Zoekresultaat: 31 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht x Rubriek Artikel x
Artikel

Over Vano/Foreburghstaete en de samenloop van dwaling en tekortkoming

HR 11 oktober 2013, NJ 2013/492 (Vano/Foreburghstaete)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden dwaling, tekortkoming, garantieverbintenis, schadevergoeding, samenloop
Auteurs Mr. M.R. Hebly
SamenvattingAuteursinformatie

    Is naast een geslaagd beroep op dwaling plaats voor schadevergoeding wegens een tekortkoming in een overeengekomen garantie? De Hoge Raad overweegt ontkennend: de vernietiging wegens dwaling treft in beginsel ook deze garantie, en dus is er geen sprake van een tekortkoming daarin. Een beschouwing over samenloop van dwaling en wanprestatie.


Mr. M.R. Hebly
Mr. M.R. Hebly is als docent privaatrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Ambtshalve toepassing van consumentenbeschermend EU-recht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden ambtshalve, rechtsstrijd, matiging, onderzoeksplicht, consumenten
Auteurs Mr. dr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoe ver reikt de plicht tot ambtshalve toepassing van consumentenrecht? Uit recente jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad volgt dat deze ook rust op de appèlrechter. In deze bijdrage wordt besproken welke gevolgen deze jurisprudentie heeft voor de feitenrechters en hoe zij daar invulling aan kunnen geven.


Mr. dr. A.G.F. Ancery
Mr. dr. A.G.F. Ancery is werkzaam bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

De vermogensrechtelijke koers van het cognossement

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden handelsrecht, cognossement, Europees privaatrecht, derdenbeding, traditio longa manu
Auteurs Mr. H. Logmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage komt de verhouding tussen het handelsrecht en het vermogensrecht aan de orde. Die verhouding wordt geïllustreerd met de vraag op welke wijze een cognossement aan order moet worden ingepast in het goederen- en verbintenissenrecht. De gevonden dogmatische constructies passen bij enkele actuele trends in het vermogensrecht, namelijk een toegenomen aandacht voor business-to-business-verhoudingen en de aanzetten die gegeven zijn om te komen tot een Europees privaatrecht.


Mr. H. Logmans
Mr. H. Logmans is medewerker bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad.

    De Hoge Raad wees op 12 april jl. een arrest over de schadevergoeding die een ontvanger moet betalen als hij toerekenbaar niet in staat is de ingevolge een naderhand vernietigde rechtshandeling ontvangen prestatie aan de betaler terug te geven. In deze bijdrage wordt het arrest onder de loep genomen.


Mr. F. Damsteegt-Molier
Mr. F. Damsteegt-Molier is rechter bij de Rechtbank Rotterdam. Deze bijdrage heeft zij op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Esmilo/Mediq: toetsingskader voor nietigheid ex art. 3:40 lid 1 BW

HR 1 juni 2012, RvdW 2012, 765 (Esmilo/Mediq)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden art. 3:40 lid 1 BW, nietigheid, openbare orde, toetsingskader, strijd met de wet
Auteurs Mr. M.R. Hebly en Mr. A.N.L. de Hoogh
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad geeft in het arrest Esmilo/Mediq een toetsingskader voor de beoordeling of een overeenkomst die naar haar inhoud of strekking strijdig is met de wet door nietigheid moet worden getroffen wegens strijd met de openbare orde.


Mr. M.R. Hebly
Mr. M.R. Hebly is werkzaam als wetenschappelijk docent bij de sectie Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law te Rotterdam.

Mr. A.N.L. de Hoogh
Mr. A.N.L. de Hoogh is werkzaam als wetenschappelijk docent bij de sectie Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law te Rotterdam.

    Bespreking van het proefschrift van mr. M.H.E. Rongen


Mr. R. Westrik
Mr. R. Westrik is universitair hoofddocent privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoofd wetenschappelijk bureau bij Holla Advocaten te Den Bosch.
Artikel

Vijf jaar ‘taalkundige uitleg’ van commerciële contracten; een overzicht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2012
Trefwoorden uitleg, interpretatie, overeenkomst, contract, Haviltex
Auteurs Mr. M.S. Breeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op de ontwikkeling van de ‘taalkundige’ uitleg van commerciële contracten in de jurisprudentie van de Hoge Raad. Hij bespreekt hiertoe vijf arresten van de Hoge Raad die in de afgelopen vijf jaar na de arresten Meyer Europe/PontMeyer en Derksen/Homburg zijn gewezen.


Mr. M.S. Breeman
Mr. M.S. Breeman is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Arbitraal beding in algemene voorwaarden niet per definitie onredelijk bezwarend in business-to-consumer verhoudingen

Denk niet zwart, denk niet grijs, denk niet zwart-wit, maar in de kleur van ... de concrete omstandigheden van het geval

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden arbitraal beding, arbitragebeding, onredelijk bezwarend, Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, zwarte lijst
Auteurs Mr. dr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    De geldigheid van arbitrale bedingen in algemene voorwaarden die de consument de toegang tot de overheidsrechter ontzeggen, staat al geruime tijd ter discussie. Hoewel de regeling betreffende algemene voorwaarden in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek reeds in 1992 is ingevoerd en de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten vanaf 1993 is ingetreden, is er tot nu toe geen eenduidig antwoord mogelijk op de vraag of een arbitraal beding in business-to-consumer verhoudingen onredelijk bezwarend is. In deze bijdrage wordt aan de hand van HR 21 september 2012, LJN BW6135 (Van Marrum/de opdrachtgever) nader ingegaan op de vraag of een arbitraal beding in algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is voor de consument.


Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

mr. dr. T.H.M. van Wechem
Mr. dr. T.H.M. van Wechem is verbonden aan Baker & McKenzie advocaten in Amsterdam, directeur van Law@Work B.V en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Artikel

HR 8 juli 2011, LJN BQ1684, RvdW 2011/905 (G4/Hanzevast): art. 6:277 BW (g)een overbodige bepaling

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden art. 6:277 BW, art. 6:74 BW, positief contractsbelang, zuivering van het verzuim, schadevergoeding bij ontbinding
Auteurs Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht op vergoeding van het positief contractsbelang bij ontbinding wegens wanprestatie vloeit voort uit zowel art. 6:74 BW als art. 6:277 BW. Voor het peilmoment van de schade heeft de schuldeiser de keuze tussen het moment van intreden van het verzuim (art. 6:74 BW) en het moment van ontbinding (art. 6:277 BW).


Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Gemengde overeenkomsten

De betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk: kwalificatie van overeenkomsten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Gemengde overeenkomsten, Kwalificatie van overeenkomsten, Samenloop, Bijzondere overeenkomsten, Benoemde overeenkomsten
Auteurs Mr. M.E. Hinskens-van Neck en Mr. L.A.R. Siemerink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voorganger van het Maandblad voor Vermogensrecht is geschreven over gemengde overeenkomsten, de samenloop van verschillende door de wet benoemde bijzondere overeenkomsten, waarvoor art. 6:215 BW een grondslag biedt. Deze bijdrage bouwt hierop voort. Daartoe wordt ingegaan op de samenloop van verschillende wetsbepalingen en op de samenloop van overeenkomsten, om daarna in te gaan op de norm van art. 6:215 BW. Vervolgens wordt aan de hand van jurisprudentie de betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk besproken.


Mr. M.E. Hinskens-van Neck
Mr. Hinskens-van Neck en mr. Siemering zijn gerechtsauditeurs bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is door hen geschreven op persoonlijke titel.

Mr. L.A.R. Siemerink
Mr. Siemerink is redactielid van MvV.
Artikel

De klachtplicht bij koop

HR 25 maart 2011, LJN BP8991, RvdW 2011, 419 (Ploum/Smeets II)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2011
Trefwoorden gezichtspuntencatalogus, klachtplicht, arrest Ploum/Smeets II, art. 6:89 BW, art. 7:23 lid 1 BW
Auteurs Mr. Y.A. Rampersad en Mr. J.A. van der Weide
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren is door de Hoge Raad een ‘gezichtspuntencatalogus’ ontwikkeld aan de hand waarvan kan worden getoetst of in een concreet geval aan de klachtplicht van art. 6:89 en 7:23 lid 1 BW is voldaan. In deze bijdrage wordt het arrest Ploum/Smeets II van 25 maart 2011, LJN BP8991, RvdW 2011, 419, besproken waarin deze gezichtspuntencatalogus is uitgebreid en nader is uitgewerkt.


Mr. Y.A. Rampersad
Mr. Y.A. Rampersad is onlangs afgestudeerd in de richtingen Civiel recht en Straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J.A. van der Weide
Mr. J.A. van der Weide is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Wijziging van de Europese richtlijn betalingsachterstanden

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden Europese richtlijn betalingsachterstanden, wijziging, gevolgen voor implementatie
Auteurs Mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk is de Europese richtlijn betalingsachterstanden aangescherpt. Omdat het gaat om materiële wijzigingen op diverse punten is ervoor geopteerd om met ingang van de implementatiedatum (16 maart 2013) de oude richtlijn geheel te vervangen. In deze bijdrage wordt tegen de achtergrond van de eerdere richtlijn uit 2000 ingegaan op de belangrijkste wijzigingen die deze nieuwe richtlijn met zich brengt.


Mr. H.N. Schelhaas
Mr. H.N. Schelhaas is advocaat in Amsterdam en honorair universitair hoofddocent bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Welke redelijkheid? Verplicht kiezen tussen uitleg en beperking

Bespreking van HR 21 januari 2011, NJ 2011, 176 m.nt. MMM, LJN BO5203

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden redelijkheid en billijkheid, uitleg, beperkende werking, ambtshalve aanvulling
Auteurs Mr. drs. A.W. van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad dwong in het besproken arrest een keuze tussen redelijke uitleg en beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid af. De verhouding tussen beide werd nader onderzocht, mede in het licht van de klassieker Rederij Koppe. Onderscheid blijft noodzakelijk: zowel toetsingsmaatstaven als de mogelijkheden voor de rechter verschillen.


Mr. drs. A.W. van der Veen
Mr. drs. A.W. van der Veen is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Artikel

De kenbaarheid van opschorting

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden opschorting, mededelingsplicht, mededelingsplicht, klachtplicht, ingebrekestelling
Auteurs Mr. M.M. Stolp
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan een schuldenaar gebruik maken van een opschortingsrecht zonder mee te delen dat en op welke grond hij opschort? De wet zwijgt hierover. Uit een arrest van afgelopen nazomer blijkt dat de Hoge Raad zijn op dit punt eerder uitgezette richtsnoeren tot een ‘bestendig kader’ heeft gevormd. Deze bijdrage beoogt dit kader te verhelderen en aldus de praktijk meer houvast te bieden bij beantwoording van eerdergenoemde vraag.


Mr. M.M. Stolp
Mr. M.M. Stolp is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Artikel

Omkering van de bewijslast

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden stelplicht, bewijslast, omkering van de bewijslast, bevrijdend verweer, klachtweer
Auteurs Mr. E.J. Bellaart en Mr. D.E. Alink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van 23 april 2010 van de Hoge Raad betreft naar de mening van auteurs een voorbeeld van toepassing van een bijzondere regel van omkering van de bewijslast op grond van art. 150 Rv in het kader van een vernietigingsprocedure van een arbitraal vonnis. Het arrest maakt, in meer algemene zin, duidelijk dat de omkering van de bewijslast niet een omkering van de stelplicht betekent. Als sprake is van een bevrijdend verweer dient daarop een beroep te worden gedaan, ongeacht de omkering van de bewijslast. Het arrest schijnt ook licht op andere bevrijdende verweren waarbij de bewijslast is omgekeerd, zoals de klachtplicht ex art. 7:23 BW.


Mr. E.J. Bellaart
Mr. E.J. Bellaart is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau (Civiel) van de Hoge Raad der Nederlanden.

Mr. D.E. Alink
Mr. D.E. Alink is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau (Civiel) van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Pénzügyi Lízing/Schneider: HvJ EU verzet de bakens inzake ambtshalve toetsing van algemene voorwaarden

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Europees consumentenrecht, ambtshalve toetsing, Richtlijn 93/13, oneerlijke bedingen, algemene voorwaarden
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJ EU verplichtte in zijn eerdere rechtspraak de nationale rechter al om bedingen die onder het bereik van de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten vallen ambtshalve te toetsen. In zijn arrest Pénzügyi Lízing/Schneider heeft het HvJ EU de nationale rechter verplicht om ambtshalve instructiemaatregelen te treffen om vast te stellen of het beding dat voorwerp van het geschil vormt binnen de werkingssfeer van de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten valt. In deze bijdrage wordt de rechtspraak van het HvJ EU over de ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen besproken en worden suggesties gedaan voor de vormgeving van de in het arrest Pénzügyi Lízing/Schneider geformuleerde verplichting tot het treffen van ambtshalve instructiemaatregelen.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

Uitleg van leverings- en vestigingsakten; een herbezinning waard?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2010
Trefwoorden objectieve uitleg, Haviltex, leveringsakte, vestigingsakte, wils-vertrouwensleer
Auteurs Mr. P. Memelink
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2001 oordeelde de Hoge Raad dat bij onenigheid over de omvang van een overgedragen onroerende zaak of de vestiging van een beperkt recht, de notariële akte moet worden uitgelegd aan de hand van objectieve maatstaven. Op die wijze van uitleg is in de literatuur kritiek geuit, die de Hoge Raad vooralsnog geen aanleiding heeft gegeven om op zijn oordeel terug te komen. Twee zaken waarin de uitleg van een notariële leveringsakte aan de orde kwam, werden begin dit jaar afgedaan met art. 81 Wet RO. De ‘objectieve uitleg’ van een notariële vestigingsakte werd nogmaals bevestigd in een arrest van 22 oktober jongstleden. In dit artikel pleit de auteur voor herbezinning op de wijze van uitleg van notariële akten.


Mr. P. Memelink
Mr. P. Memelink is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling civiel recht) van de Universiteit Leiden.
Artikel

De ruime benadering van de Hoge Raad bij schadebegroting op winst: een stap te ver?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden schadebegroting, winst, causaliteit, huurrecht, Duits recht
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Doerga/Ymere heeft de Hoge Raad beslist dat het de rechter in geval van contractueel verboden onderverhuur in verband met de extra (bouw)kosten die dat voor een woningbouwvereniging oplevert, is toegestaan de geleden schade te begroten op de winst. In dit artikel gaat de auteur na in hoeverre er een daadwerkelijke rechtvaardiging is om de schade in die gevallen op de winst te begroten. Mede aan de hand van de Duitse doctrine en rechtspraak – waarin over een vergelijkbaar geval is beslist – komt de auteur tot de conclusie dat er veel voor is te zeggen om de schade slechts op de winst te begroten, indien het geschonden recht economische waarde vertegenwoordigt voor de rechthebbende. Dit resultaat kan binnen het Nederlandse recht worden bereikt via de causaliteitstoets van art. 6:98 BW.


Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Artikel

Securisatie van handelsvorderingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden securisatie, handelsvorderingen, cessie, verrekening
Auteurs Mr. J. Bos
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de secruitisatie van handeslvorderingen besproken. Na een beschrijving van een gebruikelijke transactiestructuur wordt nader ingegaan op de kenmerken waar de vorderingen in kwestie aan moeten voldoen. Tevens worden de regels van het internationaal privaatrecht met betrekking tot cessie beschreven.


Mr. J. Bos
Mr. J. Bos is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 31 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.