Zoekresultaat: 39 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Caribisch Juristenblad x Rubriek Artikel x
Artikel

Vraag en aanbod binnen het Arubaanse forensisch-psychiatrische veld

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Therapeutische maatregelen, Terbeschikkingstelling (tbs), Strafrechtelijke opvang verslaafden (sov), Ondercuratelestelling met last tot plaatsing, Plaatsing psychiatrisch ziekenhuis
Auteurs Mr. R.S.T. Gaarthuis en Prof. dr. F. Koenraadt
SamenvattingAuteursinformatie

    In de loop van 2014 zal op Aruba een nieuw Wetboek van Strafrecht in werking treden. Dit wetboek voorziet onder andere in de introductie van een aantal nieuwe op therapeutische leest geschoeide beveiligingsmaatregelen, zoals tbs, SOV en de strafrechtelijke ondercuratelestelling. De auteurs inventariseren de beschikbaarheid van (bestaande en aanstaande) juridische titels binnen het Arubaanse recht ten behoeve van gedwongen opneming van psychisch gestoorde of verslaafde volwassenen die vanwege onaangepast, zelfdestructief en/of delinquent gedrag met politie of justitie in aanraking komen. Deze titels worden besproken en aan een kritische analyse onderworpen. Daarnaast wordt bezien in hoeverre het huidige aanbod van forensisch-psychiatrische voorzieningen op het eiland toereikend zal zijn in het licht van de behoefte die zal ontstaan zodra het nieuwe wetboek in volle omvang in werking treedt.


Mr. R.S.T. Gaarthuis
Mr. R.S.T. Gaarthuis is als wetenschappelijk medewerker straf- en strafprocesrecht werkzaam aan de Universiteit van Aruba.

Prof. dr. F. Koenraadt
Prof. dr. F. Koenraadt is hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij als wetenschappelijk adviseur verbonden aan het Pieter Baan Centrum (NIFP) te Utrecht en aan de Forensisch Psychiatrische Kliniek te Assen. Hij heeft een eigen praktijk voor forensische psychologie te Amsterdam en hij verzorgde afgelopen jaren tevens onderwijs aan de Universiteit van Aruba en de Universiteit van Curaçao.

    De Curaçaose overheid kent zogenaamde overheidsinstellingen. Dit zijn instellingen die op afstand zijn gezet van het bestuur doch waar, simpel gezegd, de overheid nog wel (gedeeltelijk) zeggenschap in en over heeft. Overheidsinstellingen kunnen worden onderscheiden in overheids-nv’s en overheidsstichtingen. Ten aanzien van de eerste groep, de overheids-nv’s, is al veel geschreven mede in de context van de Verordening corporate governance en in hoeverre de overheidsinvloed botst met de doelstellingen van de naamloze vennootschap. Over overheidsstichtingen is daarentegen nauwelijks geschreven. De overheid heeft echter recentelijk alle in haar ogen als overheidsstichting aan te merken stichtingen aangeschreven met de opdracht dat zij hun statuten in lijn dienen te brengen met de door de overheid opgestelde modelstatuten. Dit artikel gaat dieper in op deze materie, waarbij tevens aan bod komt de overheidsstichting in relatie tot de overheid en hoe dit zich verhoudt met gesubsidieerde stichtingen.


Dr. Jeff Sybesma
Dr. Jeff Sybesma is legal advisor CBCS, lid van de RvA en bijzondere rechter in ambtenaren- en sociale zaken. Dit artikel is echter geheel op eigen titel geschreven.
Artikel

Grensoverschrijdende fusie en omzetting sinds 10-10-’10

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Fusie, omzetting, grensoverschrijdend, Koninkrijk
Auteurs Mr. K. Frielink
SamenvattingAuteursinformatie

    De staatkundige herziening binnen het Koninkrijk der Nederlanden die op 10 oktober 2010 zijn beslag heeft gekregen, is ook van belang voor de grensoverschrijdende fusie en de grensoverschrijdende omzetting. De bestaande regelgeving maakt fusie en omzetting binnen het Koninkrijk nodeloos ingewikkeld. Daarom wordt voor harmonisatie gepleit.


Mr. K. Frielink
Mr. Karel Frielink is advocaat/partner bij Spigt Dutch Caribbean.

    De laatste jaren staat in Nederland definitieve geschilbeslechting door de bestuursrechter sterk in de aandacht. Het in de jurisprudentie van de hoogste Nederlandse bestuursrechtelijke colleges ontwikkelde uitgangspunt dat de bestuursrechter een besluit niet slechts op rechtmatigheid behoort te beoordelen maar ook zo veel mogelijk dient te bezien of het geven van een definitieve oplossing van het geschil mogelijk is, heeft daar geleid tot wetgeving met dezelfde strekking. De landsverordeningen administratieve rechtspraak van Aruba en de voormalige Nederlandse Antillen voorzien nog niet in die wettelijke verplichting en evenmin in een verruiming van de wettelijke bevoegdheden ter uitvoering van die taak. Uit recente jurisprudentie blijkt echter dat het Hof ook met gebruik van de bestaande bevoegdheden zeer wel in staat is geschillen definitief te beslechten. In het artikel worden die bevoegdheden aan de hand van de daarop betrekking hebbende jurisprudentie besproken. Voorts wordt stilgestaan bij de eisen die definitieve geschilbeslechting stelt aan procedure en opstelling van partijen.


Mr. J.Th. Drop
Mr. J.Th. Drop is lid van het Gemeenschappelijk Hof. Hij hoopt in mei 2014 te promoveren aan de UoC op een onderzoek naar de invloed van Nederlandse jurisprudentie op het Caribisch bestuursprocesrecht. Promotor is Prof. L.J.J. Rogier. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en is een bewerking en uitbreiding van een lezing gehouden op het Symposium ‘Rollen van de overheidsjurist’, gehouden op Curaçao op 25 en 26 april 2013.
Artikel

Hekmeijer en de actieve rechter

Een oude stem in een actueel debat

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2013
Auteurs Dr. G.C.C. Lewin
SamenvattingAuteursinformatie

    Een belangrijk deel van de afwijkingen van Burgerlijke Rechtsvordering van de Caribische gebiedsdelen ten opzichte van Europees Nederland vindt zijn oorsprong in een regeling die gold voor de rechtspleging voor de residentiegerechten op Java en Madoera. Een daarover geschreven boek is F.C. Hekmeijer, De voorschriften omtrent de burgerlijke rechtspleging voor de residentiegerechten op Java en Madoera. Proeve van eene toelichting en kritiek, ’s-Gravenhage 1905. Er is een aantal relevante inzichten aan het boek te ontlenen, met name over de Indische voorloper van art. 118 Rv, een nog altijd springlevende bepaling die met een zekere regelmaat door de Caribische rechter wordt ingeroepen om in te grijpen in het partijdebat. Ook Hekmeijer was al enthousiast over dat artikel, mede vanwege de medeverantwoordelijkheid van de rechter voor de uitkomst van de procedure, die nu eenmaal zwaar weegt. Uit Hekmeijers bespreking wordt duidelijk dat de gedachte dat de rechter ‘een stevige regie moet voeren’ geen innovatieve gedachte is, maar gewoon weer een kleine verschuiving in de opvattingen over de taakverdeling tussen rechter en partijen.


Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Geslachtsnaamswijziging

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2013
Trefwoorden naamrecht, geslachtsnaam, naamskeuze, geslachtsnaamwijziging
Auteurs Mr. Miranda Gielen en Prof. dr. Gerard-René de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Koninkrijk der Nederlanden bestaan een aantal verschillende naamrechtssystemen. In dit artikel worden de verschillende rechtssystemen op kritische wijze vergeleken in het bijzonder daar waar het gaat om het verwerven en wijzigen van de geslachtsnaam.


Mr. Miranda Gielen
Miranda Gielen is docente privaatrecht en personen- en familierecht bij de Universiteit van Aruba.

Prof. dr. Gerard-René de Groot
Gerard-René de Groot is hoogleraar rechtsvergelijking en internationaal privaatrecht in Maastricht, Aruba en Hasselt.
Artikel

Mentorschap: onbekend maakt onbemand

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2013
Trefwoorden mentorschap, beschermingsmaatregel, mentor, niet-vermogensrechtelijke belangen
Auteurs Mr. Noris van Lis-Donata en Dr. Earney Francis Lasten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft het resultaat weer van een evaluatieonderzoek naar de toepassing van de Wet mentorschap in Aruba. Deze wet biedt bescherming aan meerderjarigen die tijdelijk of duurzaam niet in staat zijn hun niet-vermogenrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. In een onderzoek gaf het merendeel van de respondenten aan geen of weinig kennis te hebben van de Wet mentorschap. Advocaten en de civiele rechter hebben de Wet mentorschap niet toegepast in de eerste tien bestaansjaren van deze wet. Toch onderkennen alle geïnterviewde vertegenwoordigers van hulpverlenende organisaties dat er behoefte is aan mentorschap in de thuiszorg van bejaarden en andere meerderjarige hulpbehoevenden met lichamelijke of geestelijke beperkingen. Mentorschap wordt ook beschouwd als een alternatieve beschermingsmaatregel voor drugsverslaafden. De onbekendheid met het mentorschap werkt belemmerend op de toepassing van de Wet mentorschap. Nadere regels betreffende de taken en bevoegdheden van de mentor, onder supervisie van een coördinatiecentrum, zullen de benoemingen van mentoren gunstig beïnvloeden.


Mr. Noris van Lis-Donata
Mr. Noris van Lis-Donata is onderzoeker aan de Universiteit van Aruba.

Dr. Earney Francis Lasten
Dr. Earney F. Lasten was tot in 2012 docent/onderzoeker aan de Universiteit van Aruba; hij is momenteel verbonden aan de Universiteit EAN van Bogota, Colombia.
Artikel

Reactie op het artikel ‘Proceskostenvergoeding bij belastingzaken uitsluitend bij “ernstige onzorgvuldigheid”’ van mr. S.G. Kenswil

Caribisch Juristenblad nummer 2013/1

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2013
Trefwoorden belastingrecht, kostenvergoeding, ernstige onzorgvuldigheid, bezwaarprocedure
Auteurs Drs. H. Lubbers
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Caribisch Juristenblad nummer 2013/1 is een artikel verschenen van mr. S.G. Kenswil waarin hij op basis van met name Nederlandse jurisprudentie een beeld probeert te schetsen van wat verstaan wordt onder ‘ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht’. Indien de Inspecteur der Belastingen namelijk door een ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht heeft gehandeld, kan sinds (30 december) 2006 een kostenvergoeding worden toegekend indien daar in de bezwaarfase om is verzocht. In deze bijdrage wordt mede op basis van een drietal lokale uitspraken, een aanvulling gegeven op dat artikel. De auteur gaat verder in op de regeling waarin de hoogte van de kostenvergoeding wordt besproken, de uitwerking van de regeling in de praktijk en geeft een aanvulling op de lijst van Kenswil wat naar eigen inschatting onder ‘ernstig onzorgvuldig handelen’ kan worden begrepen.


Drs. H. Lubbers
Drs. H. Lubbers is belastingadviseur bij HFL Consultants N.V.

Mr. dr. J.P. de Haan
Mr. dr. J.P. de Haan is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Mr. E.H. Leenders
Mr. E.H. Leenders is in maart 2010 afgestudeerd aan de Radboud Universiteit te Nijmegen in de richting Burgerlijk Recht. Zij heeft tijdens haar studentstage bij HBN Law te Willemstad een presentatie gegeven voor de leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie over met merkenrecht naar Antilliaans en Nederlands recht.
Artikel

Heffing van successiebelasting en overdrachtsbelasting bij trusts

Een pleidooi voor transparantie

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2013
Auteurs Mr. H.Th.M. Burgers
Auteursinformatie

Mr. H.Th.M. Burgers
Mr. H.Th.M. Burgers is notaris te Curaçao.

Mr. J. Wit
Mr. J. Wit was rechter op Curaçao, tegenwoordig lid van de Caribbean Court of Justice en tevens lid van het Constitutioneel Hof van St. Maarten.
Artikel

Deugdelijkheid van bestuur als toetsingskader voor de kwaliteit van het openbaar bestuur

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2013
Trefwoorden deugdelijk bestuur, artikel 43 Statuut, behoorlijk bestuur, bestuurlijk toezicht, good governance
Auteurs Mr. A. Bakhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden schrijft in artikel 43 lid 1 voor dat elk der landen van het Koninkrijk zorg draagt voor de verwezenlijking van de menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van het bestuur. Wat wordt verstaan onder het begrip ‘deugdelijkheid van het bestuur’ en wat betekent het voor de Caribische landen van het Koninkrijk? Hoe verhoudt het begrip ‘deugdelijkheid van het bestuur’ zich tot begrippen als ‘good governance’, ‘goed bestuur’ en ‘behoorlijk bestuur’? In deze bijdrage wordt de betekenis van het begrip ‘deugdelijkheid van het bestuur’ in de rechtsorde van het Koninkrijk der Nederlanden verkend.


Mr. A. Bakhuis
Mr. A. Bakhuis is als promovendus Koninkrijksrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De Wet BOB tegen het (zon)licht gehouden

De Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden in Aruba

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2013
Trefwoorden bijzondere opsporingsbevoegdheden, strafvordering, BOB, dwangmiddelen
Auteurs Mr. E. Witjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in dit artikel een aantal bijzondere opsporingsbevoegdheden uit de Wet BOB, die in 2012 in werking is getreden op Aruba (en Curaçao en Sint Maarten). Achtereenvolgens worden planmatige observatie, infiltratie, pseudokoop of -dienstverlening, stelselmatig inwinnen van informatie, bevoegdheden in een besloten plaats, het opnemen van (vertrouwelijke) communicatie, burgerpseudokoop of -dienstverlening en inwinnen van informatie en burgerinfiltratie besproken. Hierbij worden de ervaringen betrokken die in Nederland zijn opgedaan met deze wet (de Wet BOB functioneert daar reeds een decennium), voor zover dit relevant is voor de Caribische situatie. Het artikel beoogt naast een algemene introductie ook enkele pijnpunten bloot te leggen en suggesties te doen ten behoeve van het functioneren van de Wet BOB in kleinschalige rechtsordes.


Mr. E. Witjens
Mr. E. Witjens is wetenschappelijk hoofdmedewerker straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Aruba.
Artikel

Proceskostenvergoeding bij belastingzaken uitsluitend bij ‘ernstige onzorgvuldigheid’

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2013
Trefwoorden proceskostenvergoeding, ernstige onzorgvuldigheid, bijzondere omstandigheden, belasting, bezwaar
Auteurs Mr. S.G. Kenswil
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 32a van de Algemene landsverordening Landsbelasting kan aan de belastingplichtige een kostenvergoeding worden toegekend indien de voor bezwaar vatbare beschikking waartegen hij opkomt door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is genomen door de Belastingdienst. De Curaçaose praktijk biedt vooralsnog weinig aanknopingspunten voor de invulling van het begrip ‘ernstige onzorgvuldigheid’. Naar mening van de auteur kan aansluiting gezocht worden bij de Nederlandse rechtspraak omtrent de invulling van de zware maatstaf ‘bijzondere omstandigheden’ van artikel 2, lid 3 Bpb. Volgens de Nederlandse wetsgeschiedenis kan pas sprake zijn van bijzondere omstandigheden in geval van zeer schrijnende gevallen. Het is gebleken dat de rechtspraak voor de Curaçaose forfaitaire proceskostenvergoeding de zware maatstaf aanhoudt van de Nederlandse bovenforfaitaire proceskostenvergoeding. Het aanvankelijk wetsvoorstel in Nederland dat gelijk was aan de thans geldende regeling op Curaçao, is per amendement door de Tweede Kamer aangepast naar een veel lichtere maatstaf voor toekenning van een proceskostenvergoeding. Zou het kunnen dat deze aanpassing aan de aandacht van de Curaçaose wetgever is ontsnapt?


Mr. S.G. Kenswil
Mr. S.G. Kenswil is verbonden aan KPMG Meijburg Caribbean.
Artikel

Rol en aansprakelijkheid van de trustee

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Curaçaose trust, trustee, aansprakelijkheid, zorgplicht, breach of trust
Auteurs Mr. K. Frielink
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2012 is de regeling inzake de Curaçaose trust in werking getreden. Op de trustee rust een uit de wet voortvloeiende zorgplicht, omdat aan de trustee geldelijke en andere belangen zijn toevertrouwd. Het bestaan van een zorgplicht roept de vraag op naar de aansprakelijkheid van de trustee in geval van een ‘breach of trust’. Daarbij is het van belang te kijken naar de verplichtingen die een trustee heeft. Voorts wordt stilgestaan bij een mogelijk beroep op disculpatie en bij het onderwerp contractuele exoneratie.


Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat/partner bij Spigt Dutch Caribbean.
Artikel

Bespiegelingen aangaande de juridisering en commercialisering van het Curaçaose carnaval

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Carnaval, commercie, retributie, Auteursrecht, portretrecht
Auteurs Dr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    Het carnaval van Curaçao is uitgegroeid tot een groot publiek feest van pracht en praal. Grote evenementen kosten veel geld. Waar geld te halen valt zijn commerciële belangen in het spel. En waar geld gemoeid is ontstaan discussies en ruzies. Ruzies lopen uit in juridische procedures omdat iedere partij het gelijk aan zijn kant tracht te krijgen. Tot een van de opvallende procedures tijdens het carnaval 2012 behoorde de poging een platinumsectie tijdens het Tumbafestival naast de bestaande in te stellen. Een ander opvallend geschil betrof schending van het portretrecht van de carnavalsgroepen door de uitzendingen van TeleCuraçao/TDS, indien daarvoor geen vergoeding zou worden betaald. Uiteindelijk kreeg TeleCuraçao/TDS het alleenrecht voor commerciële uitzendingen door betaling van een aanzienlijke geldsom. Dit artikel werkt het juridisch kader van het voornoemde nader uit.


Dr. J. Sybesma
Dit artikel is geheel op eigen initiatief geschreven. Mijn speciale dank gaat uit naar Gedeona, Mirto en Michael.
Artikel

De rol van goodwill bij de verdeling na echtscheiding van aandelen in praktijkvennootschappen van zelfstandige beroepsbeoefenaren

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2012
Trefwoorden goodwill, zelfstandige beroepsbeoefenaar, verdeling, huwelijksgoederengemeenschap, echtscheiding
Auteurs Mr. M.F. Murray
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van zelfstandige beroepsbeoefenaren die aan het rechtsverkeer deelnemen middels een vennootschap speelt een eventueel opgebouwde goodwill vaak een rol. Dit artikel geeft inzicht in de mate waarin goodwill als zodanig aangemerkt kan worden als ‘goed’ in de zin van het Burgerlijk Wetboek en in welke gevallen deze meegenomen moet worden in de verdeling van die gemeenschap na beëindiging van het huwelijk. Ook de in maatschapverband opgebouwde goodwill komt daarbij aan de orde. Persoonlijke onbelichaamde goodwill komt in beginsel niet in aanmerking voor verdeling.


Mr. M.F. Murray
Mr. M.F. Murray is advocaat/vennoot bij SMS Attorneys at Law te Curaçao en redactielid van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Bijzondere opsporingsbevoegdheden in Curaçao

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2012
Trefwoorden BOB, Wetboek van Strafvordering, opsporingsbevoegdheden, infiltratie, planmatig
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan en mr. R.J. Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 3 april 2012 is de Landsverordening houdende wijziging van het Wetboek van Strafvordering (bijzondere opsporingsbevoegdheden en andere spoedeisende veranderingen) aangenomen door de Staten van Curaçao. In deze bijdrage bespreken de auteurs deze Landsverordening. De auteurs maken deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. Hans de Doelder van de Erasmus Universiteit en hebben in die hoedanigheid een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht en de Landsverordening BOB. In het artikel wordt allereerst de noodzaak van de BOB-wetgeving besproken. De auteurs maken duidelijk waarom Curaçao niet langer zonder BOB-wetgeving kan. Vervolgens worden de algemene uitgangspunten van de Landsverordening besproken, waarbij aandacht wordt besteed aan de verschillen met de Nederlandse BOB-wet, de gevallen en gronden voor toepassing van de dwangmiddelen, de rol van de officier van justitie en de procureur-generaal en de overige algemene bepalingen uit de wet. Tot slot worden de verschillende bijzondere opsporingsbevoegdheden besproken, waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan planmatige observatie, infiltratie en het opnemen en onderzoek van communicatie.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

mr. R.J. Verbeek
Mr. R.J. Verbeek is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Beide auteurs maken in die hoedanigheid ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam verleent bijstand bij de herziening van het Wetboek van Strafvordering en heeft tevens bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht.
Artikel

Een Antilliaans jurist van de wereld

Het werk van diplomaat, bestuurder en jurist J.H. Ferguson (1826-1908)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2012
Trefwoorden korte biografie, rechtsgeschiedenis, internationaal recht
Auteurs Mr. P.H. Bruns
SamenvattingAuteursinformatie

    Portret van de op Curaçao geboren diplomaat, koloniaal bestuurder en internationaal jurist Jan Helenus Ferguson (1826-1908) met daarin de nadruk op zijn juridische verdiensten.


Mr. P.H. Bruns
Mr. P.H. Bruns bereidt een proefschrift voor op het gebied van de ontwikkeling van het Nederlandse staatsrecht in de negentiende eeuw en werkt als jurist op Aruba.
Toont 1 - 20 van 39 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.