Zoekresultaat: 5 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2012 x Rubriek Artikel x
Artikel

Nog geen horizontale rechtstreekse werking van het vrije verkeer van goederen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden artikel 34 VWEU, vrij verkeer van goederen, horizontale werking, normerings- en certificeringsactiviteiten, bijzondere redenen van particulier belang
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten en mr. T. Nauta
SamenvattingAuteursinformatie

    In brede kring wordt aangenomen dat het vrij verkeer van diensten, werknemers en vestiging onder omstandigheden rechtstreeks doorwerken in horizontale relaties. In de zaak Fra.bo past het Hof van Justitie het leerstuk van de horizontale rechtstreekse werking niet expliciet toe op het vrije goederenverkeer. Zaakspecifiek maakt het Hof van Justitie echter duidelijk dat onder omstandigheden ook een particuliere organisatie als gedaante van ‘publieke macht’ kan worden aangemerkt waarmee haar activiteiten en voorschriften binnen de reikwijdte van het recht betreffende het vrije goederenverkeer vallen. Het Hof van Justitie lijkt hiermee impliciet aan te sluiten bij zijn collectiviteitsredenering inzake het vrij verkeer van diensten, werknemers en de vestigingsvrijheid.


Mr. dr. H.J. van Harten
Herman van Harten is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

mr. T. Nauta
Thomas Nauta is werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse zaken en schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.
Artikel

Access_open Burgerschap en islam sluiten elkaar niet uit

Indonesische moslims in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Indonesian Muslims, migrants, citizenship, integration
Auteurs Jennifer Vos en Sandra van Groningen
SamenvattingAuteursinformatie

    The policy document Integration, commitment and citizenship concludes that the Islam ‘worries parts of the Dutch society’ because of beliefs that according to them are incompatible with the democratic constitutional state. In this article we look at the relationship between Islam en citizenship from within the Indonesian Muslim community in the Netherlands. This article is based on research on positioning and self-definition of Indonesian Muslims in the Netherlands. Indonesian Muslims are in general well integrated in Dutch society. They work or study in the Netherlands and they are active in social life. Newcomers respect the pluriform and democratic legal order they already know from Indonesia. At the same time Indonesian Muslims are remarkably silent in the public debate on Islam. On the one hand this derives from their individualistic and inward interpretation of Islam, on the other hand it derives from their Indonesian national character and it partially comes from the changed political climate in the Netherlands.


Jennifer Vos
J.C.A. Vos MA is master of arts in International Business Communication en master of arts in Religious Studies. Zij is junior onderzoeker bij het Centre for World Christianity and Interreligious Studies, Radboud Universiteit Nijmegen. Zij doet onderzoek naar relaties tussen christen- en moslimmigranten in Nederland. j.vos@ftr.ru.nl

Sandra van Groningen
A.J.B. van Groningen BA is bachelor of arts in Religious Studies en masterstudent Religiewetenschappen en Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Voor haar masterstage Religiewetenschappen werkte zij mee aan het onderzoek naar relaties tussen christen- en moslimmigranten in Nederland van het Centre for World Christianity and Interreligious Studies. svangroningen@student.ru.nl
Artikel

De veranderde positie van de verpleegkundige in de Wet BIG

De positie van de verpleegkundige en de verpleegkundig specialist in de Wet BIG na invoering van de Wet taakherschikking

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden experimenteerartikel, taakherschikking, verantwoordelijkheidsverdeling, verpleegkundig specialist, voorschrijfverpleegkundige, Wet BIG
Auteurs Mr. D.Y.A. van Meersbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent is aan de Wet BIG een zogenaamd experimenteerartikel toegevoegd. Op grond daarvan mogen onder meer verpleegkundig specialisten tijdelijk bepaalde voorbehouden handelingen indiceren en verrichten. Een regeling via het experimenteerartikel lijkt echter niet goed toe te passen bij beroepen die reeds bestaan, zoals de verpleegkundig specialist. Dit roept verschillende vragen op waar de auteur in dit artikel nader op ingaat. Daarnaast behandelt dit artikel de uitwerking van het experimenteerartikel op de veranderde positie van de verpleegkundige in het beroepenspectrum en de nieuwe verantwoordelijkheden die daarbij horen.


Mr. D.Y.A. van Meersbergen
Diederik van Meersbergen is als jurist werkzaam bij de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst.

    Since 2001 Family Group Conferences are being organised in the Netherlands, and in Flanders since 2006. The Eigen Kracht Centrale, the Dutch forum organising Family Group Conferences, supported in 2011 research into the economic potential of Family Group Conferences, particularly in multi problem families. The results of the research are promising, meaning that Family Group Conferences may contribute to savings of costs for youth care.


Annie de Roo
Mr. dr. Annie de Roo is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en mediator.
Artikel

Brüstle: embryonale fout met grote gevolgen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden menselijke embryo’s, octrooieerbaarheid, richtlijn 98/44/EG, artikel 6 lid 2 onder c, menselijke waardigheid
Auteurs Prof. mr. H. Somsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 98/44/EG verplicht lidstaten biotechnologische uitvindingen door middel van het octrooirecht te beschermen. De octrooieerbaarheid van dergelijke uitvindingen is echter controversieel. Allereerst zijn de traditionele vereisten voor het verkrijgen van een octrooi (nieuw, inventieve stap, industrieel toepasbaar) slechts moeizaam verenigbaar met biologisch materiaal dat doorgaans in de natuur al voorhanden is. Daarnaast bestaan ethische en morele bezwaren tegen zowel het idee als zodanig dat (menselijke) levende materie het onderwerp zou kunnen zijn van eigendomsrechten, als tegen de gevolgen van dergelijke octrooien. Tot die laatste categorie behoort ook het gebruik en dus vernietiging van menselijke embryo’s voor industriële doeleinden.Om tegemoet te komen aan dergelijke bezwaren bepaalt de richtlijn in artikel 6 lid 1 dat uitvindingen waarvan de commerciële exploitatie strijdig zou zijn met de openbare orde of met de goede zeden van octrooieerbaarheid worden uitgesloten. Lid 2 maakt onder (c) duidelijk dat hieronder in ieder geval het gebruik van menselijke embryo’s voor industriële of commerciële doeleinden moet worden verstaan.In zaak C-34/10, Brüstle/Greenpeace, heeft het Hof van Justitie zich moeten uitlaten over de betekenis van het begrip ‘menselijk embryo’. Het antwoord op die vraag bepaalt de reikwijdte van de ethische uitzondering van artikel 6 lid 2 onder c, en daarmee wellicht de verdere ontwikkeling van stamceltherapie, waarbij door middel van het gebruik van embryo’s geneesmethodes worden ontwikkeld voor neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson.


Prof. mr. H. Somsen
Prof. mr. H. Somsen is hoogleraar Europees Recht aan de Tilburg Law School.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.