Zoekresultaat: 143 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Het dossier als fundament voor de rechterlijke beslissing

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden het strafdossier, rechterlijke voorbereiding, processtukken, bevooroordeeld, oordeelsvorming
Auteurs D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het dossier speelt in het Nederlandse strafprocesrecht een centrale rol. Zonder het dossier kunnen de snelheid en de efficiëntie van het huidige (en toekomstige) strafproces niet worden gewaarborgd. De processtukken zijn leidend tijdens de voorbereiding van de rechters en de griffier voorafgaand aan en tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Deze werkwijze – het voorbereiden van het onderzoekt ter terechtzitting aan de hand van het dossier – volgt niet dwingend uit enige wettelijke bepaling. De rechterlijke voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting aan de hand van het dossier krijgt weinig aandacht in de rechtswetenschappelijke literatuur en het rechtspsychologische experimentele onderzoek. Hiervoor zou meer aandacht moeten bestaan omdat uit het wel beschikbare experimentele onderzoek blijkt dat de voorbereiding op basis van het dossier significante invloed heeft op het uiteindelijke rechterlijke oordeel. In deze bijdrage staat de kwestie centraal of de Modernisering van het Wetboek van Strafvordering aanpassingen in het wettelijk kader betreffende het dossier voorziet, en of deze aanpassingen veranderingen teweegbrengen in het gebruik van het dossier ten behoeve van de voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. (Dave) van Toor PhD LLM BSc is verbonden als wetenschappelijk medewerker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld (Duitsland). Daarnaast is hij als research fellow verbonden aan het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij was van september 2016 tot juni 2017 als buitengriffier werkzaam bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda).
Artikel

De Richtlijn woningkredietovereenkomsten: een Europese oplossing voor de crisis op de woningmarkt?

Oriënteren moet je leren

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden hypotheken, woningkredietovereenkomsten, ESIS, consumentenrecht
Auteurs Mr. drs. N.M. Giphart
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 februari 2014 is de Richtlijn woningkredietovereenkomsten vastgesteld. Deze richtlijn geeft een nieuw kader voor verschillende aspecten rondom het adviseren en het verstrekken van hypotheken en andere woningkredietovereenkomsten. Hoewel de hypotheekmarkt in Nederland al vrij gereguleerd is, zal de richtlijn op bepaalde onderdelen tot wijziging van de regels leiden. Een en ander hangt ook af van de keuzes die de wetgever op tal van onderwerpen zal moeten maken.In deze bijdrage zullen eerst enkele algemene onderwerpen uit de richtlijn aan de orde komen, zoals achtergrond, doelstelling en reikwijdte. Daarna komen inhoudelijke onderwerpen aan bod, waarbij wat langer zal worden stilgestaan bij onderwerpen die voor de praktijk de meeste gevolgen zullen hebben. Hierna volgt een korte conclusie waarbij gekeken wordt in hoeverre deze richtlijn bijdraagt aan het oplossen van de crisis op de woningmarkt in Nederland.Richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010, Pb. EU 2014, L 60.


Mr. drs. N.M. Giphart
Mr. drs. N.M. (Ninette) Giphart is bedrijfsjurist bij ABN AMRO Bank N.V. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

‘Regelmatig beursverkeer’ bij openbaar bod verduidelijkt

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2014
Trefwoorden regelmatig beursverkeer, best price rule, stakebuilding, openbaar bod, ‘gelijk bod-vereiste’
Auteurs Mr. P.H.C. van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een recent gepubliceerde AFM-interpretatie bespreekt de auteur de ratio en het nut van de uitzondering voor in regelmatig beursverkeer tot stand gekomen transacties bij de best price rule en het verbod op gunstiger transacties.


Mr. P.H.C. van Leeuwen
Mr. P.H.C. van Leeuwen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Art. 2:207c BW is vervallen – leve de steunverlening?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden steunverlening, aansprakelijkheid, tegenstrijdig belang, doeloverschrijding, pauliana
Auteurs Mr. J.H.L. Beckers
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het schrappen van artikel 2:207c BW is het leerstuk van de (financiële) steunverlening verleden tijd. Naar huidig recht moet steunverlening worden getoetst aan de algemene regels voor bestuurshandelen. In deze bijdrage wordt ingegaan op het aansprakelijkheidskader en de betekenis van de regels inzake doeloverschrijding, tegenstrijdig belang en de pauliana.


Mr. J.H.L. Beckers
Mr. J.H.L. Beckers is wetenschappelijk medewerker bij NautaDutilh te Amsterdam en verbonden aan het Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2013

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2014
Trefwoorden kroniek, civiele rechtspraak, mededinging
Auteurs Mr. Bas Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek behandelt de belangrijkste uitspraken van Nederlandse civiele rechters in 2013 waarin het Nederlands en/of Europees mededingingsrecht aan de orde kwam. Deze kroniek beperkt zich tot een bespreking van de meest spraakmakende zaken van het afgelopen jaar, waarbij zowel standalone mededingingsrechtelijke procedures als follow-on procedures zullen worden behandeld. Bij de opzet van deze kroniek is gekozen om de uitspraken op basis van thematische gelijkenissen (in plaats van chronologische volgorde) zo veel mogelijk gezamenlijk te bespreken.


Mr. Bas Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat bij Maverick Advocaten N.V.
Artikel

Kroniek concentratiecontrole 2013

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2014
Trefwoorden kroniek, concentratiecontrole, ACM, concurrentie
Auteurs Mr. Silvia Vinken, Mr. Minos van Joolingen en Mr. drs. Martijn Jongmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek geeft een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in 2013 op het gebied van concentratiecontrole in Nederland. Het jaar 2013 wordt onder meer gekenmerkt door nieuwe wetgeving en beleid op het terrein van de zorg. Ook in 2013 wordt de trend van het verkort afdoen van besluiten voortgezet waarbij de zorgsector evenals voorgaande jaren een prominente rol vervult. In deze kroniek wordt daarnaast stilgestaan bij enkele boetes die zijn opgelegd wegens niet of onvolledig melden en de bijbehorende rechtelijke toetsing.


Mr. Silvia Vinken
Mr. S.M.M.C. Vinken is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.

Mr. Minos van Joolingen
Mr. M.J. van Joolingen is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.

Mr. drs. Martijn Jongmans
Mr. drs. M.W.J. Jongmans is advocaat bij BANNING N.V. te Rotterdam.
Artikel

Flexibele bestuursbesluitvorming in de joint venture

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2014
Trefwoorden differentiatie van stemrecht, joint venture, bestuursbesluit
Auteurs Mr. C.S. van Weert
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur welke bepalingen ten aanzien van het bestuur in de statuten van een vennootschap, joint venture, kunnen worden opgenomen om de deelnemende partijen afwisselend controle over de joint venture te laten uitoefenen.


Mr. C.S. van Weert
Mr. C.S. van Weert is kandidaat-notaris bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Concentratietoezicht en openbare biedingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2014
Trefwoorden concentratietoezicht, openbaar bod, minderheidsbelang, gestanddoening
Auteurs Mr. P. Glazener en Mr. S.N. Pabbruwe
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel komt een aantal praktische aspecten van het concentratietoezicht bij openbare biedingen in Nederland aan bod. De auteurs bespreken de verkrijging van zeggenschap in de context van openbare biedingen, het moment waarop een concentratie als gevolg van een openbaar bod moet worden gemeld, en het kopen van aandelen op de markt gedurende de looptijd van het bod. Daarnaast behandelen de auteurs de mogelijkheid om aan gestanddoening van het openbaar bod voorwaarden te verbinden met betrekking tot mededingingsrechtelijke goedkeuring, en de gevolgen van een verbod na gestanddoening van het bod.


Mr. P. Glazener
Mr. P. Glazener is advocaat te Amsterdam en werkzaam bij Allen & Overy.

Mr. S.N. Pabbruwe
Mr. S.N. Pabbruwe is advocaat te Amsterdam en werkzaam bij Allen & Overy.
Artikel

Corporate governance en belangenconflicten van bestuurders bij openbare biedingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2014
Trefwoorden tegenstrijdig belang, openbaar bod, corporate governance, claw back, Bruil, corporate event-regeling, afroomregeling
Auteurs Mr. K.L. Tienstra en Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de governanceaspecten van belangenconflicten waarmee bestuurders van een Nederlandse doelvennootschap geconfronteerd kunnen worden, in het kader van een vriendelijk openbaar bod. Na een korte uiteenzetting van de openbaarbodregeling wordt de bij de Wet bestuur en toezicht ingevoerde tegenstrijdigbelangregeling toegepast, waarbij tevens ingegaan wordt op relevante jurisprudentie. Daarna komen de Wft, het Bob en de Code aan de orde. Aan de hand van dit overzicht wordt het position statement van UNIT4 getoetst en slaan zij een brug naar de per 1 januari 2014 ingevoerde corporate event-regeling uit de Wet Claw back, om af te sluiten met een conclusie.


Mr. K.L. Tienstra
Mr. K.L. Tienstra is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. in Amsterdam.

Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Remission in de nieuwe arbitragewet

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Remission, Terugverwijzing, Vernietiging, Herroeping, Arbitrage
Auteurs Mr. N. Peters en Mr. B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan de auteurs in op de voorgestelde mogelijkheid van remission in de nieuwe arbitragewet. Daarbij signaleren zij een aantal mogelijke onduidelijkheden en discussiepunten. Zij trachten daar antwoorden op te geven en stellen een aantal oplossingen voor. De auteurs concluderen dat de mogelijkheid van remission bijdraagt aan een efficiënte(re) procesvoering. Daarom valt zij toe te juichen.


Mr. N. Peters
Mr. N. Peters is advocaat bij Banning N.V. alsmede docent en buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. B. van Zelst
Mr. Van Zelst is docent aan de Radboud Universiteit.
Artikel

De aansprakelijkheid van werkgevers voor beroepsziekten krachtens art. 7:658 BW: zijn de grenzen bereikt?

Een nadere beschouwing van de arresten HR 7 juni 2013 (Lansink/Ritsma) en HR 7 juni 2013 (SVB/Van de Wege)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, arbeidsrechtelijke omkeringsregel, proportionele aansprakelijkheid, causaal verband
Auteurs Mr. S. Sahtie
SamenvattingAuteursinformatie

    De aansprakelijkheid van werkgevers voor beroepsziekten is door de Hoge Raad recent nader ingekleurd. In twee op 7 juni 2013 gewezen arresten gaat de Hoge Raad in op de vraag wanneer de zogenoemde ‘arbeidsrechtelijke omkeringsregel’ en het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid kunnen worden toegepast. De conclusie is dat de grenzen van werkgeversaansprakelijkheid voor beroepsziekten, maar ook voor werkgeversaansprakelijkheid in het algemeen in zicht lijken te zijn.


Mr. S. Sahtie
Mr. S. Sahtie is Senior Legal Counsel bij ABN AMRO Bank NV.
Artikel

De Interventiewet en de grenzen van het algemeen vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden Interventiewet, SNS, onteigening, eigendom, overdracht, actio pauliana
Auteurs Mr. B. Bierens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Interventiewet kan De Nederlandsche Bank (DNB) een bank of verzekeraar die in problemen verkeert, overdragen aan een andere private financiële instelling en kan de minister van Financiën eventueel overgaan tot nationalisatie. Hoewel het grootste deel van de Interventiewet in de publiekrechtelijke Wet op het financieel toezicht (Wft) is opgenomen, is deze wet ook vermogensrechtelijk van belang. Deze bijdrage verkent enkele vermogensrechtelijke aspecten.


Mr. B. Bierens
Mr. B. Bierens is jurist bij Rabobank Nederland en als fellow verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Kartelschade in Nederland, een eerste aanzet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden privaatrechtelijk handhaving, passing-on, voordeelverrekening, schadevergoeding, artikel 101 VwEU
Auteurs Mr. B. Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak in eerste aanleg in de zaak TenneT/ABB geeft er een beeld van hoe in Nederland in rechte met kartelclaims wordt omgegaan. De Rechtbank Oost-Nederland komt tot interessante conclusies over de aansprakelijkheid van entiteiten behorend tot het concern van een kartelovertreder en de mogelijkheid van een zogenoemd passing-on verweer. De uitspraak lijkt voor kartelovertreders niet gunstig.
    Rb. Oost-Nederland 16 januari 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0403


Mr. B. Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen (onderwerp: civiele handhaving van het mededingingsrecht en het clementiebeleid).
Artikel

De overgang van vergunningen bij fusies en overnames

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2013
Trefwoorden vergunning, overgang, overdracht, fusie, splitsing
Auteurs Mr. S.F.J. Sluiter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur verschillende regelingen voor overgang van vergunningen die van betekenis zijn voor de fusie- en overnamepraktijk. Aan de orde komen de wettelijke regelingen en recente jurisprudentie met betrekking tot overgang door overdracht, overgang op grond van het bestuursrecht en overgang door fusie of splitsing.


Mr. S.F.J. Sluiter
Mr. S.F.J. Sluiter is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

Access_open Conservatoir beslag tot afgifte van een luchtvaartuig

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden conservatoir, executoriaal, beslag, afgifte, luchtvaartuig
Auteurs Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op het conservatoir beslag tot afgifte van luchtvaartuigen. Aan bod komen onder andere de beslagverboden en de wijze waarop beslag dient te worden gelegd. Betoogd wordt onder meer dat art. 729d en 729e Rv een ruimer toepassingsbereik hebben dan uit art. 729 Rv volgt.


Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans is hoogleraar Burgerlijk recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Joint ventures: praktische aspecten in vogelvlucht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2013
Trefwoorden joint venture, samenwerking, noodzaakfinanciering, blocking votes
Auteurs Mr. K.A. de Vries, Mr. P.J.A.M. Nijnens en Mr. E.L. Gerretsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Partijen die een joint venture (JV) willen aangaan, dienen diverse commerciële en juridische vragen te bespreken en op basis daarvan afspraken vast te leggen in een JV-overeenkomst. Omdat dergelijke overeenkomsten veelal voor langere termijn gelden, is het raadzaam om vooral ook aandacht te besteden aan de situatie dat onverhoopt de samenwerking tot een geschil leidt of dat additionele financiering door de JV-partners nodig is. In het artikel worden allereerst een aantal vragen besproken die in het voorjaartraject aan de orde komen. Vervolgens wordt specifiek aandacht besteed aan de initiële en mogelijke additionele financiering door JV-partners en hoe geschillen kunnen worden beslecht. Aan de orde komt dat JV-partners er rekening mee moeten houden dat in een situatie van ‘noodzaakfinanciering’ sommige afspraken door de Ondernemingskamer opzijgezet kunnen worden.


Mr. K.A. de Vries
Mr. K.A. de Vries is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. P.J.A.M. Nijnens
Mr. P.J.A.M. Nijnens is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. E.L. Gerretsen
Mr. E.L. Gerretsen is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Causale perikelen: het is moeilijk en zal moeilijk blijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2013
Trefwoorden omkeringsregel, verlies van een kans, proportionele aansprakelijkheid en causaal verband
Auteurs Mr. Chr.H. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt een aantal problemen rond het vaststellen van csqn-verband tussen een onrechtmatige daad of wanprestatie en de schade. Mede aan de hand van een aantal recente arresten van de Hoge Raad gaat het in op de ratio en de toepassingsvoorwaarden van de omkeringsregel, proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans. Geconstateerd wordt dat niet alleen maar vooral bij letselschade in bepaalde gevallen goede mogelijkheden voor toepassing van deze leerstukken bestaan. Kritiek wordt uitgeoefend op het onderscheid dat de Hoge Raad maakt bij toepassing van proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans omdat het hier grotendeels om uitwisselbare perspectieven gaat.


Mr. Chr.H. van Dijk
Mr. Chr.H. van Dijk is advocaat bij Kennedy Van der Laan, gespecialiseerd in aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht.
Artikel

De Interventiewet en de SNS-onteigening

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Interventiewet, onteigening, SNS, Wft, eliminatiebeginsel
Auteurs Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans en Mr. M.J.W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de onteigening van SNS is de Interventiewet voor het eerst toegepast. Een goed moment om de werking en de toepassing van de Interventiewet door de ABRvS te analyseren. Het onteigeningsbesluit heeft grotendeels de (rechterlijke) kritiek doorstaan, maar de vaststelling van de schadeloosstelling moet nog plaatsvinden. De minister lijkt daarbij af te willen wijken van het zogenoemde eliminatiebeginsel, toch een beginsel van het onteigeningsrecht. De vraag is of de rechter uiteindelijk die benadering zal billijken.


Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans
Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans is bijzonder hoogleraar Onteigeningsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en partner bij Van der Feltz advocaten te Den Haag.

Mr. M.J.W. Timmer
Mr. M.J.W. Timmer is eveneens werkzaam bij Van der Feltz te Den Haag.
Artikel

Scheiding tussen spoor en trein

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden vervoer, spoor, infrastructuurbeheerder, holdingmodel
Auteurs Mr. K. Sevinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Kort nadat de plannen voor een vierde pakket liberaliseringsmaatregelen in de spoorsector het licht zagen, heeft het Hof van Justitie zich voor het eerst kunnen uitspreken over( een onderdeel van) het eerste spoorwegpakket. Het betreft de positie van de infrastructuurbeheerder in het spoorbestel. De arresten en het voorstel uit het vierde spoorwegpakket over de beheerstructuur van de spoorweginfrastructuurbeheerder geven de kaders voor de ook in Nederland gaande discussie over de structuur van de spoorsector.
    HvJ EU 28 februari 2013, zaken C-555/10, Commissie/Oostenrijk en C-556/10 Commissie/Duitsland, n.n.g.


Mr. K. Sevinga
Mr. K. Sevinga is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Toont 1 - 20 van 143 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.