Zoekresultaat: 21 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

De bewijsregeling in het concept-Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden bewijs, bewijsstelsel, onmiddellijkheidsbeginsel, bewijsmiddelen, ondervragingsrecht
Auteurs Mr. dr. B. de Wilde
SamenvattingAuteursinformatie

    In concept-Boek 4 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt een aangepaste bewijsregeling voorgesteld. Een aantal aspecten daarvan wordt in deze bijdrage besproken. Er wordt aandacht besteed aan de gebondenheid aan wettige bewijsmiddelen, het bewijscriterium, formele onmiddellijkheid, enkele specifieke bewijsmiddelen, bewijsminima, het recht getuigen te ondervragen, bewijsmotivering en het bewijs bij de schuldvaststelling in het kader van een strafbeschikking.


Mr. dr. B. de Wilde
Mr. dr. B. (Bas) de Wilde is universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Holland.
Artikel

Het verlofstelsel in hoger beroep is dood, leve het verlofstelsel

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden verlofstelsel, hoger beroep, grievenstelsel, artikel 410a Sv artikel 14 lid 5 IVBPR, artikel 2 Zevende Protocol EVRM, artikel 6 EVRM
Auteurs Mr. dr. G. Pesselse
SamenvattingAuteursinformatie

    Dat het verlofstelsel van artikel 410a Sv wordt afgeschaft, is zo goed als zeker. Vrijwel niemand zal er rouwig om zijn. Met de afschaffing van het verlofstelsel in hoger beroep verdwijnt het fenomeen verlofstelsels in het algemeen echter niet van het toneel. Sterker nog, het in de modernisering voorgestelde gematigde grievenstelsel in hoger beroep draagt de kiemen voor een nieuw verlofstelsel in zich. De vraag is: moet het conceptwetsvoorstel voor Boek 5 van het Wetboek van Strafvordering over rechtsmiddelen worden aangevuld met een nieuw verlofstelsel, nu wél behoorlijk vormgegeven?


Mr. dr. G. Pesselse
Mr. dr. G. (Geert) Pesselse is wetenschappelijk medewerker bij de afdeling strafrecht van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en research fellow bij het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht (SteR), Radboud Universiteit Nijmegen. De auteur promoveerde op 16 februari 2018 in Nijmegen op een proefschrift getiteld ‘Verlofstelsels in strafzaken’, waarnaar in dit artikel veelvuldig wordt verwezen.
Artikel

Naar een vervanging van de unus-testisregel van artikel 342 lid 2 Sv

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden unus testis, bewijsmotivering, bewijsbeslissing, bewijsminimum
Auteurs Mr. dr. Joost S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    The rule that a conviction cannot be based on the statement of just one witness, is codified in article 342 of the Dutch Criminal Procedural Code. The Supreme Court has recently demanded that such a statement finds sufficient support in other evidence and that sometimes the trial judge needs to specify why that statement is corroborated enough by other evidence. However, the Supreme Court has always given a very marginal meaning to this rule, by allowing convictions which basically are substantiated by only that one statement. The evidence supporting the story of the witness does not have to prove that the crime actually took place, nor that is indeed the defendant who has committed it. In this article, I propose the replacement of the rule with a well-founded motivated ruling of the trial judge on this subject.


Mr. dr. Joost S. Nan
Mr. dr. Joost S. Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat.
Artikel

De speelruimte van de strafrechter

Een pleidooi voor een meer open en transparante opstelling

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden strafrecht, onpartijdigheid, rechter, wraking
Auteurs Mr. Leonard de Weerd en Mr. Liza Stapel
SamenvattingAuteursinformatie

    A fair trial can only be guaranteed if a judge gives as much insight in his line of thinking as possible and if a judge is actively participating in finding the truth in a criminal case. According to statutes and case law a judge has a lot of freedom to show how he feels about certain things during criminal proceedings. A challenge to a judge shall not quickly be admissible. Still, a judge needs to be impartial and willing to review his preliminary decision/opinion.


Mr. Leonard de Weerd
Mr. Leonard de Weerd is senior rechter bij de Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, afdeling strafrecht.

Mr. Liza Stapel
Mr. Liza Stapel is senior juridisch medewerkster Midden-Nederland, locatie Utrecht, afdeling strafrecht.

    Sinds de inwerkingtreding van de Wubhv mag de inspecteur op grond van drie wetten patiëntendossiers inzien. De zorgaanbieder moet weten waar de grenzen van die bevoegdheid liggen in verband met zijn eigen beroepsgeheim. Voor de IGZ geldt hetzelfde, maar zij wordt nog voor een andere vraag gesteld. Namelijk wat zij mag doen met de verkregen vertrouwelijke gegevens. Uit een arrest van de Hoge Raad van 12 februari 2013 blijkt dat het verschil maakt dat sprake is van een afgeleide geheimhoudingsplicht. Een wettelijke regeling van gebruik van patiëntengegevens is wenselijk.


Mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.
Artikel

Access_open Hoe moet recht worden onderwezen?

Tijdschrift Law and Method, 2012
Trefwoorden curriculum rechtenstudie, aard van het recht, positief recht, (hulp)wetenschappen
Auteurs Jaap Hage
SamenvattingAuteursinformatie

    The central issue of this paper is to outline a scientifically oriented course in law. Most actual courses focus on positive law, and the main conclusion of this paper is that this is wrong. This conclusion is based on the premise that law is not by definition positive law, but the answer to the question which rules should be enforced by collective means. This premise is argued in the full paper.Positive law is law to the extent that it should be enforced by collective means, and not by definition. Therefore a scientific course in law should pay some attention to positive law, but should not assign it the dominant place in the curriculum which it presently tends to have.To make this abstract idea more concrete, some proposals are made for a law curriculum. The starting point is that the law bachelor should only address positive law where this is necessary for exercises in legal reasoning. Moreover it should address the viable fundamental visions on the nature of law, the main theories about normative reasoning (main currents in ethics), and the facts which are relevant in the light of these normative theories for the question which norms should be enforced by collective means. These facts include both positive law and the results of the different sciences (e.g. psychology, sociology, economy, and biology) which are relevant to answer the normative question. Because there are too many scientific results to take in during a bachelor course, the study of the sciences should be replaced by an introduction to scientific method, which allows lawyers to evaluate the outcomes of scientific research. Finally, the bachelor course should also address ‘generic positive law’, the main questions which must be answered by legal systems and the most viable answers to these questions.The master phase of the curriculum should, for those lawyers who want to practice the positive law of a particular jurisdiction, be filled with the detailed study of the relevant positive law.


Jaap Hage
Jaap Hage is hoogleraar Algemene rechtsleer aan Maastricht University.
Artikel

Tegen dovemansoren?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden strafrechtswetenschap, antiterrorismewetgeving, crime complex, social media
Auteurs Mr. dr. M.A.H. van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur, mede aan de hand van de casus van de antiterrorismewetgeving, nader in op de vraag wat de betekenis is van de strafrechtswetenschap bij de totstandkoming van nieuwe wet- en regelgeving op het terrein van orde en veiligheid. Haar standpunt is dat de rol van de strafrechtswetenschap binnen het wetgevingsproces tegenwoordig te beperkt is en geoptimaliseerd zou kunnen worden. Hierbij worden de strafrechtswetenschapper en de strafwetgever niet alleen in de schijnwerpers gezet, maar wordt ook de belangrijke en onlosmakelijke band tussen beiden benadrukt.


Mr. dr. M.A.H. van der Woude
Mr. dr. M.A.H. van der Woude is werkzaam als universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden.

    In deze bijdrage staat de vraag centraal hoe de rechter moet handelen als hij nieuwe informatie ontvangt in de periode tussen de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting en de uitspraak. In 1922 werd daar in dit tijdschrift een discussie over gevoerd tussen De Jongh, rechter te Amsterdam en Besier, advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Waar De Jongh meende dat de rechter doof en blind moest zijn voor deze informatie, kon deze volgens Besier hervatting van het onderzoek ter terechtzitting bevelen, omdat tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. Beide opvattingen worden in deze bijdrage nader genuanceerd in het licht van de hedendaagse jurisprudentie over dit vraagstuk.


Mr. Rob van van Noort
Mr. Rob van Noort is officier van justitie in Den Haag en sinds 2010 redactielid van PROCES.
Artikel

Staat het medisch beroepsgeheim rechtshandhaving in de relatie tussen IGZ en OM in de weg?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden afgifte patiëntgegevens, beroepsgeheim, IGZ, OM
Auteurs Prof. mr. T.M. Schalken
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk komt het geregeld voor dat het OM patiëntgevoelige gegevens opvraagt bij de IGZ. Hoe verhoudt deze praktijk zich tot de medische geheimhoudingsplicht van de arts of zorginstelling die deze gegevens aan de IGZ heeft afgestaan, zodat ook de IGZ aan een geheimhoudingsplicht is gebonden? De auteur bespreekt in dit artikel enkele argumenten die van belang zijn bij de beantwoording van de vraag of de IGZ verplicht dan wel bevoegd is de gevorderde patiëntgegevens aan het OM te verstrekken alsmede of het OM die gegevens al dan niet in of ten behoeve van een strafzaak mag gebruiken.


Prof. mr. T.M. Schalken
Tom Schalken is emeritus hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De staat van de criminologie van internationale misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden criminology of international crimes, genocide, war crimes, crimes against humanity
Auteurs Mr. dr. Roelof Haveman, Prof. dr. Alette Smeulers, Prof. dr. Stephan Parmentier e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    What do we know about the criminological aspects of international crimes? What do they entail and what are facilitating factors which can help us understand their causes and how should we respond to these crimes? Are international crimes merely a more extreme form of ordinary crimes or are they a different kind of criminality? In the past few years a growing number of scholars both at a national and at an international level have devoted their scholarly attention to this important and urgent research theme. In this special issue we aim to present a number of articles in which different perspectives on this topic are presented. By doing so we hope to enhance our knowledge of this phenomenon and to provide an impulse to further criminological research within this area in both the Netherlands and Belgium. This introductory article gives an overview of the state of the art of international crime criminology in the Netherlands and Belgium, and the rest of the world.


Mr. dr. Roelof Haveman
Mr. dr. R.H. Haveman is freelance Rule of Law-consultant en momenteel gestationeerd in Côte d’Ivoire, roelof.haveman@gmail.com.

Prof. dr. Alette Smeulers
Prof. dr. A.L. Smeulers heeft de onderzoekslijn criminologie van de internationale misdrijven aan de Vrije Universiteit Amsterdam opgezet en is sinds 1 september 2011 tevens hoogleraar internationale criminologie aan de Universiteit van Tilburg, a.l.smeulers@tilburguniversity.edu.

Prof. dr. Stephan Parmentier
Prof. dr. S. Parmentier is hoogleraar Sociologie van de criminaliteit, het recht en de mensenrechten aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), Rechtsfaculteit, Katholieke Universiteit Leuven, stephan.parmentier@law.kuleuven.be.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is senior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), Den Haag, en Lector Forensisch Onderzoek bij de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie, c.j.de.poot@minvenj.nl.
Artikel

De strafrechter als executierechter in het kader van het strafvorderlijk kort geding (art. 43 Sv)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden executierechter, strafvorderlijk kort geding, voorwaardelijke invrijheidsstelling, elektronisch toezicht
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of artikel 43 Wetboek van Strafvordering (‘strafvorderlijk kort geding’) zich ook uitstrekte over de executiefase bestond discussie. Inmiddels is het vaste jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. In het artikel geeft de auteur, tot juli 2011 lid van het Hof, een overzicht van de rechtspraak van het Hof in procedures ex artikel 43 Sv over kwesties die de executie van vrijheidsstraffen betreffen. De vraag wordt behandeld welke kwesties de executie aangaande door het Hof wel en welke niet onder de reikwijdte van artikel 43 Sv worden gebracht. Met name wordt aandacht besteed aan beslissingen aangaande voorwaardelijke invrijheidsstelling en elektronisch toezicht en de toetsing daarvan door de rechter. Ook wordt (mogelijke) toekomstige wetgeving op dit terrein besproken. De auteur komt tot de conclusie dat thans een duidelijk toetsingskader voor beslissingen aangaande executie van vrijheidsstraffen ontbreekt. Het Hof heeft een zekere lijn ingezet. Veel beslissingen aangaande de executie kunnen via de weg van artikel 43 Sv aan de strafrechter worden voorgelegd. Een duidelijk criterium voor de beoordeling welke beslissingen daarvan zijn uitgesloten, is er (nog) niet. Ten aanzien van de beslissingen die wel kunnen worden voorgelegd lijkt het Hof (steeds meer) een marginale, administratiefrechtelijke toets aan te leggen. Ten aanzien van beslis- en beroepstermijnen ontbreekt de nodige duidelijkheid. Met het oog op de rechtsbescherming en de rechtszekerheid van de gedetineerde dient ook aan de resterende onduidelijkheid zoveel mogelijk een einde te worden gemaakt.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock was tot 1 augustus 2011 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Thans is hij raadsheer in het Gerechtshof te Arnhem.
Artikel

Het vonnis bevat… de inhoud van de bewijsmiddelen…

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2011
Trefwoorden art. 402 Sv, bewijsmiddelen, strafvonnis
Auteurs Mr. J.R. Sijmonsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 402 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het vonnis op straffe van nietigheid de bewijsmiddelen bevat. In de praktijk werden de bewijsmiddelen opgenomen na instelling van een rechtsmiddel. Pas op 13 juli 2010, LJN BJ8669, oordeelde de Hoge Raad dat een vonnis dat bij de uitspraak niet de bewijsmiddelen bevat, nietig is. De schrijver verdedigt dat de tot 13 juli 2010 bestaande praktijk niet moet worden gelegitimeerd door een wetswijziging, maar dat art. 402 Sv moet worden behouden, maar dan alleen voor appèlvonnissen.


Mr. J.R. Sijmonsma
Mr. J.R. Sijmonsma is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

De verstandelijk beperkte verdachte verhoord

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2011
Trefwoorden mental retardation, interrogation, vulnerable suspects, Freedom to speak
Auteurs Mr. Gerben van Oijen
SamenvattingAuteursinformatie

    Suspects with a mental retardation are a vulnerable group in the judicial investigation. This group of suspects is more susceptible to influence and there is an increased risk of getting an incomplete, inaccurate and inconsistent statement. That is the reason why on an extremely careful manner should be dealt with these suspects. It appears that this degree of care in an interrogatory often will not be respected. This article analyses the current safeguards surrounding the interrogation of mentally retarded suspects. It remains to be seen whether the current rules for the interrogation of mental retarded suspects will safeguard their position adequately.


Mr. Gerben van Oijen
Mr. G.M.J. van Oijen is advocaat bij Van Iersel Luchtman Advocaten in Breda.
Artikel

Criminaliteit en werk

Een veelzijdig verband

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2011
Trefwoorden employment, corruption, organisational crime, life course
Auteurs Judith van Erp, Victor van der Geest, Wim Huisman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Employment and crime are commonly assumed to be negatively correlated. Those employed are less likely to commit crimes, and conversely, those who have a criminal record are less likely to become employed. Criminological research has provided strong empirical and theoretical support for the link between employment and crime, but also suggests that a complex set of mechanisms may be at play. Additionally, studies show that employment can also increase the risk of criminal behaviour. In the introduction of this special issue, three causal relationships in the work-crime nexus will be discussed: employment causing crime, employment preventing crime, and crime blocking future employment.


Judith van Erp
Dr. J.G. van Erp is criminoloog aan de faculteit rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam, vanerp@frg.eur.nl.

Victor van der Geest
Dr. V.R. van der Geest is als universitair docent verbonden aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en als onderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), vvandergeest@nscr.nl.

Wim Huisman
Prof. dr. W. Huisman is hoogleraar Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, w.huisman@rechten.vu.nl.

Janna Verbruggen
J. Verbruggen, MSc is als promovendus verbonden aan het Phoolan Devi instituut, in een samenwerkingsverband tussen de Afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), jverbruggen@nscr.nl.
Artikel

De Brabantse smokkelaars

Een grensgeschiedenis vol heroïek en eigenbelang

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2010
Auteurs P. Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    Considerable differences in tax and excise levels since the Belgium independence in 1830 gave rise to large scale smuggling between the Dutch border province Noord-Brabant en Belgium. The smuggling history can be divided in six periods. Salt was the most important contraband in the last quarter of the nineteenth century. During the First World War a lot of food was smuggled from the Netherlands to Belgium. During the crisis years in the 1930s unemployed people used to supplement their scarce income through smuggling. Belgian tobacco was the most important contraband during the Second World War. After the war ten thousands of Dutch occasional smugglers illegally fetched consumer and luxury goods in Belgium. In the 1950s and 1960s millions of kilo's of Dutch butter were smuggled to Belgium. The smuggling business gradually came into the hands of professional criminal gangs. In the second half of the 1960s the smugglers switched to the illegal distilling of alcohol. Many years later these would evolve into labs for the production of chemical drugs.


P. Spapens
Paul Spapens (Hilvarenbeek, 1949) is professioneel dagbladjournalist. Hij publiceerde enkele tientallen boeken over de geschiedenis, de volkscultuur en de identiteit van Noord-Brabant en de Noord-Brabanders. Hij is onder meer gespecialiseerd in thema's die voortvloeien uit de aanwezigheid van de rijksgrens. Dit artikel is voor een groot deel gebaseerd op de boeken Smokkelen in Brabant (1988) en Tappen uit een geheim vaatje (1990) over respectievelijk de geschiedenis van het smokkelen tussen Noord-Brabant en België en de geschiedenis van het illegaal alcohol stoken in Nederland. De beide boeken zijn geschreven op basis van onderzoek van officiële bronnen, zoals politie- en douaneverslagen en daarnaast krantenverslagen. Een belangrijke bron zijn ook de vele tientallen interviews met de direct betrokkenen, dus smokkelaars, alcoholstokers en hun opponenten.

    The regulation regarding the law enforcement in the new construction of the Netherlands Antilles has to be adapted. The country of the Netherlands Antilles will be divided in three parts: two more or less autonomous countries (Curaçao and Sint Maarten) and the remaining islands (the third part) will fall directly under Dutch rule. In this article special attention is being paid to the law enforcement on the islands (and countries) Curaçao and Sint Maarten. Will it be possible (in the future) for the Dutch Minister of Justice to give guidelines or orders to the prosecution office based in Curaçao and Sint Maarten? It has been agreed that the countries of the Netherlands, Sint Maarten and Curaçao will consult regularly on prosecution policy in order to coordinate their actions. Also a new legal possibility is created for all three Ministers of Justice (including the Dutch minister) to give guidelines or orders to the prosecution, but in special cases only after approval of the Common Court of Justice.


H. de Doelder
Prof. mr. Hans de Doelder is als hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, tevens plaatsvervangend lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie voor de Nederlandse Antillen en Aruba.
Artikel

De ‘verwijtenroute’

Over de achtergronden van fraude en corruptie in het Caribische deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2009
Auteurs P.C.M. Schotborgh-van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    The subjects fraud and corruption play an important role in the recent debate on the constitutional changes within the Netherlands Antilles and the ‘status aparte’ of Curaçao and Sint Maarten. The Netherlands and the various islands keep passing the blame on one another when it comes to fraud and corruption. It seems there is little willingness to look at the underlying causes or to express self-criticism. In this article an attempt is made to outline what is really going on in the field of fraud and corruption in the Caribbean part of the Kingdom. Several investigations on fraud and corruption committed by politicians in the past fifteen years will be addressed. Furthermore several socio-cultural, political and economic factors that play a role in causing fraud and corruption are being discussed. In this way the author hopes to contribute to a more constructive debate about the issue of fraud and corruption.


P.C.M. Schotborgh-van de Ven
Drs. Nelly Schotborgh-van de Ven is directeur van Forensic Services Caribbean N.V. te Curaçao en docent Criminologie aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen.
Artikel

De politietaak en de Wet op de identificatieplicht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Politietaak, Identificatieplicht, Bevoegdheidscumulatie, Onrechtmatige bewijsgaring
Auteurs Liza Pander Stapel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wet op de identificatieplicht is een beeld geschept dat eenieder, vanaf de leeftijd van 14 jaar, zomaar op straat of in de publieke ruimten door de politie naar zijn identiteit kan worden gevraagd. De bevoegdheid van de politie om over te gaan tot het vorderen van inzage in identiteitsgegevens ligt echter iets genuanceerder. De politie is immers gebonden aan haar bevoegdheden en dient te handelen binnen de politietaak van artikel 2 Politiewet 1993. Zo is het te pas en te onpas vorderen van inzage in identiteitsgegevens niet toegestaan en dient een aantal waarborgen in acht te worden genomen. Doet de politie dat niet, en treedt zij buiten de aan haar toegekende bevoegdheden, dan is er sprake van onrechtmatig politieoptreden.


Liza Pander Stapel
Liza Pander Stapel was gerechtssecretaris in Utrecht en is thans werkzaam als para-legal bij Wladimiroff Advocaten.
Artikel

‘Ketenpartner’ of geketend?

Rechterlijke bemoeienis met de tenuitvoerlegging van sancties

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechter en deskundigen, reclassering, straftoemeting, tenuitvoerlegging
Auteurs Miranda Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechter is slecht op de hoogte van de wijze waarop straffen en maatregelen worden ten uitvoer gelegd en van de wetenschappelijke inzichten omtrent de effectiviteit van sancties, blijkt uit observaties van rechtbank- zittingen en gesprekken met rechters naar aanleiding daarvan. Deze slechte informatiepositie, maar ook de kennisachterstand die de rechter ervaren ten opzichte van de deskundigen in het strafrecht en de praktische organisatie van de strafrechtspleging, leiden ertoe dat de rechter nauwelijks actief invulling geeft aan de bevoegdheden die hij heeft om invloed uit te oefenen op de tenuitvoerlegging van straffen. Om ‘op maat’ te kunnen straffen blijkt de rechter in grote mate afhankelijk van de informatie en voorstellen van reclasseringswerkers en andere gedragsdeskundigen. De vraag dringt zich op hoe die situatie zich verhoudt met de eigen verantwoordelijkheid van de rechter, met name in relatie tot zijn straftoemetingsvrijheid.


Miranda Boone
Miranda Boone is universitair hoofddocent strafrecht en criminologie aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De bestuursstrafrechtelijke bevoegdheden van de NMa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2005
Trefwoorden Nederlandse mededingingsautoriteit, geldboete, strafrecht, Europees hof voor de rechten van de mens, handhaving, rechtspraak, bewijslast, mededinging, verdrag, bestuurder
Auteurs P. de Hert

P. de Hert
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.