Zoekresultaat: 7 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Caribisch Juristenblad x Rubriek Artikel x
Artikel

Koning Bonsu: een vijand of een crimineel?

Recht aan de Nederlandse Goudkust (1815-1872)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2012
Trefwoorden rechtsgeschiedenis, koloniaal recht, Afrikaans gewoonterecht, West-Indische Compagnie (WIC)
Auteurs Mr. P.H. Bruns
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechtshistorische achtergrond van de veroordeling van de Ghanese Koning Badu Bonsu II door het voormalige Nederlandse koloniale gezag aan de Nederlandse Goudkust (Elmina). Badu Bonsu was in opstand gekomen tegen het Nederlands koloniaal gezag en werd ter dood veroordeeld. De Nederlandse Goudkust was vanaf de 17e eeuw in bezit van de WIC en werd net als de voormalige bezittingen van de WIC in het Caribische gebied in 1815 tot een overzees onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. In dit artikel wordt ingegaan op de eigenaardige rechtsontwikkeling van deze laatste Nederlandse kolonie in Afrika totdat deze in 1872 aan Engeland werd overgedragen.


Mr. P.H. Bruns
Mr. P.H. Bruns bereidt een proefschrift voor op het gebied van de ontwikkeling van het Nederlandse staatsrecht in de negentiende eeuw en werkt als jurist op Aruba.
Artikel

Het College financieel toezicht en algemene bestuursrechtelijke regelingen

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2012
Trefwoorden college financieel toezicht, rechtsbescherming, openbaarheid van bestuur, rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten, wet financiën openbare lichamen BES
Auteurs Mr. M.M. Bense
SamenvattingAuteursinformatie

    Het is op het eerste gezicht niet duidelijk welke wetgeving op het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten en het College financieel toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba van toepassing is als het gaat om rechtsbescherming, openbaarheid van bestuur en archieven, terwijl in de praktijk wel degelijk vragen daarover kunnen rijzen. In dit artikel geeft de auteur een overzicht.


Mr. M.M. Bense
Mr. M.M. Bense is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Papaja’s met peren vergelijken

Hoe de Nederlandse wetgever onderscheid maakt tussen Caribisch en Europees Nederland aan de hand van artikel 1 lid 2 Statuut

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2012
Trefwoorden BES-eilanden, wetgever, differentiatiebepaling, gelijkheid, sociaaleconomisch
Auteurs D.J. Misiedjan en H. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse wetgever maakt inconsistent gebruik van de differentiatiemogelijkheid geboden door artikel 1 lid 2 Statuut. Factoren zoals de economische en sociale omstandigheden op de BES-eilanden rechtvaardigen verschil in wetgeving tussen Europees en Caribisch Nederland. Echter, de Nederlandse wetgever maakt alleen gebruik van de differentiatiebepaling wanneer het gaat om sociaaleconomische kwesties als de hoogte van uitkeringen en de AOW, maar niet ten aanzien van ethische kwesties als abortus, euthanasie en homohuwelijk. Dit is in strijd met constitutionele normen.


D.J. Misiedjan
D.J. Misiedjan is masterstudent Legal Research aan de Universiteit Utrecht.

H. Palm
H. Palm is masterstudent Legal Research aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De strafrechter als executierechter in het kader van het strafvorderlijk kort geding (art. 43 Sv)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden executierechter, strafvorderlijk kort geding, voorwaardelijke invrijheidsstelling, elektronisch toezicht
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of artikel 43 Wetboek van Strafvordering (‘strafvorderlijk kort geding’) zich ook uitstrekte over de executiefase bestond discussie. Inmiddels is het vaste jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. In het artikel geeft de auteur, tot juli 2011 lid van het Hof, een overzicht van de rechtspraak van het Hof in procedures ex artikel 43 Sv over kwesties die de executie van vrijheidsstraffen betreffen. De vraag wordt behandeld welke kwesties de executie aangaande door het Hof wel en welke niet onder de reikwijdte van artikel 43 Sv worden gebracht. Met name wordt aandacht besteed aan beslissingen aangaande voorwaardelijke invrijheidsstelling en elektronisch toezicht en de toetsing daarvan door de rechter. Ook wordt (mogelijke) toekomstige wetgeving op dit terrein besproken. De auteur komt tot de conclusie dat thans een duidelijk toetsingskader voor beslissingen aangaande executie van vrijheidsstraffen ontbreekt. Het Hof heeft een zekere lijn ingezet. Veel beslissingen aangaande de executie kunnen via de weg van artikel 43 Sv aan de strafrechter worden voorgelegd. Een duidelijk criterium voor de beoordeling welke beslissingen daarvan zijn uitgesloten, is er (nog) niet. Ten aanzien van de beslissingen die wel kunnen worden voorgelegd lijkt het Hof (steeds meer) een marginale, administratiefrechtelijke toets aan te leggen. Ten aanzien van beslis- en beroepstermijnen ontbreekt de nodige duidelijkheid. Met het oog op de rechtsbescherming en de rechtszekerheid van de gedetineerde dient ook aan de resterende onduidelijkheid zoveel mogelijk een einde te worden gemaakt.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock was tot 1 augustus 2011 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Thans is hij raadsheer in het Gerechtshof te Arnhem.
Artikel

Enkele aspecten van het voorstel tot wijziging van de Lar

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Lar, Awb, bestuursprocesrecht, wijzigingsvoorstel, staatkundige hervorming
Auteurs Mr. J.Th. Drop
SamenvattingAuteursinformatie

    Een vlak voor de staatkundige hervorming van de Nederlandse Antillen ingediend voorstel tot wijziging van de Lar is niet meer door de Staten van dat land in behandeling genomen. Het voorstel is gebaseerd op ervaringen uit de praktijk en komt tegemoet aan kritiek door gebleken leemtes in de rechtsbescherming te ondervangen. Daarnaast wordt de positie van de bestuursrechter als beslechter van het geschil versterkt. Het wijzigingsvoorstel is gebaseerd op vergelijkbare bepalingen uit de Nederlandse Awb, die hun nut in de praktijk al hebben bewezen.


Mr. J.Th. Drop
Mr. J.Th. Drop is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.
Artikel

Belastingheffing in Caribisch Nederland

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2011
Trefwoorden belastingregeling Nederland, hybride stelsel, zelfbeschikkingsrecht, vijf fiscale stelsels, eenvoud
Auteurs Mr. J. Adeler en prof. dr. P. Kavelaars
SamenvattingAuteursinformatie

    Met ingang van 10 oktober 2010 zijn de Nederlandse Antillen opgehouden te bestaan. Curaçao en St. Maarten zijn als zelfstandige landen binnen het Koninkrijk verdergegaan. Bonaire, St. Eustatius en Saba – de BES of Caribisch Nederland – maken voortaan deel uit van Nederland als bijzondere gemeenten. Zij hebben daartoe per 1 januari 2011 een geheel eigen fiscaal stelsel gekregen. De auteurs gaan in deze bijdrage nader in op de bijzonderheden van het fiscale stelsel op de BES, de onlosmakelijke samenhang met het (Europees-)Nederlandse fiscale stelsel en plaatsen tot slot enkele kanttekeningen.


Mr. J. Adeler
Mr. J. Adeler is werkzaam bij Deloitte.

prof. dr. P. Kavelaars
Prof. dr. P. Kavelaars is werkzaam bij Deloitte en verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De investeringsvergoeding bij opzegging

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2011
Trefwoorden investeringsvergoeding, aanvullende schadevergoeding, opzegging, duurovereenkomst, investeringen
Auteurs Mr. J. van de Peppel
SamenvattingAuteursinformatie

    In geval van opzegging van een onbenoemde commerciële duurovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft zowel het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba als de Hoge Raad aan de hand van de redelijkheid en billijkheid als grondslag geoordeeld over de verplichting tot aanvullende schadevergoeding voor niet terug te verdienen investeringen. Ter onderbouwing van de redelijkheid en billijkheid kunnen als factoren dienen een gerechtvaardigd vertrouwen van de opgezegde partij in het terugverdienen van de investeringen en het intreden van de schade vanwege een gedraging van de opzeggende partij. Onderbouwing met andere factoren, zoals het wilsgebrek in ruime zin met een daarbij horend toedoen, is soms mogelijk.


Mr. J. van de Peppel
Mr. J. van de Peppel was griffier bij het Gerecht in Eerste Aanleg te Curaçao en is momenteel advocaat te Arnhem.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.