Zoekresultaat: 8 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Agenten volgen via Twitter bevordert positieve beeldvorming, stimuleert de meldingsbereidheid en verandert de veiligheidsbeleving

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Twitter, community policing, transparency, perception, willingness to report
Auteurs Leon Veltman, Marianne Junger en Roy Johannink
SamenvattingAuteursinformatie

    Since November 2009, the regional police of Groningen facilitated their community officers with Twitter. According to the principles of community policing, they are enabled to shorten the distance between the police and citizens by giving them a direct connection. Such a connection should stimulate interaction, while at the same time it should make people feel more safe. In addition, Twitter also creates possibilities for the police to be transparent. Sharing of information should alter citizens’ perception towards the police.
    A comparison has been made, by using an online questionnaire, between followers and two kinds of non-followers. The effects of following twittering community officers have been demonstrated by using statistical analyses, taking into account relevant control variables. On the basis of these analyses it has been demonstrated that following a twittering community officer did not positively or negatively alter the perception of safety of their followers. However, an enhanced information position has made followers much more aware of local disorder and crime. Thanks to shared information about police actions to sustain and improve local safety and livability, followers’ perception of safety has not been altered negatively.
    Followers’ perception towards the police organization has been positively altered, thanks to the twittering community officers. Especially the sharing of information and involving citizens into local policing helps the police to alter the perception of citizens towards their organization. In addition, it has been shown that followers’ willingness to report has been improved. Thanks to the ease of use of Twitter and the shortened distance between the police and citizens, followers do frequently contact the police or a community officer to share some information, or to report some crime or disorder. However, it has been shown that Twitter should just be presented as complementary to existing ways to contact the police.


Leon Veltman
L. (Leon) Veltman MSc is adviseur beleid en onderzoek bij VDMMP Focus op veiligheid. E-mail: veltman@vdmmp.nl

Marianne Junger
Prof.dr. M. (Marianne) Junger is Professor Social Safety Studies aan de Universiteit Twente. E-mail: m.junger@utwente.nl

Roy Johannink
Drs. R. (Roy) Johannink MCDm is senior adviseur beleid en onderzoek bij VDMMP Focus.
Artikel

De stichting familiebeheer

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden stichting, bewind, executele, certificering, familiestichting
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoekt de auteur de rol die een stichting familiebeheer kan vervullen in het kader van de zeggenschap over familievermogen. De auteur gaat daarbij onder meer in op de verhouding van de stichting familiebeheer tot de stichting administratiekantoor en de familiestichting.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris bij Greenille te Rotterdam.
Artikel

Van besluit tot beslechting: ervaringen van burgers met de bezwaarprocedure

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden objection procedure, procedural justice, citizens’ experiences, qualitative study
Auteurs Mirjan Oude Vrielink en Boudewijn de Waard
SamenvattingAuteursinformatie

    The GALA lays down general rules that in principle apply to the entire field of administrative law. If a decision by an administrative body can be appealed to a court, the general rule is that an objection procedure must be followed before the matter can be taken to court. Recently, research has been conducted to survey citizens’ experiences before and during objection procedures, as well as factors influencing these experiences. The research was divided into a quantitative research and a subsequent qualitative study to gain insight into the underlying mechanisms. The article reports about the major findings of the qualitative study.
    On the whole, the interviewees appreciated their treatment at the hearing. They indicated that they were able to expound their position (voice), that their arguments were taken seriously (trustworthiness), and that they were treated with respect (interpersonal respect). On these elements, the qualitative study paints a slightly rosier picture than the quantitative study.
    The most critical comments on the hearing we recorded concerned the attitude of those representing the administrative authority in cases that were considered by an independent committee. That attitude was often judged to be rigid and the respondents were annoyed by the appearance at the hearing of (‘yet’) another official than the one(s) they had previously been in contact with.
    Many administrative bodies have chosen to use an informal approach which implies the use of mediation skills, after an objection has been lodged. When informal resolution was attempted, the response of the interviewees concerned was by no means invariably positive, and in some cases even distinctly negative.
    The interviews showed that the objectors would have preferred to have had more information about the actual objection procedure in detail and in advance. A number of interviewees indicated that they felt very uncomfortable when certain procedural aspects were sprung on them, such as the presence of the opposing party (which they had not expected) and a medical examination being carried out. Ambiance matters. It was found that the perceived level of treatment could be influenced by subtle expressions of social etiquette. The research shows that objectors set great store by a proper reception and value the physical layout of the hearing venue.


Mirjan Oude Vrielink
Mirjan Oude Vrielink is bestuurskundige en promoveerde op een rechtssociologisch proefschrift. Zij werkt als senior onderzoeker aan de Universiteit Twente. In deze functie is zij momenteel betrokken bij twee projecten: ‘Burgers maken hun buurt’ en ‘Evaluatie Wijkcoaches Velve-Lindenhof’. Belangrijke thema’s in haar wetenschappelijke onderzoek zijn burgerparticipatie, zelfregulering en coregulering, horizontale verantwoording, goed bestuur en de rol van professionals. Met B.R. Dorbeck-Jung e.a. publiceerde zij recent het artikel ‘Contested hybridization of regulation: Failures of the Dutch regulatory system to protect minors from harmful media’ (Regulation and Governance 2010-4(2), p. 113-260).

Boudewijn de Waard
Boudewijn de Waard is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg. Daarvóór was hij verbonden aan de juridische faculteit van de Universiteit van Utrecht (1980-1991), laatstelijk als universitair hoofddocent. Van 1977 tot 1980 was Boudewijn de Waard advocaat te Utrecht.
Artikel

Van de leestafel van SBS

De wettelijke verdeling en legaat vanuit Zuid-Afrika

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 44 2010
Trefwoorden Van de leestafel van ‘SBS’
Auteurs


Artikel

De testamentaire stichting

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden stichting, erfrecht, uiterste wilsbeschikking
Auteurs Mr. T.F.H. Reijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    De wet geeft de mogelijkheid bij uiterste wilsbeschikking een stichting op te richten. Door middel van een dergelijke stichting kunnen erfrechtelijke moeilijkheden worden opgelost of voorkomen. Uitgebreid wordt ingegaan op de oprichtingsvereisten en de gevolgen van gebreken daarin. Voorts wordt stilgestaan bij eisen die gesteld kunnen worden aan de inhoud van de statuten en de wijze van benoeming en ontslag van bestuurders. Tot slot komen ook enkele praktische aspecten aan de orde, waaronder die ten aanzien van de algemeen nut beogende instelling.


Mr. T.F.H. Reijnen
Mr. T.F.H. Reijnen is verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht, Radboud Universiteit Nijmegen (theo@reijenadvies.nl).
Artikel

Einde aan de crisis in de Natuurbeschermingswet?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Natuurbeschermingswet, Crisis- en herstelwet, stikstofdepositie, bestaand gebruik, strijd Europees recht
Auteurs Mr. drs. M.M. Kaajan
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 31 maart 2010 is de Crisis- en herstelwet in werking getreden. In dit artikel worden de belangrijkste wijzigingen van de Natuurbeschermingswet 1998 als gevolg van de Crisis- en herstelwet, mede in het licht van recente jurisprudentie, besproken en van commentaar bezien. De centrale vraag daarbij is in hoeverre deze wijzigingen in strijd (kunnen) zijn met Europees recht en welke consequenties dit voor de praktijk zou kunnen hebben. Geconcludeerd wordt dat zowel wat betreft de regeling van bestaand gebruik en de verplichting om maatregelen te treffen indien de kwaliteit van een Natura 2000-gebied dat verlangt als ook wat betreft de specifieke wettelijke regeling die nu in de Natuurbeschermingswet is opgenomen voor activiteiten die kunnen leiden tot stikstofdepositie, mogelijk sprake zou kunnnen zijn van strijdigheid met de Vogel- en/of Habitatrichtlijn. De hierdoor ontstane onzekerheid en onduidelijkheid kan tot uitvoeringsproblemen in de praktijk leiden, waardoor het streven van de Crisis- en herstelwet om bij te dragen aan versnelling van procedures en projecten juist belemmerd kan worden.


Mr. drs. M.M. Kaajan
Mr. drs. M.M. Kaajan is als advocaat verbonden aan Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Tussentijds beroep tegen tussenuitspraken en deeluitspraken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden tussentijds beroep, tussenvonnis, deelvonnis, verlof
Auteurs Mr. drs. S.M. Kingma
SamenvattingAuteursinformatie

    Over weinig procesrechtelijke onderwerpen is de afgelopen veertig jaar zo’n omvangrijke en fijnmazige jurisprudentie verschenen als over tussentijds hoger beroep en cassatieberoep tegen tussen- en deeluitspraken (tussenvonnissen, tussenbeschikkingen, deelvonnissen en deelbeschikkingen). In ‘Tussentijds beroep tegen tussenuitspraken en deeluitspraken’ geeft S.M. Kingma een uitgebreid overzicht van de huidige stand van het recht en betoogt hij dat uit het uitgangspunt dat tussenuitspraken en de einduitspraak samen één geheel vormen, verdergaande consequenties te trekken zijn dan nu worden getrokken. Verder geeft hij enkele wenken voor wijzigingen van het stelsel, zoals een aanpassing van het systeem van verlening van toestemming voor tussentijds beroep en een herziening van de regeling van (tussentijds beroep van) voorlopige en niet-voorlopige voorzieningen.


Mr. drs. S.M. Kingma
Mr. drs. S.M. Kingma is cassatieadvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te ’s-Gravenhage.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.