Zoekresultaat: 37 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm

Proefschrift van mr. P.S. Bakker

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden redelijkheid en billijkheid, contractuele gebondenheid, uitleg, imprévision, ambtshalve toepassing
Auteurs Mr. W.L. Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het proefschrift van Bakker over redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm, dat fundamentele vragen van contractenrecht aan de orde stelt: de grondslag van contractuele gebondenheid, uitleg van commerciële contracten, imprévision en ambtshalve toepassing van redelijkheid en billijkheid. De recensent voelt zich met de positie van Bakker verwant, maar plaatst kritische kanttekeningen.


Mr. W.L. Valk
Mr. W.L. Valk is vicepresident van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Mr. R.A.F. Willems
Mr. R.A.F. Willems is advocaat bij Holla Advocaten te ’s-Hertogenbosch en bestuurslid (portefeuillehouder opleidingen) van de Vereniging van Incasso- en procesadvocaten (VIA).
Artikel

Proportionele aansprakelijkheid en veroorzakingswaarschijnlijkheid

Een verkenning van het criterium veroorzakingswaarschijnlijkheid ter vaststelling van het percentage van proportionele aansprakelijkheid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden proportionele aansprakelijkheid, veroorzakingswaarschijnlijkheid, eigen schuld, billijkheidscorrectie, gevaar
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Nu proportionele aansprakelijkheid stevige voet aan de grond krijgt, is het zaak een eenduidige verdelingsmaatstaf voor de proportionele benadering te formuleren. Deze bijdrage draagt daartoe de leidraad van de veroorzakingswaarschijnlijkheid aan. Beslissend is in welke mate de mogelijke oorzaken het gevaar voor de schade, zoals die is ingetreden, in het leven hebben geroepen. Voor een bijstelling van deze causale schadedeling op grond van een billijkheidscorrectie is geen plaats.


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is docent/onderzoeker bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar burgerlijk recht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Aansprakelijk in een maatschap: de maten of advocaten?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2013
Trefwoorden maatschap, aansprakelijkheid, praktijkvennootschap, artikel 7:407 lid 2 BW, artikel 7:404 BW
Auteurs Mr. I.A.F. Hendriksen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het arrest van de Hoge Raad van 15 maart 2013, waarbij onder meer de vraag aan bod komt wie de opdrachtgever bij een overeenkomst van opdracht met de maatschap moet of kan dagvaarden en wie aansprakelijk kan zijn.


Mr. I.A.F. Hendriksen
Mr. I.A.F. Hendriksen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Access_open Recht als human condition

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2013
Trefwoorden homo faber, homo agens, human condition, participatory judgment, law-linked justice, existence-linked justice
Auteurs Peter van Schilfgaarde
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper concentrates on the dynamic tension between law as it is ‘made’ by legal professionals, functioning as homo faber, and law as it is experienced by citizens, functioning as homo agens. In between those two worlds, law develops as a human condition, a term borrowed from Hannah Arendt. It is argued that, in regard to law development and administration of justice, the function of homo agens should have priority over the function of homo faber. The two basic faculties that connect the two worlds are judgment and speech. This leads to further thoughts on the character of judgment as ‘participatory judgment,’ the function of ‘middle terms’ in legal language and the concept of ‘shared responsibility.’


Peter van Schilfgaarde
Peter van Schilfgaarde is an Attorney at Law at the Supreme Court of The Netherlands in The Hague and former Professor of Corporate Law at the Universities of Groningen and Utrecht.
Artikel

Vijf jaar ‘taalkundige uitleg’ van commerciële contracten; een overzicht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2012
Trefwoorden uitleg, interpretatie, overeenkomst, contract, Haviltex
Auteurs Mr. M.S. Breeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op de ontwikkeling van de ‘taalkundige’ uitleg van commerciële contracten in de jurisprudentie van de Hoge Raad. Hij bespreekt hiertoe vijf arresten van de Hoge Raad die in de afgelopen vijf jaar na de arresten Meyer Europe/PontMeyer en Derksen/Homburg zijn gewezen.


Mr. M.S. Breeman
Mr. M.S. Breeman is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Wettelijke aansprakelijkheidsbeperking voor DNB en AFM

Hoe hoog komt de nieuwe lat te liggen?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM, uitleg opzet en grove schuld
Auteurs Mr. S. Sahtie
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de in juli 2012 aangenomen wet besproken waarmee de aansprakelijkheid van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) wordt beperkt tot kort gezegd opzet en grove schuld. De auteur gaat in op de uitleg van de begrippen opzet en grove schuld en onderzoekt hoe hoog de nieuwe lat voor aansprakelijkheid komt te liggen ten opzichte van de aanvankelijk geldende norm van een ‘behoorlijk en zorgvuldig handelende toezichthouder’. Ook wordt ingegaan op onder andere het causaliteitsvereiste, de omkeringsregel en enkele relevante ontwikkelingen op Europeesrechtelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat DNB en AFM op grond van de nieuwe wettelijke regeling vrijwel immuun zijn gemaakt voor aansprakelijkheid.


Mr. S. Sahtie
Mr. S. Sahtie is Legal Counsel bij ABN AMRO Bank N.V. en was daarvoor als jurist werkzaam bij De Nederlandsche Bank (DNB).
Artikel

Wanneer is fout ook goed fout? Beroepsaansprakelijkheid van advocaten onder de loep

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2012
Trefwoorden beroepsfout, advocaat, maatstaf beroepsaansprakelijkheid, praktijkvoering
Auteurs Mr. J.M.L. van Duin, Mr. T. Novakovski en Mr. C.B. Vreede
SamenvattingAuteursinformatie

    Advocaten worden regelmatig geconfronteerd met beroepsaansprakelijkheidsclaims. De maatstaf van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat wordt ingevuld in de (lagere) rechtspraak. In deze bijdrage wordt de rechtspraak over 2010, 2011 en 2012 in kaart gebracht en geanalyseerd. Deze rechtspraak biedt een aantal handvatten voor de praktijkvoering van advocaten.


Mr. J.M.L. van Duin
Mr. J.M.L. van Duin, mr. T. Novakovski en mr. C.B. Vreede zijn advocaten bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. T. Novakovski

Mr. C.B. Vreede

mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

mr. dr. T.H.M. van Wechem
Mr. dr. T.H.M. van Wechem is verbonden aan Baker & McKenzie advocaten in Amsterdam, directeur van Law@Work B.V en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. E.H. Hondius
Prof. Mr. E.H. Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Gemengde overeenkomsten

De betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk: kwalificatie van overeenkomsten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Gemengde overeenkomsten, Kwalificatie van overeenkomsten, Samenloop, Bijzondere overeenkomsten, Benoemde overeenkomsten
Auteurs Mr. M.E. Hinskens-van Neck en Mr. L.A.R. Siemerink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voorganger van het Maandblad voor Vermogensrecht is geschreven over gemengde overeenkomsten, de samenloop van verschillende door de wet benoemde bijzondere overeenkomsten, waarvoor art. 6:215 BW een grondslag biedt. Deze bijdrage bouwt hierop voort. Daartoe wordt ingegaan op de samenloop van verschillende wetsbepalingen en op de samenloop van overeenkomsten, om daarna in te gaan op de norm van art. 6:215 BW. Vervolgens wordt aan de hand van jurisprudentie de betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk besproken.


Mr. M.E. Hinskens-van Neck
Mr. Hinskens-van Neck en mr. Siemering zijn gerechtsauditeurs bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is door hen geschreven op persoonlijke titel.

Mr. L.A.R. Siemerink
Mr. Siemerink is redactielid van MvV.
Artikel

Wegcontracteren van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden redelijkheid en billijkheid, aanvullende werking, Regulation on a Common European Sales Law
Auteurs Prof. mr. M.H. Wissink
SamenvattingAuteursinformatie

    Mark Wissink snijdt vervolgens een onderwerp aan waarover Grosheide en Drion nog wel eens (in discussiërende zin) de staf hebben mogen breken: de rol van de redelijkheid en billijkheid. En dan meer in het bijzonder de vraag naar het al dan niet kunnen wegcontracteren van de aanvullende werking daarvan. Wissink bespreekt oude en nieuwe argumenten, zoals artikel 2 lid 3 van de voorgestelde Regulation on a Common European Sales Law van 11 oktober 2011, op basis waarvan de redelijkheid en billijkheid niet door partijen mogen worden weggecontracteerd. Wissink tekent daarbij – terecht – aan dat de inhoud van de Europese redelijkheid en billijkheid (good faith and fair dealing) nog wel eens zou kunnen verschillen van de Nederlandse.


Prof. mr. M.H. Wissink
Mark Wissink is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, hoogleraar privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Een discipline in transitie

Rechtswetenschappelijk onderzoek na de Commissie Koers

Tijdschrift Law and Method, 2011
Trefwoorden rechtswetenschappelijk onderzoek, peer review, ranking, methodologie, grand challenges
Auteurs Carel Stolker
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2010 verscheen het rapport Kwaliteit & diversiteit van de Commissie Koers die het wetenschappelijk onderzoek van negen Nederlandse juridische faculteiten beoordeelde. De conclusie van het rapport is dat het ‘goed’ gaat met het rechtswetenschappelijk onderzoek in Nederland, maar tegelijkertijd ziet de Commissie ‘een discipline in transitie’. De Commissie dringt er bij de decanen van de faculteiten op aan om veel meer te gaan samenwerken. Als uitgesproken ‘zwak’ benoemt ze het gegeven dat er binnen de discipline geen algemeen gedeelde opvatting bestaat over de wetenschappelijke kwaliteit op grond waarvan onderzoeksresultaten beoordeeld kunnen worden. In deze bijdrage blikt de auteur aan de hand van de bevindingen van de Commissie Koers terug en trekt hij lijnen naar de toekomst. Volgens hem verdient vooral de externe oriëntatie aandacht: de wetenschappelijke verantwoording (peer review, ranking, impactmeting), de steeds belangrijker wordende maatschappelijke verantwoording, en de thematisering van het juridische onderzoek (de Europese ‘grand challenges’ en de Nederlandse topsectoren).


Carel Stolker
Prof. mr. Carel Stolker was decaan van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Daarvoor was hij vice-decaan voor het onderzoek en directeur van het facultaire E.M. Meijers Instituut. In het academisch jaar 2011-2012 werkt hij aan een boek over rechtenfaculteiten.
Artikel

Misleidende omissie bij het aangaan van overeenkomsten

Reflexwerking van de regeling oneerlijke handelspraktijken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden oneerlijke handelspraktijken, reflexwerking, dwaling, uitleg overeenkomst, spaarovereenkomst
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Heeft de regeling oneerlijke handelspraktijken invloed bij de beoordeling van een beroep op dwaling of bij de uitleg van de overeenkomst? Deze vraag wordt onderzocht aan de hand van Rb. Amsterdam 18 mei 2011, LJN BQ6506. Het antwoord luidt positief en werpt een ander perspectief op de besproken zaak.


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Verandering van cassatierechtspraak

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2011
Trefwoorden cassatie, selectiestelsel in cassatie, rechtsbescherming, rechtsontwikkeling, Rechtseenheid
Auteurs Prof. mr. H.J. Snijders
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 december 2010 werd het Wetsvoorstel ‘versterking cassatierechtspraak’ ingediend, dat voorziet in een kwalitatief bewaakte selectie van cassatie-advocaten over de volle breedte van het land resp. in verkorte afdoening van klaarblijkelijk kansloze cassatiezaken door niet-ontvankelijkverklaring in een vroeg stadium van de cassatieprocedure. In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre dat laatste inderdaad tot ‘versterking’ van de cassatierechtspraak kan leiden.
    De analyse is gericht op de civiele cassatie en uitsluitend op het voorgenomen selectiestelsel. Hoe wordt de selectie vormgegeven? Wat zijn de selectiecriteria? Wat is de procedure? Hoe wordt de uitspraak ingekleed? Welke effecten zal het systeem (kunnen) hebben?
    Al met al moet de beoogde regeling, na een enkel amendement en mits goed waaronder transparant uitgevoerd, de cassatierechtspraak inderdaad kunnen versterken in die zin dat de Hoge Raad zich op zijn kerntaken – bevordering van rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming – kan en zal concentreren.


Prof. mr. H.J. Snijders
Prof. mr. H.J. Snijders is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht te Leiden.
Artikel

Naar een Europees Burgerlijk Wetboek? Het Draft Common Frame of Reference (DCFR)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden DCFR, Europees Burgerlijk Wetboek, optional instrument, toolbox, Europees verbintenissenrecht, Europees goederenrecht
Auteurs Mr. P.C.J. De Tavernier en Mr. J.A. van der Weide
SamenvattingAuteursinformatie

    Het DCFR bevat een blauwdruk voor een toekomstig Europees verbintenissen- en goederenrecht. In deze bijdrage wordt ingegaan op de achtergrond, de opzet en inhoud van het DCFR, controversiële en ongeregelde kwesties, evenals de invloed van het DCFR op de bestaande rechtspraktijk.


Mr. P.C.J. De Tavernier
Mr. P.C.J. De Tavernier is werkzaam bij de afdeling Burgerlijk recht van de Universiteit Leiden en lid van het bijzonder academisch personeel van de Universiteit Antwerpen.

Mr. J.A. van der Weide
Mr. J.A. van der Weide is werkzaam bij de afdeling Burgerlijk recht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Pénzügyi Lízing/Schneider: HvJ EU verzet de bakens inzake ambtshalve toetsing van algemene voorwaarden

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Europees consumentenrecht, ambtshalve toetsing, Richtlijn 93/13, oneerlijke bedingen, algemene voorwaarden
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJ EU verplichtte in zijn eerdere rechtspraak de nationale rechter al om bedingen die onder het bereik van de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten vallen ambtshalve te toetsen. In zijn arrest Pénzügyi Lízing/Schneider heeft het HvJ EU de nationale rechter verplicht om ambtshalve instructiemaatregelen te treffen om vast te stellen of het beding dat voorwerp van het geschil vormt binnen de werkingssfeer van de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten valt. In deze bijdrage wordt de rechtspraak van het HvJ EU over de ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen besproken en worden suggesties gedaan voor de vormgeving van de in het arrest Pénzügyi Lízing/Schneider geformuleerde verplichting tot het treffen van ambtshalve instructiemaatregelen.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

‘Supplier codes of conduct’ en mensenrechten in een keten van contracten

Over enige vermogensrechtelijke implicaties van gedragscodes met betrekking tot mensenrechten en milieu in contractuele relaties

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gedragscode, mensenrechten, ketenaansprakelijkheid, zelfregulering, transnationaal privaatrecht
Auteurs Mr. M.-J. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van ernstige mensenrechtenschendingen van toeleveranciers in ontwikkelingslanden en sterk groeiende economieën, zoals China en India, stellen steeds meer ondernemingen supplier codes of conduct agreements (gedragsregels voor hun leveranciers in overeenkomsten) op als zelfregulerende mechanismen die mensenrechtenschendingen zouden moeten tegengaan in een internationale context waarin ondernemingen niet door de internationale gemeenschap of gastlanden aansprakelijk gehouden worden. De achtergrond van het opstellen van de codes en daarmee de relevantie van het onderwerp worden kort in de inleiding besproken. Vervolgens wordt aangegeven wat de inhoud van deze gedragscodes is en hoe de verschillende codes zich tot elkaar verhouden in een context van een proliferatie van gedragscodes. Ondanks de diversiteit van codes is een proces van standaardisering zichtbaar, zodat enige algemene opmerkingen mogelijk zijn. Daarna wordt de vraag behandeld wat de juridische impact van de codes kan zijn, enerzijds door hun effect op de relatie tussen de contractspartijen en op de positie van werknemers in ontwikkelingslanden aan de hand van verschillende situatieschetsen te toetsen, en anderzijds door de status van de codes onder Nederlands recht te beoordelen. Afsluitend volgt een aantal slotopmerkingen over mogelijke (toekomstige) implicaties en hoe supplier codes of conduct agreements passen in ontwikkelingen van transnationaal privaatrecht, constitutionalisering van privaatrecht, zelfregulering, en aansprakelijkheid in een web van relaties.


Mr. M.-J. van der Heijden
Mr. M.-J. van der Heijden is werkzaam aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Uitleg van leverings- en vestigingsakten; een herbezinning waard?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2010
Trefwoorden objectieve uitleg, Haviltex, leveringsakte, vestigingsakte, wils-vertrouwensleer
Auteurs Mr. P. Memelink
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2001 oordeelde de Hoge Raad dat bij onenigheid over de omvang van een overgedragen onroerende zaak of de vestiging van een beperkt recht, de notariële akte moet worden uitgelegd aan de hand van objectieve maatstaven. Op die wijze van uitleg is in de literatuur kritiek geuit, die de Hoge Raad vooralsnog geen aanleiding heeft gegeven om op zijn oordeel terug te komen. Twee zaken waarin de uitleg van een notariële leveringsakte aan de orde kwam, werden begin dit jaar afgedaan met art. 81 Wet RO. De ‘objectieve uitleg’ van een notariële vestigingsakte werd nogmaals bevestigd in een arrest van 22 oktober jongstleden. In dit artikel pleit de auteur voor herbezinning op de wijze van uitleg van notariële akten.


Mr. P. Memelink
Mr. P. Memelink is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling civiel recht) van de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 37 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.