Zoekresultaat: 19 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x Jaar 2010 x Rubriek Artikel x
Artikel

Multilaterale handelsfaciliteiten en dark pools

Is MiFID na drie jaar al aan herziening toe?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden MiFID, MTF, multilaterale handelsfaciliteit, multilateraal handelsplatform
Auteurs Mw. Mr. S. Rosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de multilaterale handelsfaciliteit centraal. De bijdrage beoogt een globaal overzicht te geven van de regelgeving die van toepassing is op dit handelsplatform dat beter bekend is als MTF. Er wordt aansluiting gezocht bij de herziening van MiFID en bekeken wordt of MiFID na drie jaar de door haar beoogde concurrentieverhoging ten aanzien van handelsplatformen heeft weten te volbrengen. Besproken wordt de definitie van het begrip MTF en de belangrijkste elementen van het op een MTF van toepassing zijnde regelgevend kader. Tevens wordt stilgestaan bij de verschillen die er zijn tussen een gereglementeerde markt en een MTF. Ook wordt nader ingegaan op het begrip dark pool (het onderdeel van de handel dat buiten het orderboek van de handelsplatformen plaatsvindt) en komen de bevindingen van CESR en IOSCO aan bod voor zover die momenteel relevant zijn voor MTF’s en dark pools.


Mw. Mr. S. Rosmalen
Mw. mr. S. Rosmalen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Zorgplichten in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Concern, zorgplichten, moedermaatschappij, concernholding, maatschappelijk verantwoord ondernemen, MVO
Auteurs Prof. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre het begrip zorgplicht een rol speelt of zou kunnen spelen in concernverhoudingen, binnen groepen van vennootschappen. Daarbij wordt er in het bijzonder ingegaan op de moedermaatschappij of concernholding. In dit kader komen onder meer de volgende vragen aan bod: welk belang wordt er met zorgplicht gediend? Op welke wijze dient de moedermaatschappij de zorgplichten te vervullen? Wat zijn de gevolgen van schending van de zorgplicht? En hoe dient het fenomeen zorgplicht tegen de achtergrond van de daarmee beoogde doelen, als deze al expliciet gemaakt kunnen worden, te worden beoordeeld?


Prof. J.B. Huizink
Prof. J.B. Huizink is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Resultaten uit het verleden…Nog enige kritische kanttekeningen bij de recente wijzigingen in de Successiewet 1956

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Successiewet, bedrijfsopvolging, schenkbelasting, erfrechtelijke verkrijging, bedrijfsopvolging, fictiebepaling
Auteurs Mr. N.J. Schutte
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet heeft de Successiewet op een aantal ingrijpende maatregelen gewijzigd. In deze bijdrage wordt ingegaan op de na 15 september 2009 doorgevoerde wijzigingen in de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet. Tevens bespreekt de auteur een aantal ‘klassieke’ fictiebepalingen en de specifieke gevolgen per wetsbepaling. Dit alles gebaseerd op de wettekst zoals die op 17 december 2009 door de Eerste Kamer is aanvaard, en op 1 januari 2010 in werking is getreden. Uit de analyse van de auteur blijkt dat de wetswijzigingen in een aantal gevallen verstrekkende gevolgen hebben die, als zij al gerechtvaardigd kunnen worden vanuit het systeem van de wet, toch een aanzienlijke en onverwachte fiscale last kunnen leggen op de schouders van fictieve verkrijgers.


Mr. N.J. Schutte
Mr. N.J. Schutte is (hoofd)docent belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens verbonden aan Deloitte Belastingadviseurs.
Artikel

Herwaardering van certificering als beschermingsconstructie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Administratiekantoor, beschermingsconstructies, certificering, certificering van aandelen, Dutch discount, market for corporate control
Auteurs Mr. J. de Koning Gans en Prof. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk wijst uit dat aandeelhoudersactivisme het vennootschappelijk belang kan bedreigen. In deze bijdrage wordt onderzocht wat de meest adequate vorm van bescherming van een beursvennootschap tegen een vijandige overname is. Allereerst worden de in Nederland meest voorkomende beschermingsconstructies besproken en geëvalueerd. De auteurs constateren vervolgens dat aan elke beschermingsmaatregel voor- en nadelen kleven. Deze voor- en nadelen hebben betrekking op de toereikendheid van de bescherming of de aanvaardbaarheid van de inperking van de zeggenschap van kapitaalverschaffers. Vergeleken met de andere behandelde beschermingsconstructies lijkt certificering echter volgens de auteurs het best aan beide criteria te voldoen. De auteurs sluiten deze bijdrage af met enkele aanbevelingen ten aanzien van het bestuur van het Administratiekantoor (AK) die de certificaten uitgeeft teneinde de onafhankelijkheid van het AK te kunnen waarborgen en certificering in het algemeen als meest aanvaardbare beschermingsconstructie te kunnen aanmerken.


Mr. J. de Koning Gans
Mr. J. De Koning Gans is recentelijk afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht in de master Recht en Onderneming.

Prof. W.J. Oostwouder
Prof. W.J. Oostwouder is hoogleraar bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Fiscale behandeling van de kosten van een beursintroductie of -emissie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden kosten beursintroductie, -notering en emissie, aftrek vennootschapsbelasting, omzetbelasting, optie- en aandelenplannen
Auteurs Dr. F.P.J. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over de kosten die samenhangen met een beursgang en de aftrek hiervan voor de vennootschapsbelasting. Allereerst wordt het algemene kader omtrent de aftrek van kosten voor de vennootschapsbelasting geschetst. Daarna worden vier uitspraken inzake de kosten van een beursgang besproken, waarna wordt ingaan op de omzetbelasting en optie- en aandelenplannen voor personeel. In dit kader wordt tevens ingegaan op de eventuele onduidelijkheden waarover in de toekomst strijd met de Belastingdienst verwacht mag worden. Het artikel sluit af met een samenvatting.


Dr. F.P.J. Snel
Dr. F.P.J. Snel is als belastingadviseur verbonden aan Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Een beloningscode voor de financiële sector

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beloningsbeleid financiële sector, corporate governance,, Code Banken, financiële onderneming
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage heeft betrekking op het beloningsbeleid in de financiële sector. Allereerst wordt ingegaan op toegenomen aandacht voor de beloningen in de financiële sector en op de opbouw en reikwijdte van de verschillende initiatieven. Vervolgens worden de verschillende initiatieven op het gebied van het beloningsbeleid in de financiële sector met elkaar vergeleken. Die vergelijking mondt uit in een (model) beloningscode die weergeeft wat goede corporate governance op het gebied van het beloningsbeleid zou kunnen zijn. Deze (model) beloningscode zouden financiële instellingen of financiële ondernemingen kunnen gebruiken als leidraad bij het vaststellen en uitvoeren van hun beloningsbeleid. Deze bijdrage wordt afgesloten met enkele afsluitende opmerkingen.


Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Dwaling als alternatief bij prospectusaansprakelijkheid

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Wet Oneerlijke Handelspraktijken, misleidende reclame, World Online, maatman-belegger
Auteurs Mw. mr. M.H.C. Sinninghe Damsté
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op het juridisch kader van aansprakelijkheid voor het publiceren van een misleidend prospectus. Daarnaast worden een aantal elementen van de tijdrovende juridische procedure betreffende misleidende reclame voor consumenten die is ondergebracht in de Wet Oneerlijke Handelspraktijken (WOH) en de processuele elementen die hiermee samenhangen besproken. De vraag die naar aanleiding hiervan rijst, is of consumenten niet op een eenvoudigere manier hetzelfde resultaat kunnen bereiken. Hiertoe wordt onderzocht of een beroep op dwaling als alternatief voor prospectusaansprakelijkheid mogelijk is. Deze bijdrage wordt afgesloten met een aantal afsluitende opmerkingen.


Mw. mr. M.H.C. Sinninghe Damsté
Mw. mr. M.H.C. Sinninghe Damsté is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Sluit het publieke overnamebeleid aan bij de private overnamepraktijk?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden publiekeovernamebeleid, theorie van de Markt voor Bestuurstitels, minimax-spijttheorie, overnamepraktijk
Auteurs Prof. dr. H. Schenk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het publieke overnamebeleid is gebaseerd op de theorie van de Markt voor Bestuurstitels. Deze bijdrage laat zien dat overnames in de praktijk veelal gebaseerd zijn op factoren die met deze theorie weinig te maken hebben. Dat blijkt onder meer uit het feit dat de meeste overnames telkens weer mislukken op het vlak van economische waardeschepping. Deze bijdrage presenteert daarom een alternatief dat volgens de auteur nauwer aansluit bij de werkelijke overnamepraktijk, te weten de minimax-spijttheorie. Deze theorie legt het accent op strategische in plaats van economische factoren. Een en ander heeft verregaande consequenties voor het publieke overnamebeleid, in het bijzonder betreffende de toelaatbaarheid van beschermingsconstructies.


Prof. dr. H. Schenk
Prof. dr. H. Schenk is hoogleraar economische wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. E-mail: E.J.J.Schenk@uu.nl.
Artikel

Naar de beurs anno 2010

Een overzicht van een beursgang en recente ontwikkelingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beursgang, rulebooks Euronext, Initial Public Offering (IPO), prospectus
Auteurs Mw. Mr. S.N. Demper en Mr. M.T.G. Schoonewille
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het proces van een beursgang geschetst met daarbij aandacht voor de noteringsaanvraag bij Euronext Amsterdam. In dit kader wordt ingegaan op diverse onderwerpen die betrekking hebben op de beursgang, waaronder de emissiestructuur, de underwriting agreement, prijsbepaling en de post-IPO fase. Hiernaast wordt stilgestaan bij twee gesignaleerde actualiteiten op het gebied van kapitaalmarkten en de beursgang, te weten (1) het fenomeen dual listing via de fast path-procedure en (2) het nieuwe project ‘Fast Track to Liquidity: IPO Roadmap to the Netherlands’ van het Holland Financial Centre.


Mw. Mr. S.N. Demper
Mw. mr. S.N. Demper is als junior docent/onderzoeker verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. M.T.G. Schoonewille
Mr. M.T.G. Schoonewille is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Londen.
Artikel

De nieuwe tegenstrijdigbelangregeling en de praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden tegenstrijdig belang, wetsvoorstel bestuur en toezicht, artikel 2:146/256 BW, persoonlijk belang bestuurders en commissarissen
Auteurs Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel 31 763 (bestuur en toezicht) bevat een nieuwe regeling van het tegenstrijdig belang welke er in de kern op neerkomt dat bestuurders en commissarissen niet mogen deelnemen aan besluitvorming indien zij daarbij een persoonlijk tegenstrijdig belang hebben. In deze bijdrage wordt de nieuwe regeling onder de loep genomen, mede met het oog op vragen die zich in de praktijk kunnen gaan voordoen. Allereerst wordt de nieuwe regeling in kort bestek geschetst, gevolgd door enkele kanttekeningen. Voor een goed begrip van de regeling worden ook enkele met het tegenstrijdig belang verwante aangelegenheden gesignaleerd die buiten de nieuwe regeling vallen. Daarna worden enkele specifieke opmerkingen gemaakt met het oog op de praktijk. Deze bijdrage wordt afgesloten met een samenvatting van de belangrijkste bevinden en een conclusie.


Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn is hoogleraar ondernemingsrecht (transnationale aspecten) aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij AKD Advocaten en Notarissen.
Artikel

Schuivende panelen, corporate compliance als broeders hoeder?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden zorgplicht, piramidefonds, bijzondere zorgplicht ten opzichte van derden, niet-gereguleerde beleggingsinstellingen, Banken
Auteurs Mr. E.P. van Banning
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen jaren zijn enkele omvangrijke financiële fraudes aan het licht gekomen rondom niet-gereguleerde beleggingsinstellingen die bij particuliere beleggers miljoenen euro’s hebben opgehaald. Tegelijkertijd zien wij de ontwikkeling dat banken in toenemende mate aansprakelijk gesteld worden vanuit een tekortkoming in de zorgplicht ten aanzien van de beleggers in dit soort instellingen. In dit artikel wordt aan de hand van een literatuur- en praktijkonderzoek getracht antwoord te geven op de vraag of er een verschuiving heeft plaatsgevonden van toezicht van de AFM op de niet-gereguleerde beleggingsinstellingen naar zorgplicht van banken ten opzichte van derdenbeleggers in niet-gereguleerde beleggingsinstellingen die klant bij hun zijn (‘schuivende panelen’). Op basis van de bevindingen uit het onderzoek doet de auteur tevens enkele suggesties voor banken om de risico’s bij het accepteren van een niet-gereguleerde beleggingsinstelling als klant zo beperkt mogelijk te houden.


Mr. E.P. van Banning
Mr. E.P. van Banning is werkzaam als senior compliance officer bij een financiële instelling op het gebied van cliënt acceptance and anti-money laundering.
Artikel

‘Een sterke tweede pijler. Naar een toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen.’

Een beschouwing van de bevindingen van de commissie-Goudswaard

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Commissie-Goudswaard, aanvullend pensioen, pensioenopbouw, rapport-Goudswaard, tweedepijlerpensioenen, pensioenfondsen, commissie-Frijns
Auteurs Mr. J.G.E. van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2008 werd de kwetsbaarheid van het stelsel van aanvullende pensioenen duidelijk toen veel pensioenfondsen in een situatie van onderdekking terechtkwamen en herstelplannen moesten indienen bij DNB. Vragen rond het beleggingsbeleid en het risicobeheer tegen de achtergrond van de dalende dekkingsgraden van pensioenfondsen waren voor minister Donner aanleiding tot het instellen van een tweetal commissies, te weten de commissie-Frijns (onderzoek naar beleggingsbeleid en risicobeheer van pensioenfondsen) en de commissie-Goudswaard (onderzoek naar toekomst- en schokbestendigheid van aanvullende pensioenen en mogelijk oplossingen het stelsel te verbeteren). In dit artikel wordt ingegaan op de bevindingen van de commissie-Goudswaard die uit haar rapport ‘Een sterke tweede pijler: naar een toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen’ naar voren komen. Hierbij wordt o.a. ingegaan op de karakteristieken van het aanvullend pensioenen (tweede pijler), de zwakke plekken van het pensioenstelsel en de mogelijke oplossingen hiervoor die door de commissie-Goudswaard worden aangedragen. Tevens wordt aandacht besteed aan de kabinetsreactie op het rapport en worden de diverse besproken oplossingen tegen elkaar afgewogen.


Mr. J.G.E. van Leeuwen
Mr. J.G.E. van Leeuwen is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De zorgplicht van de bestuurder van een rechtspersoon

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden zorgplicht, bestuurder, behoorlijke taakvervulling, governance-code
Auteurs Prof. mr. A.F. Verdam
SamenvattingAuteursinformatie

    In de verhouding tussen een rechtspersoon en haar bestuurder kan men spreken van een zorgplicht van de bestuurder. Die zorgplicht vloeit ook voort uit de wettelijke plicht van de bestuurder tot behoorlijke taakvervulling. De norm van behoorlijke taakvervulling is van toepassing op een scala van rechtspersonen in een breed spectrum van omstandigheden. Daarmee kan de norm niet anders zijn dan een algemene bepaling met een open karakter. In deze bijdrage wordt aan deze open norm nader invulling gegeven aan de hand van codes en guidelines, als relatief nieuwe normeringsinstrumenten, waaronder de corporate governance code voor beursvennootschappen. Ingegaan wordt o.a. op de follow-up van de code voor beursvennootschappen, de status daarvan in het gemene recht, en de doorwerking ervan op de voor de bestuurder geldende verplichtingen.


Prof. mr. A.F. Verdam
Prof. mr. A.F. Verdam is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en Legal advisor bij de Koninklijke Philips Electronics N.V.
Artikel

Kredietcrisis en het jaarverslag

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden jaarverslag, kredietcrisis, externe verslaggeving
Auteurs Dr. D.H. van Offeren en Drs. C.A. Arnold
SamenvattingAuteursinformatie

    Het jaar 2008 gaat de geschiedenis in als het jaar waarin de kredietcrisis wereldwijd heeft toegeslagen. In het derde en vooral het vierde kwartaal raakten vele economieën in West-Europa in een recessie. In dit artikel wordt stilgestaan bij de vraag in hoeverre ondernemingen in hun jaarverslag over 2008 informatie hebben verstrekt over de kredietcrisis en de risico’s die hieruit voorvloeien. Aan bod komen allereerst de verslaggevingsregels die van toepassing zijn op het jaarverslag en de internationale ontwikkelingen op dit gebied. Vervolgens wordt aan de hand van een empirisch onderzoek van 75 jaarverslagen van Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen over 2008 geanalyseerd welke informatie er wordt verstrekt over de risico’s die zijn verbonden aan de gevolgen van de kredietcrisis voor de onderneming. In dit kader wordt tevens gekeken naar de invloed van de kredietcrisis op de toekomstverwachtingen van de ondernemingen. Ten slotte wordt besproken welke onderzochte jaarverslagen naar de mening van auteurs als best practices kunnen worden aangemerkt.


Dr. D.H. van Offeren
Dr. D.H. van Offeren is Universitair Hoofddocent bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, afdeling Bedrijfseconomie van de Universiteit Leiden.

Drs. C.A. Arnold
Drs. C.A. Arnold RA is verbonden aan het Department of Professional Practice (DPP) van KPMG Accountants NV en tevens aan het Financial Executive Education programma van de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

De aftrek van rente in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 ter discussie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Wet Vpb 1969, vennootschapsbelasting, renteaftrek, renteaftrekbeperkingen, private equity
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de invoering van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb 1969) zijn in toenemende mate inbreuken gemaakt op de regel dat verschuldigde rente aftrekbaar is. Ook recent is er discussie ontstaan over de mogelijkheid betaalde rente in mindering te brengen voor de vennootschapsbelasting en wordt de roep gehoord om nog verdergaande renteaftrekbeperkingen. In deze bijdrage wordt getracht een antwoord te geven op de vraag of deze roep vanuit een fiscaaljuridische invalshoek terecht is. Daartoe wordt allereerst het thans in de Wet Vpb 1969 bestaande regime voor betaalde rente geschetst en geanalyseerd om zicht te krijgen op de beweegredenen die tot nu toe ten grondslag hebben gelegen aan de behandeling van renteaftrek in de Nederlandse vennootschapsbelasting. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de overnamepraktijken van private-equityfondsen. Ten slotte wordt een alternatief besproken waarbij het aantal renteaftrekbeperkingen in de Wet Vpb 1969 wordt verminderd, maar de afgetrokken rente wel in Nederland wordt belast.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar Algemeen Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Aansprakelijkheid op grond van de 403-verklaring

Een bespreking van enkele aspecten van de 403-verklaring aan de hand van de Jones Lang LaSalle-uitspraak

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2010
Trefwoorden 403-verklaring, concernverband, concernrecht, Jones Lang LaSalle-zaak, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. B. Niels
SamenvattingAuteursinformatie

    In het huidige economische klimaat zal de belangstelling van zowel crediteuren als hoofdelijke debiteuren voor de aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring ongetwijfeld toenemen. Uit de praktijk en uit de rechtspraak blijkt echter dat nog de nodige onduidelijkheid bestaat over de uitleg van artikel 2:403 BW en de reikwijdte van de gedeponeerde 403-verklaring, waardoor enerzijds de moeder aansprakelijk kan zijn zonder dat het noodzakelijk is en anderzijds de dochter in strijd met de wettelijke regelgeving geen jaarrekening kan hebben gepubliceerd. Ook wordt regelmatig door de moeder vergeten de verklaring ten behoeve van een inmiddels verkochte dochter in te trekken en de aansprakelijkheid te beëindigen. In dit artikel wordt aan de hand van de recente Jones Lang LaSalle-zaak de problematiek met betrekking tot de 403-verklaring besproken.


Mr. B. Niels
Mr. B. Niels is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Artikel

Bijdrage van ratingbureaus aan ontstaan kredietcrisis onderzocht

Doet de verordening inzake ratingbureaus genoeg om een nieuwe zeperd te voorkomen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2010
Trefwoorden credit rating agencies, CRA Verordening, mortgage-backed securities, kredietbeoordelaars, securitisatie
Auteurs Mr. B.A. Boersma
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt stilgestaan bij de opkomst van kredietbeoordelaars in Europa en hun belangrijkste werkzaamheden. In dit kader wordt ingegaan op de redenen voor het overschatten van de kredietwaardigheid van gestructureerde financieringsinstrumenten door ratingbureaus en de negatieve bijdrage die dat heeft geleverd aan het ontstaan van de kredietcrisis. Tevens wordt de CRA Verordening besproken en wordt gekeken of ratingbureaus in Nederland aansprakelijk kunnen worden gehouden voor gebrekkige kredietbeoordelingen. Het artikel wordt afgesloten met een bespreking van een mogelijke aanvulling op de CRA Verordening, te weten het oprichten van een communautair ratingbureau voor het beoordelen van gestructureerde financieringsinstrumenten.


Mr. B.A. Boersma
Mr. B.A. Boersma is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Schuldverrekening in het fiscale invorderingsrecht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2010
Trefwoorden verrekening van schulden en vorderingen, invordering, faillissement, fiscale eenheid
Auteurs Mr. M.J. Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt stilgestaan bij de verrekening van belastingteruggaven en belastingschulden op grond van artikel 24 IW. Aan bod komen onder andere de achtergrond van dit specifieke fiscaaljuridische verrekeningsregime, de verhouding tussen artikel 24 IW 1990 en het civieljuridische verrekeningsregime zoals opgenomen in artikel 6:127 e.v. BW en artikel 53 Fw. Het belang van het fiscale verrekeningsregime van artikel 24 IW 1990 komt vooral tot uitdrukking bij aanwezigheid van een fiscale eenheid in de zin van artikel 15 Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Daarom wordt specifieke aandacht besteed aan de toepassing van artikel 24 IW 1990 bij aanwezigheid van een dergelijke fiscale eenheid.


Mr. M.J. Boer
Mr. M.J. Boer is als postdoc verbonden aan de vakgroep belastingrecht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Handhaving van IFRS, er is nog ruimte voor verbetering

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2010
Trefwoorden IAS-Verordening, IAS, financiële verslaggeving, verslaggevingsregels
Auteurs Mr. drs. H.K.O. Reimers
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 2005 is de toepassing van IAS/IFRS verplicht voor de geconsolideerde jaarrekening van effectenuitgevende instellingen in de EU . De grondslag hiervoor ligt in de IAS-Verordening 1606/2002/EG. De doelstellingen van de IAS-Verordening zijn verbetering van de vergelijkbaarheid en transparantie van financiële verslaggeving. Om dit te bereiken, worden in de literatuur drie voorwaarden genoemd: (1) kwalitatief hoogwaardige standaarden, (2) dwingende regelgeving en (3) effectief toezicht. In deze bijdrage worden deze drie voorwaarden besproken. Daarnaast wordt stilgestaan bij de vraag of de doelstellingen van de IAS-Verordening zijn bereikt en op welke punten verbetering gewenst is.


Mr. drs. H.K.O. Reimers
Mr. drs. H.K.O. Reimers AA CPA is advocaat bij Nauta Dutilh N.V. te Rotterdam en bestuurslid van de NOvAA.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.