Zoekresultaat: 7 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Promoveren in het arbeidsrecht – een overzicht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden dissertaties, proefschriften, promotor, sociaal recht, proefschriftthema’s
Auteurs R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie wil weten welke dissertaties in Nederland op het terrein van het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht zijn verschenen, wacht een lange zoektocht. De verscheidene digitale bibliotheken bieden (nog) geen makkelijk doorzoekbaar, relevant overzicht. In deze bijdrage is gepoogd een dergelijk overzicht te geven. De bijdrage bevat niet alleen een lijst van de door de auteur gevonden dissertaties, maar ook informatie omtrent, onder andere, (trends in) gekozen proefschriftthema’s, aantallen dissertaties per faculteit en per decennium.


R.M. Beltzer
Prof. mr. R.M. Beltzer is hoogleraar arbeid en onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT): (in) werking

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2013
Trefwoorden WNT, topfunctionaris, publieke en semipublieke sector, ontslagvergoeding, overgangsrecht
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2013 trad de Wet normering bezoldigingen topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) in werking. Deze bijdrage bevat een beschouwing over deze ‘unieke’ wet: het doel, de keuzes, de middelen, het overgangsrecht en natuurlijk de vraag of de WNT bestand is tegen lieden die het beloningsspel niet (ruiterlijk) willen meespelen. Een uitvoerige beschouwing over het belangrijke thema van de uitkering wegens de beëindiging van het dienstverband (de ontslagvergoeding) − inclusief het terrein van de op non-actiefstelling − laat zien dat de WNT allerminst waterdicht is. De WNT laat daarbij een belangrijk gebied onbelicht: de praktijk van het maken van afspraken over een afkoop van wachtgeld/bovenwettelijke WW-rechten. De auteur doet de suggestie dat het kabinet het (zoals eerder toegezegd) in de loop van 2013 te verwachten wetsontwerp tot aanpassing van de WNT aangrijpt om enige verduidelijking te bieden omtrent de wijze waarop de praktijk volgens de wetgever met een en ander moet omgaan.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Het toepasselijk recht op arbeidsovereenkomsten in de zeevaart

Een commentaar op HvJ EU 15 december 2011, zaak C-384/10, Voogsgeerd/Navimer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden toepasselijk recht/EVO, plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht, vestiging van de werkgever, hiërarchie van aanknopingsfactoren, toerekenen van overeenkomst aan bepaald concernonderdeel
Auteurs Prof. dr. A.A.H. van van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    Na het arrest Koelzsch (zaak C-29/10) bevat het onderhavige arrest opnieuw een uitleg van artikel 6 van het Europees Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO). Het Hof van Justitie continueert in belangrijke mate de lijn ingezet in het eerdere arrest. Het belang van deze uitspraak schuilt in (1) de toepassing van de eerder ontwikkelde criteria voor het bepalen van de gewone werkplek op een arbeidsverhouding in de zeevaart en (2) de nadere uitleg die wordt gegeven aan de aanknoping aan de vestiging die de werknemer in dienst heeft genomen.


Prof. dr. A.A.H. van van Hoek
Prof. dr. A.A.H. van Hoek is hoogleraar IPR en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Artikel

Navigeren door artikel 6 EVO-Verdrag c.q. artikel 8 Rome I-Verordening: mogelijkheden tot sturing van toepasselijk arbeidsrecht

Een analyse vanuit de vraag naar de betekenis voor het internationaal arbeidsrecht van de zaak Intercontainer Interfrigo (C-133/08)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, EVO-Verdrag, Rome I-Verordening, toepasselijk recht, internationaal privaatrecht, EVO-Verdrag, ontsnappingsclausule, Rome I-Verordening, vrij verkeer van diensten, toepasselijk recht, ontsnappingsclausule, vrij verkeer van diensten
Auteurs Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan over de gestrengheid waarmee de in artikel 4 lid 5 EVO-Verdrag opgenomen ontsnappingsclausule moet worden toegepast. Het betreft de eerste uitspraak van het Hof waarin een artikel van het EVO-Verdrag wordt uitgelegd. De ontsnappingsclausule van artikel 4 lid 5 EVO-Verdrag is analoog geformuleerd aan de ontsnappingsclausule zoals opgenomen in artikel 6 lid 2 in fine EVO-Verdrag, evenals in artikel 8 lid 4 van de recent in werking getreden Rome I-Verordening – artikelen waarin regels inzake toepasselijk recht op arbeidsovereenkomsten zijn opgenomen. De analogie in formulering tussen de onderscheiden ontsnappingsclausules noodt tot analyse van de betekenis van de uitspraak voor de uitlegging van regels inzake internationaal arbeidsrecht. Vanuit deze invalshoek – van de vraag naar de betekenis van de zaak Intercontainer voor het internationaal arbeidsrecht – wordt in deze bijdrage geanalyseerd hoe artikel 6 EVO-Verdrag c.q. artikel 8 Rome I-Verordening moet c.q. kan worden toegepast.


Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
Prof. dr. V. Van Den Eeckhout is professor vergelijkend en Europees internationaal privaatrecht aan de Universiteit Antwerpen en universitair hoofddocent internationaal privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Gezichtspunten bij ontslag: verwijtbaarheid, proportionaliteit en continuïteit

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2009
Trefwoorden ontslag, ontslagvergoeding, ontbinding, ontbindingsvergoeding, kennelijk onredelijk ontslag, ratio, grondslag, gezichtspunten, proportionaliteit
Auteurs Mw. mr. W.L. Roozendaal
SamenvattingAuteursinformatie

    In het ontslagrecht zijn vele gezichtspunten relevant. Waarom zijn zij relevant? Betoogd wordt dat de vele redenen hiervoor zijn samen te vatten als drie toetsen: de verwijtbaarheidtoets, de proportionaliteitstoets en de continuïteitstoets. Volgens de eerste toets moeten gradaties van verwijtbaarheid bij een tekortkoming relevant zijn voor de bescherming tegen ontslag. Volgens de tweede toets moet het gewicht van de ontslaggrond proportioneel zijn aan de ingrijpendheid van het ontslag.Volgens de derde toets moet ontslag (desondanks) mogelijk zijn als zinvolle voortzetting van de overeenkomst niet haalbaar is. Is dat laatste het geval, dan moet eventuele disproportionaliteit van het ontslag (dan maar) worden uitgedrukt in een vergoeding. De analyse van gezichtspunten bij ontslag geeft aanleiding tot de stelling, dat bij het vaststellen van de ontbindingsvergoeding onvoldoende getoetst wordt aan proportionaliteit, zodat de vergoedingen gemakkelijk disproportioneel zijn.


Mw. mr. W.L. Roozendaal
W.L. Roozendaal is docent aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling staats- en bestuursrecht.
Artikel

Alle wegen leiden naar Rome (I), alle wegen vertrekken vanuit Rome (I)!?

Mogelijkheden tot opheldering van ipr-onduidelijkheden bij internationale detachering

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Auteurs Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In de nabije toekomst treedt de Rome I-Verordening in werking. De Rome I-Verordening vervangt het EVO-Verdrag. In de Rome I-Verordening worden, net zoals in het EVO-Verdrag, regels van toepasselijk recht inzake verbintenissen uit overeenkomst vastgesteld, daarin begrepen ipr-regels inzake internationale arbeidsovereenkomsten. Opzet van deze bijdrage is na te gaan in hoeverre de inwerkingtreding van de Rome I-Verordening, mét de daaraan gekoppelde uitleggingsbevoegdheid van het Hof van Justitie, (nieuwe) kansen biedt tot opheldering van ipr-onduidelijkheden bij internationale detachering.


Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
Prof. dr. V. Van Den Eeckhout is verbonden aan de Universiteit Leiden en de Universiteit Antwerpen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.