Zoekresultaat: 23 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Hoe de belastingheffer de mens ontdekt

Een praktijkperspectief op de relatie tussen belastingregels en belastinggedrag

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2014
Trefwoorden belastingheffing, gedragsregulering, gedragsbeïnvloeding, communicatie, nudging
Auteurs H.J.M. van Rooij en D. Geurts
SamenvattingAuteursinformatie

    Effectiviteit van belastingwetgeving is niet alleen afhankelijk van de wijze waarop de regels zijn ingericht en worden uitgevoerd door de belastingheffer, maar ook van de instelling en het gedrag van de belastingbetaler. De Belastingdienst zet vanuit deze gedachte niet alleen in op toezicht en handhaving, maar ook op service, ondersteuning en vormen van samenwerking. Inzichten uit gedragswetenschappen zijn hierbij onmisbaar om ervoor te zorgen dat inspanningen effectief zijn en niet averechts uitpakken. De auteurs gaan in op een aantal kenmerken van het gedrag van belastingbetalers (aan wie niets menselijks vreemd blijkt) en de wijze waarop daarmee door de Belastingdienst rekening wordt gehouden bij de uitvoering van zijn taken. Daarnaast besteden ze aandacht aan enige lessen die hieruit ook door de wetgever te trekken zijn.


H.J.M. van Rooij
H.J.M. van Rooij werkt als beleidsadviseur bij het directoraat-generaal Belastingdienst van het ministerie van Financiën en houdt zich bezig met communicatie en de relatie tussen gedrag en beleid.

D. Geurts
D. Geurts werkt als beleidsadviseur bij het directoraat-generaal Belastingdienst van het ministerie van Financiën en houdt zich bezig met communicatie en de relatie tussen gedrag en beleid.
Artikel

Symboolwetgeving: de opkomst, ondergang en wederopstanding van een begrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden symboolwetgeving, communicatieve benadering van wetgeving, interactionisme, open normen, democratie
Auteurs Prof. dr. B. van Klink
SamenvattingAuteursinformatie

    De communicatieve benadering van wetgeving heeft aanleiding gegeven tot de nodige wetenschappelijke discussie. In deze bijdrage gaat de auteur nader in op de aangevoerde kritiekpunten. Doel van dit artikel is te bepalen in welke opzichten de communicatieve benadering aanvulling of correctie behoeft. Conclusie is dat het achterliggende democratische ideaal nog steeds relevant is: de wens om burgers meer te betrekken bij de totstandkoming en de uitvoering van wetgeving. Tegelijk moet beter rekenschap worden afgelegd van de processen van in- en uitsluiting waarmee wetgeving onvermijdelijk gepaard gaat. Niet iedereen kan, mag of wil meepraten over de betekenis van de wet, niet elk gezichtspunt kan in het uiteindelijke wetgevende besluit erkenning krijgen.


Prof. dr. B. van Klink
Prof. dr. B. van Klink is hoogleraar Methoden van recht en rechtswetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Zorgplichten aan het werk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden zorgplicht, doelregelgeving, normadressaat, handhaving, toezicht, communicatieve wetgeving
Auteurs Mr. W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met welke middelen en voorwaarden moet de wetgever de behoorlijke naleving en de handhaving van zorgplichtbepalingen borgen? Zorgplichten bevatten namelijk een open norm en de handhaving ervan is niet eenvoudig. Zorgplichten gedijen bij de professionaliteit en de deskundigheid van de normadressaat. Daarom is vrijwillige naleving van de zorgplicht essentieel; afgedwongen naleving door de handhaver leidt tot minder doelbereik van de zorgplicht. Van belang daarvoor is dat de zorgplicht als een communicatieve norm wordt vormgegeven, functionerend binnen een interpretatiegemeenschap. De handhaver moet bereid zijn tot discours met de normadressaat en moet zo min mogelijk aanvullende regels stellen. Casusonderzoek toont dit aan.


Mr. W. Timmer
Mr. W. Timmer is als wetgevingsjurist werkzaam bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel

De afstand tussen burger en rechter

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, punitivity gap, accessibility gap
Auteurs Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    The distance between the public and the judiciary takes two forms: a punitivity gap and an accessibility gap. This article discusses both types of gap and elaborates on the issue of whether the existence of these gaps influences confidence in the judiciary. From the literature, it appears that the public is generally of the opinion that courts sentence too leniently. However, experiments show that when citizens receive information on a specific case, they become less punitive. Information provision may also help to bridge an accessibility gap, as does actual citizen involvement in the administration of justice. The relation between the gaps discussed and confidence in the judiciary is not clear as yet. The article discusses methods generally used to assess confidence and suggests that confidence may be increased by a reduction of the two gaps.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam, en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Haarlem en het Hof Den Bosch. Bij de Vrije Universiteit (VU) verzorgt zij het vak ‘Recht en Praktijk’. Enkele publicaties: ‘De aanvaarding en naleving van rechtsnormen door burgers: participatie, informatieverschaffing en bejegening’, in: P.T. de Beer & C.J.M. Schuyt (red.), Bijdragen aan waarden en normen, Amsterdam: Amsterdam University Press 2004, p. 77-106. En: Democracy in the courts. Lay participation in European criminal justice systems, Aldershot: Ashgate 2009.
Artikel

Verschillen tussen burgers in vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, framing, windtunneling
Auteurs Bert Niemeijer en Peter van Wijck
SamenvattingAuteursinformatie

    The degree to which individuals have confidence in the judiciary varies substantially. In this paper, we take the heterogeneity of the population as a starting-point. Our basic idea is that signals about the judiciary acquire significance through frames, schemes of interpretation. Using focus groups we portrayed contrasting frames of citizens. These frames enable us to test the consequences of measures to promote confidence. Measures that tend to increase confidence according to one frame may decrease confidence according to another. This yields dilemmas for those looking for possibilities to promote confidence. One possibility to deal with these dilemmas is to differentiate between different audiences.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is (bijzonder) hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘Wat leren wetsevaluaties ons over de effectiviteit van wetgeving?’, in: M. Hertogh & H. Weyers (red.), Recht van onderop. Antwoorden uit de rechtssociologie, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2011, p. 41-61; ‘De verklaring van geschilgedrag – Gedragseconomische bijdragen en hun beperkingen’, in: W.H. van Boom, I. Giesen & A.J. Verheij (red.), Capita civilologie. Handboek empirie en privaatrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 109-145 (met C. Klein Haarhuis).

Peter van Wijck
Peter van Wijck is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘The economics of pre-crime interventions’, European Journal of Law and Economics 2013-35, p. 441-458 en (met Ben van Velthoven), Recht en efficiëntie: een inleiding in de economische analyse van het recht, Deventer: Kluwer, vijfde druk, 2013.
Artikel

Vertrouwen en wantrouwen in de Belgische justitie en de rol van de krantenberichtgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Trust in justice system, Belgium, reporting of newspapers
Auteurs Stien Mercelis
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution it has been set out that trust in the Belgian justice system cannot be taken for granted. The article contains empirical research on the reporting of newspapers on the Belgian justice system and tries to uncover a possible causal relationship between reading certain newspapers and trust in the justice system. Although it turns out that quality newspapers report on the justice system in a more negative way, readers of popular papers have less trust in the justice system. A direct link between negative reporting and reduced trust was therefore not found. Socio-economic variables and the priming effect on punitive attitudes in popular newspapers are cited as possible explanations.


Stien Mercelis
Stien Mercelis is master in de Rechten en bachelor in de Criminologie. Momenteel is zij assistente Rechtssociologie aan de Universiteit Antwerpen. Zij schrijft een proefschrift over de interne en externe factoren van het vertrouwen in de Belgische justitie als openbare dienst.
Artikel

Transparantie leidt niet vanzelfsprekend tot vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Transparency, information, factors influencing confidence in the judiciary
Auteurs Petra Jonkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Transparency of institutions like the judiciary is often assumed to increase confidence. However, a recent survey concerning opinions about the judiciary showed that in many cases one trusts the judiciary without having any special interest in the judiciary itself. It revealed that confidence in the judiciary depends on various factors like anomy, social trust, general institutional trust, personal experience and feelings about a fair chance in a hypothetical case for court. And transparency will not easily change these factors. Furthermore, providing information can both strengthen and weaken confidence due to the personal backgrounds of those receiving the information. Finally, this paper discusses whether strategic and positive information that is needed to increase confidence allows for drawing one’s own conclusions as transparency promises.


Petra Jonkers
Petra Jonkers is politicoloog en stafmedewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zij promoveerde in 2003 in Nijmegen op een rechtssociologisch onderzoek naar de kwaliteit van wetgeving. Recente publicaties: ‘Inzicht in gedrag voorwaarde voor goede wetgeving’, Regelmaat 2013-28(1), p. 6-21; ‘Zet transparantie liever in voor bekritiseerbaarheid dan voor vertrouwen’, in: D. Broeders, C. Prins, H. Griffioen, P. Jonkers, M. Bokhorst & M. Sax (red.), Speelruimte voor transparantere rechtspraak, Amsterdam: Amsterdam University Press 2013, p. 449-479.
Artikel

Geen woorden maar daden

De invloed van legitimiteit en vertrouwen op het nalevingsgedrag van verkeersovertreders

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden perceptions of legitimacy, Compliance, procedural justice
Auteurs Marc Hertogh, Bert Schudde en Heinrich Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    For many years, most regulatory research focused on instrumental motivations for compliance, which emphasize the role of rewards and punishments related to (dis)obeying the law. However, more recent studies have also emphasized the potential role of normative motivations. Using survey data collected from a sample of 1,182 traffic offenders in the Netherlands, and building on the ‘procedural justice model’ which was first developed in Why People Obey the Law (Tyler 1990), this paper explores how perceptions of legitimacy shape regulatory compliance. The study makes three contributions to the literature. First, this study is one of the few studies in which the procedural justice model is tested in Continental Europe. Second, following recent critiques in the literature, the paper introduces three modifications to the original model. Third, and unlike most previous studies, this study is not entirely based on self-reporting by drivers, but includes actual evidence about their behavior as well. With regard to the self-reported level of compliance, our study largely confirms Tyler’s (1990) original findings. Yet with regard to the observed level of compliance, there are also important differences between both studies. These findings will be explained by shifting our focus of attention from Tyler’s ‘universalistic’ approach to ‘legitimacy-in-context’ (Beetham 1991).


Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema’s in zijn onderzoek zijn de maatschappelijke effecten van wetgeving, de maatschappelijke beleving van recht en rechtsstaat, en de legitimiteit van het overheidsoptreden. Recente publicaties: Scheidende machten: de relatiecrisis tussen politiek en rechtspraak (Boom Juridische uitgevers 2012) en (met Heleen Weyers) Recht van onderop: antwoorden uit de rechtssociologie (Ars Aequi Libri 2011).

Bert Schudde
Bert Schudde studeerde sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en is werkzaam als onderzoeker bij Pro Facto. Hij heeft brede onderzoekservaring in toegepast beleids- en evaluatieonderzoek, grootschalig surveyonderzoek en kwantitatieve analyse.

Heinrich Winter
Heinrich Winter is directeur van Pro Facto, bureau voor bestuurskundig en juridisch onderzoek, onderwijs en advies. Daarnaast is hij in Groningen bijzonder hoogleraar Toezicht. Hij is veelvuldig betrokken bij wetsevaluaties, waarover hij ook publiceert. Recente publicaties over toezicht zijn ‘Waar blijft het interbestuurlijk toezicht?’, in: Publicaties van de Staatsrechtkring nr. 16 (Wolf Legal Publishers 2012) en ‘Meten van de effecten van toezicht. Yes we can?’, Tijdschrift voor Toezicht 2012/2, p. 63-80. In 2013 schreef hij met Bert Marseille de handleiding Professioneel behandelen van bezwaarschriften voor BZK/Prettig contact met de overheid.
Artikel

Wetsvoorstel Zorg en dwang: impact van de recente wijzigingen voor het veld en de cliënt

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden onvrijwillige zorg, stappenplan, wilsonbekwaamheid, cliëntenvertrouwenspersoon, vergelijking met wetsvoorstel Verplichte GGz
Auteurs Mr. dr. B.J.M. Frederiks en mr. dr. K. Blankman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel Zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, dat in de zomer van 2009 aan de Tweede Kamer werd aangeboden, heeft in 2012 belangrijke wijzigingen ondergaan. De auteurs wijzen behalve op de voordelen hiervan voor de rechtsbescherming van kwetsbare cliënten ook op een aantal nadelen. Zo worden het voorgestelde stappenplan, de omschrijving van onvrijwillige zorg en de regeling inzake vertegenwoordiging van wilsonbekwaamheid kritisch tegen het licht gehouden. Een vergelijking met het wetsvoorstel Verplichte GGz valt niet zonder meer positief uit voor het wetsvoorstel Zorg en dwang.


Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht bij het VUMC/EMGO+

mr. dr. K. Blankman
Kees Blankman is universitair docent familie- en gezondheidsrecht bij de VU.
Artikel

Tegenspraak bij de politie

Distantie, betrokkenheid en doorwerking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2013
Trefwoorden tunnel vision, critical review, criminal investigation, police
Auteurs Mr. drs. Renze Salet en Prof. dr. ir. Jan Terpstra
SamenvattingAuteursinformatie

    After some serious failures in criminal justice procedures, in 2006 ‘critical review’ was introduced in the Dutch police as a measure to prevent tunnel vision in criminal investigation. An analysis of 26 review cases and interviews with representatives of the Dutch police forces shows that in practice reviewers are confronted with a fundamental dilemma of distance vs. involvement in their relation with criminal investigation team. Critical review proves to have concrete effects on the criminal investigation process, although their scope usually appears to be limited. Although these effects are modest and review takes scarce police resources, the authors recommend a continuation of critical review.


Mr. drs. Renze Salet
Mr. drs. Renze Salet is onderzoeker aan het Criminologisch Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. dr. ir. Jan Terpstra
Prof. dr. ir. Jan Terpstra is hoogleraar aan het Criminologisch Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Normontwikkeling door Thematisch Toezicht

De invloed van risicogebaseerde responsiviteit op normontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden toezicht, normontwikkeling, risico’s, responsiviteit, Inspectie voor de Gezondheidszorg
Auteurs Drs. F.C.J. Neefjes, Prof. dr. R. Bal en Prof. dr. P.B.M. Robben
SamenvattingAuteursinformatie

    Responsiviteit van toezichthouders wordt veelal beschreven in procedurele zin dan wel in de zin van rekening houden met de nalevingsbereidheid van ondertoezichtstaanden. In dit artikel introduceren wij een derde vorm van responsiviteit, gericht op het type risico dat centraal staat in het toezicht. In dit artikel wordt de invloed van risicogebaseerde responsiviteit op normontwikkeling door ondertoezichtstaanden onderzocht. Het kwalitatief onderzoek bestaat uit een analyse van twee Thematisch Toezichtsprojecten van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en laat een samenhang zien tussen de mate van responsiviteit en het type risico dat centraal staat in het Thematisch Toezicht. Naarmate er een betere match is tussen de aard van de interacties die de inspectie aangaat met het veld enerzijds en de aard van de risico’s die centraal staan in het toezicht, blijkt het toezicht door te werken in normontwikkeling. Hoewel wordt gepleit voor het gebruik van het concept van risicogebaseerde responsiviteit in het toezicht, is nader onderzoek nodig naar de werkingsmechanismen en de effecten daarvan.


Drs. F.C.J. Neefjes
Drs. F.C.J. Neefjes is inspecteur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, Amsterdam.

Prof. dr. R. Bal
Prof. dr. R. Bal is hoogleraar bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. P.B.M. Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is werkzaam bij de Afdeling Onderzoek en Innovatie, Inspectie voor de Gezondheidszorg en hoogleraar bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Wonen, wijken en diversiteit

Een interpretatieve beleidsanalyse van de legitimering van de relatie tussen huisvesting en integratie in ‘probleemwijken’

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden legitimacy, housing, integration, interpretative policy analysis
Auteurs Marleen van der Haar en Ashley Terlouw
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we study ways in which the relationship between housing and integration of migrants are being justified and legitimated in policy documents from the cities of Arnhem and Nijmegen. Making use of a critical frame analysis, we are particularly interested in the assumptions made with regard to the preferred population composition of neighbourhoods, images of ‘normality’ and ‘the ideal society’. Based on the analysis of a set of policy documents (such as the most recent coalition agreement, housing policy document and several neighbourhood plans of each city) and a pilot study that includes interviews with local administrators and residents of twelve neighbourhoods, we found that most problems that are being related to residential segregation in neighbourhoods are defined in socio-economic terms. In general, the data show that the mixing of people with different socio-economic positions is thought to be the solution to this problem. References to migrants are mainly indirect: many documents mention that a large part of the poor people are migrants. The issue of integration is mostly dealt with in documents that focus on so-called ‘problem neighbourhoods’. We conclude that the desirability of diverse neighbourhoods in terms of types of housing and groups of people is widespread. Yet the assumptions on which these ideas are built remain largely implicit.


Marleen van der Haar
Marleen van der Haar is postdoc onderzoeker en docent bij het Institute for Management Research, Radboud Universiteit Nijmegen. Op dit moment doet zij (samen met Mieke Verloo en Iris van Huis) een studie naar organisaties in de publieke sector die projecten uitvoeren met als doel bepaalde mannen te emanciperen en te activeren. Hiervoor deed zij (samen met Dvora Yanow) aan de Vrije Universiteit onderzoek naar de implicaties van het gebruik van de beleidstermen allochtoon en autochtoon. In 2007 promoveerde zij op een proefschrift over de manieren waarop professionele repertoires van maatschappelijk werkers beïnvloed worden door hulpverlening aan een cultureel divers cliëntenbestand. Kenmerkend voor haar werk is het gebruik van een combinatie van kritische frameanalyse en etnografisch onderzoek.

Ashley Terlouw
Ashley Terlouw is hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij studeerde rechten aan de Universiteit Utrecht en werkte onder meer als wetenschappelijk medewerker bij het stafbureau Vreemdelingenzaken van de Rechtbank Den Haag en als hoofd van de afdeling Vluchtelingen bij Amnesty International Nederland. In 2003 promoveerde zij aan de Radboud Universiteit op een rechtssociologisch onderzoek naar samenwerking tussen vreemdelingenrechters. In de periode 2004-2008 was zij als commissielid verbonden aan de Commissie gelijke behandeling. Zij publiceert op het gebied van gelijke behandeling, rechtspleging en migratierecht.
Artikel

Zijn Nederlandse burgers écht enthousiast over de nieuwe antiterrorismemaatregelen?

Een vergelijking van attitudes en willingness to pay

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden counterterrorism policy, public opinion, willingness to pay, legitimacy
Auteurs Johan van Wilsem en Maartje van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2001, the Netherlands have broadened their array of antiterrorism legislation and policies. However, there is hardly any insight into the level of public support for them. This article assesses the Dutch public opinion on four measures that were recently made effective: enhanced possibilities for stop-and-search, broadening of possibilities for special investigative resources, increased obligations for identification, and body scans in airports. Two randomly selected, comparable groups were asked different questions about these issues: attitudes or willingness to pay. The results show that respondents have positive attitudes towards newly introduced antiterrorism measures, yet simultaneously, they have low willingness to pay. Both groups were also asked how they would allocate an imaginary fixed budget to various criminal justice policies and tax rebate. These results show similar relations for both attitudes and willingness to pay, suggesting they both measure the relative importance assigned to antiterrorism policies. A right political orientation predicts both positive attitudes and high willingness to pay. Furthermore, people with high income have higher willingness to pay. The results underline the necessity to pay attention to the subtleties underlying public opinion on crime control.


Johan van Wilsem
Dr. J.A. (Johan) van Wilsem is universitair hoofddocent criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. E-mail: J.A.van.Wilsem@law.leidenuniv.nl.

Maartje van der Woude
Mr. dr. M.A.H. (Maartje) van der Woude is universitair docent criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. E-mail: m.a.h.vanderwoude@law.leidenuniv.nl.
Artikel

Vertrouwen in een lerende wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden wetgevingsbeleid, vertrouwen, regeldruk, zelfregulerend vermogen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren is in het wetgevingsbeleid het begrip vertrouwen centraal komen te staan. Vertrouwen zou de sleutel zijn tot de ‘regellichte samenleving’. De idee hierachter is dat je in een samenleving van ‘high trust’ minder regels nodig hebt. Professionals in het onderwijs, de politie, de zorg enzovoort zouden daarom meer keuze- en beslissingsvrijheid moeten krijgen. Daarnaast wordt vaak verdedigd dat de overheid meer zaken over dient te laten aan de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en maatschappelijke organisaties. De vraag die de auteur aan de orde wil stellen, luidt daarom: in hoeverre is aannemelijk dat het gebrek aan vertrouwen bij de wetgever in het zelfregulerend vermogen van de samenleving een aanjager is voor toenemende regelverdichting?


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg. R.A.J.vanGestel@uvt.nl
Artikel

Constitutioneel bewustzijn in Nederland:

Van burgerzin, burgerschap en de onzichtbare Grondwet

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Auteurs Barbara Oomen
SamenvattingAuteursinformatie

    Faced with increased individualization, debates on immigration and interna-tionalization, the Dutch government has recently appointed a Constitutional Review Commission to strengthen the Dutch constitution and enhance its social relevance. It is against this background that this article examines the place that the Dutch constitution currently holds in empirical and discursive understand-ings of citizenship in the Netherlands. From the vantage point of citizenship discourse, the interpretation of citizenship (burgerschap) in the Netherlands amongst policy-makers and the public at large hinges on civicness rather than on democratic citizenship, and departs from a strongly assimilationist perspec-tive: ‘burgerschap’ is essentially about participating in and adapting to the dominant culture. From the vantage point of the constitution, the current consti-tution’s main function is legal: constituting government powers and limiting their exercise. Legal scholars emphasize that the Dutch constitution hardly has a more symbolic or social role. These facts are contrasted with data from a representative survey under the Dutch adult population, which demonstrates how the Dutch hardly know anything about the contents of the constitution, but do have great confidence in the document, and consider it to be very important. Interestingly, respondents also emphasize the symbolic and societal function, in addition to the legal function of the constitution. This seems to point towards the possibility of an understanding of Dutch citizenship more firmly based upon the values embodied in the constitution.


Barbara Oomen
Barbara Oomenis docent rechten aan de Roosevelt Academy en is bij-zonder hoogleraar rechtspluralisme aan de Universiteit van Amsterdam. Haar belangstelling gaat uit naar rechtssociologische vraagstukken op het terrein van culturele diversiteit, constitutionalisme en de doorwerking van internationale mensenrechten. Zij is voorzitter van het Platform Mensenrechteneducatie, lid van de Commissie Mensenrechten van de Adviesraad Internationale Vraag-stukken en lid van de Staatscommissie Grondwet.
Artikel

In blijde verwachting?

Een analyse van de oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling over zwangerschapsdiscriminatie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Auteurs Kirsten Bolier en Nienke Doornbos
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we report on our research which aimed to investigate which fac-tors influence the outcome of pregnancy discrimination cases of the Dutch Equal Treatment Commission (CGB) and the compliance of respondents with this outcome. We studied equal treatment legislation and all 188 cases between the period of September 1994 and March 2008. The results show that equal treatment legislation hardly leaves any room for objections raised by the re-spondents. The arguments made by the employers are often based on financial or other business-related burdens, even though these arguments are legally irrelevant. We assume that the strictness of the legislation might cause the lack of willingness to comply with the outcome. This presumption is confirmed by the fact that the legal representatives of employers put forward these irrelevant arguments as well. Furthermore, the results show that the nature of the relation of the applicant with the respondent has an influence on the compliance of the respondent with the outcome. Respondents are more likely to comply in cases where the applicant is already working for the employer instead of applying for a job. The results also show that non-profit organizations are more likely to comply with the outcome than profit organizations.


Kirsten Bolier
Kirsten Boliervolgt de Legal Research Master van het Departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Zij deed in opdracht van de Commissie Gelijke Behandeling onderzoek naar de oordelen met betrekking tot zwangerschapsdiscriminatie. Haar afstudeeronderzoek betreft een juridisch onderzoek naar algemene rechtsbeginselen in het EG-recht.

Nienke Doornbos
Nienke Doornbosis universitair docente Rechtssociologie bij het Depar-tement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Zij promoveerde in 2006 op een rechtssociologisch onderzoek naar de wijze waarop asielzoekers worden gehoord in het kader van de asielprocedure. Haar onderzoeksinteresses betref-fen onder meer de wisselwerking tussen recht en communicatie en het functio-neren van klachten- en geschillenprocedures.

Prof. mr J.K.M. Gevers
Artikel

Draagt aansprakelijkheidsrecht bij aan de voedselveiligheid?

Over de preventieve werking van schadeclaims en aansprakelijkheidsverzekering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden voedselveiligheid, regulering, aansprakelijkheid, aansprakelijkheidsverzekering, preventie, schadeclaim, ‘moreel risico’, voedingsindustrie, productaansprakelijkheid, sociale werking
Auteurs Tetty Havinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Most research on food safety has focussed on direct forms of food safety regulation. This paper explores the opportunities for product liability law to encourage food safety measures within firms. It aims to contribute to the discussion on the role public and private actors could have in providing an effective food safety system. Liability law is assumed to promote food safety. The author distinguishes three ways in which liability law could act as an incentive for firms to implement enhanced food safety controls: liability claims, liability insurance and direct effects of liability law on management strategy. The paper concludes that the assumption that liability laws make firms sensitive to prevention of food safety risks is too optimistic. However, liability law could stimulate a culture within firms to take responsibility for food safety. Existing economic and legal analysis could gain from a sociological analysis of the actual impact of liability on company decisions.


Tetty Havinga
Tetty Havinga is universitair hoofddocent bij het Instituut voor Rechtssociologie van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij verricht rechtssociologisch onderzoek op diverse terreinen, waaronder de relaties tussen het bedrijfsleven en recht, regulering van voedsel, beleidsuitvoering, arbeidsrecht en gelijke behandeling. Ze is co-auteur van Specialisatie loont?! Ervaringen van ondernemingen met specialistische rechtspraakvoorzieningen (2010).

Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht VUMC/EMGO+.

Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht VU/VUMC/EMGO+.

Mr. dr. K. Blankman
Kees Blankman is universitair docent familie- en gezondheidsrecht VU.

dr. C.M.P.M. Hertogh
Cees Hertogh is hoogleraar ethiek van de zorg VUMC/ EMGO+.
Artikel

Psychische beroepsziekten hoeven niet tot blijvende schade te leiden

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 01 2003
Trefwoorden Werknemer, Werkgever, Herstel, Bedrijfsarts, Erkenning, Gezondheidsschade, Registratie, Personenschade, Vergoeding, Arts
Auteurs Sorgdrager, B.

Sorgdrager, B.
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.