Zoekresultaat: 21 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2010 x Rubriek Artikel x
Artikel

Het landelijke onderzoek huiselijk geweld 2010

De methode en de belangrijkste resultaten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2010
Auteurs H.C.J. van der Veen en S. Bogaerts
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of the research project was determining the size and the nature of the domestic violence in the Netherlands. The project consists of four studies: the first estimates the size of domestic violence, the second is a victim study and the third an offender study. The article is based upon the fourth study, the overarching synthesis which integrates and cross validates (by triangulation) the main results of these three studies. Every year at least 200,000 victims and about 110,000 suspected offenders are involved in severe domestic violence. Most victims are women (60%). This is a substantially lower share than a former study showed (84%). Most offenders are men (83%). In 65% of the cases the violence is aimed at the (ex-)partner. Offenders are often victims as well and vice versa. 20% of the domestic violence is reported to the police. In 1997 this was 12%. 70% of the prosecuted offenders got into trouble with the police before. 30% of this particular segment of domestic violence offenders commit another violent crime or a serious traffic offence within two years.


H.C.J. van der Veen
Dr. Henk van der Veen is als projectbegeleider verbonden aan het WODC.

S. Bogaerts
Prof. dr. Stefan Bogaerts is als hoogleraar Forensische Psychologie en Victimologie verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Artikel

Over de niet-overdraagbaarheid van aandelen, retro-overgang van stemrecht en inpandgeving

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2010
Trefwoorden niet-overdraagbaarheid, aandelen, pandhouder, stemrecht, verpanding
Auteurs Mr. K. van Zundert
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in deze bijdrage de niet-overdraagbaarheid van aandelen in relatie tot verpanding en de mogelijkheid tot retro-overgang van het stemrecht.


Mr. K. van Zundert
Mr. K. van Zundert is kandidaat-notaris bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Bewijsvermoedens bij bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2010
Trefwoorden aansprakelijkheid, bestuurder, faillissement, bewijsvermoeden, Voorontwerp Insolventiewet
Auteurs Mr. H.M. Rovers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag welke rol bewijsvermoedens spelen in geval van bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement (art. 2:248 lid 2 BW) en of toepasselijkheid van deze bewijsvermoedens niet een te grote (bewijs)last meebrengt voor de bestuurders.


Mr. H.M. Rovers
Mr. H.M. Rovers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

Zorgplichten in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Concern, zorgplichten, moedermaatschappij, concernholding, maatschappelijk verantwoord ondernemen, MVO
Auteurs Prof. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre het begrip zorgplicht een rol speelt of zou kunnen spelen in concernverhoudingen, binnen groepen van vennootschappen. Daarbij wordt er in het bijzonder ingegaan op de moedermaatschappij of concernholding. In dit kader komen onder meer de volgende vragen aan bod: welk belang wordt er met zorgplicht gediend? Op welke wijze dient de moedermaatschappij de zorgplichten te vervullen? Wat zijn de gevolgen van schending van de zorgplicht? En hoe dient het fenomeen zorgplicht tegen de achtergrond van de daarmee beoogde doelen, als deze al expliciet gemaakt kunnen worden, te worden beoordeeld?


Prof. J.B. Huizink
Prof. J.B. Huizink is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Illegal activities like smuggling, prostitution and the production and sales of illicit drugs contribute to the national income of a country. In practice, however, they are not included in the statistics, because reliable estimates of the size of these activities hardly exist. Recently Statistics Netherlands started research into the share of illegal activities in the national income. This article presents the first estimates for the production and trade of illicit drugs. The total contribution of illicit drugs to the national income of the Netherlands ranges from € 1,300 million in 1995 to almost € 1,800 million in 1998 to 1,200 million in 2008. This is equal to approximately 0.45% of the national income in the 1990s to about 0.2% in 2008. The main reasons for this decrease are the decrease in the prices for drugs, the deterioration of terms of trade and the increase in international competition, especially for xtc and amphetamines.


M. Rensman
Dr. Marieke Rensman werkt bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het artikel is geschreven op persoonlijke titel.

A. Bruil
Drs. Arjan Bruil werkt bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het artikel is geschreven op persoonlijke titel.

A. van de Steeg
Dr. Annemieke van de Steeg werkt bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het artikel is geschreven op persoonlijke titel.

B. Kazemier
Dr. Brugt Kazemier werkt bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Inzage in het onderzoeksverslag in enquêteprocedures

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2010
Trefwoorden enquêterecht, inzage, onderzoeksverslag, bewijs, Fortis
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het door de Ondernemingskamer gehanteerde beleid voor terinzagelegging van het onderzoeksverslag in enquêteprocedures. Aanleiding is een recent geschil over het inzagerecht in de Fortis-enquête. De auteur bespreekt deze casus mede tegen de achtergrond van het mogelijke gebruik van het onderzoeksverslag als bewijs in civielrechtelijke procedures.


Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M. is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en is tevens als docent-onderzoeker verbonden aan het Center for Company Law, Universiteit van Tilburg.
Artikel

Vernietiging van besluiten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2010
Trefwoorden vernietiging, besluiten, wilsgebreken, arbitrage
Auteurs Mr. Chr.M. Stokkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de vraag wie bevoegd zijn om op de voet van artikel 2:15 BW een vordering tot vernietiging van een besluit in te stellen, alsmede de vraag of vernietiging mogelijk is door arbiters.


Mr. Chr.M. Stokkermans
Mr. Chr.M. Stokkermans is werkzaam als notaris bij Allen & Overy.
Artikel

Restrictief illegalenbeleid lijkt averechts te werken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2010
Trefwoorden illegaal verblijvenden, uitgeprocedeerde asielzoekers, restrictief illegalenbeleid, stigmatisering
Auteurs Mieke Kox
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds begin jaren negentig wordt een restrictief beleid gevoerd om illegaliteit en de uitwassen die hiermee gepaard zouden gaan te bestrijden. Maar is een restrictief illegalenbeleid hier wel een geschikt middel voor? Deze vraag heeft centraal gestaan in het onderzoek ‘Het leven gaat door’ waarin het leven in de illegaliteit aan de hand van interviews met 88 uitgeprocedeerde asielzoekers uit Utrecht in kaart is gebracht. Het blijkt dat een restrictief beleid illegaliteit niet bestrijdt en problemen niet oplost, maar dat het juist problemen voor illegaal verblijvenden én samenleving veroorzaakt. Het huidige restrictieve beleid lijkt dan ook averechts te werken.


Mieke Kox
Mieke Kox is projectmedewerker bij Stichting LOS (Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt).

    This article analyzes how football game situations, especially those where players get injured, are posted within the law. In the Netherlands sport rules are not regulated in specific laws. An incident in the soccer pitch should be approached by the ordinary law: criminal law as well as liability. An important standard laid down in jurisdiction is that sport participants accept a certain risk to get hurt.
    A conviction on the basis of criminal law occurs not very often, because it is hard to prove that the accused in a game situation had the intention to cause injury. The author gives an outline of the disciplinary rule structure of Dutch football. The Dutch football association KNVB has an important role in this structure. Every football player is a member of his own club as well as a member of the KNVB. As a consequence the club as well as the KNVB has the authority to take disciplinary action against football players breaking the rules. The disciplinary system and rules are different for professional and amateur football.


S.F.H. Jellinghaus
Dr. mr. Steven Jellinghaus is als universitair docent sportrecht verbonden aan de vakgroep sociaal recht en sociale politiek van de Universiteit van Tilburg en als advocaat aan De Voort Hermes de Bont te Tilburg.
Artikel

Dwaling als alternatief bij prospectusaansprakelijkheid

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Wet Oneerlijke Handelspraktijken, misleidende reclame, World Online, maatman-belegger
Auteurs Mw. mr. M.H.C. Sinninghe Damsté
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op het juridisch kader van aansprakelijkheid voor het publiceren van een misleidend prospectus. Daarnaast worden een aantal elementen van de tijdrovende juridische procedure betreffende misleidende reclame voor consumenten die is ondergebracht in de Wet Oneerlijke Handelspraktijken (WOH) en de processuele elementen die hiermee samenhangen besproken. De vraag die naar aanleiding hiervan rijst, is of consumenten niet op een eenvoudigere manier hetzelfde resultaat kunnen bereiken. Hiertoe wordt onderzocht of een beroep op dwaling als alternatief voor prospectusaansprakelijkheid mogelijk is. Deze bijdrage wordt afgesloten met een aantal afsluitende opmerkingen.


Mw. mr. M.H.C. Sinninghe Damsté
Mw. mr. M.H.C. Sinninghe Damsté is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Restrictief illegalenbeleid lijkt averechts te werken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2010
Trefwoorden illegaal verblijvenden, uitgeprocedeerde asielzoekers, restrictief illegalenbeleid, stigmatisering
Auteurs Mieke Kox
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds begin jaren negentig wordt een restrictief beleid gevoerd om illegaliteit en de uitwassen die hiermee gepaard zouden gaan te bestrijden. Maar is een restrictief illegalenbeleid hier wel een geschikt middel voor? Deze vraag heeft centraal gestaan in het onderzoek ‘Het leven gaat door’ waarin het leven in de illegaliteit aan de hand van interviews met 88 uitgeprocedeerde asielzoekers uit Utrecht in kaart is gebracht. Het blijkt dat een restrictief beleid illegaliteit niet bestrijdt en problemen niet oplost, maar dat het juist problemen voor illegaal verblijvenden én samenleving veroorzaakt. Het huidige restrictieve beleid lijkt dan ook averechts te werken.


Mieke Kox
Mieke Kox MA is projectmedewerker bij Stichting LOS (Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt).
Artikel

Asielmigratie, verblijfstatussen en criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2010
Trefwoorden migratie, asielzoekers, illegalen
Auteurs Drs. Jan de Boom, Dr. Erik Snel en Prof. dr. Godfried Engbersen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the relationship between the juridical status of asylum migrants (accepted asylum migrants with a residence permit or citizenship, still in procedure, illegal residence) and crime. We argue that a weak legal status results in socio-economic deprivation that can result in criminal involvement. Using both registrations of asylum seekers as well as police data about suspects of offences, we find that rejected asylum seekers that remain in the country illegally are more involved in crime than asylum seekers still in procedure, who in turn are more often registered as a suspect than accepted asylum migrants with a residence permit or Dutch citizenship. We also find that rejected asylum migrants are more involved in ‘survival crimes’ like theft. In other words: having a weak legal status increases rates of offending, especially property crimes. When studying the relation between social inequality and crime, it is important to take the juridical status of immigrants into consideration.


Drs. Jan de Boom
Drs. J. de Boom is onderzoeker bij het Risbo, Erasmus Universiteit Rotterdam, deboom@risbo.eur.nl.

Dr. Erik Snel
Dr. E. Snel is onderzoeker bij de Faculteit Sociale Wetenschappen, Erasmus Universiteit Rotterdam, snel@fsw.eur.nl.

Prof. dr. Godfried Engbersen
Prof. dr. G. Engbersen is hoogleraar sociologie, Faculteit Sociale Wetenschappen, Erasmus Universiteit Rotterdam, Engbersen@fsw.eur.nl.
Artikel

De zorgplicht van de bestuurder van een rechtspersoon

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden zorgplicht, bestuurder, behoorlijke taakvervulling, governance-code
Auteurs Prof. mr. A.F. Verdam
SamenvattingAuteursinformatie

    In de verhouding tussen een rechtspersoon en haar bestuurder kan men spreken van een zorgplicht van de bestuurder. Die zorgplicht vloeit ook voort uit de wettelijke plicht van de bestuurder tot behoorlijke taakvervulling. De norm van behoorlijke taakvervulling is van toepassing op een scala van rechtspersonen in een breed spectrum van omstandigheden. Daarmee kan de norm niet anders zijn dan een algemene bepaling met een open karakter. In deze bijdrage wordt aan deze open norm nader invulling gegeven aan de hand van codes en guidelines, als relatief nieuwe normeringsinstrumenten, waaronder de corporate governance code voor beursvennootschappen. Ingegaan wordt o.a. op de follow-up van de code voor beursvennootschappen, de status daarvan in het gemene recht, en de doorwerking ervan op de voor de bestuurder geldende verplichtingen.


Prof. mr. A.F. Verdam
Prof. mr. A.F. Verdam is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en Legal advisor bij de Koninklijke Philips Electronics N.V.
Artikel

Voorlopige voorzieningen in enquêteprocedures en de bescherming van het recht op eigendom

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2010
Trefwoorden verwatering, voorlopige voorziening, bescherming van eigendom, artikel 1 EP EVRM
Auteurs Mr. R. Niesink
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van een recente beschikking van de Ondernemingskamer (Inter Access) wordt de verhouding geanalyseerd tussen voorlopige voorzieningen in enquêteprocedures en de bescherming van het recht op eigendom zoals opgenomen in het EVRM.


Mr. R. Niesink
Mr. R. Niesink is advocaat bij Clifford Chance.
Artikel

Bevestiging van een vernietigbaar besluit: het domino-effect

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2010
Trefwoorden bevestiging, vernietigbaar, besluitvorming buiten vergadering
Auteurs Mr. drs. J.A. Spijksma
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2009 (Hay Group) en de relevantie daarvan voor besluitvorming binnen rechtspersonen.


Mr. drs. J.A. Spijksma
Mr. drs. J.A. Spijksma is advocaat bij Stibbe.
Artikel

De algemene vergadering bij de coöperatie en de Flex-BV

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2010
Trefwoorden coöperatie, Flex-BV, algemene vergadering, oproeping, besluitvorming
Auteurs Mr. R.W.A. van Thiel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur enige verschillen tussen de coöperatie en de Flex-BV ten aanzien van de procedure die gevolgd dient te worden voor het houden van een algemene vergadering en hoe de besluitvorming daarin tot stand kan komen.


Mr. R.W.A. van Thiel
Mr. R.W.A. van Thiel is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff.
Artikel

Mix op maat

De gevolgen van privatisering van het bouwtoezicht in Australië en Canada

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden regelgeving, handhaving, privatisering, gebouwde omgeving
Auteurs Dr. ir. J.J. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat gebeurt er als het toezicht op en de handhaving van bouwregelgeving wordt geprivatiseerd? Deze vraag staat centraal in de Australische en Canadese casestudies die dit artikel presenteert. Het antwoord lijkt eenvoudig: privatisering van toezichtstaken draagt bij aan een verbeterde efficiëntie en effectiviteit van het bouwtoezicht. Gelijktijdig roepen conflicterende belangen vragen op over de mate waarin het wenselijk is het toezicht op en de handhaving van bouwregelgeving te privatiseren. Als weg uit deze problematiek raadt het artikel aan om publiek en privaat toezicht te combineren. Daarnaast onderstreept het artikel het belang van toezicht op toezicht als noodzakelijk element van een toezichtsysteem.


Dr. ir. J.J. van der Heijden
Dr.ir. J.J. van der Heijden is als universitair docent verbonden aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft.
Artikel

Aansprakelijkheid op grond van de 403-verklaring

Een bespreking van enkele aspecten van de 403-verklaring aan de hand van de Jones Lang LaSalle-uitspraak

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2010
Trefwoorden 403-verklaring, concernverband, concernrecht, Jones Lang LaSalle-zaak, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. B. Niels
SamenvattingAuteursinformatie

    In het huidige economische klimaat zal de belangstelling van zowel crediteuren als hoofdelijke debiteuren voor de aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring ongetwijfeld toenemen. Uit de praktijk en uit de rechtspraak blijkt echter dat nog de nodige onduidelijkheid bestaat over de uitleg van artikel 2:403 BW en de reikwijdte van de gedeponeerde 403-verklaring, waardoor enerzijds de moeder aansprakelijk kan zijn zonder dat het noodzakelijk is en anderzijds de dochter in strijd met de wettelijke regelgeving geen jaarrekening kan hebben gepubliceerd. Ook wordt regelmatig door de moeder vergeten de verklaring ten behoeve van een inmiddels verkochte dochter in te trekken en de aansprakelijkheid te beëindigen. In dit artikel wordt aan de hand van de recente Jones Lang LaSalle-zaak de problematiek met betrekking tot de 403-verklaring besproken.


Mr. B. Niels
Mr. B. Niels is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Artikel

Verdere duidelijkheid over afwikkeling van effectenleaseovereenkomsten: de wijze waarop Hof Amsterdam omgaat met de richtinggevende oordelen van de Hoge Raad

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden effectenlease, causaal verband, onaanvaardbare financiële last, eigen schuld lessee, aflossingen en betaalde rente lessee, restschuld, verrekening van voordeel
Auteurs Mr. Y.A. Wehrmeijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2009 heeft de Hoge Raad een aantal richtinggevende oordelen gegeven over het handelen van aanbieders van effectenleaseproducten. De vraag na deze arresten was op welke manier deze oordelen zouden uitwerken in de grote variëteit aan effectenlease-zaken. Hof Amsterdam heeft op 1 december 2009 vier arresten gewezen waarin het voormelde richtinggevende oordelen van de Hoge Raad toepast en een aantal nog openstaande vragen beantwoordt. Het artikel gaat in op de wijze waarop het hof voormelde richtinggevende oordelen toepast en analyseert de oplossingen van het hof ten aanzien van causaal verband, voordeelstoerekening, eigen schuld en rente.


Mr. Y.A. Wehrmeijer
Mr. Y.A Wehrmeijer is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.