Zoekresultaat: 73 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Naar een vervanging van de unus-testisregel van artikel 342 lid 2 Sv

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden unus testis, bewijsmotivering, bewijsbeslissing, bewijsminimum
Auteurs Mr. dr. Joost S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    The rule that a conviction cannot be based on the statement of just one witness, is codified in article 342 of the Dutch Criminal Procedural Code. The Supreme Court has recently demanded that such a statement finds sufficient support in other evidence and that sometimes the trial judge needs to specify why that statement is corroborated enough by other evidence. However, the Supreme Court has always given a very marginal meaning to this rule, by allowing convictions which basically are substantiated by only that one statement. The evidence supporting the story of the witness does not have to prove that the crime actually took place, nor that is indeed the defendant who has committed it. In this article, I propose the replacement of the rule with a well-founded motivated ruling of the trial judge on this subject.


Mr. dr. Joost S. Nan
Mr. dr. Joost S. Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat.
Artikel

Burgers in bezwaar en beroep

Over de toegankelijkheid van het bestuursrecht

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2014
Trefwoorden administrative law, appeal procedures, discretionary power, informality, conflict solving
Auteurs A.T. Marseille
SamenvattingAuteursinformatie

    This article contains an analysis of changes in the access to justice in administrative law disputes in the Netherlands. In analysing these changes, it is necessary to look not only at court procedures, but also at the objection procedure that precedes them. A large majority of administrative law disputes are resolved in such an informal objection procedure. The analysis shows that, more than the legislator and the administrative courts, administrative authorities are responsible for changes concerning (the interpretation and execution of the rules on) access to justice. They increasingly use their discretionary powers in the objection procedure to try to solve conflicts about their decisions by interpreting and using the rules of access in a flexible way.


A.T. Marseille
Prof. mr. dr. Bert Marseille is als bijzonder hoogleraar empirische bestudering van het bestuursrecht verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Tilburg. Daarnaast is hij werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Zorgplichten aan het werk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden zorgplicht, doelregelgeving, normadressaat, handhaving, toezicht, communicatieve wetgeving
Auteurs Mr. W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met welke middelen en voorwaarden moet de wetgever de behoorlijke naleving en de handhaving van zorgplichtbepalingen borgen? Zorgplichten bevatten namelijk een open norm en de handhaving ervan is niet eenvoudig. Zorgplichten gedijen bij de professionaliteit en de deskundigheid van de normadressaat. Daarom is vrijwillige naleving van de zorgplicht essentieel; afgedwongen naleving door de handhaver leidt tot minder doelbereik van de zorgplicht. Van belang daarvoor is dat de zorgplicht als een communicatieve norm wordt vormgegeven, functionerend binnen een interpretatiegemeenschap. De handhaver moet bereid zijn tot discours met de normadressaat en moet zo min mogelijk aanvullende regels stellen. Casusonderzoek toont dit aan.


Mr. W. Timmer
Mr. W. Timmer is als wetgevingsjurist werkzaam bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel

Bank, zorgplicht en derden: enkele lessen voor de bancaire praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden bank, zorgplicht, derden, beleggersbescherming, onderzoeksplicht
Auteurs Mr. A.J.C.M. Meijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bank heeft een zorgplicht jegens derden wanneer zij zich realiseert dat mogelijk door een cliënt zonder een vereiste Wft-vergunning wordt gehandeld, waardoor derden schade kunnen ondervinden. De bank moet dan onderzoek doen naar de cliënt. Nadat de bank onderzoek heeft gedaan en ervan overtuigd is dat er niet overeenkomstig de vergunningsplicht wordt gehandeld, moet de bank aan dat gevaar voor beleggers adequaat een einde maken. In de jurisprudentie zijn verschillende mogelijkheden aan de orde geweest, maar zij zijn niet allemaal even adequaat.


Mr. A.J.C.M. Meijs
Mr. A.J.C.M. Meijs is in april 2013 afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen op de bancaire zorgplicht jegens derden.
Artikel

Het melden van ongewone voorvallen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden ongewoon voorval, art. 17.1 Wm, omgevingsvergunning, stilleggen
Auteurs mr. M.M.C. Maas-Cooymans en Mr. B. Ebben
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de meldplicht voor ongewone voorvallen in een inrichting. De algemene verplichting op grond van artikel 17.1 Wm wordt vergeleken met de aanvullende verplichtingen in de omgevingsvergunning. Daarvoor wordt de reikwijdte van de wettelijke bepaling besproken en de aanvullende rol die vergunningsvoorschriften nog kunnen spelen. Tot slot wordt aandacht besteed aan de wijziging van artikel 17.1 Wm die voorschrijft dat in bepaalde gevallen het productieproces in een inrichting moet worden stilgelegd.


mr. M.M.C. Maas-Cooymans
M.G.J. Maas-Cooymans is advocaat partner bij Ploum Lodder Princen.

Mr. B. Ebben
B. Ebben is juridisch medewerker bij Ploum Lodder Princen.
Artikel

Kiezen voor stadsrepublieken? Over administratieve afhandeling van overlast in de steden

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden social disorder, incivility, governance, communal sanctions, Mayor
Auteurs Elke Devroe
SamenvattingAuteursinformatie

    The theme of governing anti-social behaviour and incivilities in the public space became more important on the policy and research agenda over the last twenty years. This article describes the law on incivilities in Belgium, namely the ‘administrative communal sanctions’ (GAS). This law is studied in a broader context of contemporary crime control and its organizing patterns. The development of the politics of behaviour can be explained by different characteristics of the period referred to as the late modernity. In the dissertation ‘A culture of control?’ (Devroe 2012) we studied the application and the concrete strategies behind the governance of incivilities on a national and on a city level. The incivility law broadened the competences of the Mayor and the city council especially in the completion of anti social behaviour and public disorder problems in his/her municipality. Instead of being dealt with on a traditional judicial way by the police magistrate, the Mayor can, by this law; himself lay on fines until maximum 250 euro. We mention ‘city republics’ as this punitive sanction became a locally assigned matter, which means that one municipality differs from another in their ‘incivility policy’. Due to the split up of competences of the Belgian state arrangements of 1988, each municipality finds itself framed in different political and organisational executive realities. In this view, Mayors can be called ‘presidents’ of their own municipality, keeping and controlling the process of tackling incivilities as their main responsibility and determining what behaviour had to be controlled and punished and what behaviour can be considered as normal decent behaviour in the public space. Problems of creating a ‘culture of control’, creating inequality for the poor, the beggars and the socially ‘unwanted’ can arise, especially in big cities.


Elke Devroe
Dr. Elke Devroe is Universitair Hoofddocent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, Universiteit Leiden. E-mail: e.devroe@law.leidenuniv.nl
Artikel

Verbindende regels

Kansen voor meer samenhang binnen het omgevingsrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Omgevingswet, omgevingsrecht, integratie, stroomlijning, deregulering
Auteurs Mr. H.W. de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over de mogelijkheden die de nieuwe Omgevingswet biedt om uiteenlopende regels binnen het bestaande omgevingsrecht met elkaar te verbinden. Het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht is een belangrijk doel van de wetgevingsoperatie. In dit artikel staat het ontwerpproces centraal. Wat is het vertrekpunt van de nieuwe regelgeving, welke regels kunnen gestroomlijnd worden, hoe ontstaat er meer samenhang in het begrippenkader, de juridische instrumenten en de wijze van normstelling? Daarmee wordt tevens inzicht geboden in de vele keuzes die zullen moeten worden gemaakt binnen het ontwerpproces van de nieuwe regelgeving.


Mr. H.W. de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de hoofddirectie bestuurlijke en juridische zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingswet. wilco.de.vos@minienm.nl
Artikel

Contractsvrijheid in noodgevallen

HR 12 oktober 2012, LJN BW7505 (Gemeente Moerdijk/Wilchem B.V.)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2012
Trefwoorden overheid, onrechtmatige daad, contractsvrijheid, bestuursdwang, kostenverhaal
Auteurs Mr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Het te bespreken arrest, naar aanleiding van de opruimingswerkzaamheden als gevolg van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk, geeft aanleiding tot enkele opmerkingen over de betekenis van contractsvrijheid in noodgevallen en de vraag of de overheid zou moeten opkomen voor daarbij genomen risico’s.


Mr. R.D. Lubach
Mr. R.D. Lubach is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

De Omgevingswet als stelsel voor het omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden omgevingsrecht, Omgevingswet, omgevingsverordening, projectbesluit, bestemmingsplan
Auteurs Mr. O. Kwast
SamenvattingAuteursinformatie

    Het kabinet gaat het omgevingsrecht regelen in één wet: de Omgevingswet. De hoofdlijnen van het voorgenomen stelsel worden besproken tegen de achtergrond van het denken over de samenhang van het omgevingsrecht, het constitutionele en Europese recht, de bestuurlijke organisatie en de geschiedenis van het omgevingsrecht. Aan de orde komen in het bijzonder de reikwijdte, de doelstellingen, de normen, de positie van de gemeente, de besluitfiguren (het projectbesluit en de omgevingsvergunning) en ook de omgevingsverordening als opvolger van het bestemmingsplan. Behalve enkele onbeantwoorde vragen tekent zich ook een samenhangend stelsel van omgevingsrecht af.


Mr. O. Kwast
Mr. O. (Olaf) Kwast werkt als advocaat bestuursrecht en omgevingsrecht bij de vakgroep Overheid & Onderneming van AKD in Rotterdam.
Artikel

De IGZ: van stille kracht naar publieke waakhond

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden fusietoets, governance, IGZ, tuchtrecht, verscherpt toezicht
Auteurs Prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de IGZ is sprake van een verschuiving in aandacht voor risicovolle situaties naar aandacht voor kwaliteit van zorg in meer algemene zin. Het opsporen van echte risico’s in de gezondheidszorg behoort echter meer tot de taak van de IGZ dan het toezicht op de governance van zorginstellingen in algemene zin of het uitvoeren van een specifieke fusietoets. De oprichting van het Nationaal Kwaliteitsinstituut vormt een extra aanleiding voor een kritische toets van taakuitoefening en gebruik van bevoegdheden door de IGZ, waaronder de praktijk van het verscherpt toezicht en het indienen van klachten bij het tuchtcollege.


Prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar Gezondheidsrecht aan de faculteit der rechtsgeleerdheid en het UMCG, Rijksuniversiteit Groningen en advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V.
Artikel

Eén jaar Wabo-jurisprudentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Wabo, Jurisprudentie, één jaar, Knelpunten
Auteurs Mr. J.R. van Angeren en Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is op dit moment iets meer dan een jaar in werking. Voor de auteurs vormde dat een reden om terug te blikken op één jaar ‘Wabo’-ervaring. Wat zijn tot nu toe de ervaringen met de Wabo; in het bijzonder wat zijn tot nu toe opvallende of van belang zijnde uitspraken over de Wabo? De conclusie is dat een jaar nadat de Wabo in werking is getreden er veel voorlopige voorzieningen zijn gewezen waarin de Wabo aan de orde is. Veel van die zaken gaan over het overgangsrecht en handhaving. Er zijn weinig uitspraken gewezen over omgevingsvergunningen die zien op verschillende van de in artikel 2.1 en 2.2 Wabo genoemde activiteiten, terwijl de doelstelling van de Wabo nu juist was dergelijke vergunningen mogelijk te maken. Er zijn over diverse onderwerpen uitspraken gewezen waarin bepaalde aspecten – bijvoorbeeld aspecten die voor de inwerkingtreding van de Wabo onduidelijk waren – nader worden uitgelegd. Ook zijn bepaalde in de literatuur genoemde knelpunten van de Wabo in jurisprudentie (al dan niet geheel) opgelost, zoals het belanghebbendebegrip en de vraag wat onder onlosmakelijke samenhang moet worden verstaan. Niet alle in de literatuur gesignaleerde knelpunten over de Wabo zijn in jurisprudentie opgelost, zoals de vraag hoe het begrip project moet worden uitgelegd. De auteurs wachten met spanning af op de contouren van de nieuwe Omgevingswet.


Mr. J.R. van Angeren
Mr. J.R. van Angeren is advocaat en partner bij Stibbe.

Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
Mevr. mr. V.M.Y. van ’t Lam is advocaat bij Stibbe en lid van de redactie van TO.
Artikel

Naar een Nederlandse Omgevingsautoriteit

Een pleidooi voor onafhankelijk milieutoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden toezicht, milieutoezicht, milieuhandhaving, Europees milieurecht, eerlijke concurrentieverhoudingen
Auteurs Prof. mr. G.A. Biezeveld en Mr. M.C. Stoové
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt onderzocht in hoeverre verband bestaat tussen de mate van effectiviteit van milieutoezicht en de mate van onafhankelijkheid van dit toezicht. Aanleiding zijn onder meer diverse milieu-incidenten (Thermphos, Probo Koala) en het niet op orde zijn van het milieutoezicht. Voor bestuurders is milieutoezicht een haast onmogelijke opgave. De organisatie van het milieutoezicht wordt getoetst aan de Nederlandse en Europese eisen aan toezicht. Geconcludeerd wordt dat gebrek aan onafhankelijkheid van milieutoezicht een belangrijke oorzaak van de bestaande problemen is. De auteurs doen aanbevelingen voor het oprichten van een Nederlandse Omgevingsautoriteit.


Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G.A. Biezeveld is bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en coördinerend milieu-officier van justitie bij het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Tevens is hij redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

Mr. M.C. Stoové
Mr. M.C. Stoové is senior beleidsmedewerker bij het Functioneel Parket. Eerder heeft zij gewerkt als bestuursrechtadvocaat, met als specialisatie milieurecht en ruimtelijke-ordeningsrecht.
Artikel

Systeem in het financiële toezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden bankentoezicht, systeemtoezicht, risicogebaseerd toezicht, systeemrisico, stelselbreed toezicht, zelfregulering
Auteurs Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt en Mr. drs. M.W. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de lessen die algemeen getrokken wordt uit de huidige financiële crisis is dat wereldwijd te weinig aandacht besteed is aan risico-opbouw in het financiële stelsel als geheel. In dit artikel wordt verkend op welke wijze de Nederlandse wetgever en toezichthouders geconstateerde lacunes in regelgeving en praktijk aanvullen. Gekeken wordt met name hoe De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toezicht houden op de bedrijfsvoering van financiële instellingen (systeemtoezicht), welke accenten daarin zijn aangebracht als gevolg van de crisis, en hoe dit toezicht kan bijdragen aan het bewaken van het financiële stelsel als geheel (stelselbreed toezicht). De conclusie luidt dat voor herstel van vertrouwen in de financiële sector – fundament van systeemtoezicht – een eenvoudiger structuur van financiële instellingen, markten en producten noodzakelijk is.


Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt
Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. a.j.c.demoor-vanvugt@uva.nl

Mr. drs. M.W. Wessel
Mr. drs. M.W. Wessel is promovenda staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. m.w.wessel@uva.nl
Artikel

Rechtsbescherming tegen een ondeugdelijke ontslagvergunning bezien in het licht van artikel 6 EVRM

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2011
Trefwoorden ontslagrecht, arbeidsprocesrecht, artikel 6 BBA, artikel 6 EVRM, misbruik van bevoegdheid
Auteurs Mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt aangenomen dat de werknemer die meent dat de voor de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst afgegeven ontslagvergunning ondeugdelijk is, twee vorderingen ten dienste staan: een vordering uit onrechtmatige daad jegens het UWV en een kennelijk onredelijk ontslagprocedure tegen de werkgever. Er zijn echter voor de werknemer ook andere gerechtelijke procedures denkbaar. Allereerst kan met een beroep op het Holtrop/Smith-arrest van de Hoge Raad uit 2001 worden betoogd dat het mogelijk is om de ondeugdelijkheid van de aan de werkgever verleende ontslagvergunning aan te vechten door de nietigheid daarvan in te roepen. Ten tweede lijkt het op grond van het Van Hooff Elektra-arrest onder omstandigheden mogelijk een beroep te doen op de nietigheid van de opzegging wegens misbruik van bevoegdheid wanneer de werkgever gebruikmaakt van een ondeugdelijke ontslagvergunning. Deze twee ‘nieuwe’ procedures zijn in het kader van artikel 6 EVRM zeer gewenst. Zij voldoen, in tegenstelling tot de onrechtmatige daadsactie jegens het UWV en de kennelijk onredelijk ontslagprocedure, zowel qua toetsingsbevoegdheid als gewenste uitkomst aan de vereisten van artikel 6 EVRM, zodat deze procedures in staat zijn het gebrek dat op dit punt kleeft aan artikel 6 BBA te helen.


Mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De problematiek van sfeervervaging bij de bestuurlijk-strafrechtelijke aanpak van mensenhandel in de legale prostitutiesector

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden human trafficking, prostitution control, adminstrative measures, prevention, criminal justice
Auteurs Nina Holvast en Patrick van der Meij
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the legalization of the prostitution sector, not only has the combating of human trafficking through criminal law been substantially fortified, but also the administrative approach to human trafficking in that sector. This integral approach of human trafficking, in which administrative and criminal law measures complement each other, is necessary to combat this harrowing type of crime. The criminal law-administrative approach offers good footholds for a more forceful reaction to human trafficking. Besides the preventive effect administrative measures can have as a complement to criminal law, administrative supervision can also be useful to obtain criminal law information. However, that brings several new dilemmas with it that are connected to the phenomenon of the blurring of spheres. Under certain circumstances, the blurring of spheres between a criminal law and an administrative approach can lead to an improper use of competencies. We conclude that in the manner in which the prostitution sector is currently supervised, the legal protection of the citizen against actions of the supervisor is inadequately guaranteed. That does not mean that information that is obtained through administrative supervision may no longer be used in criminal cases. It is to be recommended however that several changes be made to current practice, which may prevent the improper use of supervisory competencies in prostitution controls.


Nina Holvast
Mr. drs. N.L. (Nina) Holvast is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: holvast@frg.eur.nl.

Patrick van der Meij
Mr. dr. P.P.J. (Patrick) van der Meij is strafrechtadvocaat bij Cleerdin & Hamer Advocaten in Amsterdam en tevens research fellow bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. E-mail: p.p.j.vandermeij@law.leidenuniv.nl.
Artikel

Het belanghebbendebegrip en de onderdelenfuik in de Wabo

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden onderdelenfuik, belanghebbendebegrip, Wabo, Awb, 6:13, besluitonderdeel
Auteurs Mr. V.M.Y Van ’t Lam
SamenvattingAuteursinformatie

    De Afdeling heeft recent haar koers gewijzigd ten aanzien van de uitleg van de onderdelenfuik en het belanghebbendebegrip in het kader van de Wabo. In het kader van de Wabo wordt elk van de in artikel 2.1 en 2.2 bedoelde toestemmingen die in een omgevingsvergunning zijn opgenomen als besluitonderdeel aangemerkt. De beslissingen over de aanvaardbaarheid van de verschillende milieugevolgen die in een omgevingsvergunning zijn vervat, merkt de Afdeling niet (meer) aan als besluitonderdeel. Voorts heeft de Afdeling recent bepaald dat in het kader van het belanghebbendebegrip per activiteit moet worden bepaald of degene die een rechtsmiddel heeft aangewend belanghebbende is. In dit artikel wordt deze koerswijziging besproken. Voorts wordt jurisprudentie besproken die ook na deze koerswijziging van belang blijft.


Mr. V.M.Y Van ’t Lam
Mr. V.M.Y. (Valérie) van ’t Lam is advocaat bij Stibbe in Amsterdam en redacteur van TO.
Artikel

Van besluit tot beslechting: ervaringen van burgers met de bezwaarprocedure

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden objection procedure, procedural justice, citizens’ experiences, qualitative study
Auteurs Mirjan Oude Vrielink en Boudewijn de Waard
SamenvattingAuteursinformatie

    The GALA lays down general rules that in principle apply to the entire field of administrative law. If a decision by an administrative body can be appealed to a court, the general rule is that an objection procedure must be followed before the matter can be taken to court. Recently, research has been conducted to survey citizens’ experiences before and during objection procedures, as well as factors influencing these experiences. The research was divided into a quantitative research and a subsequent qualitative study to gain insight into the underlying mechanisms. The article reports about the major findings of the qualitative study.
    On the whole, the interviewees appreciated their treatment at the hearing. They indicated that they were able to expound their position (voice), that their arguments were taken seriously (trustworthiness), and that they were treated with respect (interpersonal respect). On these elements, the qualitative study paints a slightly rosier picture than the quantitative study.
    The most critical comments on the hearing we recorded concerned the attitude of those representing the administrative authority in cases that were considered by an independent committee. That attitude was often judged to be rigid and the respondents were annoyed by the appearance at the hearing of (‘yet’) another official than the one(s) they had previously been in contact with.
    Many administrative bodies have chosen to use an informal approach which implies the use of mediation skills, after an objection has been lodged. When informal resolution was attempted, the response of the interviewees concerned was by no means invariably positive, and in some cases even distinctly negative.
    The interviews showed that the objectors would have preferred to have had more information about the actual objection procedure in detail and in advance. A number of interviewees indicated that they felt very uncomfortable when certain procedural aspects were sprung on them, such as the presence of the opposing party (which they had not expected) and a medical examination being carried out. Ambiance matters. It was found that the perceived level of treatment could be influenced by subtle expressions of social etiquette. The research shows that objectors set great store by a proper reception and value the physical layout of the hearing venue.


Mirjan Oude Vrielink
Mirjan Oude Vrielink is bestuurskundige en promoveerde op een rechtssociologisch proefschrift. Zij werkt als senior onderzoeker aan de Universiteit Twente. In deze functie is zij momenteel betrokken bij twee projecten: ‘Burgers maken hun buurt’ en ‘Evaluatie Wijkcoaches Velve-Lindenhof’. Belangrijke thema’s in haar wetenschappelijke onderzoek zijn burgerparticipatie, zelfregulering en coregulering, horizontale verantwoording, goed bestuur en de rol van professionals. Met B.R. Dorbeck-Jung e.a. publiceerde zij recent het artikel ‘Contested hybridization of regulation: Failures of the Dutch regulatory system to protect minors from harmful media’ (Regulation and Governance 2010-4(2), p. 113-260).

Boudewijn de Waard
Boudewijn de Waard is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg. Daarvóór was hij verbonden aan de juridische faculteit van de Universiteit van Utrecht (1980-1991), laatstelijk als universitair hoofddocent. Van 1977 tot 1980 was Boudewijn de Waard advocaat te Utrecht.
Artikel

Lsp in het omgevingsrecht en de Awb

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Afdeling 4.1.3.3 Awb, lex silencio positivo, positieve fictieve beschikking, omgevingsvergunning van rechtswege
Auteurs Mr. dr. K.J. de Graaf en H.A. Komduur
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de implementatie van de Europese Dienstenrichtlijn op 28 december 2009 kent de Awb een regeling waardoor een toestemming van rechtswege wordt geacht te zijn verleend in het geval niet tijdig wordt beslist op een aanvraag. Deze regeling doet zich ook gevoelen in het omgevingsrecht. Zo geldt de zogenaamde lex silencio positivo per 1 oktober 2010 voor elke aanvraag voor een omgevingsvergunning waarop de reguliere procedure van toepassing is. De regeling is mede het gevolg van de wens van de overheid om de burger binnen de wettelijke beslistermijn rechtszekerheid te bieden over zijn aanvraag. Het systeem van fictieve positieve besluiten zou daarom op zoveel mogelijk toestemmingsstelsel van toepassing moeten zijn. In deze bijdrage staat allereerst centraal voor welke toestemmingsstelsels het systeem van de lex silencio positivo geldt. Vervolgens worden de juridische haken en ogen van de regeling besproken en wordt ingegaan op de vraag of de betrokken burgers rechtszekerheid ontlenen aan een van rechtswege verleende vergunning.


Mr. dr. K.J. de Graaf
Mr. dr. K.J. (Kars) de Graaf is verbonden aan de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen als universitair hoofddocent.

H.A. Komduur
H.A. (Hilde) Komduur is verbonden aan de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen als student-assistent.
Artikel

Herstelrecht en de maatschappelijke (re)integratie van de dader

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, social work, reintegration, structural problems
Auteurs Maria Bouverne-De Bie en Rudi Roose
SamenvattingAuteursinformatie

    Social (re-)integration is such a complex phenomenon that it is not possible to make a direct link between restorative justice and social reintegration of offenders. If one considers restorative justice, not in its utility for maintaining the law but as a praxis of social work, one could get the impression that restorative justice runs the risk of individualizing the social problem of crime by making offenders responsible and of losing sight of the structural dimensions causing or contributing to criminality. The same structural dimensions may appear to be a blockade for effective emancipation of offenders from their often marginal and powerless positions. Considered as a praxis of social work, restorative justice should be able to promote (the awareness of) accountability and the mutual exploration of the many roads that can lead to effective emancipation and reintegration.


Maria Bouverne-De Bie
Maria Bouverne-De Bie is als hoofddocent verbonden aan de vakgroep Sociale, Culturele en Vrijetijdsagogiek van de Universiteit van Gent.

Rudi Roose
Rudi Roose is als wetenschappelijk assistent verbonden aan de vakgroep Sociale, Culturele en Vrijetijdsagogiek van de Universiteit van Gent.
Artikel

Access_open Het belang van de religieuze binding in sociale statistieken

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden sociale statistiek, religieuze betrokkenheid, enquêtes, sociale samenhang
Auteurs Hans Schmeets
SamenvattingAuteursinformatie

    A vast majority of 58% of the Dutch population belongs to a Christian or other denomination. However, if the question is phrased differently this figure drops to some 40%. Religion is an important characteristic in social statistics, and for defining social cohesion in particular. Overall, it reveals that Protestants show higher levels of social, civic and political participation, as well as social, institutional and political trust than Catholics, non-religious, and in particular Muslims. However, within the Protestants, there is a clear divide: the Calvinists and in particular the members of the Protestant Church in the Netherlands formed in 2004 show the highest levels of participation and trust, whereas the Dutch reformed only slightly differ from the Catholics and non-religious.


Hans Schmeets
Prof. dr. J.J.G. Schmeets is werkzaam bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Hij is programmamanager van de speerpunten sociale samenhang, welzijn en belevingen. Tevens is hij bijzonder hoogleraar Sociale statistiek, in het bijzonder de empirische bestudering van sociale samenhang, aan de faculteit van Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is hij betrokken bij het beoordelen van verkiezingen in landen die behoren bij de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Naast onderzoek naar verkiezingen liggen zijn interessegebieden bij religie, vertrouwen, vrijwilligerswerk, sociaal kapitaal, survey methodologie, en onderzoek naar specifieke bevolkingsgroepen zoals allochtonen en daklozen.
Toont 1 - 20 van 73 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.