Zoekresultaat: 25 artikelen

De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x

    This paper explores the roles that the presumption of innocence (PoI) can play beyond the criminal trial, in other dealings that citizens may have with the criminal law and its officials. It grounds the PoI in a wider notion of the civic trust that citizens owe each other, and that the state owes its citizens: by attending to the roles that citizens may find themselves playing in relation to the criminal law (such roles as suspect, defendant, convicted offender and ‘ex-offender’), we can see both how a PoI protects us, beyond the confines of the trial, against various kinds of coercion, and how that PoI is modified or qualified as we acquire certain roles. To develop and illustrate this argument, I pay particular attention to the roles of defendant (both during the trial and while awaiting trial) and of ‘ex-offender,’ and to the duties that such roles bring with them.

Antony Duff
Antony Duff holds the Russell M and Elizabeth M Bennett Chair in the University of Minnesota Law School, and is a Professor Emeritus of the Department of Philosophy, University of Stirling.

Agressieve vaders?

De kwaliteit van de vader-kindrelatie in asielzoekers- en vluchtelingengezinnen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2013
Trefwoorden trauma, posttraumatische stressstoornis, ouder-kindrelatie, kindermishandeling
Auteurs Mr. Drs. Elisa van Ee

    Traumatic experiences and post-traumatic stress disorder have been linked to increased aggression and child abuse. Surprisingly, a dearth of studies investigates the impact of trauma on fatherhood. The present study investigates the extent of father-involvement and the influence of post-traumatic stress on the parent-child relationship in a refugee and asylum seeker population (N = 80). The results show that fathers were less involved in care-giving. Traumatic stress symptoms negatively affected the perception and the actual quality of parent-child interaction likewise posttraumatic stress influences the quality of mother-child interaction. The levels of observed hostility and reported aggression are a particular concern.

Mr. Drs. Elisa van Ee
Mr. drs. Elisa van Ee is klinisch psycholoog en onderzoeker bij de Stichting Centrum ’45.

Het nieuwe Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie: een overzicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Hof van Justitie, Procedurereglement Hof van Justitie, Statuut Hof van Justitie, Rechtsbescherming
Auteurs Janek T. Nowak LLM en Nicolas Cariat

    Op 1 november 2012 trad het nieuw Procedurereglement van het Hof van Justitie in werking. Het gaat om een grondige hervorming van de procedure voor het Hof van Justitie en laat weinig bepalingen van het oude Procedurereglement ongewijzigd. Deze bijdrage wil zowel rechtspractici als andere geïnteresseerden een beknopt overzicht aanbieden van het nieuwe Procedurereglement. Een goede kennis van het Procedurereglement is immers onmisbaar voor iedereen die in contact komt met procedures voor het Hof van Justitie. Door uitvoerig gebruik te maken van de voorbereidende teksten wordt de lezer tevens inzicht gegeven in het waarom van bepaalde wijzigingen.

Janek T. Nowak LLM
Janek T. Nowak, LLM is verbonden als assistent aan het Instituut voor Europees Recht van de KU Leuven.

Nicolas Cariat
Nicolas Cariat is verbonden als aspirant van het Fonds de la Recherche Scientifique F.R.S.-FNRS aan de Université Catholique de Louvain (UCL).

Met biografieën een beter begrip van witteboordencriminaliteit?

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2012
Trefwoorden white-collar crime, corporate crime, biographies, case studies
Auteurs Wim Huisman

    The central question of this article is whether biographies can be a source for criminological research on white-collar crime and how they can contribute to the explanation of white-collar crime. To answer this question, 35 Dutch biographies were studied. Following the legal ambiguities of white-collar crime, not all of these biographies are about criminal offences. And following the dominant anthropomorphic approach to corporate crime, some of these are corporate biographies. Many biographies confirm current criminological explanations of the causation of white-collar crime. Yet, biographies also offer additional insights, for instance about the causal relevance of the private life of white-collar offenders.

Wim Huisman
Prof. dr. Wim Huisman is hoogleraar bij de sectie criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: w.huisman@vu.nl.

    This article examines the practice of foreclosure mediation in the American mortgage market after the financial crisis of 2008. Many states have implemented foreclosure mediation programs to handle the deluge of foreclosure proceedings in the aftermath of the financial crisis. The role of the mortgage servicing industry in the success or failure of this type of mediation is discussed, as well as the possible outcomes of a foreclosure mediation.

Ken Andries
Ken Andries is docent aan de Universiteit Hasselt en advocaat aan de balie van Brussel.

Access_open Burgerschap en islam sluiten elkaar niet uit

Indonesische moslims in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Indonesian Muslims, migrants, citizenship, integration
Auteurs Jennifer Vos en Sandra van Groningen

    The policy document Integration, commitment and citizenship concludes that the Islam ‘worries parts of the Dutch society’ because of beliefs that according to them are incompatible with the democratic constitutional state. In this article we look at the relationship between Islam en citizenship from within the Indonesian Muslim community in the Netherlands. This article is based on research on positioning and self-definition of Indonesian Muslims in the Netherlands. Indonesian Muslims are in general well integrated in Dutch society. They work or study in the Netherlands and they are active in social life. Newcomers respect the pluriform and democratic legal order they already know from Indonesia. At the same time Indonesian Muslims are remarkably silent in the public debate on Islam. On the one hand this derives from their individualistic and inward interpretation of Islam, on the other hand it derives from their Indonesian national character and it partially comes from the changed political climate in the Netherlands.

Jennifer Vos
J.C.A. Vos MA is master of arts in International Business Communication en master of arts in Religious Studies. Zij is junior onderzoeker bij het Centre for World Christianity and Interreligious Studies, Radboud Universiteit Nijmegen. Zij doet onderzoek naar relaties tussen christen- en moslimmigranten in Nederland. j.vos@ftr.ru.nl

Sandra van Groningen
A.J.B. van Groningen BA is bachelor of arts in Religious Studies en masterstudent Religiewetenschappen en Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Voor haar masterstage Religiewetenschappen werkte zij mee aan het onderzoek naar relaties tussen christen- en moslimmigranten in Nederland van het Centre for World Christianity and Interreligious Studies. svangroningen@student.ru.nl

Recht en burgerschap: een verkenning van modaliteiten

Inleiding bij een symposiumnummer

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden citizenship, sociology of law, juridification, policy
Auteurs Olaf Tans

    This article analyzes the relation between law and citizenship on the basis of five modalities. This analysis is premised on the observation that citizenship plays a central role in the contemporary debate about the development of political communities. Furthermore it is obvious that citizenship is inextricably linked to law, but it is not easy to get a clear and complete picture of this link. This is due to, on the one hand, the versatility of the concept of citizenship, and the versatility of the phenomenon law on the other. In short, the relation between law and citizenship is multifaceted, which the typology of modalities is meant to reveal.

Olaf Tans
Olaf Tans is als rechtstheoreticus en politiek wetenschapper verbonden aan het Amsterdam University College. In het algemeen houdt hij zich bezig met de relatie tussen recht, ethiek en samenleving. De laatste tijd is hij gericht op onderwerpen als burgerschap, deliberatie en de narratieve benadering van rechtsvinding.

Access_open Tijd voor een ruimere eedspraktijk

Laat ieder de eed afleggen volgens eigen godsdienstige gezindheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Eed, andere religies, belijdenisvrijheid
Auteurs Jurn de Vries

    It fits in with the objective of the oath that everybody is given the opportunity to swear an oath in compliance with his or her own faith. In The Netherlands this has already been legally possible since 1911. It is in agreement with the articles 1 and 6 of the Constitution and with tradition. After all, those who take the oath must fully realize the obligations they enter into. There is, however, some uncertainty about the scope and purport of the law of 1911. Therefore we are making three recommendations to clarify the rules.

Jurn de Vries
Dr. J.P. de Vries is onderzoeker aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vr.) in Kampen. vries.jpde@tiscali.nl.

Access_open De Drittwirkung van grondrechten

Retorisch curiosum of vaandel van een paradigmatische omwenteling in ons rechtsbestel?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Drittwirkung, horizontal effect of human rights, constitutionalisation of private law
Auteurs Stefan Somers

    This article discusses whether the horizontal effect of human rights marks a new paradigm in legal systems or is merely a new style in legal rhetoric. In doing so, much attention is paid to the differences between direct and indirect horizontal effect. Departing from social contract theory the article explains that the protection of human right values in horizontal relations is an essential feature of modern constitutionalism. It also analyses whether these values in horizontal relations should be protected by private law or by human rights. This question is looked at from a substantial, a methodological and an institutional perspective. In the end, because of institutional power balancing, the article argues in favor of an indirect horizontal effect of human rights.

Stefan Somers
Stefan Somers is a researcher at the Department of Interdisciplinary Studies at the VUB (Free University of Brussels) and prepares a PhD on the relationship between human rights and tort law.

Gemengde overeenkomsten

De betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk: kwalificatie van overeenkomsten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Gemengde overeenkomsten, Kwalificatie van overeenkomsten, Samenloop, Bijzondere overeenkomsten, Benoemde overeenkomsten
Auteurs Mr. M.E. Hinskens-van Neck en Mr. L.A.R. Siemerink

    In de voorganger van het Maandblad voor Vermogensrecht is geschreven over gemengde overeenkomsten, de samenloop van verschillende door de wet benoemde bijzondere overeenkomsten, waarvoor art. 6:215 BW een grondslag biedt. Deze bijdrage bouwt hierop voort. Daartoe wordt ingegaan op de samenloop van verschillende wetsbepalingen en op de samenloop van overeenkomsten, om daarna in te gaan op de norm van art. 6:215 BW. Vervolgens wordt aan de hand van jurisprudentie de betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk besproken.

Mr. M.E. Hinskens-van Neck
Mr. Hinskens-van Neck en mr. Siemering zijn gerechtsauditeurs bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is door hen geschreven op persoonlijke titel.

Mr. L.A.R. Siemerink
Mr. Siemerink is redactielid van MvV.

Transnationalism, Legal Pluralism and Types of Conflicts

Contractual Norms Concerning Domestic Workers

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2011
Auteurs Antoinette Vlieger

    Transnationalism and migration are recognised contributors to legal pluralism. Scholars of legal pluralism state that in conflicts, social actors sustain their claims with arguments from coexisting legal systems. They manoeuvre between different legal systems, or contradicting norms within one system, to achieve the most satisfactory decision in a conflict. In doing so, they use norms as discursive tools. Indeed, according to data on domestic workers in Saudi Arabia and the Emirates, this manoeuvring with norms as discursive tools is often recognisable in conflicts between workers and their employers. However, transnational contractual norms and the legal pluralism they create are not merely discursive tools in existing conflicts; they are also regularly the cause of conflicts. Domestic workers conclude agreements with agents in their countries of origin, while employers conclude agreements with different agents in the destination countries. Both parties believe the other party has signed the same contract, while in reality that is not the case. Because of the differences between the two sets of contractual norms, these norms cause conflicts; they are not merely discursive tools. This finding calls for a division between different types of conflicts, which is proposed here for the purpose of socio-legal analysis of conflicts in general and particularly in situations of transnationalism and legal pluralism.

Antoinette Vlieger
Antoinette Vlieger is a researcher and lecturer at the Law School of the University of Amsterdam. For the last five years she has been researching conflicts between domestic workers and their employers in Saudi Arabia and the United Arab Emirates. Her PhD thesis on this topic is to be published in fall 2011. Thereafter she hopes to do research on the question of why there is little labour protection on the Arabian Peninsula, combining this with hands-on human rights work in the Middle East.

Access_open Islam en gedrag: naar een serieuze onderzoeksagenda voor een serieus vraagstuk?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Islam, female circumcision, terrorism, academic research
Auteurs Marnix Croes

    If one listens to what the authorities say about matters such as female circumcision and terrorism, Islam has nothing to do with it. These authorities are supported in this opinion by the work of many scientists. A cross section of the Dutch scientific literature on female circumcision and terrorism is discussed here. The upshot is that, regarding female circumcision, the literature is plagued with factual inaccuracies while the question of Islamic terrorism is dealt with in a one-sided and over-simplified way. The article concludes with an alternative research agenda that would help fill the gaps in our knowledge about the role of Islam in the behaviour of Islamic terrorists.

Marnix Croes
Dr. M.T. Croes werkt als onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Minsterie van Veiligheid en Justitie.

Symmetrie in homicide

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden social rank, honour, conflict, close social bonds, small communities
Auteurs Anton Blok

    An analysis of about 2,200 cases of homicides in the Netherlands committed between 1992 and 2006 shows that lethal violence typically results from conflict in symmetric relations in which social rank is ambiguous. The settings of homicides are mostly well-integrated, small communities, including families, rural villages in tribal and agrarian societies, modern urban neighbourhoods, gettos, criminal organisations, and ethnic enclaves. The mechanism that drives antagonism between people in such places is their attachment, close-knit structure, and common features. Earlier, Simmel developed this insight in lethal conflict when saying ‘the more we have in common with another as whole persons, the more easily will our totality be involved in every single relationship to that person, hence the disproportionate violence to which normally well-controlled people can be moved within their relations to those closest to them.’ Contemporary sociologists, ethnographers, and historians amply corroborated this view of lethal violence. In his comparative work Gould shows a compelling connection between ambiguity of social rank and lethal conflict. Knauft investigated the high homicide rates in a New Guinea community and found that lethal violence resulting from sorcery attributions is not the anti-thesis of the ideal of ‘good company’ but its ultimate culmination.

Anton Blok
Prof. dr. Anton Blok is emeritus hoogleraar Culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. E-mail: anton.blok@xs4all.nl.

Etnografie en criminologie in het tropisch regenwoud

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden green criminology, ethnography, rainforests, illegal logging
Auteurs Tim Boekhout van Solinge

    This article discusses tropical deforestation from a cultural criminological perspective, by using qualitative methods such as ethnography and interviews, and by emphasizing the difficulties, dangers and dilemmas of ethnographic research. Case studies include timber smuggling from Indonesia to Malaysia and deforestation for bauxite, soy and timber in Brazil’s Amazon. Also described are meetings with (Dutch) timber traders, policy makers and law enforcers. Tropical deforestation is responsible for a great deal of harm, crime and violence, mainly committed by ranchers and loggers. Victims are humans (including humanity’s oldest societies), future generations (considering the impact on greenhouse gas emissions and climate change) and non-humans (with risks of extinctions).

Tim Boekhout van Solinge
Dr. Tim Boekhout van Solinge is sociaal-geograaf en universitair docent Criminologie aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtwetenschappen, Universiteit Utrecht. E-mail: t.boekhoutvansolinge@uu.nl.

    The article is intended to give a view (shared by many) on how arbitrators could or maybe even should react when faced with misdeeds in an ongoing arbitration proceeding. The misdeeds meant in this article concern forgery and false witness testimonies that may fraudulently influence judgements. Not covered are questions related to illicit contracts (i.e. contracts induced by bribery or corruption).
    The author contrasts the different views of an arbitrator’s role as either as a private dispute settler or as a person deriving his or her function also from the state as a guarantor of arbitration as a means to settle disputes. She comes to the conclusion that in the end, public policy consideration should overrule party autonomy and that, contrary to the current practice, tribunals faced with misdeeds during an arbitration should not hesitate to address this issue in the award.

Anna Masser
Anna Masser is an attorney in the arbitration and litigation group at Walder Wyss Ltd. in Zurich.

Collectief ontslag niet meer omzeild

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2011
Trefwoorden collectief ontslag, WMCO, gelijkgesteld ontslag
Auteurs Dr. mr. J.H. Even en Mr. B. Filippo

    Deze bijdrage brengt het voorstel van wet ‘Wijziging van de Wet melding collectief ontslag in verband met de uitbreiding van de reikwijdte en ter bevordering van de naleving van deze wet’ in kaart. Dit wetsvoorstel wordt getoetst aan de Richtlijn collectief ontslag. In het bijzonder onderzoeken de auteurs van deze bijdrage (1) of de Richtlijn deze wetswijziging voorschrijft en, zo neen, (2) of de Richtlijn deze wetswijziging toestaat. Om deze vragen te kunnen beantwoorden analyseren de auteurs onder andere (1) de definitie van ontslag, (2) de definitie van gelijkgesteld ontslag, (3) het verschil in rechtsgevolgen tussen beide vormen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst, (4) het ontslag tijdens faillissement, en (5) de timing inclusief de verplichting tot het in acht nemen van de wachttijd. Deze analyse richt zich op zowel de Richtlijn als de WMCO. Zij concluderen dat de WMCO na de wetswijziging een stuk beter aansluit bij de Richtlijn dan dat deze wet nu doet. Sommige voorgestelde wetswijzigingen gaan verder dan de Richtlijn voorschrijft, andere aspecten van de (nieuwe) WMCO zullen (nog steeds) niet richtlijnconform zijn.

Dr. mr. J.H. Even
Dr. mr. J.H. Even is advocaat bij SteensmaEven te Rotterdam.

Mr. B. Filippo
Mr. B. Filippo is advocaat bij SteensmaEven te Rotterdam.

Dwingend recht in het arbeidsovereenkomstenrecht:van confectie naar couture

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2011
Trefwoorden dwingend recht, semidwingend recht, driekwartdwingend recht, vijfachtstedwingend recht, ongelijkheidscompensatie, differentiatie, concentratie
Auteurs Mr. dr. A.R. Houweling en Mw. mr. L.J.M. Langedijk

    Van het arbeidsrecht wordt vaak gedacht dat het de dwangbuis van de privaatrechtelijke rechtsgebieden is. Vergaande werknemersbescherming zou ertoe hebben geleid dat bij de totstandkoming, de invulling en de beëindiging van een arbeidsovereenkomst de partijautonomie een ondergeschikte rol speelt. Dit zou worden veroorzaakt door het sterk dwingendrechtelijke karakter van het arbeidsrecht. Bijgevolg zou het arbeidsrecht als ware het een confectiepak geen ruimte bieden voor maatwerk, waardoor onvoldoende aansluiting bij de hedendaagse dynamiek op de arbeidsmarkt en economie zou bestaan. Dwingend recht lijkt al jaren uit de mode te zijn. In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre dit verwijt terecht is. De auteurs analyseren (de ratio’s van) de verschillende gradaties van dwingendheid en onderzoeken in hoeverre er een systeem in de keuze (van de wetgever) voor gradaties van dwingendheid is te signaleren. Vervolgens schetsten de auteurs een aantal toekomstscenario’s van het arbeidsrecht en de gewenste positionering van het dwingend recht daarbinnen. Zij concluderen dat gedifferentieerde dwingendheid binnen concentraties van arbeidsrechtelijke themata, waarbij een uitdrukkelijke(re) rol voor vijfachtste dwingendheid, een waarschijnlijke ontwikkeling zal zijn.

Mr. dr. A.R. Houweling
Mr. dr. A.R. Houweling is als universitair hoofddocent verbonden aan de Erasmus School of Law.

Mw. mr. L.J.M. Langedijk
Mw. mr. L.J.M. Langedijk is als universitair docent verbonden aan de Erasmus School of Law.

Dienstbodes in Saoedi-Arabië; intersectionaliteit en toegang tot het recht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden domestic workers, Saudi Arabia, patriarchy, access to justice
Auteurs Antoinette Vlieger

    Domestic workers in Saudi Arabia suffer from severely limited access to justice, which affects the conflicts they may have with their employers. As there is no bargaining in the shadow of the law, the more powerful party, employer, can usually enforce their preferred outcome. This article focuses on the question of why domestic workers’ access to justice is so limited; are the underlying causes comparable to the ones in other countries, or does it concern an issue specific to Saudi Arabia? Literature on domestic workers points at both gender and citizenship as factors that weaken the position of these female migrant workers in many societies. This article discusses to what extent these two factors limit access to justice in Saudi Arabia and concludes with some critical remarks concerning the concept of intersectionality.

Antoinette Vlieger
Antoinette Vlieger is docent-onderzoeker aan de juridische faculteit van de Universiteit van Amsterdam. De afgelopen vijf jaar deed zij onderzoek naar conflicten tussen dienstbodes en hun werkgevers in Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Op 21 december aanstaande zal zij haar proefschrift hierover verdedigen. Zij heeft lesgegeven in verschillende juridische en metajuridische vakken. Hierna hoopt zij nieuw onderzoek te doen, bijvoorbeeld naar de vraag wat de verschillende relaties zijn tussen olie, migratiestromen en de ontwikkeling van arbeidsrecht. Ook hoopt zij te kunnen bijdragen aan de verbetering van de positie van met name vrouwen en migranten in het Midden-Oosten.

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.

Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.

De ruime benadering van de Hoge Raad bij schadebegroting op winst: een stap te ver?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden schadebegroting, winst, causaliteit, huurrecht, Duits recht
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier

    In het arrest Doerga/Ymere heeft de Hoge Raad beslist dat het de rechter in geval van contractueel verboden onderverhuur in verband met de extra (bouw)kosten die dat voor een woningbouwvereniging oplevert, is toegestaan de geleden schade te begroten op de winst. In dit artikel gaat de auteur na in hoeverre er een daadwerkelijke rechtvaardiging is om de schade in die gevallen op de winst te begroten. Mede aan de hand van de Duitse doctrine en rechtspraak – waarin over een vergelijkbaar geval is beslist – komt de auteur tot de conclusie dat er veel voor is te zeggen om de schade slechts op de winst te begroten, indien het geschonden recht economische waarde vertegenwoordigt voor de rechthebbende. Dit resultaat kan binnen het Nederlandse recht worden bereikt via de causaliteitstoets van art. 6:98 BW.

Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.