Zoekresultaat: 21 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht x Rubriek Artikel x
Artikel

Enige opmerkingen over de nietigheid en vernietigbaarheid van een uiterste wil op grond van vormgebreken

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden uiterste wil, uiterste wilsbeschikking, nietigheid en vernietigbaarheid van een uiterste wil, authenticiteit, vormvereisten, artikel 3:39 BW, artikel 4:109 BW, misbruik van bevoegdheid
Auteurs Mr. P.C. van Es
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wna bepaalt dat wanneer aan bepaalde vormvereisten niet is voldaan, een akte authenticiteit mist en zij niet voldoet aan de voorschriften waarin de vorm van een notariële akte wordt geëist. Boek 4 van het BW geeft in artikel 109 een eigen regeling voor (onder meer) een in een notariële akte gegoten uiterste wil die niet aan bepaalde vormvereisten voldoet. Dit artikel moet worden gezien als een bepaling die een afwijking inhoudt van de hoofdregel van artikel 3:39 BW: op grond van lid 4 van artikel 4:109 BW geldt namelijk dat het niet in acht nemen van bepaalde vormvereisten (waar de Wna wel de sanctie van verlies van authenticiteit op stelt) geen nietigheid, maar vernietigbaarheid van de uiterste wil meebrengt.
    In deze bijdrage wordt – mede aan de hand van HR 5 oktober 2001, NJ 2002/410 – op zoek gegaan naar de grenzen van de mogelijkheid een vernietigbare uiterste wil te vernietigen.


Mr. P.C. van Es
Mr. P.C. van Es is universitair hoofddocent notarieel recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

10 jaar nieuw erfrecht en de positie van de langstlevende echtgenoot

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden wettelijke verdeling, andere wettelijke rechten, ouderlijke boedelverdeling, voortgezet gebruik, vruchtgebruik, schulden nalatenschap
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage van het themanummer ’10 jaar nieuw erfrecht’ bespreken de auteurs de positie van de langstlevende echtgenoot. De wettelijke verdeling, andere wettelijke rechten en diverse uitspraken die betrekking hebben op de positie van de langstlevende echtgenoot komen aan bod.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. mr. W.R. Meijer
Prof. mr. W.R. Meijer is emeritus hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.
Artikel

10 jaar nieuw erfrecht en uitleg van uiterste wilsbeschikkingen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden testeren, uitlegging, uiterste wilsbeschikking, gewijzigde omstandigheden, dwaling in het objectieve recht, rechtsgevolgen testament
Auteurs Mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt een aantal thema’s uit ’10 jaar uitlegging van uiterste wilsbeschikkingen’. Vooral de na het testeren gewijzigde omstandigheden springen in de jurisprudentie en de literatuur in het oog; de auteur stelt de vraag of het instrument uitleg wel het juiste instrumentarium is om rechtsgevolgen te verbinden aan die gewijzigde omstandigheden. Het recentste arrest van de Hoge Raad over uitleg (11 oktober 2013) wordt ook kort besproken.


Mr. L.A.G.M. van der Geld
Mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur van Netwerk Notarissen, kandidaat-notaris en docent aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

10 jaar nieuw erfrecht, maar niet voor informele samenlevingspartners

Een denkraam met voorstel

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Informele partner en erfrecht, Versterferfrecht, Art. 4:82 BW, Art. 4:10 BW
Auteurs Prof. mr. F.W.J.M. Schols
SamenvattingAuteursinformatie

    Het is een testamentair Walhalla voor samenlevend Nederland. Art. 4:82 BW biedt al 10 jaar ruime mogelijkheden. Maar voor informele samenlevingspartners ontbreken erfrechtelijke vangnetten. Freek Schols schetst een denkraam en vraagt zich af of de erfrechtelijke positie verbeterd moet worden. Vervolgens doet hij een voorstel.


Prof. mr. F.W.J.M. Schols
Prof. mr. F.W.J.M. Schols is hoogleraar aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens verbonden aan ScholsBurgerhartSchols Estate Planning te Nijmegen.
Artikel

AWBZ: nieuwe wijn in oude zakken of oude wijn in nieuwe zakken?

HR 1 februari 1991, NJ 1992, 259: vrijwillig uitbetalen revisited

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden AWBZ, opeisbaarheid, uitbetalen, uitkeren, HR 1 februari 1991, NJ 1992, 259, vrijwillig
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2013 is een vermogensinkomensbijtelling ingevoerd in de AWBZ. Hoens gaat in op de vraag of dit gevolgen heeft voor het antwoord op de vraag of (testamentaire) opeisbaarheid van de erfdelen gewenst of nodig is, zodra er sprake is van een (dreiging van een) door de vermogensinkomensbijtelling veroorzaakte vermogensintering. Bij de beantwoording staat de verzorging van de langstlevende voorop. Dat bij dit alles eenvoud het kenmerk van het ware ís, en kán zijn, volgt uit een arrest van de Hoge Raad van 1 februari 1991, NJ 1992, 259.


Mr. F.M.H. Hoens
Mr. F.M.H. Hoens is als docent/onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en is estate planner te Nijmegen (f.hoens@jur.ru.nl).
Artikel

Overweging 26: testeer- en keuzevrijheid ordre public en fraus legis

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden IPR-erfrecht, Erfrechtverordening, rechtskeuze testeervrijheid, ordre public, fraus legis, dwingend erfrecht
Auteurs Prof. mr. F.W.J.M. Schols
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage stelt de auteur de vraag aan de orde of, na de inwerkingtreding van de Erfrechtverordening, ook het dwingende erfrecht van een ‘verordeningsland’ waarvan de erfwet niet van toepassing is, moet wijken, ook al zijn bijvoorbeeld goederen van de nalatenschap in dat land gelegen of had erflater aldaar zijn woonplaats. De auteur beantwoordt de vraag bevestigend. Bij zijn zoektocht stuit hij op overweging 26 bij de Erfrechtverordening: ‘Niets in deze verordening mag een gerecht beletten om mechanismen voor de bestrijding van wetsontduiking toe te passen, zoals fraus legis in het kader van het internationaal privaatrecht’, en spreekt de vrees uit dat Europese rechters overweging 26 te snel zullen aangrijpen als hun eigen dwingende erfrecht geweld wordt aangedaan.


Prof. mr. F.W.J.M. Schols
Prof. mr. F.W.J.M. Schols is hoogleraar aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens verbonden aan ScholsBurgerhartSchols in Nijmegen.
Artikel

De gevolgen van de Europese Erfrechtverordening voor Nederbelgen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden internationaal privaatrecht, erfrecht, Nederbelgen, Europese Erfrechtverordening
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland en Prof. dr. R.R.M. Barbaix
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaan de auteurs in op de gevolgen die het van toepassing worden van de Europese Erfrechtverordening heeft voor Nederbelgen. Zij bespreken daartoe allereerst het huidige Nederlandse en Belgische internationaal privaatrecht ten aanzien van het erfrecht. Daarna schetsen zij de hoofdlijnen van de Erfrechtverordening. Vervolgens lichten de auteurs aan de hand van een aantal voorbeeldsituaties de gevolgen van de Erfrechtverordening voor Nederbelgen toe. Zij sluiten af met een aantal conclusies en aanbevelingen.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris bij Greenille te Rotterdam.

Prof. dr. R.R.M. Barbaix
Prof. dr. R.R.M. Barbaix is professor aan de Universiteit Antwerpen en advocaat bij Greenille te Brussel.
Artikel

Ouderlijk vruchtgenot en testamentair bewind

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ouderlijk vruchtgenot, vruchtgenot, testamentair bewind, minderjarigenbewind
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage is een beschikking van het Hof Den Haag van 11 april 2012 (zaaknummer 200.095.837/01). Een erfdeel van een minderjarige is door de testateur onder bewind is gesteld. Een ander dan de gezaghebbende ouder is testamentair bewindvoerder, het bewind duurt voort tot het kind tweeëntwintig is. De testateur heeft het ouderlijk vruchtgenot niet uitgesloten, maar heeft de bewindvoerder in algemene bewoordingen de bevoegdheid gegeven de uitkering van rente aan de rechthebbende uit te stellen tot het einde van het bewind. De vraag is hoe zich deze bevoegdheid verhoudt tot het recht van de ouder op ouderlijk vruchtgenot. Het Hof gaat volgens de schrijver uit van de verkeerde redenering dat de rente niet opeisbaar is zolang deze niet door de bewindvoerder aan de minderjarige wordt uitgekeerd. Hierdoor maakt de vader ten onrechte geen aanspraak op de vruchten. In de bijdrage wordt een antwoord gezocht op de vraag hoe het ouderlijk vruchtgenot zich verhoudt tot het testamentair bewind. Tevens wordt onderzocht in hoeverre een testateur ten aanzien van het ouderlijk vruchtgenot nadere bepalingen in zijn uiterste wil kan opnemen. Geconstateerd wordt dat dat het ouderlijk vruchtgenot een persoonlijk recht is dat voortvloeit uit het familierecht. Van een zakelijk recht op vruchten is volgens schrijver geen sprake. Voert een ander dan de ouder het bewind over het erfdeel van een minderjarig kind dan dient de ouder die aanspraak maakt op het ouderlijk vruchtgenot bij de bewindvoerder afgifte van de vruchten te vorderen. De ouder heeft dus niet het recht de vruchten van het onder bewind gestelde vermogen zelf rechtstreeks te innen. De testateur kan volgens schrijver - in tegenstelling tot hetgeen het Hof Den Haag oordeelt - de bewindvoerder niet de bevoegdheid geven de betaling van de vruchten aan de ouder op te schorten. De testateur kan het recht op ouderlijk vruchtgenot op grond van artikel 1:253m BW uitsluiten of in omvang beperken. Deze uitsluiting of beperking dient ondubbelzinnig (impliciet dan wel expliciet) uit de uiterste wil te blijken. De testateur kan aan de uitkering van de vruchten in het kader van het ouderlijk vruchtgenot geen nadere lasten of voorwaarden verbinden. Er zijn wel constructies denkbaar waarmee een vergelijkbaar effect bereikt kan worden.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. ter Haar is docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Een nieuwe regeling voor schenking en vererving van familieondernemingen in het Vlaams Gewest

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden familiale ondernemingen, familiale vennootschappen, schenking van ondernemingsvermogen, vererving van ondernemingsvermogen, Vlaams Gewest, bedrijfsopvolgingsregeling, buitenlandse notaris
Auteurs Mr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op de gewijzigde regeling voor schenking en vererving van familieondernemingen in het Vlaams Gewest. Daarbij wordt ter vergelijking een overzicht op hoofdlijnen geschetst van de Nederlandse bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956.


Mr. K.M.L.L. van de Ven
Mw. mr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam als kandidaat-notaris bij Metis Notarissen Maastricht Airport.
Artikel

Mijn en dijn in het huwelijk

Een Europese oplossing ook voor Nederland?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Europees eenvormig huwelijksvermogensrecht, internationaal huwelijksvermogens- en erfrecht, rechtsvergelijkend huwelijksvermogens- en erfrecht
Auteurs Prof. mr. A.L.G.A. Stille
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 februari 2010 is tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek een overeenkomst gesloten, waarin aan (aanstaande) gehuwden de mogelijkheid wordt geboden om het keuzestelsel van de Wahl-Zugewinngemeinschaft of de régime matrimonial optionnel de la participation aux acquêts als huwelijksvermogensstelsel te kiezen. In dit opstel wordt dit nieuwe stelsel inhoudelijk besproken. Ook de ermee verbonden erfrechtelijke regelingen naar Duits, Frans en Nederlands recht komen kort aan de orde. De auteur stelt dat dit stelsel mogelijk in de plaats van het huidige Nederlandse stelsel van de wettelijke gemeenschap van goederen kan komen en doet suggesties voor nader onderzoek.


Prof. mr. A.L.G.A. Stille
A.L.G.A. Stille was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam (zie noot 1), alwaar hij bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid nog steeds gastvrijheid geniet; hij was voorts directeur van de Stichting Internationaal Juridisch Instituut te ’s-Gravenhage en vicepresident van het gerechtshof te ’s-Gravenhage; thans is hij in dat hof raadsheer.
Artikel

Samenwoners en erfrecht

Een civiele en fiscale beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden samenwoners en erfrecht, defiscalisering, verblijvingsbeding, pseudo-o.b.v.
Auteurs Mr. P Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een beschouwing over de fiscale positie van samenwoners in de Successiewet wordt aandacht besteed aan de situatie van samenwoners zonder kinderen (verblijvingsbeding en/of testament?). Vervolgens worden diverse mogelijkheden bezien die samenwoners met kinderen hebben om de erfrechtelijke verhoudingen tussen langstlevende en kinderen te regelen, met name tegen de achtergrond van de uitbreiding van de defiscalisering in de Wet IB 2001 per 1 januari 2012. Conclusie is dat een testament waarbij de langstlevende samenwoner tot enig erfgenaam wordt benoemd terwijl de kinderen hun ‘erfdeel’ in de vorm van een niet-opeisbaar legaat krijgen toegekend (pseudo-o.b.v.), te prefereren valt boven een tweetrapstestament, dat leidt tot een complexe boedelafwikkeling.Nog mooier zou het zijn als de wetgever de wettelijke verdeling ook als keuze voor samenwoners met kinderen zou openstellen.


Mr. P Blokland
Mr. P. Blokland is notaris en estate planner bij De Kort van der Kolk van Tuijl Notarissen te Tilburg.
Artikel

Giftenaftrek in de Wet IB 2001, de Wet Vpb 1969 en de Successiewet 1956

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden schenking, gift, schenking terzake des doods, beogende instellingen, algemeen nut, giftenaftrek, sociaal belang behartigende instelling
Auteurs Mr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de giftenaftrek in de Wet IB 2001, de Wet Vpb en de Successiewet 1956. Ze gaat tevens in op de vrijstelling schenkbelasting van giften aan bepaalde instellingen.


Mr. K.M.L.L. van de Ven
Mr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en is tevens werkzaam als kandidaat-notaris bij Metis Notarissen Maastricht Airport.
Artikel

Internationale estate planning: ook regels van internationaal huwelijksvermogensrecht binnen EU geharmoniseerd

Hoofdlijnen van het voorstel voor een Europese Huwelijksvermogensrechtverordening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Europees internationaal privaatrecht (IPR), internationaal huwelijksvermogensrecht, Europese Huwelijksvermogensrechtverordening, Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978, estate planning
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    In navolging van het internationaal erfrecht wordt nu voorgesteld ook het internationaal huwelijksvermogensrecht op Europees niveau te harmoniseren. Vragen van bevoegdheid, toepasselijk recht en erkenning en tenuitvoerlegging in kwesties van huwelijksvermogensrecht met internationale elementen worden in de toekomst aan de hand van regels uit een Europese verordening beantwoord.Voor de advisering op het terrein van de internationale civielrechtelijke estate planning is dit een belangrijke ontwikkeling. Daarom worden de hoofdlijnen van het Europese voorstel uitvoerig geanalyseerd. Daarnaast wordt onderzocht of, en zo ja, in hoeverre dit voorstel is afgestemd op en in lijn is met het eerdere erfrechtelijke voorstel.De conclusie luidt dat de voorgestelde regeling vooralsnog de nodige onduidelijkheden in zich bergt, die in het kader van de, mede voor de estate planning gewenste, rechtszekerheid en voorspelbaarheid nadere opheldering en toelichting behoeven.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Artikel

Het partnerpensioen als verzorgingsinstrument na overlijden; een aantal pijnpunten

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden overlijden, verzorging, langstlevende, partnerpensioen, pijnpunten
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het partnerpensioen is een belangrijk instrument om na overlijden te voorzien in de verzorging van de langstlevende partner. Veel pensioendeelnemers realiseren zich niet, dan wel onvoldoende, dat het verzorgingsniveau van het partnerpensioen minder goed kan blijken te zijn dan algemeen wel wordt aangenomen. Ter onderbouwing van deze stelling worden de volgende potentiële pijnpunten besproken: wie is de pensioenpartner, de invloed van een scheiding, het ontbreken van een pensioenplicht, de hoogte van het partnerpensioen, het op risicobasis gefinancierd partnerpensioen, de door sommige pensioenfondsen gehanteerde leeftijdskorting en de duur van de pensioenuitkering.


Mr. F.M.H. Hoens
Mr. F.M.H. (Frank) Hoens is docent, auteur en estate planner te Nijmegen (hoens@hetnet.nl).
Artikel

Het legaat van vruchtgebruik en de inferieure making

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden legaat van vruchtgebruik, legitieme portie, beperkt recht, inferieure makingen
Auteurs Mr. P.C. van Es
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de aandacht uit naar de precieze wettelijke basis van de bevoegdheid van de legitimaris bepaalde (inferieure) makingen te verwerpen zonder dat de waarde hiervan in mindering komt van zijn legitieme. Het gaat hierbij om makingen die aan de legitimaris slechts het vruchtgebruik (of een ander beperkt recht) op goederen van de nalatenschap geven of hem die goederen doen verkrijgen, bezwaard met een recht van vruchtgebruik (of een ander beperkt recht). Bij de behandeling van deze materie wordt ook in breder verband aandacht besteed aan de vraag of een beperkt recht al dan niet een latent onderdeel uitmaakt van het vermogen waartoe de volle eigendom behoort.


Mr. P.C. van Es
Mr. P.C. van Es is universitair hoofddocent notarieel recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Internationale testamenten en het Haags Testamentsvormenverdrag 1961

Beoordeling van de formele geldigheid van testamentaire beschikkingen in Nederland, nu en in de toekomst

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden internationaal erfrecht/IPR-erfrecht, Haags Testamentsvormenverdrag 1961, Boek 10 BW, Europese Erfrechtverordening, (internationale) testamentsvormen, formele geldigheid testamenten
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    De formele geldigheid van testamentaire beschikkingen moet in internationale gevallen in Nederland worden beoordeeld aan de hand van het Haags Testamentsvormenverdrag 1961, waarvan de inhoud op hoofdlijnen wordt besproken. De ophanden zijnde ontwikkelingen op het gebied van het internationaal erfrecht in de vorm van de invoering van Boek 10 BW en de Europese Erfrechtverordening zouden hierin verandering kunnen brengen. De auteur toont aan dat dit vooralsnog niet het geval lijkt te zijn: Boek 10 BW verwijst enkel naar het verdrag en de vormgeldigheid van testamenten wordt niet door het in de verordening aangewezen recht beheerst. Geanalyseerd wordt of dit ten aanzien van de Europese Erfrechtverordening nu wel zo’n gelukkige keuze is, welke vraag ten slotte ontkennend wordt beantwoord.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen (j.g.knot@rug.nl).
Artikel

Verdeling met toedeling van vruchtgebruik

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden verdeling, gemeenschap, vruchtgebruik, nalatenschap, overdrachtsbelasting
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de vraag of het civielrechtelijk mogelijk is bij de verdeling van een gemeenschap aan een van de deelgenoten het vruchtgebruik van een tot de gemeenschap behorende onroerende zaak toe te delen, waarbij aan de overige deelgenoten de hoofdgerechtigdheid tot deze zaak wordt toegedeeld. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, is de verkrijging van het vruchtgebruik bij de verdeling van een huwelijksgemeenschap of nalatenschap op grond van artikel 3 lid 1 onderdeel b Wbr (‘verkrijging krachtens verdeling’) een van heffing van overdrachtsbelasting uitgezonderde verkrijging.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is werkzaam als kandidaat-notaris bij Greenille in Rotterdam (djmaasland@greenille.nl).
Artikel

De ex-echtgenoot van een deelgenoot in de verdeling van een nalatenschap: ‘in’ of ‘out’?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden verdeling nalatenschap, oudere en jongere gemeenschappen, artikel 3:170 BW, bijzondere verknochtheid
Auteurs Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    Mede op basis van twee recente uitspraken geeft de auteur inzicht in de gevolgen van het al dan niet uitsluiten van de ex-echtgenoot van een erfgenaam bij de verdeling van een nalatenschap. Daarbij stelt de auteur onder meer de vraag hoe de belangen van de ex-echtgenoot worden behartigd als deze niet bevoegd zou zijn aan de verdeling van de nalatenschap mee te werken. Wat gebeurt er vervolgens met de levering van de bij de verdeling toegedeelde goederen? Kan men om artikel 3:170 lid 2 BW heen? De notariële praktijk zal vooral artikel 3:195 BW ter harte nemen: een verdeling waaraan een van de deelgenoten of degenen die moesten meewerken aan de verdeling, niet hebben deelgenomen, is nietig dan wel vernietigbaar.


Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur van Netwerk Notarissen, kandidaat-notaris en docent bij het Centrum voor Notarieel Recht aan de RU Nijmegen.
Artikel

Vruchtgebruik met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden vruchtgebruiktestament, vervreemdings- en verteringsbevoegdheid, schenk- en erfbelasting, inkomstenbelasting, waardering
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    In tegenstelling tot het klassieke vruchtgebruik, dat primair is gericht op instandhouding van het vermogen, wordt in de testamentenpraktijk steeds vaker vruchtgebruik met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid geadviseerd en toegepast. Deze bijdrage bevat een civielrechtelijke analyse van vruchtgebruik met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid, waarbij de grenzen van de verteringsbevoegdheid worden verkend en ingegaan wordt op de verhouding tussen verteringsbevoegdheid en de zorg van een goed vruchtgebruiker. Ook wordt in de bijdrage ingegaan op een aantal fiscale aspecten, te weten de waardering van vruchtgebruik met verteringsbevoegdheid voor zowel de schenk- en erfbelasting als de inkomstenbelasting en de betaling van de door vruchtgebruiker en hoofdgerechtigden verschuldigde belasting.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris bij Greenille te Rotterdam (djmaasland@greenille.nl).
Artikel

De schenking onder opschortende voorwaarde in het licht van de vernieuwde Successiewet 1956

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden opschortende voorwaarde, Successiewet 1956, internationale consequenties, overgangsrecht
Auteurs Prof. dr. F. Sonneveldt en mw. mr. drs. B.B.A. de Kroon LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari jl. is de herziene Successiewet 1956 (hierna: SW 1956) in werking getreden. Een van de onderwerpen waarvoor in de herziene wet een geheel nieuwe benadering geldt, betreft schenkingen onder opschortende voorwaarde. Op verzoek van de redactie bespreken wij in deze bijdrage de gevolgen van de herziene wet ten aanzien van dergelijke schenkingen. Daarbij besteden wij in het bijzonder aandacht aan de mogelijke consequenties die de vernieuwde wetgeving met zich meebrengt voor internationale casusposities.


Prof. dr. F. Sonneveldt
Prof. dr. F. Sonneveldt is partner/aandeelhouder Mazars Paardekooper Hoffman N.V. te Rotterdam, hoogleraar Successiewet en Estate Planning aan de Universiteit van Leiden en bijzonder hoogleraar Successiewet en Estate Planning aan de Universiteit van Utrecht (e-mail: frans.sonneveldt@mazars.nl).

mw. mr. drs. B.B.A. de Kroon LL.M
Mw. mr. drs. B.B.A. de Kroon LL.M is estate planner bij Mazars Paardekooper Hoffman N.V. te Rotterdam en docent Successiewet en Estate Planning aan de Universiteit van Leiden (e-mail: bianca.dekroon@mazars.nl).
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.