Zoekresultaat: 36 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Modern beslissen in hoger beroep en cassatie

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden hoger beroep, cassatie, beslismodel, fuikwerking
Auteurs Mr. D. Bektesevic en Mr. M. Berndsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is in hoofdzaak gewijd aan de in het conceptwetsvoorstel Modernisering Strafvordering voorgestelde veranderingen in de beslisschema’s in hoger beroep en cassatie. Daartoe worden eerst kort en op hoofdlijnen de geschiedenis en de huidige situatie van beide beslisschema’s geschetst, waarna het conceptwetsvoorstel en de bijbehorende memorie van toelichting worden geanalyseerd. In het bijzonder wordt stilgestaan bij de invloed van de veranderingen in hoger beroep op de procedure en de (on)mogelijkheden om oordelen van het hof ter toetsing voor te leggen aan de Hoge Raad. De bijdrage besluit met enkele conclusies.


Mr. D. Bektesevic
Mr. D. (Dino) Bektesevic is advocaat bij De Roos & Pen te Amsterdam.

Mr. M. Berndsen
Mr. M. (Michael) Berndsen is advocaat bij Meijers Canatan Advocaten te Amsterdam.
Artikel

‘Keeping up appearances’? De verschijningsplicht van de verdachte bij de terechtzitting en de uitspraak

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden aanwezigheidsrecht, verschijningsplicht, onschuldpresumptie, slachtoffers
Auteurs Mr. dr. M. van Noorloos
SamenvattingAuteursinformatie

    De modernisering van het Wetboek van Strafvordering is aangegrepen om een principieel vraagstuk uit de regeling over de berechting te herzien: de verplichte aanwezigheid van de verdachte bij het onderzoek ter terechtzitting en bij de openbare uitspraak. In deze bijdrage wordt onderzocht wat de inhoud en achtergrond van deze voorstellen zijn en wordt een oordeel gegeven over deze verschijningsplichten in het licht van de verschillende rationales die een verschijningsplicht zou kunnen vervullen – rationales die op hun beurt voortvloeien uit de functies van het straf(proces)recht. Daarbij wordt ook ingegaan op de mogelijke neveneffecten en de risico’s voor fundamentele rechten (met name de onschuldpresumptie).


Mr. dr. M. van Noorloos
Mr. dr. M. (Marloes) van Noorloos is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan Tilburg University
Artikel

Naar een vervanging van de unus-testisregel van artikel 342 lid 2 Sv

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden unus testis, bewijsmotivering, bewijsbeslissing, bewijsminimum
Auteurs Mr. dr. Joost S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    The rule that a conviction cannot be based on the statement of just one witness, is codified in article 342 of the Dutch Criminal Procedural Code. The Supreme Court has recently demanded that such a statement finds sufficient support in other evidence and that sometimes the trial judge needs to specify why that statement is corroborated enough by other evidence. However, the Supreme Court has always given a very marginal meaning to this rule, by allowing convictions which basically are substantiated by only that one statement. The evidence supporting the story of the witness does not have to prove that the crime actually took place, nor that is indeed the defendant who has committed it. In this article, I propose the replacement of the rule with a well-founded motivated ruling of the trial judge on this subject.


Mr. dr. Joost S. Nan
Mr. dr. Joost S. Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat.
Artikel

Tussentijdse evaluatie deelgeschilprocedure

Verslag van de op 1 november 2013 door het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid in samenwerking met de Expertgroep Letselschade en Studiecentrum Rechtspleging (SSR) georganiseerde themadag

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2014
Trefwoorden deelgeschilprocedure, evaluatie, themadag
Auteurs Mr. E.C. Huijsmans en Mr. H.A.W. Vermeulen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doen de auteurs verslag van de op 1 november 2013 door het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid in samenwerking met de Expertgroep Letselschade en Studiecentrum Rechtspleging (SSR) georganiseerde themadag. Tijdens deze themadag is door deelgeschilrechters en juridische ondersteuning zowel in werkgroepen als plenair gesproken over hun ervaringen met de deelgeschilprocedure. Uit de discussies komt pregnant naar voren dat deelgeschilrechters duidelijk invulling geven aan de regiefunctie, maar wat ter zitting in dat verband is besproken, blijkt vaak niet uit de beschikkingen. Bij de evaluatie van de wet zal hier ook aandacht voor moeten zijn.


Mr. E.C. Huijsmans
Mr. E.C. Huijsmans is stafjurist bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en verbonden aan het Kenniscentrum.

Mr. H.A.W. Vermeulen
Mr. H.A.W. Vermeulen is senior raadsheer bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en coördinator van het Kenniscentrum civiel.
Artikel

Opzettelijke wanprestatie en contractuele remedies: een onderbelicht terrein

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Wanprestatie, Motief, Schuldeiser, Opzettelijk, remedies
Auteurs Mr. dr. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt via een rechtsvergelijkende analyse betoogd dat de teleurgestelde crediteur in het geval van opzettelijke wanprestatie toegang zou moeten hebben tot strengere sancties dan het contractenrecht normaal gesproken biedt. De teleurgestelde crediteur zou bijvoorbeeld eerder nakoming moeten kunnen vorderen, in ruimere mate tegemoet moeten worden gekomen in bewijs en begroting van de schade ter grootte van het positief contractsbelang, een hogere schadevergoeding moeten kunnen claimen, eerder toegang moeten hebben tot winstafdracht en eerder moeten kunnen ontbinden.


Mr. dr. M. van Kogelenberg
Mr. dr. M. van Kogelenberg is onderzoeker en docent burgerlijk recht aan Erasmus Universiteit te Rotterdam. De auteur dankt A.G. Castermans, M.W. Knigge en S.D. Lindenbergh voor hun commentaar op eerdere versies.
Artikel

Patientenrechtegesetz: geneeskundige behandeling in Duits Burgerlijk Wetboek

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Patientenrechtegesetz, Medisch aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Prof. mr. E.H. Hondius en prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Afgelopen winter trad in Duitsland het nieuwe patiëntenrecht in werking. Een nieuwe titel in het Burgerlijk Wetboek, als de WGBO bij ons. In dit artikel bespreken de auteurs de contouren van deze compacte wet. Is de ontwikkeling in Duitsland vergelijkbaar met die in Nederland? De meest opvallende afwijkingen zijn een regeling van ‘Aufklärungspflichten’ voor de geïnformeerde toestemming naast ‘Informationspflichten’. Scherp gesteld zijn verder de verplichtingen over dossiervoering. Een bepaling over de aansprakelijkheid rondt de bepalingen in de titel van de geneeskundige behandelingsovereenkomst af, waarbij de patiënt tegemoet wordt gekomen in de op hem rustende bewijslast voor aansprakelijkheid van de hulpverlener.


Prof. mr. E.H. Hondius
Ewoud Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactieraad van dit tijdschrift.

prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat te Zwolle, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Regels over de werking van de redelijkheid en billijkheid?

Een analyse van de rechtspraak van de Hoge Raad

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden redelijkheid en billijkheid, open norm, subregel, proportionele aansprakelijkheid, arbitragebeding
Auteurs Mr. P.T.J. Wolters
SamenvattingAuteursinformatie

    Soms is de redelijkheid en billijkheid afhankelijk van regels die een vast rechtsgevolg koppelen aan de aanwezigheid van een omstandigheid. Deze bijdrage is gericht op het creëren van duidelijkheid over de rol van deze ‘harde subregels’. Zij besteedt in het bijzonder aandacht aan de rechtspraak van de Hoge Raad.


Mr. P.T.J. Wolters
Mr. P.T.J. Wolters is onderzoeker bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Het proportionaliteitsbeginsel in het wetgevingsbeleid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden proportionaliteit, wetgevingsbeleid, rechtsbeginselen, afwegingskader, wetgevingskwaliteit
Auteurs Mr. M.Tj. Bouwes
SamenvattingAuteursinformatie

    Proportionaliteit van wetgeving omvat zowel de rechtvaardiging van overheidsinterventie als de keuze van het middel ter bereiking van het doel en de effectiviteit van de maatregel. De bijdrage plaatst de proportionaliteitsvraag in de sleutel van de rechtsstaat en de bescherming van burgerlijke vrijheden. Beperken van vrijheidsrechten en ingrijpen in wezenlijke elementen van de maatschappelijke ordening mogen niet verder gaan dan noodzakelijk ter bereiking van een legitiem doel. Het proportionaliteitsbeginsel als toetssteen voor wetgeving is evenwel problematisch omdat maatschappelijke en politieke oordelen over de wenselijkheid van wetgevend optreden evenzeer meespelen en legitiem zijn. In deze bijdrage wordt uiteengezet dat desondanks proportionaliteit en daarmee ook politieke afwegingen over noodzaak en inhoud van een wettelijke maatregel door de rechter kunnen worden getoetst.


Mr. M.Tj. Bouwes
Mr. M.Tj. Bouwes is hoofd van de sector wetgevingskwaliteitsbeleid van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie. m.tj.bouwes@minvenj.nl
Artikel

‘Elk voordeel heeft zijn nadeel’, of toch niet?

Het berekenen van de goodwillvergoeding bij beëindiging van een agentuurovereenkomst

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden handelsagent, agentuurovereenkomst, klantenvergoeding, provisie, goodwillvergoeding
Auteurs Mr. D.E. Alink
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest T-Mobile/Klomp heeft de Hoge Raad uiteengezet hoe de klantenvergoeding ex art. 7:442 BW wordt bepaald. De door de handelsagent verloren provisie speelt daarbij een belangrijke rol. Toch mag niet worden geconcludeerd dat het nadeel van de handelsagent leidend is; bepalend is het voordeel van de principaal.


Mr. D.E. Alink
Mr. D.E. Alink is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Den Haag.
Artikel

Levenslange gevangenisstraf: uitlevering en overlevering aan Nederland

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2013
Trefwoorden life imprisonment the Netherlands, extradition, surrender, human rights, European Court of Human Rights
Auteurs V.H. Glerum
SamenvattingAuteursinformatie

    In principle a Dutch life sentence is served in full. ‘Lifers’ can benefit from executive clemency. However, over the last 26 years clemency has been applied so sparingly as to call into question whether clemency for ‘lifers’ is a real possibility at all. Recently the European Court of Human Rights has refined its case-law on the compatibility of life sentences with Art. 3 ECHR, in the national context as well as in the context of extradition. This contribution discusses whether under Article 3 ECHR the Dutch practice of executing life sentences in full acts as a bar to extradition or surrender of a person who faces the imposition and/or execution of a life sentence in the Netherlands.


V.H. Glerum
Mr. dr. Vincent Glerum is senior juridisch medewerker van de Internationale Rechtshulpkamer van de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

Perspectief voor levenslanggestraften?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2013
Trefwoorden life imprisonment the Netherlands, High Court jurisprudence, parole procedures, reducing life sentences, judicial verdict
Auteurs T. de Bont en S. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the ‘de iure’ and ‘de facto’ possibilities in Dutch penal law to reduce a life sentence. The question is whether the current legal framework offers sufficient perspective to life prisoners as required by the European Court of Human Rights. It also addresses the disadvantages of the current procedures. The authors argue that it is desirable that a legal possibility for release on probation of life prisoners is introduced in the Netherlands. They will set out a bill written by the NGO ‘Forum Levenslang’ that would make this possible.


T. de Bont
Mr. Tim de Bont is als advocaat werkzaam bij Cleerdin & Hamer Advocaten.

S. Meijer
Mr. dr. Sonja Meijer is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Lichtend voorbeeld of dwaallicht?

Het Nederlandse model van de verhouding tussen overheid en religie in theorie en praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Kerk en staat, beleidsmodel, pragmatisme, Nederland
Auteurs Lars Nickolson
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, a national model for church-state relations is often put forward as the guiding light for authorities struggling with governance dilemmas related to religion. This model supposedly represents ‘The Dutch Way’ of dealing with religion and is, among other things, linked to multiculturalism, a pragmatic outlook, and typically Dutch historical processes like pillarization. This paper examines whether this model holds up in practice. It argues that the Dutch model does not suffice as an accurate description of current policy practices at the local level and that, given various underlying processes that influence this practice, this model also does not provide a credible normative guideline for the future. Dutch society has undergone significant changes, and the Dutch model should be rethought accordingly.


Lars Nickolson
L. Nickolson MA is beleidsmedewerker van FORUM - Instituut voor Multiculturele Vraagstukken in Utrecht. L.nickolson@forum.nl.
Artikel

Verklaring Omtrent het Gedrag

Tour d’horizon door de jurisprudentie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2012
Trefwoorden declaration of good conduct, judicial procedure, jurisprudence, screening
Auteurs Mr. Jop Spijkerman
SamenvattingAuteursinformatie

    As a result of the workshop ‘Decision making VOG’, this article provides an overview of the relevant case-law regarding the issuing of a certificate of good conduct. This article especially focuses on the way an application of a certificate is being judged by the authorities (the COVOG) and later on the judge(s) using the objective and subjective criteria summed up in the ‘policy guideline VOG’. If possible, the article provides tips and tricks for applicants (and lawyers) regarding the application of a certificate of good conduct and the judicial procedure after the issuance is refused.


Mr. Jop Spijkerman
Mr. Jop Spijkerman is advocaat te Den Haag.
Artikel

Open normen in het Europees consumentenrecht. De oneerlijkheidsnorm in vergelijkend perspectief

Proefschrift van mr. C.M.D.S. Pavillon

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden open normen, Europees consumentenrecht, oneerlijkheidsnorm, vergelijkend perspectief
Auteurs Mr. G.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het proefschrift van mr. C.M.D.S. Pavillon.


Mr. G.J. Rijken
Mr. G.J. Rijken is senior raadsheer aan het Gerechtshof Arnhem.
Artikel

De subsidiariteitstoets: analyse, ervaringen en aanbevelingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden subsidiariteit, Europa, parlementen, ontvankelijkheid
Auteurs Dr. mr. Ph. Kiiver
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat een juridische en empirische analyse van enkele aspecten van de subsidiariteitscontrole van Europese wetsvoorstellen zoals zij door nationale parlementen wordt uitgevoerd. De bijdrage concentreert zich op de ontvankelijkheidscriteria die voor opinies van nationale parlementen gelden en de wetgevingsbeginselen die in deze opinies behandeld kunnen worden, en stelt manieren voor om de strekking van de toets ten gunste van de parlementen lichtelijk uit te breiden zonder daarmee de tekst van de Europese verdragen te schenden.


Dr. mr. Ph. Kiiver
Dr. mr. Ph. Kiiver is universitair hoofddocent Europees en vergelijkend constitutioneel recht aan de Universiteit Maastricht/Montesquieu Instituut Maastricht. philipp.kiiver@maastrichtuniversity.nl
Artikel

‘De Tweede Kamermethode’: versterkte parlementaire invloed op Europese besluitvorming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Tweede Kamer, EU-besluitvorming, subsidiariteit, behandelvoorbehoud, BNC-fiche, gele kaart, nationale parlementen
Auteurs Drs. J. Kester en Dr. M. van Keulen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen jaren heeft de Kamer haar betrokkenheid bij Europese ontwikkelingen en wetgevende voorstellen aanzienlijk versterkt. Vanuit hun ervaring in de EU-staf beschrijven de auteurs hoe de Tweede Kamer Europese besluitvormingsprocessen beïnvloedt. In de decentrale aanpak blijft de betrokkenheid niet beperkt tot de woordvoerders Europa. Instrumenten als de subsidiariteitstoets en het recent ingevoerde behandelvoorbehoud worden uiteengezet. Dit wordt toegelicht met praktijkcases van een ‘vakcommissie’ die veel meer is gaan doen aan de Europese Unie: Sociale zaken. De Kamerinbreng wordt minder juridisch-technisch en meer politiek. Soms wat korter door de bocht, maar een duidelijke bijdrage aan de politisering van het EU-beleid.


Drs. J. Kester
Drs. J. Kester was van 2008 t/m 2010 EU-adviseur van de Tweede Kamer en griffier van de Tijdelijke commissie subsidiariteitstoets. Hij was eerder werkzaam bij de Europese Commissie en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. jkester@minszw.nl

Dr. M. van Keulen
Dr. M. van Keulen is griffier van de vaste commissie voor Europese zaken en coördinator van de EU-staf van de Tweede Kamer; hiervoor was zij verbonden aan onder meer het Instituut Clingendael en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. m.vkeulen@tweedekamer.nl
Artikel

Access_open Bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken naar Nederlands, Duits en Amerikaans recht

Is het mogelijk en wenselijk een Europees openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken te creëren?

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden pandrecht, fiduciaire eigendomsoverdracht, zekerheidsrechten, Europees vermogensrecht, goederenrecht, publiciteit
Auteurs Mr. M.A. Heilbron
SamenvattingAuteursinformatie

    Is het mogelijk en wenselijk een Europees openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken te creëren? Dat is de vraag die in dit artikel aan de orde komt. Zij past binnen een bestaand debat over de toekomst van het zekerhedenrecht in het Europees privaatrecht. Om tot een antwoord op deze vraag te komen worden de rechtsstelsels van drie landen op het gebied van stille zekerheidsrechten vergeleken: dat van Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten. Deze landen kennen momenteel onderling zeer verschillende systemen voor zekerheidsrechten op roerende zaken. Er wordt nagegaan of er in de Europese Unie behoefte bestaat aan harmonisatie van (delen van) het zekerhedenrecht en zo ja, of deze zou kunnen plaatsvinden door middel van de invoering van een openbare registratie voor zekerheidsrechten. Openbare registratie heeft publieke kenbaarmaking van zekerheidsrechten tot gevolg. Er zal worden onderzocht of het goederenrechtelijke publiciteitsbeginsel voldoende rechtvaardiging biedt voor het in het leven roepen van een openbaar register voor zekerheidsrechten.
    Naar de mening van de auteur is een openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten de meest wenselijke keuze voor het zekerhedenrecht in de EU. Dat komt met name doordat registratie bestaande bezwaren omtrent stille zekerheidsrechten weg zal nemen en een dergelijk recht overal in de EU erkend zal worden. Dat brengt naar haar mening de meeste rechtszekerheid voor het zekerhedenrecht.


Mr. M.A. Heilbron
Mr. M.A. Heilbron is afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam in het privaatrecht.
Artikel

Verandering van cassatierechtspraak

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2011
Trefwoorden cassatie, selectiestelsel in cassatie, rechtsbescherming, rechtsontwikkeling, Rechtseenheid
Auteurs Prof. mr. H.J. Snijders
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 december 2010 werd het Wetsvoorstel ‘versterking cassatierechtspraak’ ingediend, dat voorziet in een kwalitatief bewaakte selectie van cassatie-advocaten over de volle breedte van het land resp. in verkorte afdoening van klaarblijkelijk kansloze cassatiezaken door niet-ontvankelijkverklaring in een vroeg stadium van de cassatieprocedure. In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre dat laatste inderdaad tot ‘versterking’ van de cassatierechtspraak kan leiden.
    De analyse is gericht op de civiele cassatie en uitsluitend op het voorgenomen selectiestelsel. Hoe wordt de selectie vormgegeven? Wat zijn de selectiecriteria? Wat is de procedure? Hoe wordt de uitspraak ingekleed? Welke effecten zal het systeem (kunnen) hebben?
    Al met al moet de beoogde regeling, na een enkel amendement en mits goed waaronder transparant uitgevoerd, de cassatierechtspraak inderdaad kunnen versterken in die zin dat de Hoge Raad zich op zijn kerntaken – bevordering van rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming – kan en zal concentreren.


Prof. mr. H.J. Snijders
Prof. mr. H.J. Snijders is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht te Leiden.
Artikel

Grondwet, democratische rechtsstaat en internationale rechtsorde

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Staatscommissie, Grondwet, buitenlandse betrekkingen, internationale rechtsorde, democratische rechtsstaat
Auteurs Mr. drs. J.W.A. Fleuren
SamenvattingAuteursinformatie

    De in 1953 in de Grondwet (Gw) opgenomen bepalingen over het staatsrecht der buitenlandse betrekkingen zijn verrassend adequaat gebleken. Dat laat onverlet dat meer dan een halve eeuw na hun totstandkoming een onderhoudsbeurt geen kwaad kan. Anders dan een deel van de Staatscommissie Grondwet meent, zijn extra grondwetsbepalingen die het Nederlands constitutioneel recht beschermen tegen opdringerig internationaal en Europees recht echter niet nodig en niet verstandig.


Mr. drs. J.W.A. Fleuren
Mr. drs. J.W.A. Fleuren is universitair hoofddocent Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. J.Fleuren@jur.ru.nl
Artikel

Efficiëntie in het kwadraat

Over de lotgevallen van de kleine strafzaak na invoering van de strafbeschikking en het verlofstelsel

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2010
Trefwoorden strafbeschikking, verlofstelsel, decriminalisering, efficiëntie in het strafproces
Auteurs Mr. dr. Jan Crijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently, the punishment order by the prosecutor (article 257a Code of Criminal Procedure) and the leave to appeal system (article 410a Code of Criminal Procedure) have been adopted in Dutch criminal procedural law. Both legal measures have major consequences for the way in which minor criminal offences are dealt with. Viewing both these efficiency-promoting measures from their mutual interconnection, the question rises whether, in the settlement of these minor offences, a full process that actually does justice to all interests involved, may still be spoken of. It is suggested in this contribution that this question requires a more subtanstial revision and reassessment of the enforcement system with regards to minor offences, whereby decriminalisation may also play a pertinent role.


Mr. dr. Jan Crijns
Jan Crijns is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en tevens rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Haarlem.
Toont 1 - 20 van 36 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.