Door bij behandeling van letselschade in te gaan op het waarom achter een bepaalde beslissing zal de benadeelde beter kunnen begrijpen welke argumenten tot de beslissing hebben geleid. Daardoor is hij, los van andere elementen die maken dat hij serieus wordt genomen, bijvoorbeeld ook beter in staat om zijn eigen belangen te behartigen. Dat levert dus een bijdrage aan het herwinnen van de menselijke waardigheid dat hem door het ongeval is ontnomen.


Mr. dr. E.J. Wervelman
Mr. dr. E.J. Wervelman is werkzaam bij Verschoof Wagenaar Wervelman Advocaten, specialisten in arbeidsrecht en arbeidsongeschiktheid.
Artikel

Een ‘nieuwe’ weg naar volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden derden, schade, affectieschade, medische aansprakelijkheid, overlijdensschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof Den Bosch heeft een ‘nieuwe’ mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken toegevoegd aan het bestaande rijtje: de autonome vordering op grond van een toerekenbare niet-nakoming van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Die mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden wordt echter sterk beperkt door het hof: de feitelijk derde moet aantonen dat zijn schade is veroorzaakt door de medische fout en niet door het overlijden (of letsel) van de direct gekwetste. Deze beperking vloeit voort uit de exclusieve werking van het bijzondere systeem van de artikelen 6:107-108 BW. In deze bijdrage wordt gesuggereerd om die exclusieve werking te heroverwegen.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht (R.Rijnhout@uu.nl).
Artikel

Rechtbank Zutphen 6 juli 2011, LJN BR0785

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Informatieverstrekking, toestemmingsvereiste, informed consent, bewijslastverdeling, medische aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.S.E. van Beurden
Samenvatting

    Bij een patiënt die in het ziekenhuis wordt behandeld voor longklachten wordt een verdenking op een kwaadaardige tumor geconstateerd. Tijdens de operatie die daarop volgt wordt de gehele long verwijderd. Achteraf blijkt het niet om een tumor, maar een tbc-besmetting te zijn gegaan. Patiënt stelt dat zij niet voldoende is geïnformeerd en geen toestemming heeft gegeven voor verwijdering van haar long. In afwijking van de geldende rechtspraak belast de rechtbank niet de patiënt maar het ziekenhuis met het bewijs van het informed consent. Eveneens opmerkelijk is dat de rechtbank deze bewijslastverdeling baseert op artikel 7:450 BW, omdat – volgens de rechtbank – uit dit artikel een andere verdeling van de bewijslast volgt.


Mr. M.S.E. van Beurden
Artikel

‘The way forward in Europe’: een verslag van het lustrumcongres van PEOPIL

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Grensoverschrijdende letselschadezaken, standaardisatie, Haags Verkeersongevallen Verdrag, Rome II, Brussel I
Auteurs Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt verslag gedaan van het jaarcongres van the Pan European Organisation for Personal Injury Lawyers. Aan de orde komen de standaardisatie bij de vaststelling van schade in letselschadezaken in Noorwegen en Denemarken en recente ontwikkelingen in Spanje en Italië. Tevens wordt ingegaan op de vereisten die in Engeland worden gesteld aan expertiserapporten. Tot slot wordt verslag gedaan van de bevoegdheid van rechters in grensoverschrijdende letselschadezaken, op grond van Brussel I en het toepasselijke recht op grond van Rome II. Ook wordt ingegaan op de wisselwerking tussen Rome II en het Haags Verkeersongevallen Verdrag.


Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is advocaat bij Legaltree en specialiseert zich in grensoverschrijdende aansprakelijkheids- en letselschadezaken. Zij is tevens voorzitter van PEOPIL.

    Om de afwikkeling van personenschades te bespoedigen, wordt steeds vaker mediation toegepast. Men realiseert zich dat slachtoffer en verzekeraar beide zijn gebaat bij een harmonieuze sfeer van schadebehandeling. Een enkele verzekeraar heeft publiekelijk te kennen gegeven voortaan te willen proberen bij probleemdossiers eerst via mediation tot een oplossing te komen en pas in laatste instantie via een gerechtelijke procedure. Sommige verzekeraars hebben mediation standaard in de gereedschapskist van de schadebehandelaar zitten. Andere verzekeraars doen mee aan pilot projecten van de NVMV en zijn enthousiast omdat deze projecten tot nu in alle gevallen tot oplossing van het geschil hebben geleid. Ook slachtoffers en belangenbehartigers tonen zich tevreden.


Mr. W.G.B. Neervoort
Mr. W.G.B. Neervoort is oud-advocaat, mediator en raadsheer plv. Gerechtshof Amsterdam. Tevens is hij voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Mediators in de Verzekeringsbranche (NVMV).
Artikel

Schending van een verkeers- of veiligheidsnorm; wel of niet een vereiste voor toekenning van shockschade?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden shockschade, medische aansprakelijkheid, verkeers- of veiligheidsnorm, gewone zorgvuldigheidsnorm en art. 6:98 BW
Auteurs Mr. W.E. Noordhoorn Boelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerechtshof Arnhem wijst in zijn arrest van 15 maart 2011, LJN BP8479, een vordering van shockschade af omdat geen sprake was van schending van een verkeers- of veiligheidsnorm. Naar aanleiding hiervan wordt in dit artikel ingegaan op de vraag of het in het Taxibus-arrest gegeven gezichtspunt dat voor vergoeding van shockschade sprake dient te zijn van een schending van een verkeers- of veiligheidsnorm wel een (hard) vereiste betreft. Hiervoor wordt onder andere het belang van verkeers- en veiligheidsnormen in het aansprakelijkheidsrecht besproken. Kan shockschade wellicht ook aan de laedens worden toegerekend indien sprake is van een schending van een ‘gewone’ zorgvuldigheidsnorm?


Mr. W.E. Noordhoorn Boelen
Mr. W.E. Noordhoorn Boelen is onlangs afgestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

‘Hij schreef dat hij contact op zou nemen zodra hij de tegenpartij had gesproken’: letselschadeslachtoffers over hun belangenbehartiger

Empirisch onderzoek brengt vijf belangrijke factoren voor waardering belangenbehartiger aan het licht

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2012
Trefwoorden afwikkelingsproces, beleving van slachtoffer, kwaliteit belangenbehartiger, communicatie, procedurele rechtvaardigheid, empowerment, professionalisering, digitaal behandelplan
Auteurs Drs. N.A. Elbers, Mr. K.A.P.C. van Wees en Prof. mr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage doet verslag van een kwalitatief empirisch onderzoek onder letselschadeslachtoffers naar hun ervaringen met hun belangenbehartiger. Er werden 21 slachtoffers geïnterviewd, zowel tevreden als ontevreden met hun belangenbehartiger en zowel met licht als met zwaarder letsel. Uit de interviews komen vijf factoren naar voren die belangrijk blijken te zijn voor de waardering van slachtoffers voor hun belangenbehartiger: communicatie, empathie, daadkracht, onafhankelijkheid en deskundigheid. Deze factoren worden geïllustreerd met citaten uit de interviews, toegelicht en besproken. Zij lijken solide aanknopingspunten te kunnen bieden voor het kwaliteitsbeleid van belangenbehartigers en hun organisatie. Afgerond wordt met een oproep tot professionalisering van de interactie met de cliënt en het benutten van veelbelovende mogelijkheden die het internet biedt voor empowerment.


Drs. N.A. Elbers
Mevrouw drs. N.A. Elbers is psycholoog en onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum.

Mr. K.A.P.C. van Wees
Mr. K.A.P.C. van Wees is universitair docent privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum.

Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum.
Artikel

Strafrecht voor civilisten deel II: over de gewijzigde Wet schadefonds geweldsmisdrijven en nog enkele opmerkingen over schadeverhaal via het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Schadefonds geweldsmisdrijven, affectieschade, voeging in het strafproces, shockschade, voorschotregeling
Auteurs Mr. A.H. Sas
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2012 is de gewijzigde Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking getreden. Hierdoor is met name de mogelijkheid voor nabestaanden om een uitkering te krijgen uitgebreid. Meest in het oog springend is dat zij een uitkering voor affectieschade van het fonds kunnen krijgen. Daarnaast bespreekt de auteur enkele ontwikkelingen omtrent de vordering benadeelde partij in het strafproces (de zogenoemde voeging). Dit mede in het licht van de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, die per 1 januari 2011 in werking is getreden. In dit verband wordt behandeld: het verruimde ontvankelijkheidscriterium, strafrechtelijke jurisprudentie omtrent shockschade en samenloop van de voeging met een civiele procedure.


Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsmedewerker juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Artikel

‘Lies, damned lies, and statistics’

De berekening van het verlies van een kans bij medische aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2012
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, stelplicht, bewijslast, schade, kans
Auteurs Mr. A.J. Van en Mevrouw mr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij aansprakelijkheid in medische zaken liggen de stelplicht en de bewijslast ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv bij de patiënt. Dat houdt in dat hij moet stellen en, bij betwisting, moet bewijzen dat sprake is geweest van een tekortkoming, en dat deze bij hem heeft geleid tot gezondheidsschade. Voor de patiënt zijn dit twee lastig te nemen ‘hobbels’. De patiënt kan doorgaans moeilijk aantonen dat sprake is geweest van een tekortkoming, omdat hij niet goed kan achterhalen hoe de behandeling is verlopen en niet beschikt over voldoende kennis om precies aan te geven waarin de tekortkoming is gelegen. De patiënt kan doorgaans eveneens moeilijk aantonen dat er een causaal verband bestaat tussen de tekortkoming en zijn schade: het vaststellen van het causaal verband wordt gecompliceerd doordat ten tijde van de behandeling reeds sprake was van een gezondheidsprobleem. Dit maakt dat op voorhand niet vaststaat dat de gezondheidssituatie, zoals die zich heeft aangediend na de medische fout, (volledig) is veroorzaakt door die fout.
    Omdat de bewijslast van het causaal verband tussen de tekortkoming en de gezondheidsschade bij de patiënt ligt, loopt deze het risico dat zijn vordering wordt afgewezen, ondanks dat vaststaat dat de arts een fout heeft gemaakt én een kans bestaat dat de gezondheidsschade daarvan een gevolg is. Onder die omstandigheden kan het redelijk zijn de gezondheidsschade te verdelen over partijen naar rato van de kans dat de tekortkoming heeft bijgedragen aan het ontstaan of verergeren daarvan. Tegen deze achtergrond is het leerstuk van de verloren kans ontstaan. De kern daarvan is dat geen vergoeding wordt toegekend voor de gezondheidsschade zoals die definitief bij de patiënt is ingetreden, maar voor het verlies van de kans die de patiënt had om deze schade te ontlopen. De leer van de verloren kans wordt inmiddels frequent toegepast in medische zaken.
    In de praktijk echter blijken rechters op verschillende wijzen de omvang van de verloren kans te bepalen. Dit heeft invloed op de aan de patiënt te vergoeden schade en leidt tot rechtsonzekerheid. In deze bijdrage wordt om die reden ten eerste duidelijk gemaakt welke verschillende benaderingen door rechters worden gehanteerd. Daarbij wordt tevens aandacht besteed aan de proportionele aansprakelijkheid, een andere manier om met het probleem van het onzekere causaal verband om te gaan.
    Ten tweede wordt aan de hand van voorbeelden duidelijk gemaakt dat door de wijze waarop met verschillende kansen wordt omgegaan de methode van het verlies van een kans in sommige gevallen tot een onjuiste uitkomst leidt. Deze conclusie wordt nader onderbouwd door in te gaan op het leerstuk van de voorwaardelijke kans zoals die door statistici wordt gehanteerd. Met name in die gevallen waarin de voorwaardelijke kans op gezondheidsschade met fout minder bedraagt dan 100 procent, zien we dat de methode van het verlies van een kans niet goed wordt toegepast. De patiënt is daar –ten onrechte– veelal de dupe van. Hoe de verloren kans dan wel moet worden bepaald, is dan ook een derde onderwerp dat in deze bijdrage wordt besproken.
    Het artikelDe bijdrage wordt afgesloten met een handleiding. De handleiding is bedoeld om de jurist enig houvast te geven, wanneer hij zich geconfronteerd ziet met een onzeker causaal verband. Zij geeft antwoord op de vraag welke methode het best in een bepaald geval kan worden gebruikt: de methode van de proportionele aansprakelijkheid of die van het verlies van een kans. Zo voor de laatste wordt gekozen, wordt aangegeven op welke wijze met de kansen moet worden omgesprongen, wil de methode tot het voor de patiënt juiste resultaat leiden.


Mr. A.J. Van
Mr. A.J. Van is advocaat bij Beer advocaten en senior onderzoeker aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Mevrouw mr. R.P. Wijne
Mevrouw mr. R.P. Wijne is lid-jurist bij de Tuchtcolleges Den Haag en Amsterdam en docent Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Zij werkt tevens als buitenpromovenda aan een onderzoek naar de aansprakelijkheid van de arts en het ziekenhuis.
Artikel

De Medische Paragraaf bij de Gedragscode Behandeling Letselschade

Enkele hoofdlijnen van totstandkoming, opzet en inhoud

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Gedragscode Behandeling Letselschade, Medische Paragraaf, medisch beoordelingstraject, medisch adviseur, medische gegevens, privacy, harmoniemodel, IWMD-vraagstelling
Auteurs Mevrouw mr. A. Wilken en Prof. mr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    In december 2011 is de nieuwe Medische Paragraaf bij de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) gereedgekomen. Deze Medische Paragraaf bestaat uit vijf onderdelen, en treedt in de plaats van de Beginselen 9 en 12 van de GBL 2006. De regeling in de Medische Paragraaf is niet alleen veel uitvoeriger, nieuw is dat er ook werkdocumenten zijn opgenomen, die zijn bedoeld als voorbeelden van een werkwijze waarmee de goede praktijken uit de Medische Paragraaf kunnen worden geoperationaliseerd. In deze bijdrage worden achtereenvolgens de totstandkoming, de opbouw en het toepassingsbereik van de Medische Paragraaf besproken. Daarna worden per onderdeel van de Medische Paragraaf de belangrijkste uitgangspunten en goede praktijken toegelicht.


Mevrouw mr. A. Wilken
Mevrouw mr. A. Wilken is onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum.

Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum.
Artikel

Aquarius: een letselschaderegeling met duidelijke deadlines en een proactieve arts

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Gedragscode Behandeling Letselschade, Aquariusarts, harmonieus dualisme, escalatietraject, strikte deadlines
Auteurs Mevrouw mr. F.Th. Peters en J.M. Mossink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage beschrijven de auteurs een nieuw schaderegelingsproces in de letselschadepraktijk. Zij hebben een mensgericht, rechtvaardig en transparant letselschadetraject voor ogen, dat vooral op wederzijds vertrouwen is gebaseerd. Kenmerken zijn: een helder plan van aanpak met strikte deadlines, een werkwijze met één arts in plaats van twee medisch adviseurs en een escalatietraject in het geval geen overeenstemming over een te volgen deeltraject kan worden gevonden. Het proces wordt beproefd in een pilot die in oktober 2011 is gestart en waarschijnlijk in mei 2013 zal worden beëindigd.


Mevrouw mr. F.Th. Peters
Mevrouw mr. F.Th. Peters is directeur van CED Mens.

J.M. Mossink
De heer J.M. Mossink is directeur van Letselschadebureau Kloppenburg.
Toont 1 - 20 van 95 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.