Zoekresultaat: 20 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Caribisch Juristenblad x Rubriek Artikel x
Artikel

Grensoverschrijdende fusie en omzetting sinds 10-10-’10

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Fusie, omzetting, grensoverschrijdend, Koninkrijk
Auteurs Mr. K. Frielink
SamenvattingAuteursinformatie

    De staatkundige herziening binnen het Koninkrijk der Nederlanden die op 10 oktober 2010 zijn beslag heeft gekregen, is ook van belang voor de grensoverschrijdende fusie en de grensoverschrijdende omzetting. De bestaande regelgeving maakt fusie en omzetting binnen het Koninkrijk nodeloos ingewikkeld. Daarom wordt voor harmonisatie gepleit.


Mr. K. Frielink
Mr. Karel Frielink is advocaat/partner bij Spigt Dutch Caribbean.

    De laatste jaren staat in Nederland definitieve geschilbeslechting door de bestuursrechter sterk in de aandacht. Het in de jurisprudentie van de hoogste Nederlandse bestuursrechtelijke colleges ontwikkelde uitgangspunt dat de bestuursrechter een besluit niet slechts op rechtmatigheid behoort te beoordelen maar ook zo veel mogelijk dient te bezien of het geven van een definitieve oplossing van het geschil mogelijk is, heeft daar geleid tot wetgeving met dezelfde strekking. De landsverordeningen administratieve rechtspraak van Aruba en de voormalige Nederlandse Antillen voorzien nog niet in die wettelijke verplichting en evenmin in een verruiming van de wettelijke bevoegdheden ter uitvoering van die taak. Uit recente jurisprudentie blijkt echter dat het Hof ook met gebruik van de bestaande bevoegdheden zeer wel in staat is geschillen definitief te beslechten. In het artikel worden die bevoegdheden aan de hand van de daarop betrekking hebbende jurisprudentie besproken. Voorts wordt stilgestaan bij de eisen die definitieve geschilbeslechting stelt aan procedure en opstelling van partijen.


Mr. J.Th. Drop
Mr. J.Th. Drop is lid van het Gemeenschappelijk Hof. Hij hoopt in mei 2014 te promoveren aan de UoC op een onderzoek naar de invloed van Nederlandse jurisprudentie op het Caribisch bestuursprocesrecht. Promotor is Prof. L.J.J. Rogier. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en is een bewerking en uitbreiding van een lezing gehouden op het Symposium ‘Rollen van de overheidsjurist’, gehouden op Curaçao op 25 en 26 april 2013.
Artikel

Geslachtsnaamswijziging

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2013
Trefwoorden naamrecht, geslachtsnaam, naamskeuze, geslachtsnaamwijziging
Auteurs Mr. Miranda Gielen en Prof. dr. Gerard-René de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Koninkrijk der Nederlanden bestaan een aantal verschillende naamrechtssystemen. In dit artikel worden de verschillende rechtssystemen op kritische wijze vergeleken in het bijzonder daar waar het gaat om het verwerven en wijzigen van de geslachtsnaam.


Mr. Miranda Gielen
Miranda Gielen is docente privaatrecht en personen- en familierecht bij de Universiteit van Aruba.

Prof. dr. Gerard-René de Groot
Gerard-René de Groot is hoogleraar rechtsvergelijking en internationaal privaatrecht in Maastricht, Aruba en Hasselt.
Artikel

Reactie op het artikel ‘Proceskostenvergoeding bij belastingzaken uitsluitend bij “ernstige onzorgvuldigheid”’ van mr. S.G. Kenswil

Caribisch Juristenblad nummer 2013/1

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2013
Trefwoorden belastingrecht, kostenvergoeding, ernstige onzorgvuldigheid, bezwaarprocedure
Auteurs Drs. H. Lubbers
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Caribisch Juristenblad nummer 2013/1 is een artikel verschenen van mr. S.G. Kenswil waarin hij op basis van met name Nederlandse jurisprudentie een beeld probeert te schetsen van wat verstaan wordt onder ‘ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht’. Indien de Inspecteur der Belastingen namelijk door een ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht heeft gehandeld, kan sinds (30 december) 2006 een kostenvergoeding worden toegekend indien daar in de bezwaarfase om is verzocht. In deze bijdrage wordt mede op basis van een drietal lokale uitspraken, een aanvulling gegeven op dat artikel. De auteur gaat verder in op de regeling waarin de hoogte van de kostenvergoeding wordt besproken, de uitwerking van de regeling in de praktijk en geeft een aanvulling op de lijst van Kenswil wat naar eigen inschatting onder ‘ernstig onzorgvuldig handelen’ kan worden begrepen.


Drs. H. Lubbers
Drs. H. Lubbers is belastingadviseur bij HFL Consultants N.V.

Mr. dr. J.P. de Haan
Mr. dr. J.P. de Haan is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Mr. E.H. Leenders
Mr. E.H. Leenders is in maart 2010 afgestudeerd aan de Radboud Universiteit te Nijmegen in de richting Burgerlijk Recht. Zij heeft tijdens haar studentstage bij HBN Law te Willemstad een presentatie gegeven voor de leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie over met merkenrecht naar Antilliaans en Nederlands recht.

Mr. J. Wit
Mr. J. Wit was rechter op Curaçao, tegenwoordig lid van de Caribbean Court of Justice en tevens lid van het Constitutioneel Hof van St. Maarten.
Artikel

Deugdelijkheid van bestuur als toetsingskader voor de kwaliteit van het openbaar bestuur

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2013
Trefwoorden deugdelijk bestuur, artikel 43 Statuut, behoorlijk bestuur, bestuurlijk toezicht, good governance
Auteurs Mr. A. Bakhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden schrijft in artikel 43 lid 1 voor dat elk der landen van het Koninkrijk zorg draagt voor de verwezenlijking van de menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van het bestuur. Wat wordt verstaan onder het begrip ‘deugdelijkheid van het bestuur’ en wat betekent het voor de Caribische landen van het Koninkrijk? Hoe verhoudt het begrip ‘deugdelijkheid van het bestuur’ zich tot begrippen als ‘good governance’, ‘goed bestuur’ en ‘behoorlijk bestuur’? In deze bijdrage wordt de betekenis van het begrip ‘deugdelijkheid van het bestuur’ in de rechtsorde van het Koninkrijk der Nederlanden verkend.


Mr. A. Bakhuis
Mr. A. Bakhuis is als promovendus Koninkrijksrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Bijzondere opsporingsbevoegdheden in Curaçao

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2012
Trefwoorden BOB, Wetboek van Strafvordering, opsporingsbevoegdheden, infiltratie, planmatig
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan en mr. R.J. Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 3 april 2012 is de Landsverordening houdende wijziging van het Wetboek van Strafvordering (bijzondere opsporingsbevoegdheden en andere spoedeisende veranderingen) aangenomen door de Staten van Curaçao. In deze bijdrage bespreken de auteurs deze Landsverordening. De auteurs maken deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. Hans de Doelder van de Erasmus Universiteit en hebben in die hoedanigheid een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht en de Landsverordening BOB. In het artikel wordt allereerst de noodzaak van de BOB-wetgeving besproken. De auteurs maken duidelijk waarom Curaçao niet langer zonder BOB-wetgeving kan. Vervolgens worden de algemene uitgangspunten van de Landsverordening besproken, waarbij aandacht wordt besteed aan de verschillen met de Nederlandse BOB-wet, de gevallen en gronden voor toepassing van de dwangmiddelen, de rol van de officier van justitie en de procureur-generaal en de overige algemene bepalingen uit de wet. Tot slot worden de verschillende bijzondere opsporingsbevoegdheden besproken, waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan planmatige observatie, infiltratie en het opnemen en onderzoek van communicatie.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

mr. R.J. Verbeek
Mr. R.J. Verbeek is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Beide auteurs maken in die hoedanigheid ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam verleent bijstand bij de herziening van het Wetboek van Strafvordering en heeft tevens bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht.
Artikel

Een Antilliaans jurist van de wereld

Het werk van diplomaat, bestuurder en jurist J.H. Ferguson (1826-1908)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2012
Trefwoorden korte biografie, rechtsgeschiedenis, internationaal recht
Auteurs Mr. P.H. Bruns
SamenvattingAuteursinformatie

    Portret van de op Curaçao geboren diplomaat, koloniaal bestuurder en internationaal jurist Jan Helenus Ferguson (1826-1908) met daarin de nadruk op zijn juridische verdiensten.


Mr. P.H. Bruns
Mr. P.H. Bruns bereidt een proefschrift voor op het gebied van de ontwikkeling van het Nederlandse staatsrecht in de negentiende eeuw en werkt als jurist op Aruba.
Artikel

Koning Bonsu: een vijand of een crimineel?

Recht aan de Nederlandse Goudkust (1815-1872)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2012
Trefwoorden rechtsgeschiedenis, koloniaal recht, Afrikaans gewoonterecht, West-Indische Compagnie (WIC)
Auteurs Mr. P.H. Bruns
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechtshistorische achtergrond van de veroordeling van de Ghanese Koning Badu Bonsu II door het voormalige Nederlandse koloniale gezag aan de Nederlandse Goudkust (Elmina). Badu Bonsu was in opstand gekomen tegen het Nederlands koloniaal gezag en werd ter dood veroordeeld. De Nederlandse Goudkust was vanaf de 17e eeuw in bezit van de WIC en werd net als de voormalige bezittingen van de WIC in het Caribische gebied in 1815 tot een overzees onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. In dit artikel wordt ingegaan op de eigenaardige rechtsontwikkeling van deze laatste Nederlandse kolonie in Afrika totdat deze in 1872 aan Engeland werd overgedragen.


Mr. P.H. Bruns
Mr. P.H. Bruns bereidt een proefschrift voor op het gebied van de ontwikkeling van het Nederlandse staatsrecht in de negentiende eeuw en werkt als jurist op Aruba.
Artikel

Grondige wijzigingen in de Curaçaose omzetbelasting

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Landsverordening belastingvoorzieningen 2011, Omzetbelasting, Ondernemersbegrip, Plaats van dienst, Verleggingsregeling
Auteurs Mr. J.J. Gankema
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2012 is de ‘Landsverordening belastingvoorzieningen 2011’ in werking getreden. Deze Landsverordening omvat onder meer enkele grondige wijzigingen op de Landsverordening omzetbelasting 1999. Deze wijzigingen betreffen het ondernemersbegrip, de plaats van dienst, de verleggingsregeling, enkele vrijstellingen, het tarief alsmede het aangiftetijdvak voor de omzetbelasting. De wetswijzigingen vloeien voort uit de plannen van de regering om een verschuiving van de belastingdruk te realiseren van directe belastingen (zoals de winst- en de inkomstenbelasting) naar indirecte belastingen (omzetbelasting). De achterliggende gedachte hierbij is dat deze verschuiving de concurrentiepositie van Curaçao moet versterken, zowel ten opzichte van de landen binnen het Koninkrijk als de landen in de regio.


Mr. J.J. Gankema
Mr. J.J. Gankema is zelfstandig belastingadviseur, geassocieerd met Bokkes Fontein Advocaten en BDO Tax. Voorheen werkzaam als adjunct-implementatiedirecteur fiscale zaken bij de Directie Fiscale Zaken te Curaçao en uit dien hoofde betrokken bij de totstandkoming en de invoering van de Landsverordening belastingvoorzieningen 2011.
Artikel

Papaja’s met peren vergelijken

Hoe de Nederlandse wetgever onderscheid maakt tussen Caribisch en Europees Nederland aan de hand van artikel 1 lid 2 Statuut

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2012
Trefwoorden BES-eilanden, wetgever, differentiatiebepaling, gelijkheid, sociaaleconomisch
Auteurs D.J. Misiedjan en H. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse wetgever maakt inconsistent gebruik van de differentiatiemogelijkheid geboden door artikel 1 lid 2 Statuut. Factoren zoals de economische en sociale omstandigheden op de BES-eilanden rechtvaardigen verschil in wetgeving tussen Europees en Caribisch Nederland. Echter, de Nederlandse wetgever maakt alleen gebruik van de differentiatiebepaling wanneer het gaat om sociaaleconomische kwesties als de hoogte van uitkeringen en de AOW, maar niet ten aanzien van ethische kwesties als abortus, euthanasie en homohuwelijk. Dit is in strijd met constitutionele normen.


D.J. Misiedjan
D.J. Misiedjan is masterstudent Legal Research aan de Universiteit Utrecht.

H. Palm
H. Palm is masterstudent Legal Research aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De strafrechter als executierechter in het kader van het strafvorderlijk kort geding (art. 43 Sv)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden executierechter, strafvorderlijk kort geding, voorwaardelijke invrijheidsstelling, elektronisch toezicht
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of artikel 43 Wetboek van Strafvordering (‘strafvorderlijk kort geding’) zich ook uitstrekte over de executiefase bestond discussie. Inmiddels is het vaste jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. In het artikel geeft de auteur, tot juli 2011 lid van het Hof, een overzicht van de rechtspraak van het Hof in procedures ex artikel 43 Sv over kwesties die de executie van vrijheidsstraffen betreffen. De vraag wordt behandeld welke kwesties de executie aangaande door het Hof wel en welke niet onder de reikwijdte van artikel 43 Sv worden gebracht. Met name wordt aandacht besteed aan beslissingen aangaande voorwaardelijke invrijheidsstelling en elektronisch toezicht en de toetsing daarvan door de rechter. Ook wordt (mogelijke) toekomstige wetgeving op dit terrein besproken. De auteur komt tot de conclusie dat thans een duidelijk toetsingskader voor beslissingen aangaande executie van vrijheidsstraffen ontbreekt. Het Hof heeft een zekere lijn ingezet. Veel beslissingen aangaande de executie kunnen via de weg van artikel 43 Sv aan de strafrechter worden voorgelegd. Een duidelijk criterium voor de beoordeling welke beslissingen daarvan zijn uitgesloten, is er (nog) niet. Ten aanzien van de beslissingen die wel kunnen worden voorgelegd lijkt het Hof (steeds meer) een marginale, administratiefrechtelijke toets aan te leggen. Ten aanzien van beslis- en beroepstermijnen ontbreekt de nodige duidelijkheid. Met het oog op de rechtsbescherming en de rechtszekerheid van de gedetineerde dient ook aan de resterende onduidelijkheid zoveel mogelijk een einde te worden gemaakt.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock was tot 1 augustus 2011 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Thans is hij raadsheer in het Gerechtshof te Arnhem.
Artikel

Gescheiden machten

Koloniaal bestuur en de onafhankelijkheid van rechtspraak op Aruba, 1816-1919

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Aruba, machtenscheiding, vredegerecht, kantongerecht, Gerecht in Eerste Aanleg
Auteurs Drs. L. Alofs
SamenvattingAuteursinformatie

    In de koloniale samenlevingen staat de uitvoerende macht boven de rechterlijke macht. Deze bijdrage beschrijft de verzelfstandiging van de rechtspraak op Aruba tussen 1816 en 1919 op basis van de notulen van de rechtsprekende organen en omliggende archiefstukken. Tussen 1824 en 1848 had het Vredegerecht rechtsprekende, wetgevende en uitvoerende taken. In 1848 kwam een aparte wetgevende Adviserende Commissie tot stand en in 1869 een kantongerecht. Onafhankelijkheid van de rechterlijke macht werd ongedaan gemaakt door het gegeven dat de gezaghebber veelal aan het hoofd van de rechtsprekende organen stond. In 1919 kwam daarin verandering met de oprichting van het Gerecht in Eerste Aanleg.


Drs. L. Alofs
Drs. Luc Alofs is cultureel antropoloog, docent aan het Instituto Pedagogico Arubano en curator van het Historisch Museum Aruba. Hij promoveert in 2011 op een historische studie getiteld Onderhorigheid en separatisme; koloniaal bestuur en lokale politiek op Aruba, 1816 en 1955, Leiden: Rijksuniversiteit Leiden 2011.
Artikel

Het vonnis bevat… de inhoud van de bewijsmiddelen…

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2011
Trefwoorden art. 402 Sv, bewijsmiddelen, strafvonnis
Auteurs Mr. J.R. Sijmonsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 402 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het vonnis op straffe van nietigheid de bewijsmiddelen bevat. In de praktijk werden de bewijsmiddelen opgenomen na instelling van een rechtsmiddel. Pas op 13 juli 2010, LJN BJ8669, oordeelde de Hoge Raad dat een vonnis dat bij de uitspraak niet de bewijsmiddelen bevat, nietig is. De schrijver verdedigt dat de tot 13 juli 2010 bestaande praktijk niet moet worden gelegitimeerd door een wetswijziging, maar dat art. 402 Sv moet worden behouden, maar dan alleen voor appèlvonnissen.


Mr. J.R. Sijmonsma
Mr. J.R. Sijmonsma is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Zestig jaar hoger toezicht van de gouverneur ingevolge de Eilandenregeling; een terugblik

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Eilandenregeling Nederlandse Antillen, gouverneur van de Nederlandse Antillen, hoger toezicht, schorsing en vernietiging, bestuurlijk toezichtsbeleid
Auteurs Mr. A. Hoeneveld
SamenvattingAuteursinformatie

    De opheffing van de Nederlandse Antillen rechtvaardigt een terugblik op zestig jaar toezicht van de gouverneur ingevolge de Eilandenregeling (ERNA). Aan de hand van empirisch onderzoek is bezien hoe het toezichtsbeleid op de eilandgebieden zich heeft ontwikkeld. Daarbij komen met name recente ontwikkelingen en aspecten van rechtsbescherming aan de orde. In totaal werden er in zestig jaar 41 eilandelijke besluiten vernietigd. De gezaghebbers en de Antilliaanse regering hadden daarbij het voortouw, niet het Koninkrijk. Na 10 oktober 2010 houdt slechts het Koninkrijk nog bestuurlijk toezicht op de autonome landen. Naar verwachting zal het Koninkrijk zich daarbij terughoudend opstellen.


Mr. A. Hoeneveld
Mr. A. Hoeneveld is voormalig juridisch adviseur van het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen respectievelijk van Curaçao.
Artikel

Belastingheffing in Caribisch Nederland

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2011
Trefwoorden belastingregeling Nederland, hybride stelsel, zelfbeschikkingsrecht, vijf fiscale stelsels, eenvoud
Auteurs Mr. J. Adeler en prof. dr. P. Kavelaars
SamenvattingAuteursinformatie

    Met ingang van 10 oktober 2010 zijn de Nederlandse Antillen opgehouden te bestaan. Curaçao en St. Maarten zijn als zelfstandige landen binnen het Koninkrijk verdergegaan. Bonaire, St. Eustatius en Saba – de BES of Caribisch Nederland – maken voortaan deel uit van Nederland als bijzondere gemeenten. Zij hebben daartoe per 1 januari 2011 een geheel eigen fiscaal stelsel gekregen. De auteurs gaan in deze bijdrage nader in op de bijzonderheden van het fiscale stelsel op de BES, de onlosmakelijke samenhang met het (Europees-)Nederlandse fiscale stelsel en plaatsen tot slot enkele kanttekeningen.


Mr. J. Adeler
Mr. J. Adeler is werkzaam bij Deloitte.

prof. dr. P. Kavelaars
Prof. dr. P. Kavelaars is werkzaam bij Deloitte en verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Vrijheid van discriminerende uitingen?

De zaak Wilders

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Autonomie, uitingsvrijheid, discriminatieverbod, schadebeginsel, aanstoot
Auteurs Prof. dr. C.W. Maris
SamenvattingAuteursinformatie

    In Vrijheid van discriminerende uitingen? De zaak Wilders bespreekt C.W. Maris het lopende strafproces tegen de Nederlandse politicus Geert Wilders vanuit het rechtsfilosofische schadebeginsel. Wilders is beschuldigd van beledigen en aanzetten tot discriminatie van moslims. Wilders zelf beroept zich op uitingsvrijheid. Volgens de auteur is Wilders’ beeld van de islam bezijden de waarheid. Niettemin verleent het schadebeginsel in dit geval voorrang aan de vrijheid van meningsuiting boven het recht om niet te worden gediscrimineerd. Aanstoot of belediging is onvoldoende reden voor een strafrechtelijk verbod. Voor zover er schade dreigt, kan die beter worden beperkt door tegenargumenten dan door een verbod.


Prof. dr. C.W. Maris
Prof. dr. C.W. Maris is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Staatsrechtelijke consequenties van de toekenning van een UPG-status aan de Caribische eilandgebieden

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2011
Trefwoorden ultraperifeer gebied (UPG), Europees recht, koninkrijksverhoudingen, toezicht, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.G. Hoogers, prof. mr. H.E. Bröring en dr. D. Kochenov
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over de gevolgen van de keuze voor de status van ultraperifeer gebied (UPG) voor het constitutionele ordeningsmodel van het Statuut. Aan de orde komen de bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor de implementatie en toepassing van Europees recht en de gevolgen in geval van niet nakoming van dit recht. Wie is aansprakelijk? Wat betekent dat voor de Koninkrijksverhoudingen? Zijn nieuwe toezichts- en regresvoorzieningen noodzakelijk? De bijdrage maakt duidelijk dat de (sterk ontwikkelde) Europese rechtsorde en de (zwak ontwikkelde) rechtsorde van het Koninkrijk zich moeizaam tot elkaar verhouden.


Mr. H.G. Hoogers
Mr. H.G. Hoogers is universitair hoofddocent staatsrecht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. Bröring is hoogleraar integrale rechtsbeoefening verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

dr. D. Kochenov
Dr. D. Kochenov is universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.