Zoekresultaat: 33 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen: werk aan de winkel of kan de wetgever op zijn lauweren rusten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden nieuwe aanbestedingsrichtlijnen, concessierichtlijn, inbesteding, B-diensten, Wezenlijke wijziging
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers, Mr. R.S. Damsma en Mr. C.G. van Blaaderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 wordt de nationale wetgever – niet geheel onverwacht – geconfronteerd met drie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. Op 21 december 2011 had de Europese Commissie al een eerste aanzet gedaan door een drietal voorstellen te publiceren. Het wetgevingstraject is na de gebruikelijke rondjes langs de diverse Europese (advies) instellingen op 26 februari 2014 uitgemond in de ondertekening van een drietal definitieve teksten. Deze teksten zijn op 28 maart 2014 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend gemaakt. Nationale wetgevers hebben tot en met 18 april 2016 de tijd om de richtlijnen in de Aanbestedingswet te implementeren. Vanzelfsprekend zullen de ‘huidige’ aanbestedingsrichtlijnen met de komst van de nieuwe richtlijnen worden ingetrokken. In dit artikel zullen wij alleen de ‘highlights’ bespreken van de nieuwe Richtlijn Overheden (hierna: de nieuwe Richtlijn) en de Concessierichtlijn.Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten, Pb. EU 2014, L 91/1;Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG, Pb. EU 2014, L 94/65;Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG, Pb. EU 2014, L 94/243.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. R.S. Damsma
Mr. R.S. (Redmar) Damsma is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.G. van Blaaderen
Mr. C.G. (Cor) van Blaaderen is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Het Europees Openbaar Ministerie tussen soevereiniteit en effectiviteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie, fraudebestrijding, strafrecht
Auteurs Mr. dr. W. Geelhoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel van de Europese Commissie voor oprichting van een Europees Openbaar Ministerie hinkt op twee gedachten. Het streven is de fraudebestrijding voortvarender te maken, maar tegelijk niet ten koste van nationale strafvorderlijke autonomie te laten gaan. Wanneer nationale strafrechtelijke gevoeligheden koste wat kost worden gespaard, kan slechts een papieren tijger worden opgericht. Dan is het beter om ofwel niets te doen, ofwel een krachtige instelling op te richten die daadwerkelijk strafrechtelijke bescherming biedt voor de financiële belangen van de EU.Voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie, COM(2013)534


Mr. dr. W. Geelhoed
Mr. dr. W. (Pim) Geelhoed is als universitair docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Evenredigheid in het EU-recht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden evenredigheidsbeginsel, rechtsgrondslag, subsidiariteitsbeginsel, besluitvorming EU, rol nationale parlementen, toetsing HvJ EU
Auteurs Mr. dr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de functie die het evenredigheidsbeginsel speelt als toetsingsmaatstaf voor de instellingen van de Europese Unie wanneer zij bindende regelgeving uitvaardigen. Daartoe wordt eerst de omschrijving van dit beginsel in het Europese recht onderzocht, alsmede de verhouding van het evenredigheidsbeginsel tot de nauw verwante beginselen van toedeling van bevoegdheden en subsidiariteit. Daarna gaat het om de vraag wie, tijdens het totstandkomingproces van EU-regelgeving, invloed hebben op de beslissing of EU-regelgeving ‘evenredig’ is. Vervolgens wordt uitvoerig gekeken naar de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU over toetsing van Europese regelgeving aan het evenredigheidsbeginsel. Daarna kunnen conclusies worden getrokken over de van die rechtspraak uitgaande normerende werking op de besluitvormende EU-instellingen.


Mr. dr. R.H. van Ooik
Mr. dr. R.H. van Ooik is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam. r.h.vanooik@uva.nl
Artikel

Illegaal verblijvende moslimmigranten in jihadistische samenwerkingsverbanden

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2013
Trefwoorden jihadi Salafism, terrorism, radicalization, irregular immigrants, survival crime
Auteurs Drs. Jasper de Bie, Dr. Christianne de Poot en Prof. dr. Joanne van der Leun
SamenvattingAuteursinformatie

    Irregular immigrants were disproportionally present in jihadi movements in the Netherlands between 2001 and 2005. By analyzing closed police files and interviewing imams and personnel from Asylum Seeker Centers and Detention Centers, this paper claims that the attractiveness of jihadi movements can be explained by a combination of pragmatic and ideological factors. Jihadi movements are able to fulfil the needs of the irregular immigrants in a pragmatic way, in which crime is an important feature. In addition, the results show that irregular immigrants are searching for meaning, which the jihadi movements can offer. Nonetheless, the salafi-jihadi ideology does not seem to be the core factor to most of the illegally residing immigrants that expresses the attractiveness of the jihadi movements.


Drs. Jasper de Bie
Drs. J.L. de Bie is werkzaam als promovendus bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie (WODC) en bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is waarnemend hoofd van de sectie rechtshandhaving van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie (WODC) en tevens lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam en aan de Politieacademie.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. J.P. van der Leun is als hoogleraar criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

‘Als Allah mij kiest’

Rechtvaardigingen voor martelaarschap en geweld op Facebook

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2013
Trefwoorden radicalisation, young Muslims, jihadists, martyrdom, internet, violence
Auteurs Dr. Marion van San
SamenvattingAuteursinformatie

    For the past few weeks, young Muslims from Belgium and the Netherlands leaving for Syria to join the armed struggle against the Assad regime have been dominating the local news. This is especially remarkable in light of the fact that it would appear that, until very recently, jihadists from Belgium and the Netherlands were far and few between. The armed struggle is a topic that is widely discussed among young Muslims on social media such as Facebook. During the research on which this article is based, we conducted an analysis of conversations between young Muslims on Facebook and held interviews with a number of them. The key question was: why is it that so many young people use social media to profess their willingness to sacrifice their lives in armed struggle while at the same time most of them are not prepared to put action to their words? Despite all the media reports, the fact remains that of the large number of young Muslims who are potentially ready to go into battle, the vast majority prefer to stay at home for the time being. When we confronted the participants in these discussions with this inconsistency, they offered a number of reasons and considerations as to why martyrdom was not yet granted to them. The way in which these considerations shape their lives and the role played by their religious convictions form the subject of this article.


Dr. Marion van San
Dr. M. van San is wetenschappelijk docent aan de faculteit der Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam en senior onderzoeker aan het Risbo (EUR).
Artikel

Informele huwelijken in Nederland: in het echt verbonden?

Een kritische reflectie op een vermeend veiligheidsrisico

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2013
Trefwoorden informal marriages, radicalization, religion
Auteurs Prof. dr. Joanne van der Leun en Avalon Leupen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch law solely recognizes civil marriage. According to law, religious marriages can only take place after these civil marriages. Over the last years there have been several indications of rising numbers of ‘informal marriages’ which conflict with the law. These informal marriages were presupposed to take place primarily in Muslim circles. Amongst politicians and media the worries were expressed that these marriages pointed to an aversion with regard to the state of law and to radicalization of the young people involved. They were also seen as a risk to the security of society. In this explorative study we did not find any evidence for this securitisation link.


Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. J.P. van der Leun is als hoogleraar criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Avalon Leupen MSc
A.J. Leupen, MSc. is docent criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Verbindende regels

Kansen voor meer samenhang binnen het omgevingsrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Omgevingswet, omgevingsrecht, integratie, stroomlijning, deregulering
Auteurs Mr. H.W. de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over de mogelijkheden die de nieuwe Omgevingswet biedt om uiteenlopende regels binnen het bestaande omgevingsrecht met elkaar te verbinden. Het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht is een belangrijk doel van de wetgevingsoperatie. In dit artikel staat het ontwerpproces centraal. Wat is het vertrekpunt van de nieuwe regelgeving, welke regels kunnen gestroomlijnd worden, hoe ontstaat er meer samenhang in het begrippenkader, de juridische instrumenten en de wijze van normstelling? Daarmee wordt tevens inzicht geboden in de vele keuzes die zullen moeten worden gemaakt binnen het ontwerpproces van de nieuwe regelgeving.


Mr. H.W. de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de hoofddirectie bestuurlijke en juridische zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingswet. wilco.de.vos@minienm.nl
Artikel

Oostenrijks sectoraal rijverbod: de weg door het Inntal voert langs Brussel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden sectoraal rijverbod, vrij verkeer van goederen, rechtvaardiging, geschiktheid, bewijsvereisten
Auteurs Mr. K. Sevinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Opnieuw kan een maatregel van Oostenrijk met het oog op de verbetering van de luchtkwaliteit in het dal van de Inn de toets aan de evenredigheid niet doorstaan. Oostenrijk mag door de Commissie aangedragen alternatieve maatregelen slechts dan afwijzen, wanneer het kan aantonen dat die maatregelen ongeschikt zijn om het nagestreefde doel op het vrij verkeer van goederen minder beperkende wijze te bereiken.


Mr. K. Sevinga
Mr. K. Sevinga is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Waarom het IAK het keurmerk ‘IA’ (nog) niet mag voeren

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2012
Trefwoorden wetgevingsbeleid, Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving, impact assessment, effectbeoordeling
Auteurs Mr. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    Het pas geïntroduceerde Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) wordt wel gepresenteerd als de ‘Nederlandse impact assessment (IA)’ en deelt ook enkele ambities met IA-systemen zoals die in veel landen en ook in de Europese Unie bestaan. Het IAK blijkt echter op een aantal cruciale punten af te wijken van de normen die veelal, bijvoorbeeld binnen de Europese Commissie, gelden voor IA. Hoewel de afwijkingen deels verklaarbaar zijn vanuit het Nederlandse politieke systeem, is de bedoeling van IA-achtige instrumenten zoals IAK nu juist, zo betoogt de bijdrage, om dit systeem op een aantal punten te doorbreken.


Mr. dr. A.C.M. Meuwese
Mr. dr. A.C.M. Meuwese is universitair hoofddocent bij het departement Public Law, Jurisprudence & Legal History van Tilburg Law School. anne.meuwese@uvt.nl
Artikel

Het poldermodel van de publiek-private samenwerking in mededingingsland

Een analyse van de zaak Pfleiderer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden decentrale toepassing, private handhaving, publieke handhaving, clementie, procedurele autonomie
Auteurs M.J. Frese LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een reeks van uitspraken waarmee het Hof van de Justitie de rechtstreekse werking van het EU-mededingingsrecht heeft ondersteund, keert het zich met Pfleiderer tegen een orthodoxe benadering van private handhaving: het primaat bij het verzekeren van de naleving van de artikelen 101 en 102 VWEU ligt niet bij het individu. Subjectieve rechten genieten weliswaar de bescherming van het Hof van Justitie, civic empowerment legt het af tegen public enforcement indien de vrije mededinging hiermee is gediend. Deze bijdrage bespreekt de implicaties van Pfleiderer voor de autonomie van de lidstaten ten aanzien van publiekrechtelijke clementieregelingen en privaatrechtelijke schadevergoedingsprocedures.


M.J. Frese LLM
M.J. Frese LLM is promovendus Amsterdam Centre for European Law and Governance/Amsterdam Center for Law & Economics aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De Europese patiëntenrichtlijn: van privileges naar rechten voor alle patiënten in Europa?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden mobiliteit patiënten, richtlijn, zorg, patiëntrechten, vrij verkeer
Auteurs Mr. dr. S.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna drie jaar nadat de Europese Commissie haar voorstel had gepubliceerd,1x Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7. is de richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg onlangs door het Europees Parlement en de Raad aangenomen.2x Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45. Op zichzelf is deze periode niet eens zo verbazingwekkend, gezien de ‘gevoeligheid’ van het onderwerp. Gezondheidszorg is bovendien een terrein waarop de lidstaten primair bevoegd zijn en de Europese Unie, volgens artikel 6 VWEU en artikel 168 lid 7 VWEU, slechts een ondersteunende en coördinerende rol vervult.Maar met de arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van de Verdragsbepalingen betreffende het vrije dienstenverkeer op grensoverschrijdende zorg werd al lang vóór de totstandkoming van deze richtlijn de weg vrijgemaakt voor Europese regelgeving op dit terrein. In dit artikel staat de patiëntenrichtlijn centraal en het belang van deze richtlijn voor de ontwikkeling van patiëntenrechten in Europa.

Noten

  • 1 Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7.

  • 2 Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45.


Mr. dr. S.A. de Vries
Mr. dr. S.A. de Vries is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.

    In recent decades the night-time economy has started to play a significant role in city centre regeneration; it has become a vital element of the urban economy, as well as a marketing tool in the competition between cities. Concerns about personal safety and fear of crime determine to a large extent the success of these nightlife districts. Based on an analysis of policy documents, night-time observations and expert interviews with stakeholders in the Safe Nightlife Programmes of Rotterdam and Utrecht, different local safety measures and their legitimizations in different local urban settings will be analysed. The question raised is how surveillance measures in different nightlife districts are legitimized, taking into account the fact that cities' nightlife districts do not only need to be safe, but are also favoured by its visitors for adventure and excitement. What are the social implications of these surveillance measures and what does this mean for the character of cities' nightlife districts?


I. van Aalst
Dr. Irina van Aalst is verbonden aan het Urban and Regional research centre Utrecht (URU) van de Faculteit Geosciences van de Universiteit Utrecht. Dit artikel is gebaseerd op onderzoek dat deel uitmaakt van het door NWO gefinancierde project Surveillance in Urban Nightscapes (SUN), MVi 313-99-140 (www.stadsnachtwacht.nl).

I. van Liempt
Drs. Ilse van Liempt is verbonden aan het Urban and Regional research centre Utrecht (URU) van de Faculteit Geosciences van de Universiteit Utrecht. Dit artikel is gebaseerd op onderzoek dat deel uitmaakt van het door NWO gefinancierde project Surveillance in Urban Nightscapes (SUN), MVi 313-99-140 (www.stadsnachtwacht.nl).
Artikel

Vertrouwen in een lerende wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden wetgevingsbeleid, vertrouwen, regeldruk, zelfregulerend vermogen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren is in het wetgevingsbeleid het begrip vertrouwen centraal komen te staan. Vertrouwen zou de sleutel zijn tot de ‘regellichte samenleving’. De idee hierachter is dat je in een samenleving van ‘high trust’ minder regels nodig hebt. Professionals in het onderwijs, de politie, de zorg enzovoort zouden daarom meer keuze- en beslissingsvrijheid moeten krijgen. Daarnaast wordt vaak verdedigd dat de overheid meer zaken over dient te laten aan de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en maatschappelijke organisaties. De vraag die de auteur aan de orde wil stellen, luidt daarom: in hoeverre is aannemelijk dat het gebrek aan vertrouwen bij de wetgever in het zelfregulerend vermogen van de samenleving een aanjager is voor toenemende regelverdichting?


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg. R.A.J.vanGestel@uvt.nl
Artikel

Een upgrade van het zorgbeleid van de NMa: de derde versie van de Richtsnoeren voor de zorgsector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorg en mededinging, publieke belangen en mededinging, diensten van algemeen economisch belang, begrip onderneming
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 maart 2010 stelde de NMa haar Richtsnoeren voor de zorgsector vast. Dit is alweer de derde versie van deze richtsnoeren die de NMa publiceert. De NMa wil graag tegemoet komen aan de onzekerheden die in de zorgsector over toelaatbaarheid van bepaalde afspraken en andere praktijken bestaan. Een belangrijke kwestie in dit verband is welke rol publieke belangen spelen. In de onderhavige bijdrage staat daarom de vraag centraal of de NMa in de Richtsnoeren de verhouding tussen het mededingingsrecht en de publieke zorgbelangen heeft verduidelijkt.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Prof. mr. J.W. van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Professor Wolf Sauter wordt hartelijk dank gezegd voor zijn commentaar op een conceptversie van dit artikel.

H.D.C. Roscam Abbing

Mr. dr. A. C. Hendriks

Dr H.B. Winter

Mr J. Legemaate
Artikel

Tucht of Recht?

De BIG en het tuchtrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 1991
Auteurs Mr W.R. Kastelein

Mr W.R. Kastelein
Artikel

Lokale media en politiek over cameratoezicht: een case studie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2006
Trefwoorden media, gemeente, bestuurder, politie, toezicht, burgemeester, geweldsdelict, democratie, gemeenteraad, aangifte
Auteurs B. van Gestel

B. van Gestel
Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.