Zoekresultaat: 41 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Het voorstel voor een Omgevingswet – goed voor natuur en milieu?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Omgevingswet, toetsversie, natuur en milieu
Auteurs Prof. dr. Ch.W. Backes
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de in februari 2013 gepubliceerde toetsversie van de Omgevingswet gaat de auteur in op de gevolgen van het wetsvoorstel voor natuur en milieu. Er worden ook aandachtspunten benoemd die in het belang van natuur en milieu in acht moeten worden genomen bij de uitwerking van de onderliggende regelgeving. Daarbij wordt aandacht besteed aan de algemene systematiek van de wet, de normstelling door de formele wetgever, de projectprocedure, de programmatische aanpak, de rechtsbescherming, de handhaving, de m.e.r. en de zorgplichten in het wetsvoorstel.


Prof. dr. Ch.W. Backes
Prof. dr. Ch.W. (Chris) Backes is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Jurisprudentie Wabo en milieu

Tijdschrift StAB, Aflevering 3 2013
Auteurs Valérie van ’t Lam
Samenvatting


Valérie van ’t Lam
Artikel

Het omgevingsplan en de omgevingsvergunning: de voor de praktijk belangrijkste ruimtelijke instrumenten van de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Omgevingswet, ruimtelijke ordening, omgevingsplan, omgevingsvergunning, projectbesluit
Auteurs Mr. W.J. Bosma
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van de toetsversie van de Omgevingswet van februari 2013 beoordeelt de auteur de ruimtelijke-ordeningsinstrumenten in het wetsvoorstel. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Daarnaast komen ook het projectbesluit, de algemene regels en de provinciale omgevingsverordening aan bod.


Mr. W.J. Bosma
Mr. W.J. (Willem) Bosma is advocaat bij Van der Feltz advocaten te Den Haag.

    Op 1 oktober 2012 is de Wet revitalisering generiek toezicht (Wrgt) in werking getreden. De Wrgt is niet van toepassing op de reactieve en proactieve aanwijzingsbevoegdheid in de Wet ruimtelijk ordening (Wro). Dit is gebaseerd op de (onjuiste) aanname dat de aanwijzingen geen interbestuurlijk toezicht zouden zijn, zoals door de Wrgt wordt gereguleerd. In deze bijdrage wordt beargumenteerd waarom de aanwijzingsbevoegdheden wel tot het interbestuurlijk toezicht behoren. Betoogd wordt dat de reactieve aanwijzing geen meerwaarde heeft ten opzichte van de instrumenten die de Wrgt biedt. In de aankomende Omgevingswet kan de reactieve aanwijzing van Rijk en provincie dan ook worden gemist.


Mr. dr. H.J. de Vries
Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries is beleidsadviseur bij de afdeling Managementondersteuning van de provincie Utrecht.
Artikel

Een beter Bkmw door een gesimuleerde rechtszaak?

Ervaringen met een nieuw toetsingsinstrument bij wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Kaderrichtlijn Water, Bkmw, wetgevingskwaliteit, toetsing, simulatie
Auteurs Dr. C.G. Le Blansch en Drs. M.S. Thijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Om de houdbaarheid en werkbaarheid te toetsen van juridische implementatie van de Kaderrichtlijn Water door middel van het Bkmw vond op initiatief van het ministerie van VROM een gesimuleerde rechtszaak plaats. Nieuw hieraan was dat nog vóórdat sprake was van vigerende wetgeving een gesimuleerde rechterlijke toets werd gevraagd met het oog op het voorkomen van onbedoelde effecten. Evaluatie van de ervaringen leert dat het instrument van de gesimuleerde rechtszaak duidelijk potentie heeft, zowel qua verbetering van de wetgeving en het voorkomen van misinterpretaties en dure reparatiewetgeving als qua toegenomen vertrouwen tussen maatschappelijke partijen. Ook zijn aandachts- en verbeterpunten gesignaleerd voor een – door de auteurs aanbevolen – verdere inzet van het instrument.


Dr. C.G. Le Blansch
Dr. C.G. Le Blansch is directeur van Bureau KLB, Onderzoek Advies Proces. klb@bureauklb.nl

Drs. M.S. Thijssen
Drs. M.S. Thijssen is werkzaam bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu en was als projectleider betrokken bij de implementatie van de Kaderrichtlijn Water. martijn.thijssen@minienm.nl
Artikel

Access_open Recht als human condition

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2013
Trefwoorden homo faber, homo agens, human condition, participatory judgment, law-linked justice, existence-linked justice
Auteurs Peter van Schilfgaarde
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper concentrates on the dynamic tension between law as it is ‘made’ by legal professionals, functioning as homo faber, and law as it is experienced by citizens, functioning as homo agens. In between those two worlds, law develops as a human condition, a term borrowed from Hannah Arendt. It is argued that, in regard to law development and administration of justice, the function of homo agens should have priority over the function of homo faber. The two basic faculties that connect the two worlds are judgment and speech. This leads to further thoughts on the character of judgment as ‘participatory judgment,’ the function of ‘middle terms’ in legal language and the concept of ‘shared responsibility.’


Peter van Schilfgaarde
Peter van Schilfgaarde is an Attorney at Law at the Supreme Court of The Netherlands in The Hague and former Professor of Corporate Law at the Universities of Groningen and Utrecht.
Artikel

Integraal en flexibel omgevingsrecht – droom of drogbeeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden positieve evenredigheid, integraal vergunningenstelsel, flexibiliteit, trias politica
Auteurs Prof. dr. Ch.W. Backes
SamenvattingAuteursinformatie

    Een belangrijke drijfveer tot ontwikkeling van een Omgevingswet was het scheppen van een integraal en flexibel toetsingskader voor toestemmingsplichtige activiteiten. Het werken met één integraal criterium, bijvoorbeeld ‘een duurzame leefomgeving’, heeft inderdaad enige toegevoegde waarde, maar dit criterium moet dan wel door specifiekere normen geconcretiseerd worden. De regering wil daarentegen vooralsnog afzien van een dergelijk integraal criterium. Integraliteit en flexibiliteit moeten worden bereikt door de introductie van een niet-generieke afwijkingsmogelijkheid van in beginsel alle normen (‘positieve evenredigheid’). Een dergelijke afwijkingsmogelijkheid is echter in strijd is met de trias politica, de rechtszekerheid en het beginsel van materiële legaliteit. De regering zit dus op de verkeerde weg.


Prof. dr. Ch.W. Backes
Prof. dr. Ch.W. Backes is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht. chris.backes@maastrichtuniversity.nl
Artikel

Voorstellen voor verbetering van het wetsvoorstel natuurbescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Wet natuurbescherming, soortenbescherming, gebiedsbescherming, intrinsieke waarde natuur
Auteurs Mr. H.M. Dotinga, Mr. E.E. Meijer en Mr. S. Scheerens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel voor de Wet natuurbescherming beoogt één overkoepelende regeling te bieden voor het Nederlandse natuurbeschermingsrecht. Daarbij is als uitgangspunt gekozen dat de bestaande regelgeving versoberd moet worden en dat aansluiting moet worden gezocht bij de Europese regelgeving. In deze kritische bijdrage bespreken de auteurs het wetsvoorstel, de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de bestaande regelgeving, mogelijke conflicten met Europees en internationaal recht, benoemen ze gemiste kansen en geven ze mogelijke alternatieven voor het wetsvoorstel.


Mr. H.M. Dotinga
Mr. H.M. (Harm) Dotinga is senior jurist bij Vogelbescherming Nederland en universitair docent bij het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.

Mr. E.E. Meijer
Mr. E.E. (Ernestine) Meijer was ten tijde van het schrijven van deze bijdrage zelfstandig juridisch adviseur voor onder meer Natuurmonumenten.

Mr. S. Scheerens
Mr. S. (Sytske) Scheerens heeft als stagiaire meegewerkt aan het opstellen van alternatieve voorstellen voor een nieuwe Wet natuurbescherming namens een groot aantal samenwerkende Nederlandse natuur-, landschaps- en dierenwelzijnsorganisaties.
Artikel

Omgevingswet: gemiste of benutte kansen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Omgevingswet, integraal toetsingskader, omgevingsverordening, gefaseerde invoering, rechtsbescherming
Auteurs Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Omgevingswet beoogt de veelheid aan wetten in het omgevingsrecht te integreren. In deze bijdrage bespreekt de auteur enkele dilemma’s in het wetgevingsproces. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan: de voorlopige keuze van de minister om de gemeentelijke structuurvisie niet te verplichten, een herhaald pleidooi voor het streven naar een integraal toetsingskader voor omgevingsvergunningen, de problematiek die samenhangt met het hanteren van twee procedures voor onderdelen van de gemeentelijke omgevingsverordening en de (te) rooskleurige manier waarop de minister aankijkt tegen de invoering van de Omgevingswet.


Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer
Prof. dr. F.P.C.L. (Frans) Tonnaer is deeltijdhoogleraar omgevingsrecht bij de Open Universiteit en algemeen directeur van Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht.


Tonny Nijmeijer
Artikel

De Omgevingswet als stelsel voor het omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden omgevingsrecht, Omgevingswet, omgevingsverordening, projectbesluit, bestemmingsplan
Auteurs Mr. O. Kwast
SamenvattingAuteursinformatie

    Het kabinet gaat het omgevingsrecht regelen in één wet: de Omgevingswet. De hoofdlijnen van het voorgenomen stelsel worden besproken tegen de achtergrond van het denken over de samenhang van het omgevingsrecht, het constitutionele en Europese recht, de bestuurlijke organisatie en de geschiedenis van het omgevingsrecht. Aan de orde komen in het bijzonder de reikwijdte, de doelstellingen, de normen, de positie van de gemeente, de besluitfiguren (het projectbesluit en de omgevingsvergunning) en ook de omgevingsverordening als opvolger van het bestemmingsplan. Behalve enkele onbeantwoorde vragen tekent zich ook een samenhangend stelsel van omgevingsrecht af.


Mr. O. Kwast
Mr. O. (Olaf) Kwast werkt als advocaat bestuursrecht en omgevingsrecht bij de vakgroep Overheid & Onderneming van AKD in Rotterdam.
Artikel

Eén jaar Wabo-jurisprudentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Wabo, Jurisprudentie, één jaar, Knelpunten
Auteurs Mr. J.R. van Angeren en Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is op dit moment iets meer dan een jaar in werking. Voor de auteurs vormde dat een reden om terug te blikken op één jaar ‘Wabo’-ervaring. Wat zijn tot nu toe de ervaringen met de Wabo; in het bijzonder wat zijn tot nu toe opvallende of van belang zijnde uitspraken over de Wabo? De conclusie is dat een jaar nadat de Wabo in werking is getreden er veel voorlopige voorzieningen zijn gewezen waarin de Wabo aan de orde is. Veel van die zaken gaan over het overgangsrecht en handhaving. Er zijn weinig uitspraken gewezen over omgevingsvergunningen die zien op verschillende van de in artikel 2.1 en 2.2 Wabo genoemde activiteiten, terwijl de doelstelling van de Wabo nu juist was dergelijke vergunningen mogelijk te maken. Er zijn over diverse onderwerpen uitspraken gewezen waarin bepaalde aspecten – bijvoorbeeld aspecten die voor de inwerkingtreding van de Wabo onduidelijk waren – nader worden uitgelegd. Ook zijn bepaalde in de literatuur genoemde knelpunten van de Wabo in jurisprudentie (al dan niet geheel) opgelost, zoals het belanghebbendebegrip en de vraag wat onder onlosmakelijke samenhang moet worden verstaan. Niet alle in de literatuur gesignaleerde knelpunten over de Wabo zijn in jurisprudentie opgelost, zoals de vraag hoe het begrip project moet worden uitgelegd. De auteurs wachten met spanning af op de contouren van de nieuwe Omgevingswet.


Mr. J.R. van Angeren
Mr. J.R. van Angeren is advocaat en partner bij Stibbe.

Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
Mevr. mr. V.M.Y. van ’t Lam is advocaat bij Stibbe en lid van de redactie van TO.
Artikel

Het belanghebbendebegrip en de onderdelenfuik in de Wabo

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden onderdelenfuik, belanghebbendebegrip, Wabo, Awb, 6:13, besluitonderdeel
Auteurs Mr. V.M.Y Van ’t Lam
SamenvattingAuteursinformatie

    De Afdeling heeft recent haar koers gewijzigd ten aanzien van de uitleg van de onderdelenfuik en het belanghebbendebegrip in het kader van de Wabo. In het kader van de Wabo wordt elk van de in artikel 2.1 en 2.2 bedoelde toestemmingen die in een omgevingsvergunning zijn opgenomen als besluitonderdeel aangemerkt. De beslissingen over de aanvaardbaarheid van de verschillende milieugevolgen die in een omgevingsvergunning zijn vervat, merkt de Afdeling niet (meer) aan als besluitonderdeel. Voorts heeft de Afdeling recent bepaald dat in het kader van het belanghebbendebegrip per activiteit moet worden bepaald of degene die een rechtsmiddel heeft aangewend belanghebbende is. In dit artikel wordt deze koerswijziging besproken. Voorts wordt jurisprudentie besproken die ook na deze koerswijziging van belang blijft.


Mr. V.M.Y Van ’t Lam
Mr. V.M.Y. (Valérie) van ’t Lam is advocaat bij Stibbe in Amsterdam en redacteur van TO.
Artikel

Naar meer flexibiliteit in het omgevingsrecht: het compensatiebeginsel centraal?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden compensatiebeginsel, integrale belangenafweging, programmatische aanpak
Auteurs Mr. H.D. Tolsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Het huidige stelsel van het omgevingsrecht is regelmatig doelwit van kritiek: te complex en te star. De minister van Infrastructuur en Milieu is voornemens om in het voorjaar van 2012 met een uitgewerkt wetsvoorstel te komen om deze problemen op te lossen. Flexibelere regelgeving is een van de vertrekpunten bij het opbouwen van deze ‘Raamwet omgevingsrecht’. In deze bijdrage wordt bezien welke rol het compensatiebeginsel kan vervullen om te komen tot de gewenste flexibiliteit. De achtergrond van het compensatiebeginsel komt aan bod. Verder wordt ter illustratie van het compensatiebeginsel de regeling uit de Richtlijn luchtkwaliteit, de Kaderrichtlijn water, de Interimwet stad- en milieubenadering en de Crisis- en herstelwet beschreven. Tot slot wordt ingegaan op een aantal juridische vraagstukken rond het compensatiebeginsel. Blijken zal dat de toepassing van het compensatiebeginsel het bestuur meer manoeuvreerruimte kan bieden om belangen af te wegen en prioriteiten te stellen. De verwachtingen over de flexibiliteit in de regelgeving moeten vanwege de vereiste juridische waarborgen (zoals rechtszekerheid, evenredigheid en rechtsbescherming) evenwel niet te hoog gespannen zijn.


Mr. H.D. Tolsma
Mr. H.D. (Hanna) Tolsma is als postdoconderzoeker verbonden aan de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen en werkt aan een door NWO gefinancierd onderzoek: ‘De omgevingsvergunning met integrale belangenafweging: een verkenning van de juridische mogelijkheden’.
Artikel

De watervergunning en samenloop van bevoegdheden

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Waterwet, samenloop van bevoegdheden, artikel 6.17 Waterwet, watervergunning, handhaving
Auteurs Mr. W.B. van der Gaag
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 22 december 2009 is de Waterwet van kracht. Sinds deze datum is integraal waterbeheer in het nationale recht verankerd. Deze bijdrage richt zich op de integratie ten aanzien van vergunningverlening en handhaving. Wanneer voor een samenstel van handelingen voor meerdere onderdelen een vergunning noodzakelijk is, geldt als uitgangspunt dat één integrale watervergunning wordt verleend. De Waterwet biedt echter de mogelijkheid om een uitzondering te maken ten aanzien van dit uitgangspunt en afzonderlijke watervergunningen te verlenen. In deze bijdrage geeft de auteur aan dat deze uitzonderingsmogelijkheid niet onbeperkt is.Bij een samenstel van handelingen kan het voorkomen dat meerdere bestuursorganen de bevoegdheid om op een vergunningaanvraag te beslissen toebedeeld hebben gekregen. In deze gevallen is sprake van samenloop van bevoegdheden. In de lijn met het uitgangspunt van één integrale watervergunning kent de Waterwet als uitgangspunt dat slechts één bestuursorgaan het bevoegde gezag is. Om vast te houden aan de gedachte van één bevoegd gezag is voor deze gevallen van samenloop van bevoegdheden de samenloopregeling in de Waterwet opgenomen. Op grond van deze samenloopregeling wordt bepaald welk van de bestuursorganen in het concrete geval bevoegd gezag is.


Mr. W.B. van der Gaag
Mr. ing. W.B. (Wouter) van der Gaag is beleidsadviseur bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Inspiratie uit het buitenland?

Enkele praktische ervaringen over de betekenis van rechtsvergelijking voor de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden rechtsvergelijking, wetgeving, methoden van onderzoek, interpretatie EU-recht
Auteurs Prof. dr. Ch.W. Backes
SamenvattingAuteursinformatie

    De betekenis van rechtsvergelijkend onderzoek voor de wetgevingspraktijk lijkt toe te nemen. Dat ligt aan het besef dat ook in andere lidstaten dezelfde vragen met betrekking tot de interpretatie en omzetting van het Europees recht spelen. Het heeft ook te maken met de noodzaak precies te weten waartoe het EU-recht verplicht indien men, zoals thans doel van het beleid, zeker wil voorkomen dat Nederland meer doet dan Europeesrechtelijk strikt vereist. Rechtsvergelijkend onderzoek mag niet beperkt blijven tot law in books, maar moet ook aantonen hoe het recht in de praktijk in het buitenland werkt.


Prof. dr. Ch.W. Backes
Prof. dr. Ch.W. Backes is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht. chris.backes@maastrichtuniversity.nl
Artikel

Wet aanpassing bestuursprocesrecht: aandachtspunten voor ondernemingen in gereguleerde markten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Wet aanpassing bestuursprocesrecht, passeren van gebreken, relativiteitsvereiste, artikel 8:69a Awb, artikel 6:22 Awb
Auteurs Mr. S.M. Peek en Mr. S. Marić, LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de impact van de invoering van het relativiteitsvereiste en de verruiming van de mogelijkheid om gebreken te passeren op grond van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht op ondernemingen in gereguleerde markten.


Mr. S.M. Peek
Mr. S.M. Peek is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.

Mr. S. Marić, LL.M.
Mr. S. Marić, LL.M. is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Wat wijkagenten doet schrijven

De praktische invulling van discretionaire ruimte

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2011
Trefwoorden politie, discretionaire bevoegdheid, prestatieafspraken, sociale relaties
Auteurs George Claessen, Charlie van Velzen en prof. dr. Patrick Van Calster
SamenvattingAuteursinformatie

    Due to the present political discussion concerning the formalisation of police performance (so-called performance contracts), this article looks into the effects of these contracts on the actions of community policemen. The results are based on interviews and observations. Not so much the line of policy, but the social interactions that occur between officers and citizens influence the discretionary actions of community policemen. In addition, the policeman’s state of mind, experience and the severity of the consequences of the offender have a relevant impact on work performance and the decision to fine or not. Merely the performance contracts produce little effect on the enforcement of community policemen.


George Claessen
George Claessen MSc studeerde ten tijde van dit onderzoek Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Charlie van Velzen
Charlie van Velzen MSc studeerde ten tijde van dit onderzoek Criminologie aan de Universiteit Leiden.

prof. dr. Patrick Van Calster
Prof. dr. Patrick Van Calster is hoogleraar Criminologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Kolencentrales, robuuste verbindingen en EU-milieurichtlijnen: balanceren tussen nationale en Europese doelstellingen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden milieu, implementatie milieurichtlijnen, omzettingstermijn, ecologische hoofdtrsuctuur (EHS), vogel-en habitatrichtlijn
Auteurs Mr. F.M. Fleurke en Mr. dr. A. Trouwborst
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden twee actuele milieudossiers besproken die direct de grenzen van het Europees recht raken, namelijk de voorgenomen bouw van een aantal nieuwe kolencentrales en het huidige regeringsbeleid ten aanzien van ecologische verbindingszones. Beide dossiers illustreren dat de Nederlandse moeite met het voldoen aan Europese resultaatsverplichtingen nog niet tot het verleden behoort.


Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. Fleurke is UD milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. A. Trouwborst
Dr. A. Trouwborst is UD milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Interbestuurlijk toezicht ‘nieuwe stijl’ een stap dichterbij: voorlopig nog dubbel toezicht op gemeentelijke planologische besluiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden interbestuurlijk toezicht (IBT), reactieve aanwijzing (RA), beroep, schorsing en vernietiging, indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing, toezichthouder, bestuursorgaan
Auteurs Mr. dr. H.J. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de betekenis van het in mei 2010 bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel Wet revitalisering generiek toezicht (Wrgt) voor het toezicht door Rijk en provincies op gemeentelijke planologische besluiten. Met de Wrgt worden een herijking en revitalisering van klassieke toezichtinstrumenten uit de Provincie- en Gemeentewet beoogd, namelijk het schorsings- en vernietigingsrecht en de indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing. Deze gemeentelijke planologische besluiten betreffen bestemmingsplannen en bepaalde omgevingsvergunningen en projectuitvoeringsbesluiten. In afwijking van de uitgangspunten van het wetsvoorstel blijft voorlopig nog dubbel toezicht – dus van Rijk en provincies – op deze gemeentelijke planologische besluiten bestaan. Daarbij hebben de toezichthouders van Rijk en provincie de beschikking over een specifiek toezichtinstrument, namelijk de reactieve aanwijzing. Bovendien kunnen deze toezichthouders beroep bij de bestuursrechter instellen als alternatief voor het geven van een reactieve aanwijzing. Het is echter de vraag of een provinciale toezichthouder ook van dat beroepsrecht gebruik kan maken wanneer het een gemeentelijk planologisch besluit betreft voor een project dat valt onder de Crisis- en herstelwet. Artikel 1.4 Chw lijkt aan het instellen van beroep in de weg te staan. De vraag is hoe deze instrumenten zich verhouden tot het generieke schorsings- en vernietigingsrecht en op welke wijze toezichthouders met deze instrumenten zouden moeten omgaan. Ook wordt stilgestaan bij de vraag welke toezichthouder bevoegd is tot indeplaatsstelling over te gaan wanneer een gemeentebestuur in verzuim blijft tijdig een bestemmingsplan te actualiseren en er dus sprake is van taakverwaarlozing.


Mr. dr. H.J. de Vries
Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries is beleidsadviseur bij de afdeling Bestuur en Juridische Zaken van de provincie Utrecht en voorzitter van de redactie van TO.
Toont 1 - 20 van 41 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.