Zoekresultaat: 12 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht x Jaar 2012 x Rubriek Artikel x
Artikel

Verhaal op het niet-geërfde vermogen van een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Zuivere aanvaarding, dubbel verhaalsrecht, positie schuldeisers, beneficiaire aanvaarding, saisine, art. 4:182 BW, art. 4:184 BW
Auteurs Mr. Lucienne van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de vraag of schuldeisers door de zuivere aanvaarding door erfgenamen een dubbel verhaalsrecht moeten krijgen. In het huwelijksvermogensrecht is op 1 januari 2012 het verhaalsrecht na ontbinding van de gemeenschap ingeperkt. In deze bijdrage wordt een van de voorstellen tot wijziging van de wet besproken uit het rapport ‘Erven zonder financiële gevolgen’. Dit voorstel brengt met zich dat schuldeisers in beginsel alleen verhaal hebben op de goederen van de nalatenschap.’


Mr. Lucienne van der Geld
Mr. Lucienne van der Geld, juridisch directeur Netwerk Notarissen en als docent verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

Ik opa en ik oma …

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden last, Legaat, Iki-opa-last, contante waarde van de schuld, fictieve erfrechtelijke verkrijging
Auteurs Mr. K.M.L.L. van de Ven
Samenvatting

    Dit artikel is een bespreking van de civielrechtelijke verschillen tussen last en legaat alsmede het fiscale verschil tussen een last en een legaat bij een ik-opa- c.q. -oma-clausule.


Mr. K.M.L.L. van de Ven
Artikel

Overweging 26: testeer- en keuzevrijheid ordre public en fraus legis

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden IPR-erfrecht, Erfrechtverordening, rechtskeuze testeervrijheid, ordre public, fraus legis, dwingend erfrecht
Auteurs Prof. mr. F.W.J.M. Schols
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage stelt de auteur de vraag aan de orde of, na de inwerkingtreding van de Erfrechtverordening, ook het dwingende erfrecht van een ‘verordeningsland’ waarvan de erfwet niet van toepassing is, moet wijken, ook al zijn bijvoorbeeld goederen van de nalatenschap in dat land gelegen of had erflater aldaar zijn woonplaats. De auteur beantwoordt de vraag bevestigend. Bij zijn zoektocht stuit hij op overweging 26 bij de Erfrechtverordening: ‘Niets in deze verordening mag een gerecht beletten om mechanismen voor de bestrijding van wetsontduiking toe te passen, zoals fraus legis in het kader van het internationaal privaatrecht’, en spreekt de vrees uit dat Europese rechters overweging 26 te snel zullen aangrijpen als hun eigen dwingende erfrecht geweld wordt aangedaan.


Prof. mr. F.W.J.M. Schols
Prof. mr. F.W.J.M. Schols is hoogleraar aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens verbonden aan ScholsBurgerhartSchols in Nijmegen.
Artikel

De gevolgen van de Europese Erfrechtverordening voor Nederbelgen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden internationaal privaatrecht, erfrecht, Nederbelgen, Europese Erfrechtverordening
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland en Prof. dr. R.R.M. Barbaix
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaan de auteurs in op de gevolgen die het van toepassing worden van de Europese Erfrechtverordening heeft voor Nederbelgen. Zij bespreken daartoe allereerst het huidige Nederlandse en Belgische internationaal privaatrecht ten aanzien van het erfrecht. Daarna schetsen zij de hoofdlijnen van de Erfrechtverordening. Vervolgens lichten de auteurs aan de hand van een aantal voorbeeldsituaties de gevolgen van de Erfrechtverordening voor Nederbelgen toe. Zij sluiten af met een aantal conclusies en aanbevelingen.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris bij Greenille te Rotterdam.

Prof. dr. R.R.M. Barbaix
Prof. dr. R.R.M. Barbaix is professor aan de Universiteit Antwerpen en advocaat bij Greenille te Brussel.
Artikel

Vermindering van (quasi-)legaten; een terrein vol voetangels en klemmen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden legaat, quasi-legaat, sommenverzekering, vermindering
Auteurs Mr. P.C. van Es
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt in zijn algemeenheid aandacht besteed aan doel en werking van de regeling van vermindering van legaten van artikel 4:120 BW en wordt bezien in hoeverre de regeling ook daadwerkelijk aan haar doel beantwoordt. Vervolgens wordt – mede aan de hand van Hof Amsterdam 27 september 2011, LJN BT8650 – gekeken naar de uitwerking van de regeling van artikel 4:127 BW, inzake de vermindering van een begunstiging bij sommenverzekering.


Mr. P.C. van Es
Mr. P.C. van Es is universitair hoofddocent notarieel recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Een kijkje bij de zuiderburen

De testamentaire bindende derdenbeslissing

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2012
Auteurs Mr. N.V.C.E. Bauduin
Auteursinformatie

Mr. N.V.C.E. Bauduin
Mr. N.V.C.E. Bauduin is werkzaam aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Ouderlijk vruchtgenot en testamentair bewind

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ouderlijk vruchtgenot, vruchtgenot, testamentair bewind, minderjarigenbewind
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage is een beschikking van het Hof Den Haag van 11 april 2012 (zaaknummer 200.095.837/01). Een erfdeel van een minderjarige is door de testateur onder bewind is gesteld. Een ander dan de gezaghebbende ouder is testamentair bewindvoerder, het bewind duurt voort tot het kind tweeëntwintig is. De testateur heeft het ouderlijk vruchtgenot niet uitgesloten, maar heeft de bewindvoerder in algemene bewoordingen de bevoegdheid gegeven de uitkering van rente aan de rechthebbende uit te stellen tot het einde van het bewind. De vraag is hoe zich deze bevoegdheid verhoudt tot het recht van de ouder op ouderlijk vruchtgenot. Het Hof gaat volgens de schrijver uit van de verkeerde redenering dat de rente niet opeisbaar is zolang deze niet door de bewindvoerder aan de minderjarige wordt uitgekeerd. Hierdoor maakt de vader ten onrechte geen aanspraak op de vruchten. In de bijdrage wordt een antwoord gezocht op de vraag hoe het ouderlijk vruchtgenot zich verhoudt tot het testamentair bewind. Tevens wordt onderzocht in hoeverre een testateur ten aanzien van het ouderlijk vruchtgenot nadere bepalingen in zijn uiterste wil kan opnemen. Geconstateerd wordt dat dat het ouderlijk vruchtgenot een persoonlijk recht is dat voortvloeit uit het familierecht. Van een zakelijk recht op vruchten is volgens schrijver geen sprake. Voert een ander dan de ouder het bewind over het erfdeel van een minderjarig kind dan dient de ouder die aanspraak maakt op het ouderlijk vruchtgenot bij de bewindvoerder afgifte van de vruchten te vorderen. De ouder heeft dus niet het recht de vruchten van het onder bewind gestelde vermogen zelf rechtstreeks te innen. De testateur kan volgens schrijver - in tegenstelling tot hetgeen het Hof Den Haag oordeelt - de bewindvoerder niet de bevoegdheid geven de betaling van de vruchten aan de ouder op te schorten. De testateur kan het recht op ouderlijk vruchtgenot op grond van artikel 1:253m BW uitsluiten of in omvang beperken. Deze uitsluiting of beperking dient ondubbelzinnig (impliciet dan wel expliciet) uit de uiterste wil te blijken. De testateur kan aan de uitkering van de vruchten in het kader van het ouderlijk vruchtgenot geen nadere lasten of voorwaarden verbinden. Er zijn wel constructies denkbaar waarmee een vergelijkbaar effect bereikt kan worden.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. ter Haar is docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Het vergeten testament

Rb. Roermond 9 november 2011, LJN BU3506, Notamail 2011, 279

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden internationaal erfrecht, rechtskeuze, geldigheid testament, vergeten testament, Wet conflictenrecht erfopvolging, Haags Erfrechtverdrag 1989, Europese Erfrechtverordening
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor dit artikel vormt een vonnis van de Rechtbank Roermond over een vergeten testament en de dwaling in het objectieve recht die daarvan het gevolg zou zijn. Aan de hand van de overwegingen van de rechtbank wordt nader ingegaan op de vraag hoe volgens Nederlands internationaal erfrecht in internationale situaties moet worden geoordeeld over het bestaan en de geldigheid van een testament, waarin de erflater een rechtskeuze heeft uitgebracht. Aan de orde komt onder meer de geldigheid wat betreft vorm en inhoud van zowel de rechtskeuze als het testament. Bovendien wordt besproken hoe het toepasselijke erfrecht moet worden bepaald indien het testament met de daarin opgenomen rechtskeuze ongeldig wordt geacht. Ten slotte is ook de stand van zaken rondom de totstandkoming van een Europese Erfrechtverordening kort onderwerp van bespreking.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Artikel

Nietigheid van uiterste wilsbeschikkingen wegens strijd met goede zeden of openbare orde

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden uiterste wilsbeschikkingen, nietigheid, goede zeden en openbare orde, artikel 4:44 BW, artikel 4:45 BW
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage verkent de auteur de grenzen die de wet in het belang van de goede zeden en de openbare orde stelt aan de testeervrijheid. Hij bespreekt allereerst het wettelijke kader, met name artikel 4:44 en 4:45 lid 1 BW, en de jurisprudentie over dit onderwerp. Vervolgens behandelt de auteur, onder meer aan de hand van een tweetal uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, de vraag in hoeverre een testament met een discriminerende inhoud of strekking nietig is.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris bij Greenille te Rotterdam.
Artikel

Een nieuwe regeling voor schenking en vererving van familieondernemingen in het Vlaams Gewest

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden familiale ondernemingen, familiale vennootschappen, schenking van ondernemingsvermogen, vererving van ondernemingsvermogen, Vlaams Gewest, bedrijfsopvolgingsregeling, buitenlandse notaris
Auteurs Mr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op de gewijzigde regeling voor schenking en vererving van familieondernemingen in het Vlaams Gewest. Daarbij wordt ter vergelijking een overzicht op hoofdlijnen geschetst van de Nederlandse bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956.


Mr. K.M.L.L. van de Ven
Mw. mr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam als kandidaat-notaris bij Metis Notarissen Maastricht Airport.
Artikel

Mijn en dijn in het huwelijk

Een Europese oplossing ook voor Nederland?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Europees eenvormig huwelijksvermogensrecht, internationaal huwelijksvermogens- en erfrecht, rechtsvergelijkend huwelijksvermogens- en erfrecht
Auteurs Prof. mr. A.L.G.A. Stille
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 februari 2010 is tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek een overeenkomst gesloten, waarin aan (aanstaande) gehuwden de mogelijkheid wordt geboden om het keuzestelsel van de Wahl-Zugewinngemeinschaft of de régime matrimonial optionnel de la participation aux acquêts als huwelijksvermogensstelsel te kiezen. In dit opstel wordt dit nieuwe stelsel inhoudelijk besproken. Ook de ermee verbonden erfrechtelijke regelingen naar Duits, Frans en Nederlands recht komen kort aan de orde. De auteur stelt dat dit stelsel mogelijk in de plaats van het huidige Nederlandse stelsel van de wettelijke gemeenschap van goederen kan komen en doet suggesties voor nader onderzoek.


Prof. mr. A.L.G.A. Stille
A.L.G.A. Stille was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam (zie noot 1), alwaar hij bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid nog steeds gastvrijheid geniet; hij was voorts directeur van de Stichting Internationaal Juridisch Instituut te ’s-Gravenhage en vicepresident van het gerechtshof te ’s-Gravenhage; thans is hij in dat hof raadsheer.
Artikel

Huwelijkse voorwaarden op het sterfbed

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden huwelijkse voorwaarden staande huwelijk, artikel 1:120 BW, schulden van de nalatenschap (art. 4:7 BW), quasilegaat (art. 4:126 BW)
Auteurs Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur stelt de vraag of huwelijkse voorwaarden op het sterfbed kunnen worden gemaakt of gewijzigd nu per 1 januari 2012 de rechterlijke goedkeuring van artikel 1:119 BW is vervallen. Rekening moet worden gehouden met artikel 1:120 BW, dat bepaalt dat de huwelijkse voorwaarden beginnen te werken met ingang van de dag na het passeren van de akte. Verder is vereist, wat betreft het kunnen tegenwerpen tegen derden, dat de huwelijkse voorwaarden ten minste veertien dagen zijn gepubliceerd. De auteur schetst wat de gevolgen zijn in de nalatenschap van de overleden echtgenoot als deze vóór deze termijnen overlijdt.


Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur van Netwerk Notarissen en als docent verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.